Fysiologie: Ademhaling bij dieren
40 Questions
0 Views

Choose a study mode

Play Quiz
Study Flashcards
Spaced Repetition
Chat to Lesson

Podcast

Play an AI-generated podcast conversation about this lesson

Questions and Answers

Wat is de primaire functie van fysiologie volgens de gegeven informatie?

  • Het ontwikkelen van nieuwe medicijnen voor de behandeling van ziekten.
  • Het onderzoeken van de normale werking van organen zoals het hart en de longen. (correct)
  • Het bestuderen van de interactie tussen verschillende diersoorten.
  • Het analyseren van de genetische samenstelling van organismen.

Wat voor transportmechanisme is van toepassing op de uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide tijdens de ademhaling?

  • Actief transport, waarbij energie nodig is om de gassen te verplaatsen.
  • Diffusie, een passief proces gebaseerd op concentratiegradienten. (correct)
  • Osmose, waarbij water de gassen meeneemt.
  • Gefaciliteerde diffusie, met behulp van transporteiwitten.

Welke aanpassing in de longen optimaliseert de diffusiesnelheid van gassen?

  • Vergroten van de diffusieafstand.
  • Verlagen van het temperatuurverschil.
  • Vergroten van het diffusieoppervlak. (correct)
  • Verkleinen van het diffusieoppervlak.

Wat is de functie van de keelholte in het ademhalingsstelsel?

<p>Verbinding tussen neusholte en strottenhoofd. (B)</p> Signup and view all the answers

Welke ademhalingsspier is voornamelijk verantwoordelijk voor rustige inademing?

<p>Het diafragma (middenrif). (A)</p> Signup and view all the answers

Wat gebeurt er met het diafragma tijdens inademing?

<p>Het diafragma spant aan en beweegt omlaag. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is de functie van kraakbeenringen in de trachea?

<p>Het openhouden van de luchtweg. (A)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende structuren is de primaire locatie voor gasuitwisseling in de longen?

<p>Alveoli (longblaasjes) (C)</p> Signup and view all the answers

Wat is de rol van surfactant in de alveoli?

<p>Het verlagen van de oppervlaktespanning om te voorkomen dat de alveoli inklappen. (A)</p> Signup and view all the answers

Welk effect heeft surfactant op de compliantie van de alveoli?

<p>Het verhoogt de compliantie, waardoor de alveoli makkelijker opblazen. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat gebeurt er bij een pneumothorax?

<p>Er komt lucht in de pleuraholte, waardoor de long inklapt. (C)</p> Signup and view all the answers

Wat is de betekenis van het ademrustniveau?

<p>Het evenwicht tussen de neiging van de long om samen te vallen en de thorax om uit te zetten. (D)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende beweringen is correct over rustige ademhaling?

<p>Inademing is actief en uitademing is passief. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is het doel van spirometrie?

<p>Het meten van longvolumes en luchtstroomsnelheden. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat is de benaderende waarde van het teugvolume (tidal volume) bij rustige ademhaling?

<p>0,5 liter (D)</p> Signup and view all the answers

Wat is de definitie van Vitale Capaciteit (VC)?

<p>De maximale hoeveelheid lucht die na een maximale inademing kan worden uitgeademd. (B)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende longvolumes kan NIET direct gemeten worden met een spirometer?

<p>Residuvolume (RV) (D)</p> Signup and view all the answers

Hoe wordt het residuvolume (RV) bepaald?

<p>Berekend met de heliumverdunningsmethode. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is een voorbeeld van de partiële druk van zuurstof (PO2) in de buitenlucht?

<p>160 mm Hg (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is de benaderende waarde van de partiële druk van koolstofdioxide (PCO2) in alveolaire lucht?

<p>40 mm Hg (B)</p> Signup and view all the answers

Hoeveel procent van de zuurstof wordt getransporteerd door hemoglobine in het bloed?

<p>Meer dan 98% (C)</p> Signup and view all the answers

Wat is het effect van de Wet van Bohr?

<p>Verminderde affiniteit van hemoglobine voor zuurstof bij lagere pH. (A)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende structuren bevat myoglobine?

<p>Spiercellen (A)</p> Signup and view all the answers

Hoe wordt de meeste koolstofdioxide (CO2) in het bloed getransporteerd?

<p>Als bicarbonaat-ionen (HCO3-) (C)</p> Signup and view all the answers

Waar bevinden zich de centrale chemoreceptoren die de ademhaling reguleren?

<p>In de medulla oblongata (D)</p> Signup and view all the answers

Wat is de primaire stimulus voor centrale chemoreceptoren om de ademhaling te stimuleren?

