Podcast
Questions and Answers
Wat bestudeert de algemene psychologie?
Wat bestudeert de algemene psychologie?
- Verschillen tussen persoonlijke kenmerken van individuen.
- Afwijkend gedrag en psychische stoornissen.
- Gedrag en gedragsprocessen van de normale volwassen mens. (correct)
- Het effect van erfelijkheid op het gedrag.
Welke invalshoek legt de nadruk op de rol van erfelijkheid en het zenuwstelsel?
Welke invalshoek legt de nadruk op de rol van erfelijkheid en het zenuwstelsel?
- Cognitieve invalshoek.
- Humanistische invalshoek.
- Biologische invalshoek. (correct)
- Psychodynamische invalshoek.
Wat is een kenmerk van de humanistische invalshoek?
Wat is een kenmerk van de humanistische invalshoek?
- Focust op de onderdrukte emoties en onbewuste reacties.
- Legt de nadruk op persoonlijke groei en zelfontplooiing. (correct)
- Analyseert de interacties tussen mensen in sociale contexten.
- Zoekt naar verklaringen van gedrag op basis van genen.
Wat bestudeert de sociale psychologie?
Wat bestudeert de sociale psychologie?
Welke aanpak maakt gebruik van inzichten uit verschillende psychologische stromingen?
Welke aanpak maakt gebruik van inzichten uit verschillende psychologische stromingen?
Waarom zijn gestructureerde letters beter te onthouden dan losse letters?
Waarom zijn gestructureerde letters beter te onthouden dan losse letters?
Wat is de belangrijkste conclusie van het Kippen-experiment van Köhler?
Wat is de belangrijkste conclusie van het Kippen-experiment van Köhler?
Wat wordt bedoeld met cue afhankelijke herinnering?
Wat wordt bedoeld met cue afhankelijke herinnering?
Wat was het resultaat van het duikexperiment van Godden & Baddeley?
Wat was het resultaat van het duikexperiment van Godden & Baddeley?
Wat is het Zeigarnik effect?
Wat is het Zeigarnik effect?
Welke factor heeft de grootste invloed op de taakspanning en motivatie bij het onthouden?
Welke factor heeft de grootste invloed op de taakspanning en motivatie bij het onthouden?
Welke situational factor beïnvloedt het onthouden van herinneringen volgens de inhoud?
Welke situational factor beïnvloedt het onthouden van herinneringen volgens de inhoud?
Welke van de volgende factoren is niet relevant voor geheugenvorming?
Welke van de volgende factoren is niet relevant voor geheugenvorming?
Wat gebeurt er met de taakspanning als een taak onderbroken wordt nadat het subject ermee is begonnen?
Wat gebeurt er met de taakspanning als een taak onderbroken wordt nadat het subject ermee is begonnen?
Wat ontdekte Freud over de herinneringen aan traumatische gebeurtenissen?
Wat ontdekte Freud over de herinneringen aan traumatische gebeurtenissen?
Wat was de conclusie van Rozenzweig’s onderzoek naar de herinnering van onaangename herinneringen?
Wat was de conclusie van Rozenzweig’s onderzoek naar de herinnering van onaangename herinneringen?
Hoe beïnvloeden emoties de kans om te onthouden?
Hoe beïnvloeden emoties de kans om te onthouden?
Wat is kenmerkend voor flitsherinneringen?
Wat is kenmerkend voor flitsherinneringen?
Wat is een gevolg van het vaker bespreken van herinneringen?
Wat is een gevolg van het vaker bespreken van herinneringen?
Welke uitspraak sluit het beste aan bij de bevindingen van recent onderzoek over sterk emotioneel gekleurde gebeurtenissen?
Welke uitspraak sluit het beste aan bij de bevindingen van recent onderzoek over sterk emotioneel gekleurde gebeurtenissen?
Hoe beïnvloedt de onderbreking van een taak de taakspanning?
