Podcast
Questions and Answers
Wat is een belangrijke karakteristiek van Weber's bureaucratie?
Wat is een belangrijke karakteristiek van Weber's bureaucratie?
- Directe communicatie tussen niveaus
- Onpersoonlijke toepassing van regels (correct)
- Flexibele rolverdeling
- Informele selectie van personeel
Wat motiveert medewerkers om initiatief te nemen binnen een organisatie?
Wat motiveert medewerkers om initiatief te nemen binnen een organisatie?
- Strenge controle door management
- Vrijheid in planning en uitvoering (correct)
- Beperkte communicatiemogelijkheden
- Ongestructureerde werkmethodes
Welke benadering stelt dat organisaties verschillend zijn en verschillende managementtechnieken vereisen?
Welke benadering stelt dat organisaties verschillend zijn en verschillende managementtechnieken vereisen?
- Classificatiebenadering
- Contingentiebenadering (correct)
- Bureaucratische benadering
- Kwantitatieve benadering
Welke van de volgende factoren is geen veelvoorkomende contingentievariabele?
Welke van de volgende factoren is geen veelvoorkomende contingentievariabele?
Wat beschrijft het open systeem binnen het kwantitatieve management?
Wat beschrijft het open systeem binnen het kwantitatieve management?
Wat wordt niet als een probleem beschouwd bij het gebruik van kwantitatief management?
Wat wordt niet als een probleem beschouwd bij het gebruik van kwantitatief management?
Welke uitspraak beschrijft de essentie van arbeidsdeling binnen bureaucratie?
Welke uitspraak beschrijft de essentie van arbeidsdeling binnen bureaucratie?
Wat is het belangrijkste bezit van een organisatie volgens de hedendaagse benadering?
Wat is het belangrijkste bezit van een organisatie volgens de hedendaagse benadering?
Welke benadering bevordert deelname aan het veranderingsproces voor medewerkers?
Welke benadering bevordert deelname aan het veranderingsproces voor medewerkers?
Wat is een belangrijk doel van training in organisatieontwikkeling?
Wat is een belangrijk doel van training in organisatieontwikkeling?
Wat wordt bedoeld met 'geprogrammeerde besluitvorming'?
Wat wordt bedoeld met 'geprogrammeerde besluitvorming'?
Welke techniek richt zich op het verbeteren van de samenwerking tussen verschillende functies binnen een organisatie?
Welke techniek richt zich op het verbeteren van de samenwerking tussen verschillende functies binnen een organisatie?
Wat is het doel van een organisatie confrontatie meeting?
Wat is het doel van een organisatie confrontatie meeting?
Wat is een kenmerk van het rationele besluitvormingsmodel?
Wat is een kenmerk van het rationele besluitvormingsmodel?
Waarom is 'onderhandeling' belangrijk tijdens veranderingen in een organisatie?
Waarom is 'onderhandeling' belangrijk tijdens veranderingen in een organisatie?
Welke tactiek is het minst effectief in het verlagen van weerstand tijdens veranderingen?
Welke tactiek is het minst effectief in het verlagen van weerstand tijdens veranderingen?
Wat is een kenmerk van het burn-outsyndroom?
Wat is een kenmerk van het burn-outsyndroom?
Hoe draagt institutionele theorie bij aan de overleving van een organisatie?
Hoe draagt institutionele theorie bij aan de overleving van een organisatie?
Wat is een gevolg van het vroegtijdig verouderingssyndroom?
Wat is een gevolg van het vroegtijdig verouderingssyndroom?
Wat is een effectief middel om het burn-outsyndroom te voorkomen?
Wat is een effectief middel om het burn-outsyndroom te voorkomen?
Welke factor is NIET relevant voor het bepalen van het optimale groeimaximum?
Welke factor is NIET relevant voor het bepalen van het optimale groeimaximum?
Welke uitspraak over het burn-outsyndroom is fout?
Welke uitspraak over het burn-outsyndroom is fout?
Wat verstaat men onder inertia in een organisatie?
Wat verstaat men onder inertia in een organisatie?
Welke van de volgende kenmerken wijst op het vroegtijdig verouderingssyndroom?
Welke van de volgende kenmerken wijst op het vroegtijdig verouderingssyndroom?
Wat houdt standaardisatie van output in?
Wat houdt standaardisatie van output in?
Welke rol houdt in dat een manager beslissingen neemt op basis van kansen en problemen?
Welke rol houdt in dat een manager beslissingen neemt op basis van kansen en problemen?
Wat is een kenmerk van directe supervisie?
Wat is een kenmerk van directe supervisie?