<p>Verhoging van de koolstofdioxidespanning (PaCO2) in de hersenen (B)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende factoren stimuleert de perifere chemoreceptoren?

<p>Verlaagde arteriële zuurstofspanning (PaO2) (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is de functie van carboanhydrase in het transport van koolstofdioxide?

<p>Het katalyseert de omzetting van koolstofdioxide en water in koolzuur. (B)</p> Signup and view all the answers

Waar bevindt zich het ademhalingscentrum in de hersenen?

<p>Medulla oblongata en pons (C)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende gaswetten beschrijft het verband tussen de partiële druk van een gas en de diffusiesnelheid ervan?

<p>De wet van Fick (A)</p> Signup and view all the answers

Stel dat een patiënt een longziekte heeft die de elasticiteit van de longen vermindert. Welke longvolume of capaciteit zal waarschijnlijk het meest afnemen?

<p>Vitale capaciteit (VC) (A)</p> Signup and view all the answers

Een persoon bevindt zich op grote hoogte, waar de zuurstofspanning lager is dan op zeeniveau. Welke van de volgende aanpassingen zal op lange termijn waarschijnlijk optreden?

<p>Toename van het aantal rode bloedcellen (A)</p> Signup and view all the answers

Een patiënt heeft een aandoening waarbij de alveolaire wanden verdikt zijn. Hoe beïnvloedt dit de gasuitwisseling?

<p>De gasuitwisseling wordt belemmerd doordat de diffusieafstand toeneemt. (A)</p> Signup and view all the answers

Stel dat een persoon een spirometrie-test ondergaat. Welke van de volgende factoren kan de resultaten beïnvloeden?

<p>Alle bovenstaande (A)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende aandoeningen wordt gekenmerkt door een verhoogde compliantie van de longen, waardoor de longen te gemakkelijk opblazen, maar moeilijk leeglopen?

<p>Emfyseem (A)</p> Signup and view all the answers

Een premature baby heeft vaak ademhalingsproblemen direct na de geboorte. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak hiervan?

<p>Een tekort aan surfactant (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is de rol van de pleura visceralis?

<p>Het is de buitenbekleding van de long. (A)</p> Signup and view all the answers

Iemand heeft een afwijkende spirometrie-uitkomst. Het FEV1/VC ratio neemt af. Wat is de meest waarschijnlijke aandoening die deze persoon heeft?

<p>Obstructieve longziekte (A)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende beweringen over de samenstelling van uitgeademde lucht in vergelijking met ingeademde lucht is correct?

<p>Uitgeademde lucht bevat een lagere concentratie zuurstof en een hogere concentratie koolstofdioxide. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is het effect van koorts op de zuurstofdissociatiecurve van hemoglobine?

<p>De curve verschuift naar rechts, wat de affiniteit voor zuurstof vermindert (C)</p> Signup and view all the answers

Flashcards

Wat is fysiologie?

De leer der levensverrichtingen

Wat is ademhaling?

Aanvoer van O2 naar het lichaam en afvoer van CO2 uit het lichaam.

Hoe wordt diffusiesnelheid bepaald?

De snelheid van diffusie is afhankelijk van de diffusiecoëfficiënt, het oppervlak, en de verschil in partiële druk, maar omgekeerd evenredig met de diffusieafstand.

Hoe optimaliseer je diffusie?

Door de diffusieafstand te minimaliseren en het diffusieoppervlakte te maximaliseren.

Signup and view all the flashcards

Wat is pH-handhaving?

Het handhaven van een constante pH in het lichaam.

Signup and view all the flashcards

Wat zijn de belangrijkste onderdelen van de anatomie van de ademhaling?

De luchtpijp, keelholte, strottenhoofd en de slokdarm

Signup and view all the flashcards

Welke spieren zijn betrokken bij de ademhaling?

Externe en interne tussenribspieren, diafragma, spieren van nek en borstbeen, buikspieren

Signup and view all the flashcards

Wat gebeurt er bij inademen?

Spieren contraheren, ribbenkast zet uit, diafragma beweegt omlaag.

Signup and view all the flashcards

Wat gebeurt er bij uitademen?

Spieren ontspannen, ribbenkast wordt kleiner, diafragma beweegt omhoog.

Signup and view all the flashcards

Waar wordt de trachea(luchtpijp) door verstevigd?

Kraakbeenringen.

Signup and view all the flashcards

Wat is nauw verweven?

Alveoli en capillairen.

Signup and view all the flashcards

Hoe wordt de oppervlaktespanning in de alveoli verlaagd?

Type II pneumocyten scheiden surfactant af, waardoor oppervlaktespanning verlaagd wordt.