Hoe beïnvloedt de onderbreking van een taak de taakspanning?
Wat is de rol van REM-slaap volgens Robert Stickgold?
Wat is de rol van REM-slaap volgens Robert Stickgold?
Wat vond Stickgold over de deelnemers die niet sliepen na het leren?
Wat vond Stickgold over de deelnemers die niet sliepen na het leren?
Welke theorie beschrijft de moeilijkheid om informatie op te halen naarmate het geheugen voller is?
Welke theorie beschrijft de moeilijkheid om informatie op te halen naarmate het geheugen voller is?
Wat gebeurt er bij retro-actieve inhibitie?
Wat gebeurt er bij retro-actieve inhibitie?
Wat is de conclusie van het onderzoek van Matthew Walker over lichte slaap aan het einde van de nacht?
Wat is de conclusie van het onderzoek van Matthew Walker over lichte slaap aan het einde van de nacht?
Welke uitspraak over diepe slaap is juist?
Welke uitspraak over diepe slaap is juist?
Wat toont het experiment over retro-actieve inhibitie aan?
Wat toont het experiment over retro-actieve inhibitie aan?
In het onderzoek naar slaap en leren, welke groep werkte beter na een nacht slaap?
In het onderzoek naar slaap en leren, welke groep werkte beter na een nacht slaap?
Wat wordt bedoeld met 'proceduraal geheugen'?
Wat wordt bedoeld met 'proceduraal geheugen'?
Wat is priming in de context van geheugen?
Wat is priming in de context van geheugen?
Wat zijn affecten in psychologische termen?
Wat zijn affecten in psychologische termen?
Wat veronderstelt het stomings- en affect-priming-effect?
Wat veronderstelt het stomings- en affect-priming-effect?
Wat beschrijft 'selectieve aandacht'?
Wat beschrijft 'selectieve aandacht'?
Wat is de rol van motivatie volgens de gegeven informatie?
Wat is de rol van motivatie volgens de gegeven informatie?
Wat is het belangrijkste kenmerk van 'elaboratieve codering'?
Wat is het belangrijkste kenmerk van 'elaboratieve codering'?
Wat houdt infantiele amnesie in?
Wat houdt infantiele amnesie in?
Study Notes
Geheugen
- Honderd letters die een zin vormen worden makkelijker onthouden dan honderd losstaande letters.
- De structuur wordt beter onthouden dan de onderdelen.
- Kippen experiment van Köhler:
- Fase 1: 2 bakjes (lichtgrijze met voedsel, donkergrijze zonder voedsel)
- Kippen lopen na een tijd direct naar het lichtgrijze bakje.
- Fase 2: 2 bakjes (lichtgrijze met voedsel, nog lichter grijze zonder voedsel).
- Alle kippen rennen naar het nog lichter grijze bakje.
- Interpretatie: kippen vergeten snel de elementen van de structuur, maar onthouden de verhouding tussen elementen
- Cue-afhankelijke herinnering:
- Herinneringen worden geactiveerd door cues (aanwijzingen) in de context
- Expliciete herinnering is afhankelijk van de overeenkomst tussen codering en het herinneringsproces, dit verklaart waarom onze herinnering sterk contextafhankelijk is
- Duikers experiment (Godden & Baddeley):
- Duikers leren 40 woorden op het strand of in het water.
- Herinneringstest op het strand of in het water.
- Resultaten: Woorden geleerd op het strand werden beter herinnerd op het strand, woorden geleerd in het water werden beter herinnerd in het water.
Taakspanning en motivatie
- Experiment met afgeronde en niet-afgeronde taken (Zeigarnik):
- Groep A en B krijgen 20 eenvoudige taken.
- 10 taken worden onderbroken en de deelnemers worden gevraagd om door te gaan naar de volgende taak.
- Resultaten: De onderbroken taken worden makkelijker en beter herinnerd dan de voltooide taken.
