Algemene Psychologie Inleiding
32 Questions
5 Views

Choose a study mode

Play Quiz
Study Flashcards
Spaced Repetition
Chat to Lesson

Podcast

Play an AI-generated podcast conversation about this lesson

Questions and Answers

Wat is het belangrijkste doel van de psychologie?

  • Het trainen van mensen in sociale vaardigheden
  • Gedrag te begrijpen en verklaren (correct)
  • Het vergroten van mentale activiteit
  • Gedrag te voorspellen

Hoe verschilt wetenschappelijke psychologie van intuïtieve mensenkennis?

  • Wetenschappelijke psychologie maakt gebruik van gecontroleerde situaties (correct)
  • Intuïtieve mensenkennis vereist systematische observaties
  • Wetenschappelijke psychologie is subjectief en alledaags
  • Intuïtieve mensenkennis is altijd objectief

Welke van de volgende stromingen in de psychologie legt de nadruk op de geestelijke structuur van psychische ervaringen?

  • Cognitieve psychologie
  • Structuralisme (correct)
  • Gestaltpsychologie
  • Functionalisme

Wat houdt de cognitieve psychologie voornamelijk in?

<p>De studie van waarneming, geheugen en denken (C)</p> Signup and view all the answers

Wat is een kenmerk van intuïtieve kennis?

<p>Het is vaak toevallig en subjectief (B)</p> Signup and view all the answers

Welke aanpak in de psychologie houdt zich bezig met de functie van gedrag?

<p>Functionalisme (A)</p> Signup and view all the answers

Waarom is systematische observatie belangrijk in de psychologie?

<p>Het geeft objectieve en gecontroleerde gegevens (B)</p> Signup and view all the answers

Welke uitspraak over de hersenen is onjuist?

<p>We gebruiken slechts 10% van onze hersenen. (D)</p> Signup and view all the answers

Welke theorie heeft Sigmund Freud ontwikkeld?

<p>Psychoanalyse (B)</p> Signup and view all the answers

Wat beschrijft het S-O-R-schema in het neobehaviorisme?

<p>Stimulus-Organisme-Respons (C)</p> Signup and view all the answers

Wie is een belangrijke figuur in het structuralisme dat introspectie gebruikte om bewustzijn te bestuderen?

<p>Edward Titchener (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is een kenmerk van de behaviouristische theorie volgens Watson?

<p>Gedragingen zijn het resultaat van een stimulus-responsverbinding. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat illustreerde het experiment van Kleine Albert volgens Watson?

<p>Emoties zijn aangeleerd door associatie. (B)</p> Signup and view all the answers

Welke term wordt in de positieve psychologie gebruikt om geluk te beschrijven?

<p>Geluksarichoek. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is de aandachtspunt van de Gestaltpsychologie?

<p>De som van delen is minder belangrijk dan de totaliteit. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat is een kenmerk van de Gestaltspsychologie?

<p>De nadruk op het geheel in plaats van op de onderdelen. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat toont het experiment met 'Kleine Albert' aan?

<p>Angst kan aangeleerd worden via conditionering. (C)</p> Signup and view all the answers

Wat was een doelstelling van het functionalisme in de psychologie?

<p>Begrijpen van de functie van mentale processen. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat is een van de kritiekpunten op de biologische en erfelijke basis in de sociologie?

<p>Het verwaarloost culturele invloeden. (A)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende beschrijvingen hoort bij neobehaviorisme?

<p>Erkenning van innerlijke processen naast gedrag. (A)</p> Signup and view all the answers

Welk experiment wordt vaak in verband gebracht met de demonstratie van klassieke conditionering?

<p>Klein Albert experiment van Watson. (D)</p> Signup and view all the answers

Welke methode werd gebruikt door Titchener binnen het structuralisme?

<p>Introspectie en het stellen van vragen. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat was een belangrijke conclusie van de evolutiepsychologie?

<p>Partnerkeuze kan beïnvloed worden door biologische factoren. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat was een belangrijke focus van fysiologische psychologie?