Signup and view all the flashcards

Wat doet surfactant?

Het verhoogt de compliantie en voorkomt dat kleine alveoli leeglopen.

Signup and view all the flashcards

Wat is de druk van de buitenlucht?

0

Signup and view all the flashcards

Wat is een pneumothorax?

Wanneer de pleuraholte lek raakt, waardoor de long kan inklappen.

Signup and view all the flashcards

Wat leren we van een pneumothorax?

Longen willen van nature samenvallen en thorax wil van nature uitzetten.

Signup and view all the flashcards

Wat is het ademrustniveau?

De long en de thorax trekken even hard aan elkaar.

Signup and view all the flashcards

Hoe verloopt rustige ademhaling?

Inademing is actief, uitademing is passief.

Signup and view all the flashcards

Wat is spirometrie?

Een methode om longvolumes te meten.

Signup and view all the flashcards

Wat is het teugvolume bij rustige ademhaling?

Teugvolume bij rustige ademhaling is ongeveer 0,5 L.

Signup and view all the flashcards

Hoe meet je ERV en FRC?

ERV met spirometer, FRC met heliumverdunning.

Signup and view all the flashcards

Wat is de samenstelling van de buitenlucht?

Buitenlucht bevat ongeveer 21% zuurstof en 0,04% koolstofdioxide.

Signup and view all the flashcards

Wat is de samenstelling van longenlucht?

Longenlucht heeft een lagere PO2 en hogere PCO2 dan buitenlucht.

Signup and view all the flashcards

Hoe verloopt de gasuitwisseling in de longen?

Zuurstof diffundeert van alveoli naar bloed, koolstofdioxide van bloed naar alveoli.

Signup and view all the flashcards

Hoe wordt zuurstof getransporteerd in het bloed?

Meeste zuurstof wordt getransporteerd gebonden aan hemoglobine, klein deel opgelost in plasma.

Signup and view all the flashcards

Wat is het Bohr-effect?

Effect waardoor hemoglobine makkelijker zuurstof afgeeft bij lage pH.

Signup and view all the flashcards

Wat is myoglobine?

Hemoglobine in spiercellen

Signup and view all the flashcards

Waar bind myoglobine zich aan?

Het transport van o2 in spiercellen

Signup and view all the flashcards

Hoe wordt koolstofdioxide getransporteerd in het bloed?

Koolstofdioxide wordt getransporteerd als bicarbonaat, gebonden aan hemoglobine, en opgelost in plasma.

Signup and view all the flashcards

Waar bevindt zich het ademhalingscentrum?

In de medulla oblongata en pons.

Signup and view all the flashcards

Welke groepen neuronen zijn onderdeel van het ademhalingscentrum?

DRG, PRG, VRG.

Signup and view all the flashcards

Wat zijn perifere chemoreceptoren?

Glomus caroticum en glomera aortica.

Signup and view all the flashcards

Waarop reageren perifere chemoreceptoren?

PO2, pH, PCO2.

Signup and view all the flashcards

Waar bevinden zich centrale chemoreceptoren?

In de medulla oblongata.

Signup and view all the flashcards

Hoe reageren centrale chemoreceptoren op PCO2?

Indirect, via veranderingen in pH.

Signup and view all the flashcards

Study Notes

Ademhaling: Regulering van vorm en functie van dieren

  • Ronald Wilders van het AMC, Afdeling Medische Biologie geeft deze HC Fysiologie op dinsdag 4 februari 2025, van 9-11 uur in SP L1.02.
  • Fysiologie is de leer der levensverrichtingen, inclusief de normale werking van hart en longen.
  • De colleges fysiologie omvatten:
    • Ademhaling (dinsdag 4 februari, 9-11 uur).
    • Hart & Circulatie (donderdag 6 februari, 15-17 uur).
    • Spijsvertering (maandag 10 februari, 13-15 uur).
    • Urogenitaal Systeem (maandag 17 februari, 13-15 uur).
    • Meer colleges Fysiologie van Rob de Heus omvatten endocrinologie en zenuwstelsel.
  • De behandelde topics zijn: Structuur en functie, ademmechanica, spirometrie, gastransport, ademregulatie.

Ademhaling in mens en dier

  • Ademhaling omvat de aanvoer van O2 uit de omgeving en de afvoer van CO2 naar de omgeving.
  • Dit gebeurt altijd via diffusie, zonder actief transport van O2 of CO2.
  • De diffusiesnelheid (Q) wordt bepaald door:
    • Diffusiecoëfficiënt (D), afhankelijk van temperatuur.
    • Verschil in partiële gasdruk (ΔP).
    • Diffusieafstand (L).
    • Diffusieoppervlak (A).
  • De wet van Fick stelt dat Q = (D x A x ΔP) / L.

