Primaire en Secundaire Immuunreacties

Choose a study mode

Play Quiz
Study Flashcards
Spaced Repetition
Chat to Lesson

Podcast

Play an AI-generated podcast conversation about this lesson
Download our mobile app to listen on the go
Get App

Questions and Answers

Wat is het primaire doel van een adaptieve immuunrespons naast het klaren van een infectie?

  • Het direct vernietigen van pathogenen door middel van fagocytose.
  • Het verlagen van de lichaamstemperatuur om de groei van pathogenen te remmen.
  • Het activeren van het complementsysteem voor snelle inflammatie.
  • Het vormen van een specifiek immunologisch 'geheugen' om toekomstige infecties sneller te bestrijden. (correct)

Waarom duurt het opwekken van een adaptieve immuunrespons tegen een nieuw pathogeen relatief lang?

  • Omdat het pathogeen zich eerst in voldoende mate moet vermenigvuldigen.
  • Omdat het lichaam eerst specifieke T- en B-cellen moet selecteren en activeren. (correct)
  • Omdat het aangeboren immuunsysteem de adaptieve respons eerst moet activeren.
  • Omdat er eerst een grote hoeveelheid antilichamen geproduceerd moet worden.

Waarom worden kinderen gevaccineerd met verzwakte of dode vormen van ziekteverwekkers?

  • Om direct antilichamen aan te maken die de ziekte kunnen bestrijden.
  • Om het adaptieve immuunsysteem specifieke immuniteit te laten opbouwen zonder de schadelijke effecten van de ziekte. (correct)
  • Om het aangeboren immuunsysteem te trainen, zodat het sneller kan reageren.
  • Om de ziekteverwekkers te verzwakken, zodat ze minder schadelijk zijn.

Welke cellen presenteren antigenen aan naïeve T-cellen in de lymfeklieren?

<p>Dendritische cellen, macrofagen en B-cellen (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is de functie van CD28 bij de activatie van naïeve T-cellen?

<p>Costimulatie die het antigeen-specifieke signaal versterkt. (B)</p> Signup and view all the answers

Welke cytokine produceren Th1-cellen voornamelijk?

<p>IFN-γ (D)</p> Signup and view all the answers

Welk proces ondergaan B-cellen na activatie door Tfh-cellen?

<p>Isotype switching en somatische hypermutatie (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is het belangrijkste verschil tussen IgM en IgG antistoffen?

<p>IgM is het eerste antistof dat wordt geproduceerd en heeft een lage affiniteit, IgG heeft een hogere affiniteit en is betrokken bij opsonisatie en complementactivatie (C)</p> Signup and view all the answers

Wat is de functie van perforine en granzymen bij cytotoxische T-cellen (CTL's)?

<p>Het induceren van apoptose in geïnfecteerde cellen. (A)</p> Signup and view all the answers

Welke effectorfunctie van B-cellen voorkomt dat virussen en toxines cellen infecteren?

<p>Neutralisatie (A)</p> Signup and view all the answers

In welke organen ontstaan geheugen-T-cellen tijdens een primaire immuunrespons?

<p>In de secundaire lymfoïde organen (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is het belangrijkste kenmerk van geheugen-B-cellen in vergelijking met naïeve B-cellen?

<p>Ze hebben een hogere affiniteit voor antigenen door eerdere affiniteitsrijping. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat produceren langlevende plasmacellen in het beenmerg?

<p>Jarenlang antilichamen zonder herhaalde antigeenstimulatie. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is een belangrijk verschil tussen de primaire en secundaire immuunrespons?

<p>De secundaire respons wordt gekenmerkt door de directe productie van hoog-affiene antistoffen. (D)</p> Signup and view all the answers

Welk type immuniteit wordt geïnduceerd door vaccins?

<p>Adaptieve immuniteit (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is het effect van boosterinjecties op de antilichaamrespons?

<p>Ze verbeteren de antilichaamrespons. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is isotype switching?

<p>Het proces waarbij geactiveerde B-cellen hun antilichaamklasse veranderen zonder de antigeenspecificiteit te veranderen. (B)</p> Signup and view all the answers

Waarom is een snelle secundaire immuunrespons zo belangrijk bij herinfectie?

<p>Omdat het pathogeen sneller wordt geëlimineerd voordat de ziekte kan veroorzaken. (B)</p> Signup and view all the answers

Welke bewering beschrijft het beste de rol van dendritische cellen (DC) bij de initiatie van de adaptieve immuunrespons?

<p>DC presenteren antigeen aan T-cellen in de lymfeklieren en geven instructies voor de immuunrespons. (C)</p> Signup and view all the answers

Hoe beïnvloedt affiniteitsrijping (Engels: affinity maturation) de werking van antilichamen?

