Praktijkgericht Onderzoek 1 (PXL) PDF

Summary

This document appears to be part of a course, "Praktijkgericht Onderzoek 1 (Hogeschool PXL)", but it is not a complete exam paper. It includes definitions and examples related to research methods, possibly from the social sciences or educational context.

Full Transcript

lOMoARcPSD|42729624 Praktijkgericht onderzoek Praktijkgericht Onderzoek 1 (Hogeschool PXL) Scannen om te openen op Studocu Studocu wordt niet gesponsord of ondersteund door een hogeschool of universiteit Gedownload door Henry Winter ([email protected]...

lOMoARcPSD|42729624 Praktijkgericht onderzoek Praktijkgericht Onderzoek 1 (Hogeschool PXL) Scannen om te openen op Studocu Studocu wordt niet gesponsord of ondersteund door een hogeschool of universiteit Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 ! Examen: o.b.v. een WE artikel vragen beantwoorden  Niet volledig leesbaar; structuur goed kennen zodat je weet waar je moet gaan zoeken (P 63) Inleiding tot praktijkgericht onderzoek: De onderzoekscyclus Hoorcollege 1: Inleiding Hoofdstuk 1 1. WAT IS WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK? Definitie Wetenschappelijk onderzoek is een doelgericht proces, waarbij de onderzoeker op een systematische manier, betrouwbare en geldige gegevens (of data) verzamelt en analyseert, om onderzoeksvragen te beantwoorden, die vertrekken vanuit een probleemstelling, en uitspraak doen over de werkelijkheid. ! Doelgericht proces; Vastgestelde doel in ons achterhoofd houden ! Systematiek; Nagedacht hoeveel mensen er nodig zijn Het nodige meetinstrument Hoe analyses doen, niet zomaar beginnen Is dit wetenschappelijk onderzoek? dia 6-7-8 1.1 FUNDAMENTEEL WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK Definitie Fundamenteel of theoriegericht onderzoek is gericht op wetenschappelijke theorievorming, ofwel het vergroten van de algemene kennis over hoe de wereld en het menselijke gedrag in elkaar zitten. (Roose & Meuleman, 2018) Voorbeeld dia 11  Gebaseerd om kennis te verwerven (gebrek kennis)  Doel= niet om in de praktijk er iets mee te gaan doen  Maar… er kunnen wel probleemoplossingen uit voortvloeien  Doelpubliek = academisch  Kan uitmonden in een nieuwe theorie = een systematische verklaring voor hoe een bepaald verschijnsel of proces werkt dia 13-14 Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 1.2 PRAKTIJKGERICHT WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK Definitie Praktijkgericht onderzoek heeft als doel om via kennis bij te dragen aan het oplossen van praktische (maatschappelijke) problemen. (Roose & Meuleman, 2018) Voorbeeld dia 15  Probleem komt vanuit het praktijk  Samenwerking met het werkveld Bv hulpverleners weten niet hoe om te gaan met jongeren met mishandeling; meer te weten komen over de jongeren  Info gehaald uit fundamenteel wetenschappelijk onderzoek  Doelpubliek= personen uit het werkveld; Personen uit het werkveld verder helpen Rapport aanpassen doelpubliek (in het NL i.p.v eng)  Valorisatie houdt in dat wetenschappelijke kennis en ervaring een meerwaarde creëert buiten de onderzoeksomgeving Bv voor de maatschappij, werkveld Op verschillende manieren; rapport, workshop  Fundamenteel versus wetenschappelijk ! Verschil: Fundamenteel onderzoek = kennisgericht Praktijkgericht onderzoek = oplossingsgericht ! Gemeenschappelijk: Allebei wetenschappelijk onderzoek! 