<p>Alle psychologische aspecten zijn onlosmakelijk verbonden met fysiologische processen. (C)</p> Signup and view all the answers

Wat beschrijft de experimentele methode in onderzoek?

<p>Het systematisch manipuleren van variabelen om effecten te observeren. (C)</p> Signup and view all the answers

Wat is een belangrijke stap in de empirische cyclus?

<p>Het formuleren van hypotheses en het verzamelen van gegevens. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat kan een gevolg zijn van het kijken naar agressieve films?

<p>Wijzigingen in hoe iemand bepaalde gedragingen vertoont. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat beschrijft het verschil tussen de experimentele en de controle groep?

<p>De experimentele groep ontvangt de behandeling, de controle niet. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is de rol van correlatie in gedragsonderzoek?

<p>Het helpt bij het ontdekken van mogelijke verbanden tussen variabelen. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat omvat de term 'interactie-effect'?

<p>De samenwerking van twee variabelen die een verschillend effect veroorzaken. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is een voorwaarde voor het testen van een hypothese?

<p>Er moeten genoeg resultaten zijn om conclusies te trekken. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat is een voornaamste doelstelling binnen psychologisch onderzoek?

<p>Het vergaren van empirisch bewijs en het testen van theorieën. (A)</p> Signup and view all the answers

Flashcards

Psychologie

De wetenschap die zich bezighoudt met gedrag en mentale processen van individuen. Het doel is om gedrag te begrijpen en te verklaren.

Intuïtieve mensenkennis

Onze intuïtieve kennis is gebaseerd op persoonlijke ervaringen, is vaak onbewust en werkt in de dagelijkse omgang.

Wetenschappelijke psychologie

Wetenschappelijke psychologie verschilt van intuïtieve kennis doordat het systematisch gegevens verzamelt en verbanden zoekt.

Methode in de psychologie

Een wetenschappelijke theorie moet empirisch getoetst worden met behulp van een methode. De methode kan beschrijvend, verkennend of verklarend zijn.

Signup and view all the flashcards

Structuralisme

Het structuralisme in de psychologie richt zich op de structuur van mentale ervaringen.

Signup and view all the flashcards

Functionalisme

Het functionalisme in de psychologie richt zich op de doelgerichtheid van gedrag en de functie van de hersenen.

Signup and view all the flashcards

Cognitieve psychologie

De cognitieve psychologie bestudeert hoe we informatie waarnemen, opslaan en gebruiken.

Signup and view all the flashcards

Biologische psychologie

De biologische psychologie bestudeert de rol van biologische factoren in gedrag en mentale processen.

Signup and view all the flashcards

Fysiologische psychologie

De studie van hoe onze hersenen en fysiologische processen onze gedachten, emoties en gedrag beïnvloeden.

Signup and view all the flashcards

Psychofysiologische psychologie

De studie van de wisselwerking tussen mentale processen en fysiologische reacties, zoals hartslag en hersenactiviteit.

Signup and view all the flashcards

Neuropsychologie

De studie van de relatie tussen hersenfunctie en cognitieve processen, zoals denken, leren en geheugen.

Signup and view all the flashcards

Positieve Psychologie

De studie van positieve emoties, karaktertrekken en instituten die welzijn bevorderen.

Signup and view all the flashcards

Behaviorisme

Een leertheorie waarin gedrag wordt gezien als een reactie op stimuli in de omgeving.

Signup and view all the flashcards

Gestaltpsychologie

Een school van psychologie die benadrukt dat onze perceptie van de wereld georganiseerd is in betekenisvolle patronen (Gestalten).

Signup and view all the flashcards

Derde variabele

Wanneer een factor een resultaat beïnvloedt, maar zelf ook beïnvloed wordt door een andere factor.

Signup and view all the flashcards

Verklarende methode

Een systematische manier om te onderzoeken of een bepaalde factor een effect heeft op andere factoren. Meestal worden kwantitatieve gegevens gebruikt.