Optimalisatie van diffusie in het dierenrijk

  • Optimalisatie van diffusie omvat het minimaliseren van L en het maximaliseren van A.

Ademhaling in de mens

  • Ademhaling in de mens omvat de aanvoer van O2 en afvoer van CO2, handhaving van de pH (CO2 + H2O ⇆ H+ + HCO3-).
  • Bescherming tegen ongewenste stoffen via reiniging van de buitenlucht vindt ook plaats, evenals het produceren van geluid door luchtstroming langs de stembanden.
  • Effectieve ademhaling is onmogelijk zonder circulatie, aangezien het circulerende bloed O2 en CO2 transporteert.

Anatomie van het ademhalingsstelsel

  • Belangrijke structuren omvatten de keelholte (pharynx), het strottenhoofd (larynx), de slokdarm (esophagus), de luchtpijp (trachea) en de strotklepje (epiglottis).

Ademhalingsspieren

  • Rustige ademhaling is een actief proces bij inademing (voornamelijk door het diafragma) en een passief proces bij uitademing (terugveren van de longen).
  • Belangrijke spieren zijn de spieren van nek en borstbeen, de externe en interne tussenribspieren, het diafragma, en de buikspieren

Beweging van ribben en diafragma

  • Bij inademing zetten de ribben uit door het aanspannen van de ribspieren en contracteert het diafragma, waardoor het naar beneden beweegt.
  • Bij uitademing ontspannen de ribspieren, worden de ribben kleiner en ontspant het diafragma, waardoor het omhoog beweegt.

Bronchogram

  • Het bronchogram toont de trachea, carina, linker en rechter primaire bronchus en andere bronchiale structuren

Structuur van de luchtwegen

  • De kraakbeenringen verstevigen de trachea.

Functionele structuur

  • Alveoli en capillairen zijn nauw met elkaar verweven voor gasuitwisseling.
  • De alveolocapillaire membraan, bestaande uit alveolaire vloeistof, epitheelcellen, basaalmembraan en capillaire endotheelcellen, faciliteert diffusie.

Rol van surfactant

  • Watermoleculen trekken elkaar aan, waardoor oppervlaktespanning ontstaat in de alveoli.
  • Kleine alveoli hebben van nature de neiging leeg te lopen.
  • Surfactant, geproduceerd door type II pneumocyten, verlaagt de oppervlaktespanning, vooral in kleine alveoli.
    • Dit verhoogt de compliantie (opblaasbaarheid) van de alveoli en voorkomt dat kleine alveoli leeglopen in grotere alveoli.

Werking surfactant

  • Surfactant verhoogt de compliantie van alveoli en voorkomt het leeglopen van kleine alveoli in grote alveoli.

Luchtwegen als buizenstelsel

  • De luchtwegen vertakken zich meer dan 22 keer, eindigend in clusters van alveoli.

Overgang in structuur

  • Het epitheel, slijmklieren en gladde spieren veranderen van structuur naarmate de luchtwegen overgaan van conductief naar respiratoir.

Longvolume

  • De longen bevatten ongeveer 480 miljoen alveoli, met een totaal ademend oppervlak van 50 tot 100 m².

De pleura

  • De pleuraholte is gevuld met ongeveer 8 mL water en bevindt zich tussen de pleura visceralis (buitenbekleding van de long) en de pleura parietalis (binnenbekleding van de thorax).

Druk in de luchtwegen

  • Evangelista Torricelli (1608–1647) demonstreerde de druk van de buitenlucht.
  • De druk van de buitenlucht is 760 mm Hg.
  • 1 mm Hg staat gelijk aan 1,36 cm H2O of 0,136 kPa.

Kerktoren experiment

  • De Amsterdamse Westertoren gebruikte ooit een 27,5 m hoge kwikkolom als drukstandaard.

Pneumothorax

  • Pneumothorax treedt op als de pleuraholte lek raakt, wat leidt tot het samenvallen van de long.
  • De long heeft de neiging van nature samen te vallen, terwijl de thorax de neiging heeft uit te zetten.
  • In rust is er een evenwicht, het ademrustniveau, waarbij de long net zo hard naar binnen wil als de thorax naar buiten.

Ademrustniveau

  • In normale longen in rust zijn alle drukken gerelateerd aan de buitenlucht, waarbij de druk van de buitenlucht op 0 wordt gesteld.

Ademhaling in rust

  • Inademing is een actief proces waarbij de Ppl extra negatief wordt gemaakt, terwijl uitademing passief is, waarbij de longen terugveren.