2. SOORTEN ONDERZOEK 2.1 LITERATUUR- VERSUS EMPIRISCH ONDERZOEK Literatuuronderzoek= raadplegen om iets te weten te komen over onderzoeksontwerp Empirisch onderzoek= zelf data verzamelen, analyseren door interviews/enquêtes Definitie Literatuuronderzoek is het systematisch verzamelen en bestuderen van bestaande informatie en publicaties over een bepaald onderwerp om een overzicht te krijgen van wat er al bekend over is Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624  Bestaande bronnen = document of werk dat informatie bevat over een bepaald onderwerp (wetenschappelijke artikels, website, boeken, rapporten, filmpjes,..) ; bestaande (wetenschappelijke) literatuur omtrent het onderzoeksonderwerp grondig bestuderen  Resultaat is een literatuurstudie = een tekstueel geheel waarin er een overzicht wordt gegeven wat er al geweten is over het onderwerp in de literatuur  niet beschouwen als samenvatting van elk apart artikel van wat je gelezen hebt, maar een synthese van meerdere artikels in functie van jouw onderzoeksvraag ; verschillende bronnen langs elkaar leggen, confronteren: nieuw geheel tot nieuwe kennis 2 bronnen zeggen dit, maar die zegt dit  Hoe aan de slag? Databanken en slimme zoektermen Geen volle zinnen; kernconcepten, sleutelwoorden Kwaliteitsvolle en bruikbare bronnen? o Actueel Bv werkloosheid; geen bron vd jaren 80 nemen, want toen waren de cijfers hoger (max 10-15 jaar oud) Cijfers: meest recente Bv. depressieve klachten jongeren Uitzondering: theoretische artikels o Relevant In functie van je onderzoeksvraag o Betrouwbaar Peerreview; kwaliteitscontrole andere onderzoekers Andere bronnen dan WE tijdschrift: zelf nagaan Correct verwijzen naar bronnen o Referentiestijl: APA Ethiek, erkenning geven aan de onderzoekers/auteurs o Adhv lijst- (bibliografie) en tekstreferenties Helemaal achteraan paper In de tekst zelf refereren (achternamen auteurs) Definitie Empirisch onderzoek is een doelgericht proces, waarbij de onderzoeker op een systematische manier, betrouwbare en valide gegevens (of data) verzamelt en analyseert, om onderzoeksvragen te beantwoorden, die vertrekken vanuit een probleemstelling, en uitspraak doen over de werkelijkheid Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624  Nieuwe data/gegevens zelf verzamelen en analyseren Bv interview, transcripten, gegevens enquêtes  Bestaande data niet zelf verzamelen, wel analyseren (statistische analyses) Bv Statbel Verschil: WEL vaak met elkaar te maken; Literatuuronderzoek vormt de basis van empirisch onderzoek  vooraleer zelf data verzamelen/analyseren, eerst een litstudie voorafgaan Literatuuronderzoek Empirisch onderzoek Bestaande literatuur/bronnen Nieuwe (of bestaande) data verzamelen en analyseren verzamelen en analyseren  enquêtes die je zelf afneemt of bestaande dataset met cijfermatige gegevens Kan op zichzelf staan, maar vormt Wordt (bijna) altijd vooraf gegaan vaak de basis voor verder door literatuuronderzoek empirisch onderzoek  uitzondering: inductief  uitzondering: review (zeer (‘grounded’) onderzoek; systematisch literatuuronderzoek) geen voorkennis (geen litstudie vooraf) Voorbeeld: review Dia 20 2.2 KWANTITATIEF VERSUS KWALITATIEF ONDERZOEK  Kwantitatief onderzoek: Cijfermatige gegevens verzamelen/woorden die omgezet kunnen worden in cijfers Bv leeftijd, schaal eens - oneens Grote groepen Uitspraken doen over de volledige populatie Doel is om te beschrijven Hoeveel? Hoe? Wat? Bv hoeveel Vlaamse jongeren kampen