Signup and view all the flashcards

Experimentele Methode

Onderzoek waar een factor wordt gemanipuleerd om te zien wat het effect is op een andere factor.

Signup and view all the flashcards

Experimentele groep

De groep in een experiment die de gemanipuleerde factor krijgt.

Signup and view all the flashcards

Controle groep

De groep in een experiment die de gemanipuleerde factor niet krijgt.

Signup and view all the flashcards

Interactie-effect in onderzoek

Het onderzoeken van de interactie tussen twee variabelen, waarbij het effect van de ene variabele afhangt van de andere variabele.

Signup and view all the flashcards

Hypothese

Een veronderstelling over een samenhang tussen twee of meer variabelen. Deze wordt vervolgens getest met onderzoek.

Signup and view all the flashcards

Empirische cyclus

Een proces van voortdurende verbetering van kennis door systematisch onderzoek, waarbij bevindingen leiden tot nieuwe vragen, verbeteringen en herzieningen

Signup and view all the flashcards

Dieptepsychologie

De psychologische benadering die zich richt op onbewuste processen, zoals driften en trauma's.

Signup and view all the flashcards

Introspectie

Het onderzoeken van mentale processen door middel van introspectie, waarbij mensen hun eigen gedachten en gevoelens beschrijven.

Signup and view all the flashcards

Het experiment van 'Kleine Albert'

Een experiment waarbij een baby (Albert) angstig werd gemaakt voor een rat door een hard geluid te koppelen aan de rat. Dit toonde aan dat angst kan worden aangeleerd.

Signup and view all the flashcards

Aha-erlebnis

Een psychologisch fenomeen waarbij iemand ineens een oplossing voor een probleem vindt. Dit wordt doorgaans ervaren als een 'aha-erlebnis'.

Signup and view all the flashcards

Study Notes

Algemene psychologie

  • Psychologie is de wetenschappelijke studie van het gedrag en de mentale processen van het individu.
  • Doel: gedrag begrijpen en verklaren.
  • Psychologie combineert wetenschappelijke kennis met intuïtieve menselijke kennis.
  • Intuïtieve menselijke kennis: inzichten uit eigen ervaring, gebruikt in de dagelijkse omgang. Subjectief, toevallig, alledaags.
  • Wetenschappelijk onderzoek: objectief, systematisch, gecontroleerde situaties.
  • Objectieve vaststelling: meetbaar, controleerbaar.
  • Intersubjectiviteit: mate van overeenstemming tussen waarnemers.
  • Systematische observaties: representatief, vermijd toevallige steekproeven.
  • Gecontroleerde situaties: zoveel mogelijk beïnvloedende factoren uitsluiten, laboratoriumexperimenten.
  • Verschillen in zoeken naar samenhang:
    • Intuïtief: oppervlakkig, eenmalig, voldoende voor verband, eenvoudig.
    • Wetenschappelijk: methodisch, bredere theorieën, empirische toetsing, systematisch werken.
  • Beschrijvende methoden:
    • Beschrijvend onderzoek: casestudy's, levert onderzoekbare hypothesen op, maar blijft subjectief en gebaseerd op beperkte gevallen.
    • Verkennend onderzoek: gericht op samenhang en verschillen tussen variabelen, gegevens over individuele participanten gebruiken.
  • Verklarende methoden:
    • Onderzoek naar samenhang en verschillen: gegevens over individuen (kwantitatief en kwalitatief). Variabelen: geslacht, leeftijd, intelligentieniveau.