- Het Zeigarnik-effect:
- Taakspanning ontstaat bij het starten van een taak, gericht op de voltooiing.
- Deze spanning blijft bestaan tot de taak is voltooid en neemt dan af.
- Motivationele betrokkenheid zorgt ervoor dat deze taken beter worden onthouden.
- Taakspanning is groter als de taak direct na het starten wordt onderbroken, later onderbreken leidt tot lagere spanning.
Hevige emoties en herinneringen
- "Sterk emotioneel gekleurde gebeurtenissen worden vergeten":
- Freud ontdekte dat patiënten zich traumatische gebeurtenissen uit de kindertijd niet spontaan konden herinneren
- Freud en de psychoanalyse: Verdrongen, onbewust gemaakt, het psychisme beschermt tegen bewuste herinnering van onaangename ervaringen.
- Onderzoek Rozenzweig:
- Twee groepen, 20 taken waarvan 10 onderbroken, deelnemers werden verteld dat de onderbreking een slechte prestatie betekende.
- Onderzoeksvraag: Worden onaangename herinneringen (mislukkingen) minder gemakkelijk herinnerd dan aangename ervaringen (succes)?
- Resultaten: deelnemers konden meer voltooide taken of successen opsommen dan onvoltooide taken of mislukkingen.
- "Sterk emotioneel gekleurde gebeurtenissen worden zelden vergeten":
- Recent onderzoek ondersteunt de bevindingen van Freud en Rozenzweig niet.
- Mensen vergeten dit soort gebeurtenissen alleen in zeer uitzonderlijke gevallen.
- Bij sterk gekleurde herinneringen speelt de flitsherinnering (door Brown en Klick benoemd) een rol.
- Persoonlijke betekenis bepaalt de duurzaamheid van een herinnering.
- Flitsherinneringen blijven langer dan alledaagse gebeurtenissen, zelfs als ze vervagen of vergeten worden.
- Redenen voor het onthouden van emotionele gebeurtenissen:
- Vaker bespreken of overdenken, versterkt het geheugenbeeld.
- Emoties vergroten de kans op onthouden.
- Dit kan voor sommigen het dagelijks leven verstoren.
- Maximale geheugenconsolidatie vindt plaats na niet-REM slaap, gevolgd door REM slaap.
- Hersenactiviteit tijdens REM-slaap vertoont gelijkenissen met hersenactiviteit tijdens het leren.
- Experiment naar de invloed van nachtrust op het leerproces (Robert Stickgold):
- 24 deelnemers werden getraind om de oriëntatie van een computerpatroon te bepalen.
- De helft mocht na afloop slapen, de andere helft niet.
- Resultaten: deelnemers die sliepen presteerden na één nacht slaap 25% beter en sneller.
- Deelnemers die niet mochten slapen gingen niet vooruit.
- Diepe slaap wordt gebruikt om feiten of gebeurtenissen op te slaan (bewust herinneren).
- REM-slaap wordt gebruikt voor het inbedden van kennis in het grotere geheel.
- Uitspraak: "Diepe slaap maakt je slim, REM-slaap maakt je wijs."
- Lichte slaap aan het einde van de nacht is belangrijk voor het aanleren van motorische vaardigheden (procedureel geheugen).
- Slapen overdag kan helpen om beter te presteren.
Interferentietheorie
- Deze theorie beweert dat het geheugen permanent is, maar het ophalen van informatie moeilijker wordt 'hoe voller' het geheugen is.
- Retro-actieve inhibitie: nieuwe informatie verdringt bestaande informatie.
- Experiment met retro-actieve inhibitie:
- Fase 1: Inprenten lijst A
- Fase 2: Inprenten lijst B
- Fase 3: Reproductie van lijst A
- Resultaten: de experimentele groep betoonde sterke retroactieve inhibitie van lijst B op het reproduceren van lijst A.
- Experiment met retro-actieve inhibitie:
Psychologie
- Structuralisme: Zoektocht naar bouwstenen en de structuur van de menselijke psyche.