met depressieve klachten En verklaren (verband – samenhang) Wat is de oorzaak (causaliteit) van een bepaald gevolg; zuiver experiment Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 Meten via een gestructureerd of gestandaardiseerd meetinstrument Bv survey of observatieschema Dezelfde vragen en antwoordmogelijkheden Analyse via berekeningen of statistieken Onderscheid steekproef – populatie Bv aantal depressieve klachten Vl jongeren Populatie= Vlaamse jongeren  Onmogelijk, dus steekproef getrokken uit de populatie Steekproef= 1000 Vlaamse jongeren  Groot mogelijk; hoe groter, hoe meer representatief voor de populatie Grote groepen bevragen met als doel te generaliseren van steekproef naar populatie Oorsprong in positivisme: uitgangspunt dat er één objectief waarneembare en onafhankelijk te meten werkelijkheid is  Bij kwantitatief onderzoek wordt de realiteit als enkelvoudig beschouwd  1 realiteit: objectief of direct gemeten Bv enquête resultaat waar en objectief + weergave realiteit Voorbeeld dia 23  Kwalitatief onderzoek: Rijke informatie over complexe subjectieve ervaringen en belevingen Geen grote groepen bevragen, maar in die diepte ingaan Meer doorvragen Individuen en hun ervaringen proberen ‘verstehen’ - Waarom?  niet één objectieve werkelijkheid Begrijpen/beschrijven van ervaringen Nieuwe thema’s die aan bod kunnen komen in een interview Bv depressieve klachten; hoe beleven jongeren met dep klachten hun schoolervaringen Kleine(re) groepen Niet generaliseren, maar vooral begrijpen Tekstuele gegevens Niet altijd; foto’s, beeldmateriaal,.. Voornamelijk teksten (interview uittypen) Meten via een minder gestructureerd meetinstrument Openheid toelaten Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 ! Invloed van de onderzoeker zelf; meerdere realiteiten, verschillende ervaringen/belevingen  Iedereen heeft eigen ervaringen van de realiteit Bv leerkracht geeft les en haar stem begint moe te worden Voorbeeld dia 23-24  Mixed-methods: Combinatie van kwalitatief & kwantitatief onderzoek in één studie Breed & diepgaand begrip van het onderzoeksonderwerp Bv contactbreuk na scheiding tussen ouder en kind Hoe vaak komt het voor? Survey – kwantitatief Redenen voor contactbreuk: Interviews – kwalitatief Voorbeeld dia 26-27 3. EISEN VOOR WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK  Betrouwbaarheid Hetzelfde resultaat bij herhaaldelijke metingen Niet op toeval gebaseerd  Validiteit Daadwerkelijk meet wat je wilt meten Overeenstemming met de werkelijkheid Voorbeelden dia 29-30-31-32  Kwantitatief onderzoek: reproduceerbaarheidseis Onderzoek goed beschrijven zodat het herhaald kan worden Nagegaan betrouwbaarheid  Kwalitatief onderzoek: verifieerbaarheidseis Verschillende realiteiten/interpretaties; elk interview anders Niet mogelijk om elke keer dezelfde resultaten te bekomen Goed beschrijven zodat het gecontroleerd kan worden Bv een onderzoeker kan de transcripten van de afgenomen interviews ter beschikking stellen en de analyse van de resultaten zo transparant mogelijk beschrijven 4. PRAKTIJKGERICHT ONDERZOEK BINNEN TOEGEPASTE PSYCHOLOGIE Belang  Evidence-based practice: De best mogelijke zorg bieden, gebaseerd op wetenschappelijk bewijs ! Niet zelf altijd onderzoek, maar weten waar die te vinden zijn ! Praktijken aanpassen op dingen die WE onderbouwd zijn  Kwaliteitsverbetering: Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 De kwaliteit van