Welke ontwerpparameter betreft het clusteren van werknemers tot units?
Welke ontwerpparameter betreft het clusteren van werknemers tot units?
Wat is een gevolg van verticale decentralisatie?
Wat is een gevolg van verticale decentralisatie?
Welke rol zorgt ervoor dat een manager informatie verspreidt?
Welke rol zorgt ervoor dat een manager informatie verspreidt?
Welk aspect speelt een rol in de coördinatie van taken binnen een organisatie?
Welk aspect speelt een rol in de coördinatie van taken binnen een organisatie?
Welke rol houdt verband met het verkrijgen van informatie vanuit plekken binnen en buiten de organisatie?
Welke rol houdt verband met het verkrijgen van informatie vanuit plekken binnen en buiten de organisatie?
Wat is een belangrijk kenmerk van de matrixstructuur in organisaties?
Wat is een belangrijk kenmerk van de matrixstructuur in organisaties?
Welke uitdaging kan zich voordoen in een horizontale organisatie?
Welke uitdaging kan zich voordoen in een horizontale organisatie?
Wat zijn de belangrijkste voordelen van een horizontale organisatie?
Wat zijn de belangrijkste voordelen van een horizontale organisatie?
Wat is typisch voor een holle organisatie?
Wat is typisch voor een holle organisatie?
Hoe kunnen teams binnen een horizontale organisatie het beste worden gemanaged?
Hoe kunnen teams binnen een horizontale organisatie het beste worden gemanaged?
Wat was een belangrijke ontwikkeling in het derde tijdperk van organisatieontwerp?
Wat was een belangrijke ontwikkeling in het derde tijdperk van organisatieontwerp?
Welke factor heeft bijgedragen aan de hervorming van interne grenzen in organisaties?
Welke factor heeft bijgedragen aan de hervorming van interne grenzen in organisaties?
Wat is een principe van het ontwerpen van een horizontale organisatie?
Wat is een principe van het ontwerpen van een horizontale organisatie?
Study Notes
Stabiliteit van de aanstelling van personeel
- Management dient personeelsplanning te organiseren en te zorgen voor adequate vervanging.
Initiatief
- Medewerkers die initiatief mogen nemen, zullen meer moeite doen.
Esprit de corps
- Teamsfeer dient gestimuleerd te worden.
Bureaucratie
- Theorie ontwikkeld door Weber. Kenmerken:
- Arbeidsdeling / gespecialiseerde taken: functies zijn opgedeeld in simpele, routine taken.
- Autoriteit van hiërarchie: posities zijn georganiseerd.
- Formele selectie van technische competentie: mensen worden geselecteerd op basis van technische kwalificaties.
- Onpersoonlijkheid: uniforme regels en controles.
- Carrièreoriëntatie: managers zijn professioneel.
- Formele regels en voorschriften: systeem van geschreven regels en procedures.
Eigentijdse benadering
- Organisatiegedrag onderzoekt de acties van mensen op het werk.
- Mensen zijn het belangrijkste bezit van een organisatie.
- Productiviteit wordt meer beïnvloed door psychologische en sociale factoren dan door fysieke omstandigheden.
Kwantitatief Management
- Maakt gebruik van wiskundige methoden om managementproblemen op te lossen.
- Niet geschikt voor niet-routinematige en onvoorspelbare beslissingen.
- Twee basissystemen:
- Gesloten systemen: geen interactie met de omgeving.
- Open systeem: wel interactie met de omgeving.
Contigentiebenadering
- Organisaties variëren.
- Verschillende situaties vereisen verschillende managementmethoden
- Situationele benadering.
- Vier contigentievariabelen:
- Grootte van de organisatie
- Mate van routinetaken
- Onzekerheid van de omgeving
- Tactieken van organisatieontwikkeling
Tactieken voor organisatieontwikkeling
- Technieken om weerstand tegen verandering te verminderen:
- Onderwijs en communicatie.
- Deelname en machtsdeling.
- Vergemakkelijking.
- Onderhandeling.
- Dwang.
Organisatieveranderingstechnieken
- Adviseren, gevoeligheidstraining en procesconsultatie: individuen reageren verschillend.
- Teambuilding: verbetering samenwerking teamleden.
- Intergroepstraining: teambuilding om samenwerking tussen functies te verbeteren.
- Organisatiespiegeling: consultant helpt conflicterende groepen hun percepties over elkaar te verbeteren.
- Organisatie confrontatie meeting: alle managers in een vergadering om bevindingen te delen.
Verandering via innovatie, besluitvorming en leren
- Organisatiebesluitvorming: proces van reageren op een probleem door zoeken naar en selecteren van een oplossing.