Verschillende stromingen in de psychologie

  • Amerikaanse en Europese psychologische theorieën:
    • Humanistische psychologie (3de weg): focus op gedrag, psychodynamisch.
      • Maslow (behoeftetheorie)
      • Rogers (cliëntgerichte therapie)
      • Existentialistische thema's (creativiteit, vriendschap, ontbreken).
  • Hedendaagse Stromingen in Psychologie
  • Cognitieve psychologie: studie van waarneming, geheugen, denken, theorieën.
  • Biologische psychologie: biologische en erfelijke grondslagen van typisch menselijk gedrag.
    • Ethologie: onderzoek gedrag van dieren.
  • Evolutionaire psychologie: studie van gedrag in context van evolutie.
  • Fysiologische psychologie: invloed fysiologische processen op gedrag, bijv. depressie.
  • Psychofysiologisch onderzoek: verband psychologie en fysiologie, bijv. angst.
  • Neuropsychologie: effect hersenen op gedrag.
  • Positieve psychologie: welzijn, duurzame groei en geluk.
  • Humanistische psychologie: Focus op groei, zelfactualisatie, positieve gevoelens, geluk.

Experimenten in psychologie (Onderzoek)

  • Empirische wetenschappelijke methoden.
  • Wetenschappelijke studie van bewustzijn/Introspectie; structuur van bewustzijn.
  • Structuralisme (1879-1920): onderzoek naar bewustzijn, gebruik van introspectie in experimenten.
  • Functionalisme: Amerikaans perspectief, focus op doel en functie van geest, oplossen van problemen.
  • Behaviorisme (Watson, Pavlov): stimulus-responsverbindingen.
  • Klassieke conditionering (Pavlov): stimulus-respons associatie.
  • Operante conditionering (Skinner): effect van belonen en straffen op gedrag.
  • Behavioristisch perspectief: observerbaar gedrag, leren, reacties.
  • Neo-behaviorisme (Robert Woodworth): innerlijke processen (gedachten, emoties, wensen). S-O-R schema.

Dieptepsychologie

  • Psychoanalyse (Freud): onbewuste processen/drijfveren, gedrag vanuit persoonlijke ervaringen.
  • Ontdekking van het onbewuste.
  • Gestaltpsychologie: de menselijke geest creëert een betekenisvolle perceptie van de werkelijkheid, meer dan de som van de delen.
  • Köhler: meer dan reactie op stimuli.
  • Toepassingen op sociale psychologie, groepsdynamica.

Ontwikkeling van de psychologie

  • Voorgeschiedenis: intuïtieve psychologische kennis, mythes, filosofische ideeën.
  • Directe voorgeschiedenis: ontwikkeling van wetenschappelijk denken. Descartes, Rationalisme, Dualisme. Locke, Empirisme, Tabula Rasa.
  • Wetenschappelijke inzichten over bewustzijn, cognitie en menselijke gedrag.

Verbanden zoeken in onderzoek

  • Correlatie onderzoek: identificeren van verbanden.
  • Hypothese: voorlopige veronderstelling over verband.
  • Empirische toetsing: hypothesen testen met data.
  • Experimenten: het beïnvloeden van variabelen om hun effect op andere variabelen te meten, om oorzakelijke verbanden te vinden.
  • Controlevariabelen: variabelen die gecontroleerd worden in een experiment om contaminatie te vermijden (bijv., geslacht)
  • Manipulatie: bewust veranderen van variabele(n).
  • Experimentele groep en controlegroep.
  • Interactie-effect: de effecten van 2 variabelen op elkaar.

Emperische cyclus

  • Hypothese formuleren.
  • Data verzamelen.
  • Data analyseren.
  • Hypothese evalueren en eventueel aanpassen.

Psychologie en temperatuur

  • Effect van temperatuur op cognitief functioneren.
  • Onderzoek naar verband temperatuur-cognitieve prestatie.

Studying That Suits You

Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.

Quiz Team

Related Documents

Algemene Psychologie HC1 PDF

Description

Dit quiz vraagt naar de basisprincipes van de algemene psychologie, waaronder de verschillen tussen intuïtieve en wetenschappelijke kennis. Verken belangrijke concepten zoals gedrag, mentale processen en de rol van systematische observaties. Test je kennis over de methoden en doelen van psychologisch onderzoek.

More Like This

Algemene Psychologie - Basisprincipes
32 questions
Use Quizgecko on...
Browser
Browser