de eigen praktijken verbeteren  Innovatie: Nieuwe praktijken ontwikkelen en bestaande praktijken verfijnen ! WE kennis  Netwerken: Uitwisselen van kennis en ervaringen met collega’s ! In cc met onderzoeker of onderzoeker in cc met praktijk  Dit draagt allemaal bij aan het kunnen bieden van meer effectieve begeleiding en zorg De onderzoekende houding van een psychologisch consulent De psychologisch consulent past psychologisch wetenschappelijk onderbouwde theorieën, methodes en technieken toe, werkt preventief en/of begeleidt de zorggebruiker en zijn systeem waarbij een psychodiagnostisch, counselend en/of coachend proces wordt opgezet, teneinde het welzijn van personen met een zorg- en ondersteuningsnood te bevorderen.  Kunnen baseren op WE onderbouwde theorieën (psychodiagnostiek)  Kritisch wetenschappelijk onderbouwd biopsychosociaal referentiekader  Verzamelt en analyseert zelfstandig relevante informatie  Formuleert toetsbare hypothesen  Kiest de meest geschikte methode(n) en past die op correcte wijze toe om de vooropgestelde hypothesen te toetsen  Volgt (inter)nationale ontwikkelingen  … Toepassingen praktijkgericht onderzoek in welzijn en zorg  Kwaliteitszorg: beeld krijgen van actuele of gewenste situatie/kwaliteit bv. evaluatieonderzoek gewenste kwaliteit zorg in ziekenhuis  Tevredenheidsonderzoek: bv. werknemersbevraging naar tevredenheid van werk in een organisatie  Productontwikkeling: bv. ontwikkeling virtuele zorgassistent  Monitoring: periodieke meting van bepaalde criteria bv. armoede in Vlaanderen (samenlevingsniveau, maar ook kleinere niveaus) Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 Hoorcollege 2: De onderzoekscyclus Hoofdstuk 2 1. DE ONDERZOEKSCYCLUS IN FASEN Definitie De onderzoekscyclus is een stapsgewijs proces dat voor elk onderzoek wordt doorlopen. Hierbij doorloopt de onderzoeker 6 fasen. Het is een cyclisch proces omdat de “laatste” fase bijdraagt aan een nieuwe “eerste fase”. 1.1 PROBLEEMSTELLING EN ONDERZOEKSVRAGEN  Identificeren van onderzoeksonderwerp Bv diagnosticeren dyslexie in kinderen (onderwerp) Breed: specifieker gemaakt worden (probleemstelling)  Duidelijk beschrijven wat het probleem is (literatuur) en waarom is het belangrijk dat we hier mee bezig zijn Stuk tekst einde probleemstelling: en daarom is het belangrijk dat  Specifieke onderzoeksvragen opstellen Hoe specifieker hoe meer je weet als onderzoeker waar je naar toe moet werken Resultaat onderzoek = antwoord op onderzoeksvragen  Relevantie aangeven 1.2 LITERATUURSTUDIE Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624  Onderzoeker verkent literatuur over thema/probleem Wat is er al geweten en niet geweten over het (afgebakende) onderzoeksonderwerp en -vragen? Obv de huidige literatuur een overzicht over wat er al allemaal geweten is/welke kennis onderwerp = Status questionis (of: state-of-the-art)  A.d.h.v. literatuurstudie kan de onderzoeker de onderzoeksvraag nog aanscherpen Wederkerige pijl vorige fase, meer gericht literatuur zoeken  Aparte fase maar ook aanwezig in ander fasen! Komt continue terug 1.3 ONDERZOEKSONTWERP ! niet zomaar beginnen met je interview zonder enig idee  Plan van aanpak Zaken die op voorhand nagedacht moet worden voor de dataverzameling Hoe ga je te werk om een antwoord te kunnen geven op de onderzoeksvraag?  