<p>Het verhoogt de affiniteit van antilichamen voor hun antigeen. (D)</p> Signup and view all the answers

Flashcards

Adaptieve immuniteit

De afweerlijn waarbij de respons is afgestemd op het type pathogeen.

Effector functie

De functie van T- en B-cellen die infecties opruimen.

Memory cellen

Specifiek immunologisch 'geheugen' in de vorm van T- en B-cellen.

Primaire immuunrespons

Immuunrespons tegen een pathogeen waarmee het lichaam nog nooit contact heeft gehad.

Signup and view all the flashcards

Vaccinatie

Verzwakte of dode vormen van microben om immuniteit op te bouwen zonder ziekte.

Signup and view all the flashcards

Deelprocessen immuunrespons

De belangrijkste processen van de primaire, adaptieve T- en B-celrespons.

Signup and view all the flashcards

Antigeen-presenterende cellen (APC's)

Cellen die antigenen opnemen en presenteren aan T-cellen.

Signup and view all the flashcards

Naïeve CD4+ T-helpercellen

Cellen die antigenen herkennen gebonden aan MHC-klasse II.

Signup and view all the flashcards

Naïeve CD8+ cytotoxische T-cellen

Cellen die antigenen herkennen gebonden aan MHC-klasse I.

Signup and view all the flashcards

Antigeenspecifieke TCR-activatie

Eerste signaal voor T-celactivatie door antigeen gepresenteerd door een APC.

Signup and view all the flashcards

Costimulatie CD28

Tweede signaal voor T-celactivatie via B7/CD86 op DC/APC.

Signup and view all the flashcards

Polarisatie T-lymfocyt respons

Differentiatie van T-lymfocyten op basis van het type pathogeen.

Signup and view all the flashcards

Th1-cellen

Cellen die macrofagen en CD8+ T-cellen stimuleren tegen intracellulaire pathogenen.

Signup and view all the flashcards

Th2-cellen

Cellen die B-cellen activeren en eosinofielen bij parasitaire infecties.

Signup and view all the flashcards

Th17-cellen

Cellen die de activatie van neutrofielen stimuleren om schimmels en extracellulaire bacteriën te bestrijden.

Signup and view all the flashcards

Tfh-cellen

Cellen die essentieel zijn voor B-celrijping.

Signup and view all the flashcards

Isotype switching

Proces waarbij B-cellen van antilichaamklasse veranderen.

Signup and view all the flashcards

Affiniteitsrijping

Proces waarbij B-cellen met hogere bindingsaffiniteit worden geselecteerd.

Signup and view all the flashcards

Neutralisatie

Antilichamen binden aan antigenen en voorkomen zo infectie.

Signup and view all the flashcards

Agglutinatie

Antilichamen binden aan celgebonden antigenen en klonteren pathogenen samen.

Signup and view all the flashcards

Study Notes

Primaire en Secundaire Immuunreacties

  • Het verworven immuunsysteem wordt ingeschakeld als de eerste afweerbarrières en het aangeboren immuunsysteem een infectie niet kunnen voorkomen.
  • Een adaptieve immuunrespons leidt tot het ontstaan van specifiek immunologisch geheugen in de vorm van antigeen-specifieke geheugen T- en B-cellen.
  • Bij herhaaldelijke blootstelling aan dezelfde microbe treedt een snelle en efficiënte immuunrespons op, waardoor infectie wordt voorkomen.
  • Het opwekken van een adaptieve immuunrespons tegen een 'nieuw' pathogeen duurt relatief lang, van enkele dagen tot een week.
  • In extreme gevallen kan de infectie leiden tot de dood, vooral bij kleine kinderen, als de primaire immuunrespons te traag is.
  • Vaccinatie met verzwakte of dode microben stelt het adaptieve immuunsysteem in staat rustig specifieke immuniteit op te bouwen.
  • De verworven immuniteit is effectief tegen de actieve (levende) vorm van de microben, waardoor men na vaccinatie beschermd is.
  • Immuniteit kan ook op volwassen leeftijd op natuurlijke wijze worden verkregen, bijvoorbeeld door vaccinatie ter voorbereiding op een reis.

Leerdoelen

  • Het kunnen benoemen van de belangrijkste deelprocessen van een primaire, adaptieve T- en B-celrespons.
  • Het kunnen samenvatten hoe de effectorfuncties van T- en B-cellen bijdragen aan de eliminatie van een infectie.
  • Het op hoofdlijnen kunnen beschrijven hoe immunologisch geheugen ontstaat.
  • Het kunnen benoemen van de functionele verschillen tussen primaire en secundaire immuunresponsen.
  • Het kunnen uitleggen van de consequenties van deze verschillen voor de immuniteit.

