Leerstof P6 PDF
Document Details
Uploaded by Deleted User
Tags
Summary
This document discusses the concept of politics, particularly in the Netherlands. It explains the meaning of democracy, the roles of different political parties and how power works in the country. The document is suitable for use as teaching material for students of secondary school, and it provides information about the country's political system.
Full Transcript
Politiek bepaald veel in jouw leven. De politiek neem besluiten over veel zaken waar jij mee te maken gaat krijgen. Zo worden er bijvoorbeeld besluiten genomen over wat jij op school moet doen om je diploma te krijgen, of je in aanmerking komt voor studiefinanciering, vanaf welke leeftijd je een bie...
Politiek bepaald veel in jouw leven. De politiek neem besluiten over veel zaken waar jij mee te maken gaat krijgen. Zo worden er bijvoorbeeld besluiten genomen over wat jij op school moet doen om je diploma te krijgen, of je in aanmerking komt voor studiefinanciering, vanaf welke leeftijd je een biertje mag drinken, etc. Kortom politiek is alles wat te maken heeft met het besturen van een samenleving. Besturen betekent het organiseren of uitvoeren van overheidstaken. Nederland is sinds 1815 min of meer een democratie, vanaf dan wordt de macht van de koning aan banden gelegd. Democratie betekent dan ook; het volk heeft de macht (heerst). Het idee daarachter is het gelijkheidsideaal, oftewel we zijn allemaal gelijk geboren. Het maakt hierbij niet uit waar je in Nederland geboren bent, of je man of vrouw bent en rijk of arm bent. En omdat we allemaal gelijk zijn, hebben we ook allemaal evenveel recht op de macht. Dit wordt niet bepaald omdat je nu eenmaal in een bepaalde familie bent geboren zoals koningen en koninginnen. Democratie staat niet gebeiteld in steen. De democratie past zich aan wat wij (met de macht) belangrijk vinden. Zo mogen pas vanaf 1919 vrouwen stemmen en sinds 1972 mag dit pas vanaf 18 jaar. Er moet wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan om een goed werkende en eerlijke democratie te hebben. Ten eerste moet er algemeen kiesrecht zijn, dat betekent dat alle volwassenen mogen stemmen en dus hun macht mogen gebruiken. Ook moet er een Grondwet zijn, hierin staat zwart op wit wat wij, maar ook de overheid mag. De politiek/overheid moet zich aan de wet houden, als ze fouten maken of iets doen wat niet mag kan ook de politiek/overheid hiervoor worden bestraft. De politiek staat dus niet boven de wet. Als derde moet er een scheiding der machten zijn. Dit houdt in dat niemand te veel macht heeft en daardoor geen misbruik van de macht kan maken. In Nederland hebben wij een indirecte democratie: een regeringsvorm waarbij de bevolking een aantal vertegenwoordigers kiest die het bestuur uitvoeren. Wij hebben met zijn alle de macht, maar om nou met 18 miljoen mensen beslissingen te nemen is misschien wat veel van het goede. Het is soms al lastig in een werkgroepje van drie samen te werken. Daarom stemmen we op gelijken uit ons midden, gewone mensen zoals jij en ik, die voor en namens ons besturen. Wij kiezen deze volksvertegenwoordigers tijdens de verkiezingen. Nederland is een parlementaire democratie met een constitutionele monarchie. Dat wil zeggen dat wij als volk de macht hebben, maar we wel een parlement met volksvertegenwoordigers gebruiken die namens ons besturen. Dat parlement is bij ons de Staten-Generaal, wat de Eerste- en Tweede kamer inhoudt. De constitutionele monarchie houdt in dat we wel een koningshuis hebben in Nederland, maar dat deze is gebonden is aan de Grondwet. Het koningshuis heeft geen echte macht en moet zich, net als wij, zich houden aan de wet. We kunnen onze macht dus gebruiken door te stemmen, maar waar stemmen we eigenlijk voor? We stemmen voor zaken die voor iedereen belangrijk zijn en die geregeld moeten worden. Denk hierbij aan onderwijs, zorg, veiligheid, het klimaat, etc. In Nederland zijn de volksvertegenwoordigers verenigd in verschillende politieke partijen. Deze partijen hebben allemaal ideeën over hoe en wat er geregeld moet worden en wat belangrijk is voor ons land. Deze partijen zijn links of rechts, maar tegenwoordig hebben partijen vaak linkse en rechtse standpunten door elkaar heen. Dit links en rechts in de politiek komt uit de tijd van de Franse revolutie. Samengevat kun je zeggen dat links ook wel progressief betekent: zaken moeten beter, gelijker of eerlijker in het