Keuzes gemaakt over van alle zaken Bv. grondvorm onderzoek (kwalitatief, kwantitatief, mixed-method?) dataverzamelingsmethoden (interview, focusgroep, enquêtes) populatie In functie van de onderzoeksvraag Onderbouwde keuzes Bv. teruggrijpen literatuur: meetinstrument om depressieve klachten te meten 1.4 DATAVERZAMELING  Onderzoeker verzamelt (nieuwe of bestaande) data Bv. zelf interviews, survey/enquête afnemen, bestaande datasets Statbel kwalitatief onderzoek: diepte-interview kwantitatief onderzoek: online survey i.f.v onderzoeksvraag (waarom die keuze?)  Indien nodig: onderzoeksontwerp aanpassen Bv bij een interview; vraag werkt niet, dus stap terugnemen en interviewvragenlijst aanpassen ! Enkel in kwalitatief onderzoek Kwantitatief: niks meer aangepast Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 1.5 DATA- ANALYSE  Onderzoeker analyseert (nieuwe of bestaande) data Verschillende manieren: type analyse bepaalt door grondvorm onderzoek Kwantitatief: statistische analyses Kwalitatief: op zoek naar patronen in onze teksten  Analyse geeft resultaten Antwoord op de onderzoeksvraag  De analyse kan al plaatsvinden terwijl de dataverzameling nog bezig is Enkel kwalitatief onderzoek: 3 interviews afnemen, analyseren en mss nog aanpassing vragenlijst Kwantitatief is strak: verzamelen, stoppen en analyseren  Software 1.6 RAPPORTEREN  Bevindingen communiceren met doelpubliek  Verschillende vormen van rapportage Veelgebruikt: wetenschappelijk rapport of artikel Video Flyer Boek Wetenschappelijke poster Conferenties  Verschillende doelgroepen Obv jouw doelgroep vorm van rapportage afstemmen Opdrachtgever uit werkveld De academische gemeenschap Het bredere publiek PARALLEL: VALORISATIE  Creëren van een meerwaarde/impact op de maatschappij via je onderzoek Via wetenschapscommunicatie (rapporteren) Bv richtlijn schrijven, ontwikkeling van een tool om in het CLB te gebruiken  Vaak in de laatste fase, maar kan ook in andere fasen plaatsvinden Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 Bv na een literatuurstudie wordt reeds de stand van zaken gedeeld op een conferentie of tijdelijke resultaten worden gedeeld met het werkveld DE FLEXIBELE ONDERZOEKSCYCLUS  In de praktijk gebeuren er onverwachte dingen waar je je niet op had voorbereid dus is het niet controleerbaar Tijdens de onderzoek  De onderzoeker kan doorheen het proces teruggrijpen naar een eerder fase Bv nieuwe ontwikkelingen of evoluties  eerdere fasen aanscherpen onvoorzien verloop van het onderzoek  eerdere fasen aanpassen Bv Interviews over mentale gezondheid Nieuw thema duikt op; literatuur terug raadplegen Eventueel: nieuw thema toevoegen aan interviewschema 2. VOORBEELD VAN DE ONDERZOEKSCYCLUS IN BESTAAND ONDERZOEK Vanaf dia 11-21 Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 Hoorcollege 3: Probleemstelling en onderzoeksvragen Fase 1 Hoofdstuk 3 1. ONDERZOEKSONDERWERP Definitie Een onderzoeksonderwerp betreft het onderwerp dat de onderzoeker zal bestuderen.  Aangebracht door: Werkveld/praktijk Vraag vanuit de praktijk; oplossing voor vinden via onderzoek Onderzoeker ! Vanuit de literatuur  praktijkgericht onderzoek: gelinkt aan praktijkprobleem Fundamenteel onderzoek (kennis vergaren, zonder concrete oplossing) Voorbeeld dia 12  Vaak erg breed  probleemstelling 2. PROBLEEMSTELLING Definitie In een probleemstelling wordt duidelijk gekaderd en geformuleerd wat precies het probleem is dat onderzocht moet worden, waarom dat relevant is om te onderzoeken en wat het doel van het onderzoek is. (Roose & Meuleman, 2018) Voorbeeld dia 13 Wat betekent een probleemstelling voor onderzoek?  