Primaire en Adaptieve T- en B-celrespons

  • Het adaptieve immuunsysteem wordt geactiveerd wanneer een pathogeen het lichaam binnendringt en de aangeboren immuniteit de infectie niet kan elimineren.
  • Dendritische cellen (DC’s), macrofagen en B-cellen nemen pathogenen op via fagocytose of receptorgemedieerde endocytose.
  • Antigeen-presenterende cellen (APC's) breken pathogenen af en presenteren peptiden via MHC-moleculen op hun celmembraan.
  • Naïeve T-cellen migreren naar de secundaire lymfoïde organen en komen in contact met APC's.
  • Naïeve CD4+ T-helpercellen (Th-cellen) herkennen antigenen gepresenteerd op MHC-klasse II moleculen.
  • Naïeve CD8+ cytotoxische T-cellen (Tc-cellen) herkennen antigenen gepresenteerd op MHC-klasse I moleculen.

Activatie en Proliferatie van T-cellen

  • De mature DC levert 4 signalen aan de naïeve T-lymfocyt in de lymfeknoop.
  • De T-celreceptor (TCR) bindt aan het antigeen dat wordt gepresenteerd door een APC (signaal 1).
  • Costimulatie van CD28 op de naïeve T-cel door B7/CD86 op DC/APC (signaal 2).
  • Costimulatie CD28 versterkt signaal 1.
  • De Th/Tc lymfocyten differentiëren met gewenste cytokine productie afgestemd op het soort pathogeen (signaal 3).
  • CD4+ Th-cellen differentiëren in verschillende subsets, afhankelijk van de cytokinen in de omgeving.
  • Th1-cellen produceren IFN-γ en stimuleren macrofagen en CD8+ T-cellen tegen intracellulaire pathogenen.
  • Th2-cellen produceren IL-4 en IL-5 en bevorderen activatie van B-cellen en eosinofielen tegen parasieten.
  • Th17-cellen produceren IL-17 en stimuleren neutrofielen om schimmels en extracellulaire bacteriën te bestrijden.
  • Tfh-cellen produceren IL-21 en helpen B-cellen bij isotype switching en affiniteitsrijping.
  • CD8+ Tc-cellen worden geactiveerd en differentiëren tot cytotoxische T-lymfocyten (CTL's) die geïnfecteerde cellen doden.
  • Effector T-lymfocyten worden naar de infectiehaard geleid door chemokines van DC's (signaal 4).

B-celactivatie en antilichaamproductie

  • Door Tfh-cellen geactiveerde B-cellen ondergaan isotype switching en somatische hypermutatie.
  • B-cellen binden direct aan vrije antigenen in de lymfeklieren of milt via hun B-celreceptor (BCR).
  • Isotype switching en somatische hypermutatie leiden tot productie van verschillende soorten antistoffen.
  • IgM is de eerste geproduceerde antistof met een lage affiniteit.
  • IgG heeft een hoge affiniteit en is betrokken bij opsonisatie en complementactivatie.
  • IgA is essentieel voor mucosale immuniteit.
  • IgE is belangrijk bij allergieën en parasitaire infecties.
  • Geactiveerde B-cellen differentiëren in plasmacellen (produceren grote hoeveelheden antilichamen) of in langlevende geheugen-B-cellen.

Effectorfuncties van T- en B-cellen

  • De effectorfuncties van T- en B-cellen zorgen voor de eliminatie van een infectie.

Effectorfuncties van T-cellen

  • CD8+ cytotoxische T-cellen (CTL's) doden geïnfecteerde cellen via perforine en granzymen, of Fas-FasL-interactie, en doden virus- en kankercellen.
  • CD4+ Th1-cellen produceren IFN-γ, activeren macrofagen en stimuleren productie van opsoniserende IgG's, en gaan endosomale pathogenen tegen.
  • CD4+ Th2-cellen produceren IL-4, 5 en 13, stimuleren B-cellen tot IgE-productie, en helpen bij de bestrijding van parasieten door activatie van mestcellen en eosinofielen.
  • CD4+ Th17-cellen produceren IL-17, stimuleren activatie van neutrofielen, en gaan bacteriën en schimmels tegen.
  • Tfh-cellen produceren IL-21 dat essentieel is voor de vorming van kiemcentra en B-celrijping.