land. Belangrijk op links zijn gelijkheid, sociale rechtvaardigheid en solidariteit (voor elkaar zorgen, maar ook het milieu is zeer belangrijk voor links, daarvoor willen ze bijvoorbeeld ook de economie aanpassen). Linkse partijen zijn socialistisch en/of groene partijen. Rechts wordt gezien als conservatief. Conservatief betekent; een politieke en culturele houding die uitgaat van de traditie. Rechtse partijen zijn vaak liberaal of confessioneel (gelovig, laten zich leiden door hun geloof). Het liberalisme heeft als uitgangspunt zo veel mogelijk vrijheid voor het individu en bedrijven. Dus geen regeltjes die burgers maar in de weg staan. Mensen hebben een eigen verantwoordelijkheid en de overheid hoeft niet alles te regelen. Links wordt gezien als internationaal gericht, samenwerking moet ook over de grens heen. Rechts wordt gezien als nationaal georiënteerd. Nationalisme (het land is te zien als een groep, verbonden door hun verleden en waarden) vind je vooral op rechts in de politiek. Maar is een partij links of rechts? Je kan kijken naar hun visie op de rol van de overheid in de economie. Links: Gelijke kansen/een zorgzame overheid. Rechts: Vrijheid/ eigen verantwoordelijkheid. Maar je kunt ook kijken de visie op voorgeschreven waarden en cultuur: Links: Zelf keuzes maken. Rechts: Traditie of geloof bepalen normen en waarden. Maar links en rechts kunnen ook binnen 1 partij bestaan. Een voorbeeld; de ChristenUnie is qua economie links georiënteerd, maar qua waarden weer meer rechts. Als het goed is denk je na over de standpunten van de partijen voordat je stemt. Maar wat gebeurt met al die stemmen na de verkiezingen? De stemmen worden verdeeld over de 150 zetels in de Tweede Kamer. Maar eerst moeten we weten hoe de Tweede Kamer werkt. De Tweede Kamer heeft 150 zetels (plekken/stoelen) die gevuld moeten worden door volksvertegenwoordigers. Hiervoor gaan we naar het stembureau. Als belangrijkste taken heeft de Tweede kamer, het kabinet controleren en stemmen op wetsvoorstellen of aanpassingen. Het kabinet zijn de ministers en staatsecretarissen (een soort hulp ministers), geleid door de minister-president. Het kabinet bestuurt het land. Zij zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de overheidstaken. Daarnaast doen ze ook wetsvoorstellen. Maar omdat de Tweede Kamer daarover stemt (ja/nee) ligt de echte macht bij de Tweede Kamer en dus bij ons, want wij hebben gestemd op de leden van de Tweede Kamer. Die 150 zetels worden verdeeld naar de uitslag van de verkiezingen. Is er door 10% van de stemmers gestemd op bijvoorbeeld de PVDA? Dan krijgt die partij 10% van de stoelen = 15 zetels. De partij die de meeste stemmen krijgt in de verkiezingen mag het kabinet gaan vormen. Daarvoor hebben ze wel andere partijen nodig. De partijen die het kabinet vormen moeten een meerderheid in de Tweede Kamer hebben, anders krijgen ze hun plannen niet makkelijk rond. Een meerderheid betekent meer dan 75 van de 150 zetels. Als je samen bijvoorbeeld 76 zetels hebt in de kamer dan win je een stemming. Nog nooit heeft in Nederland een partij die meerderheid gewonnen in de verkiezingen. Bijvoorbeeld: De grootste partij in de laatste verkiezingen de VVD kreeg 34 zetels. De VVD moest een kabinet gaan vormen en dus vragen ze partijen waarmee ze min of meer overeenkomen om mee te doen aan het kabinet om te gaan regeren, of te wel besturen, hun plannen erdoor te krijgen. Ze hadden hiervoor minimaal drie andere partijen nodig en samen hebben de VVD/D66/CDA/ChristenUnie 78 zetels gewonnen tijdens de verkiezingen. Dus als er nu gestemd wordt op plannen van het kabinet (gevormd door die 4 partijen) dan winnen ze in principe die stemming, want ze hebben meer dan de helft van de zetels. Maar partijen die mee gaan doen aan een kabinet willen daar wel wat voor terugzien. Daarom sluiten die partijen een deal: het regeerakkoord. Hierin beschrijven de partijen die in het kabinet gaan, hoe ze het de komende 4 jaar gaan aanpakken. Dan moet nog besloten worden wie er minister wordt. De minister-president wordt traditioneel door de grootste partij uit de verkiezingen geleverd. Het verdelen van de ministerposten heet de kabinetsformatie. Op ministers stemmen we niet, dit zijn banen. Ministers zijn wel lid van een partij. Dus als de VVD iemand vraagt om een minister te worden is dat iemand van hun eigen partij. De begrippen kabinet en regering worden vaak door elkaar gehaald. Naast een kabinet heeft Nederland