- Typen beslissingen:
- Geprogrammeerde besluitvorming: routinematige procedures.
- Ongeprogrammeerde besluitvorming: creatieve, ongestructureerde beslissingen.
Modellen van besluitvorming
- Rationeel model:
- Probleem identificeren.
- Werkwijzen zoeken/ontwerpen.
- Gevolgen van alternatieven vergelijken en beste oplossing kiezen.
Ontstaan en groei van organisaties
- Life cycle modellen
- Greiner: natuurlijke groei + rationeel management
- Inertia (verstarring): verklarend deelmechanisme.
- Natuurlijke selectie
Institutionele theorie
- Organisaties streven naar legitimiteit.
- Voldoen aan de waarden en normen van de verwachtingen van de omgeving om legitimiteit te verkrijgen en te overleven.
Probst & Raisch: Het falen van succesvolle bedrijven
- Twee oorzaken:
- Burn-outsyndroom
- Vroegtijdig verouderingssyndroom
Burn-outsyndroom
- Grens na welke succesfactoren contraproductief worden.
- Kenmerken:
- Overmatige groei.
- Ongecontroleerde verandering.
- Autocratisch leiderschap.
- Overmatige succescultuur.
Vroegtijdig verouderingssyndroom
- Ontstaat door een gebrek aan succesfactoren.
- Kenmerken:
- Stagnerende groei.
- Voorzichtige/ uitgestelde verandering.
- Zwak leiderschap.
- Ontbreken van succescultuur.
Factoren van belang voor de syndromen
- Duurzame groei: positief effect.
- Bepalen groeimaximum:
- Financiële indicatoren.
- Marktindicatoren.
- Standaardisatie van output.
- Standaardisatie van vaardigheden.
- Directe supervisie.
- Onderlinge afstemming.
Managementrollen (Mintzberg)
- Interpersoonlijke rollen:
- Boegbeeld.
- Leider.
- Liaison.
- Informatieve rollen:
- Informatieverstrekking
- Woordvoerder.
- Toezichthouder.
- Besluitvormende rollen:
- Ondernemer.
- Verhandelaar.
- Verdeler van bronnen.
- Probleemoplosser.
Structuur toolbox
- Specialisatie (devision of labor)
- Coördinatie van taken
- Decentralisatie
- Macht
- Contingenties
Ontwerpparameters voor structuur
- Afdelingsgroepering/ unit grouping: werknemers geclusterd in units.
- Afdelingsgrootte/ unit size: aantal posities in een afdeling.
- Verticale decentralisatie: mate van delegatie van beslissingsbevoegdheid.
- Divisiestructuur: afdelingen gebaseerd op organisatorische output.
- Matrixstructuur: combinatie van verticale en horizontale structuur.
Tweede tijdperk (jaren ’80): Horizontale organisatie
- Beperkingen van traditionele ontwerp.
- Herinrichten van interne grenzen voor betere coördinatie en communicatie.
- Ontwerpprincipes:
- Organiseer complete werkprocessen in plaats van aparte taken.
- Teams voor management van activiteiten.
- Teamleiders voor intern procesmanagement.
- Directe klant/leverancier-contact.
- Expertise van buitenaf indien nodig.
Voordelen van horizontale organisaties
- Snelle communicatie.
- Verbeterde klantrespons.
- Snellere organisatielering.
- Breder perspectief, flexibiliteit en rolontwikkeling.
Nadelen van horizontale organisaties
- Trefwedstrijden tussen traditionele afdelingen.
- Moeilijkheid om activiteiten te scheiden in proces- en non-procesfuncties.
- Verwaarlozing van niet-horizontale onderdelen.
- Beperkingen op functionele specialisatie.
Derde tijdperk (jaren ’90): Holle, modulaire, virtuele organisaties
- Snelle verbeteringen in communicatietechnologie.
- Openere interne en externe grenzen.
- Ontwikkeling van nieuwe organisatietypen: holle, modulaire, virtuele organisatie
Holle organisatie
- Uitbesteden van diverse onderdelen van het werk.
- Kostenverlaging en exploitatie van de markt.
- Ontwerpprincipes:
- Effectieve en flexibele grensvlakken.
- Contracten met uitgevoerde partijen die stimulansen aansluiten.
Studying That Suits You
Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.
Related Documents
Description
Dit quiz behandelt de fundamenten van organisatiegedrag, inclusief personeel planning, initiatief, en de rol van bureaucratie. Ontdek hoe teamsfeer en formele regels bijdragen aan de effectiviteit van een organisatie. Test je kennis over belangrijke managementconcepten en hun implementatie.