- Functionalisme: De vraag hoe bewustzijn ons kan helpen om dagelijkse problemen efficiënter te hanteren (John Dewey).
- Biologische invalshoek: De rol van erfelijkheid, zenuwstelsel en het endocriene stelsel in ons gedrag.
- Evolutionaire invalshoek: Verklaring zoeken voor ons gedrag via onze voorouders.
- Cognitieve invalshoek: Op zoek naar mentale processen die ons gedrag beïnvloeden.
- Psychodynamische invalshoek: Sterke energie in onze psyche. Verdrongen zaken veroorzaken sterke onbewuste reacties. Slaap is de oplossing.
- Humanistische invalshoek: Persoonlijke groei, zelfontplooiing en het idee dat mensen van nature goed zijn.
- Eclectisch werken: Inzichten uit verschillende stromingen gebruiken.
- Algemene psychologie: Bestudeert gedrag en gedragsprocessen van de normale volwassen mens.
- Differentiële-, persoonlijkheids- en individuele psychologie: Bestudeert verschillen tussen mensen in relatief permanente persoonlijkheidskenmerken.
- Psychopathologie: Bestudeert afwijkend gedrag, het gedrag van de psychisch gestoorde mens.
- Sociale psychologie: Bestudeert het gedrag van mens (en dier) als sociale wezens in interactie met soortgenoten.
- Toegepaste psychologie: Gebruik van kennis en inzichten om de verhouding tussen mens en omgeving zo optimaal mogelijk te houden.
- Beschrijvende methodes: Onderzoekers mogen gedrag beschrijven, maar geen oorzakelijke verklaringen geven.
Geheugen
- Procedureel geheugen/spiergeheugen: Vaardigheden.
- Automatisch geheugen: Stimulus-koppeling-stimulus
- Priming: Verwerving van perceptuele kennis, als gevolg van eerdere prestatie van een stimulus.
- Emotioneel geheugen: Emotionele betekenissen die je aan een object geeft.
- Elaboratieve codering: Nieuwe informatie moet grondig en diep worden verwerkt om te koppelen aan bestaande informatie.
- Infantiele amnesie: Geen herinneringen voor de periode voor je 3e levensjaar.
Stemming, Temperament en Karakter
- Stemming is een algemene affectieve toestand, positief of negatief, beïnvloedend psychische processen en gedrag.
- Temperament is aangeboren neiging tot bepaalde stemmingen en reactiepatronen op prikkeling.
- Karakter/persoonlijkheid: Temperament groeit door interactie met de omgeving uit tot karakter. Keuzes in het leven bepalen de ontwikkeling van het karakter tot persoonlijkheid.
Aandacht en Affecten
-
Affect-priming: Een stemming werkt als een prime die informatie die aansluit bij de stemming gemakkelijker toegankelijk maakt in het geheugen.
-
Selectieve aandacht: Stemming stuurt aandacht, focus op enkele onderdelen.
-
Selectieve codering: Interpretatieschema's die aansluiten bij de stemming worden sneller gebruikt.
-
Social outlook-principe: Rekening houden met de verwachte sociale uitkomst.
-
Affecten: Emoties en stemmingen.
-
Motivatie: Processen die betrekking hebben op:
- De aanzet tot
- De richting van
- Het volhouden van lichamelijke en psychische activiteiten.
-
Instinkten: Aangeboren biologische gedragspatronen die essentieel zijn voor overleving.
-
Drijfveren: Verklaring voor gedrag om een biologische behoefte te bevredigen.
Studying That Suits You
Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.
Related Documents
Description
Test je kennis over de mechanismen van geheugen en herinnering. Dit quizje behandelt belangrijke concepten zoals cue-afhankelijke herinnering en experimentele onderzoeken zoals het kippenexperiment en het duikersexperiment. Ontdek hoe structuur en context invloed hebben op ons geheugen.