ook een regering. Hierin zitten de ministers en de koning. De koning is het staatshoofd. Maar dit is voor een functie voor de sier. Het staatshoofd heeft geen echte macht. Maar Nederland wordt niet alleen geregeerd door de Staten-Generaal in Den Haag. Naast het landelijk niveau van bestuur (het organiseren en uitvoeren van overheidstaken) in Den Haag, kennen we ook het Provinciaal bestuur (12 stuks) en het gemeentelijk bestuur. In Den Haag gaat het over taken die ons in heel Nederland aangaan, zoals bijvoorbeeld onderwijs of defensie. De overheid op provinciaal en gemeentelijk niveau lijkt qua organisatie erg op die van de Tweede Kamer. Op Provinciaal niveau nemen de gekozen volvertegenwoordigers plaats in de Provinciale Staten (vergelijkbaar met de leden van de Tweede Kamer). In de Provinciale Staten wordt gestemd en ze controleren de gedeputeerde staten, zeg maar het kabinet van de provincie, die het bestuur van de provincie is. De Provinciale Staten en de gedeputeerde staten praten en beslissen over de inrichting van de ruimte in een Provincie. Bijvoorbeeld: waar is er ruimte voor natuur of voor bedrijventerreinen. Ook controleren ze de begroting (waar gaat er financieel in en uit) van de gemeenten in de provincie. We kiezen de leden van de Provinciale Staten eens in de 4 jaar. Dat doen we ook voor de leden van de gemeenteraad. Dit is op gemeentelijk niveau ook vergelijkbaar met de Tweede Kamer. De gemeenteraad stemt over zaken die op gemeenteniveau belangrijk zijn. Ze controleren het College van Burgemeester en Wethouders (College van B&W), dat het dagelijks bestuur is van de gemeente (vergelijkbaar met het kabinet). De voorzitter van het College van B&W is de burgemeester. Deze wordt niet gekozen en is dus geen democratische functie! De gemeente gaat over bijvoorbeeld de thuiszorg, stadsvervoer en verder over veel praktisch zaken groenvoorzieningen en huisvuil. Ook regelen ze bijvoorbeeld de afgifte van paspoorten en rijbewijzen. Naast deze bestuurlijke lagen kennen we ook nog de waterschappen (21 stuks). Zij zorgen voor schoon en genoeg water en dat Nederland niet overstroomt. Het waterschap stamt al uit 1255. Waterschappen bestaan uit volksvertegenwoordigers, zoals agrariërs, natuurbeheerders en bedrijven. Het dagelijkse bestuur zijn de heemraden, met als voorzitter de Dijkgraaf. Eens in de vier jaar (15 maart Provinciale Staten verkiezingen!) maken we gebruik van ons actief stemrecht, het recht om te mogen stemmen. Daarnaast hebben we ook passief stemrecht. Dat houdt in dat we allemaal het recht hebben om verkiesbaar te zijn bij verkiezingen. We kunnen dus ook allemaal volksvertegenwoordiger worden in principe. Maar we kunnen meer doen dan stemmen om invloed te hebben op de politiek. Zo kunnen we een burgerinitiatief beginnen. Hiervoor heb je 40.000 handtekeningen nodig en een onderwerp wat nog niet op de agenda van de Tweede Kamer heeft gestaan en hiermee kun je dat onderwerp laten bespreken. Het is een middel om een thema dat je belangrijk vindt onder de aandacht van politici te brengen. Dit kun je ook doen door een ludieke actie. Deze gebruikt humor of is spraakmakend om zo aandacht te vragen voor een onderwerp, al wordt het vaak niet direct in de Tweede Kamer besproken. Een protestactie vraagt ook aandacht voor onderwerp, maar door verstoring. Voorbeelden zijn er de laatste jaren genoeg, denk bijvoorbeeld aan de boerenprotesten en verschillende stakingen zoals bij de NS. Voor al deze manieren van invloed proberen uit te oefenen is aandacht in de media heel belangrijk. Hierdoor kan je meer aandacht krijgen en anderen beïnvloeden. Het laatste onderwerp dat deze periode is besproken is de Europese Unie. De samenwerking tussen de Europese landen heeft al een lange tijd voor vrede gezorgd. Iets wat tot en met de Tweede Wereldoorlog zeker niet altijd zo was. Het ontstaan van de EU heeft daar zeker invloed op gehad. De Europese Unie heeft ook invloed op onze eigen wetgeving bijvoorbeeld door het stellen van regels op bijvoorbeeld het gebied van mobiele telefonie en auteursrechten. De Europese Unie zorgt voor samenwerking op economisch gebied tussen de lidstaten. Ook deelt ze subsidies uit en investeert in andere Europese landen. De meeste landen binnen de unie zijn lid van het verdrag van Schengen. Dit regelt het vrije vervoer van goederen, mensen en geld in die landen. Hierdoor hebben we geen merkbare grenzen en kunnen we overal in Europa gaan wonen en werken.