Spirometrie

  • Spirometrie is een meettechniek voor de hoeveelheid lucht die iemand kan inademen en uitademen.

Spirogram

  • Het teugvolume bij rustige ademhaling is ongeveer 0,5 L.

Spirometrie volumes

  • Het residu volume (RV) kan niet uit het spirogram worden afgelezen.

Bepaling FRC en RV

  • Functional Residual Capacity (FRC) en Residual Volume (RV) kunnen worden bepaald met de heliumverdunningsmethode:
    • Voeg helium (He) toe aan het einde van een rustige uitademing.
    • Bepaal de concentratie van helium ([He]) na vermenging met de longlucht.
    • Bereken de FRC.
  • ERV (Expiratory Reserve Volume) kan worden bepaald met een spirometer.

Gas transport

  • De druk van de buitenlucht is 760 mm Hg.
  • Zuurstof (O2) vertegenwoordigt 21% van de buitenlucht.
  • Koolstofdioxide (CO2) vertegenwoordigt 0,04% van de buitenlucht.
  • Partiële drukken zijn: PO2 = 160 mm Hg en PCO2 = 0,3 mm Hg.

Gases in de longen

  • Buitenlucht vermengt zich met "oude" alveolaire lucht tot een vrijwel constante PO2 van 100 mm Hg en een PCO2 van 40 mm Hg.

Gas transport

  • Alveoli: PO2 = 100 mm Hg, PCO2 = 40 mm Hg perifeer weefsel: PO2 ≤ 40 mm Hg, PCO2 ≥ 46 mm Hg

Zuurstof transport

  • Zuurstoftransport omvat de binding van zuurstof aan hemoglobine in rode bloedcellen.
  • Ongeveer 98% van de zuurstof wordt via hemoglobine getransporteerd, en minder dan 2% is opgelost in plasma.

Gas uitwisseling

  • O2 laat los van hemoglobine in de zuurstofarme weefsels.

Het Bohr effect

  • De O2-dissociatiecurve verschuift naar rechts bij een lagere pH.
  • Dit resulteert in een verminderde binding van O2 aan hemoglobine in een CO2-rijke omgeving, zoals bij metabool actieve cellen.

Soorten hemoglobine

  • Er bestaan verschillende soorten hemoglobine met elk eigen affiniteit.
  • Foetale hemoglobine heeft een hogere affiniteit voor zuurstof in vergelijking met maternale hemoglobine.

Hemoglobine vs Myoglobine

  • Myoglobine heeft een hogere affiniteit voor O2 in vergelijking met Hemoglobine.
  • De affiniteit van zuurstof zorgt ervoor dat hemoglobine zuurstof afgeeft aan myoglobine in spierweefsel.

Koolstof-dioxide transport

  • Koolstofdioxide wordt op diverse manieren getransporteerd, zie de samenvattende tabel.

Neurale aansturing

  • Het ademhalingscentrum bestaat uit groepen neuronen in de medulla oblongata en de pons.
  • De informatie komt van centrale en perifere chemoreceptoren.

Perifere chemoreceptoren

  • Perifere chemoreceptoren bevinden zich in kleine lichaampjes (glomera) in enkele grote arteriën.
  • Glomus caroticum bevindt zich ter hoogte van de sinus caroticus.
  • Glomera aortica bevindt zich tegen de aortaboog aan.

Functie perifere receptoren

  • Perifere chemoreceptoren reageren op veranderingen in arteriële PCO2, PH en PO2.
  • Ze zijn minder belangrijk dan centrale chemoreceptoren.

Centrale chemoreceptoren en CO2

  • Centrale chemoreceptoren zijn belangrijker dan perifere chemoreceptoren!
  • Ze zijn gelegen aan de centrale zijde van de medulla oblongata.
  • Ze reageren indirect op CO2 en waterstof ionen veranderingen in de extracellulaire vloeistof van de medulla.
  • Een hoge PCO2 is de belangrijkste stimulus voor de ademhaling!

Studying That Suits You

Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.

Quiz Team

Related Documents

Description

HC Fysiologie over de ademhaling bij mens en dier, gegeven door Ronald Wilders. Onderwerpen omvatten structuur, functie, ademhalingsmechanica, spirometrie, gastransport en ademhalingsregulatie. Diffusiesnelheid en andere relevante aspecten worden behandeld.

More Like This

Animal Respiration Systems Quiz
10 questions

Animal Respiration Systems Quiz

IndustriousPolynomial avatar
IndustriousPolynomial
Gas Exchange and Dalton's Law Quiz
20 questions
Use Quizgecko on...
Browser
Browser