Effectorfuncties van B-cellen

  • Neutralisatie: Antilichamen binden aan virussen en toxinen en voorkomen dat ze cellen infecteren.
  • Agglutinatie: Antilichamen binden aan celgebonden antigenen en klonteren pathogenen samen, waardoor ze makkelijker te herkennen en te verwijderen zijn door macrofagen.
  • Precipitatie: Antilichamen binden aan oplosbare antigenen en vormen grote immuuncomplexen, waardoor ze makkelijker te herkennen en te verwijderen zijn door macrofagen.
  • Opsonisatie: IgG activeert fagocytose door macrofagen en stimuleert neutrofielen (eat-me signaal).
  • Complementactivatie: IgM en IgG kunnen het complementsysteem activeren, wat leidt tot versterkte fagocytose (Cb3), ontstekingsreacties en directe lysis van pathogenen (MAC).
  • Mucosale immuniteit: IgA voorkomt hechting van pathogenen aan epitheelcellen in de darm en luchtwegen.

Ontstaan van immunologisch geheugen

  • Geheugen-T-cellen ontstaan in de secundaire lymfoïde organen tijdens de primaire respons en ze kunnen zich snel delen en differentiëren bij een tweede infectie.
  • Geheugen-B-cellen hebben een hogere affiniteit door eerdere affiniteitsrijping, en produceren snel grote hoeveelheden IgG, IgA of IgE bij herinfectie.
  • Langlevende plasmacellen migreren naar het beenmerg en produceren jarenlang antilichamen zonder herhaalde antigeenstimulatie.

Functionele verschillen tussen primaire en secundaire immuunrespons

  • De primaire respons kenmerkt zich door trage activatie van naïeve B- en T-cellen, antistoffen met lagere affiniteit, en de vorming van geheugen-B- en geheugen-T-cellen.
  • De secundaire respons kenmerkt zich door een snellere en krachtigere reactie, directe productie van hoog-affiene IgG, IgA of IgE, en snellere eliminatie van het pathogeen, vaak zonder symptomen.
  • Een secundaire respons is sneller, sterker en effectiever door een groter aantal aanwezige geheugencellen, snellere activatie en antilichamen met een hogere affiniteit.

Consequenties voor immuniteit

  • Een geheugenrespons voorkomt ziekteverschijnselen bij herinfectie.
  • Vaccins induceren immunologisch geheugen zonder infectie en booster-injecties verbeteren de antilichaamrespons.
  • Sommige vaccins bieden levenslange immuniteit zonder constante blootstelling aan het pathogeen.

Immunologisch geheugen en de secundaire immuunrespons

  • De primaire respons genereert effectorcellen, moleculen om de infectie snel te beëindigen en bouwt immunologisch geheugen op, bestaande uit langlevende geheugen-T- en B-cellen.
  • Vaccinatie maakt gebruik van immunologisch geheugen door toediening van een verzwakte/geïnactiveerde vorm van een pathogeen.
  • Het echte pathogeen wordt geëlimineerd door de secundaire immuunrespons.

Antilichamen na de primaire immuunrespons

  • Na het beëindigen van een infectie blijven er een aantal maanden hoge niveaus van pathogeenspecifieke antilichamen in het bloed en de weefsels aanwezig, geproduceerd door plasmacellen in het beenmerg en onder epitheliale oppervlakken, wat beschermende immuniteit biedt.
  • Bescherming bereikt neutralisatie, opsonisatie en complementactivatie.

Langdurige immuniteit

  • De meeste plasmacellen hebben een korte levensduur, waardoor de hoeveelheid antilichamen in de circulatie afneemt.
  • Langlevende plasmacellen in het beenmerg produceren jarenlang antilichamen en worden in leven gehouden door interactie met stromale cellen en cytokine IL-6.
  • De aanwezigheid van deze langlevende plasmacellen zorgt ervoor dat een volgende infectie direct geconfronteerd wordt met hoog-affiene antilichamen, waardoor het pathogeen vaak al kan worden geëlimineerd vóórdat een nieuwe adaptieve immuunrespons nodig is.

Ontstaan van langlevende geheugen-T- en B-cellen

  • Ook als is er al sprake van primair immuniteit kan een vaccin helpen door de effectiviteit te verbeteren.
  • Tijdens de primaire immuunrespons worden niet alleen effector cellen aangemaakt, maar ook de Geheugen T en B cellen!
  • Deze cellen worden geproduceerd in de secundaire lymfoïde organen.
  • De geheugen T cellen ontstaan uit geactiveerde naieve T cellen
  • Geheugen B cellen ondergaan affiniteits rijping

Studying That Suits You

Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.

Quiz Team

Related Documents

Use Quizgecko on...
Browser
Browser