Probleemstelling X onderzoekscyclus Kadert het probleem: startpunt voor onderzoek Onderzoek om het probleem (deels) op te lossen op een wetenschappelijk onderbouwde wijze Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 Voor het oplossen: schetsen vanaf het probleem, waarom relevant, wat is het doel 2.1 ELEMENTEN VAN EEN PROBLEEMSTELLING 1) Afbakening van het onderzoeksonderwerp (specifiëren)  Wie, wat, waar, wanneer? Vragen: niet altijd in alle probleemstellingen Bv wat is het probleem, wie heeft er last van het probleem, waar situeert het probleem zich,..  Wat is er (nog niet) geweten? Meer specifiek hebben over welk klein aspect van de brede thema je wil gaan bestuderen (schetsen wat er al (niet) geweten is) Bv ‘dit’ is al onderzocht, maar ‘DIT’ niet Voorbeeld dia 16 2) Relevantie (waarom onderzoeken?)  Microniveau Relevant op individueel niveau Bv schooluitval Impact van schooluitval op het individu (welbevinden, verlies sociale contacten,..)  Mesoniveau (tss individuele en maatschappelijke) Relevant op niveau van organisaties Bv schooluitval Impact van schooluitval op scholen (financiële gevolgen, reputatie,..)  Macroniveau Relevant op niveau van de samenleving Bv schooluitval Impact van schooluitval op de maatschappij (hogere werkloosheidsgraad) wat het doet op lange termijn (bv economische impact) Voorbeeld dia 20 3) Doel  Richtinggevend – doelstelling Wat zijn we van plan te doen  Inzicht in problematiek Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 Inzichten verwerven - Fundamenteel onderzoek Theoretisch doelgericht Nieuwe kennis bekomen (grotere doel) Praktische toepassing niet nodig - Praktijkgericht onderzoek Praktisch doelgericht Bijdragen aan oplossing van een concreet praktijkprobleem Bv met kennis of tools  2 onderzoeksvormen; Kennisgericht onderzoek (focussen op de kennis, wel bruikbaar in de praktijk) Ontwerpend onderzoek (iets ontwerpen: methodiek, tool) voorbeeld dia 22 3. ONDERZOEKSVRAGEN Definitie Een onderzoeksvraag is de vraag waarop het onderzoek antwoord moet geven.  Geeft richting aan het onderzoek en de volgende onderzoeksfasen  Elke fase in de onderzoekscyclus draagt bij aan het beantwoorden van de onderzoeksvraag  Goed in je achterhoofd houden WAT je precies wil onderzoeken  1 of meerdere hoofdvra(a)g(en)/deelvra(a)g(en) Hangt af van de grootte van de onderzoek Complexe vraag: opsplitsen in meerdere deelvragen Onderzoeksvraag – probleemstelling – onderzoeksonderwerp Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 Voorbeeld dia 26 3.1 SOORTEN ONDERZOEKSVRAGEN 1) Beschrijvend 2) Verklarend  Iets andere invulling in kwantitatief en kwalitatief onderzoek 3.1.1 KWANTITATIEF ONDERZOEK 1) Beschrijvend  Situatie, fenomeen, gedrag beschrijven in cijfers Bv Hoeveel eerstejaarsstudenten hoger onderwijs in Limburg zijn geslaagd? Hoeveel leerlingen geven aan dat ze een laag schoolwelbevinden hebben? In welke mate hebben gezinnen in Hechtel-Eksel moeilijkheden om rond te komen? Eenheden Entiteiten waarover onderzoeker uitspraken wilt doen Bv leerlingen Variabelen Begrippen/concepten die de onderzoeker bij de eenheden wilt onderzoeken Bv mate van schoolwelbevinden Waarden Antwoordmogelijkheden van variabelen Bv ‘zeer laag’, ‘laag’, ‘matig’, ‘hoog’, ‘zeer hoog’ Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624  Verdelingsvraag: hoe zijn de waarden van de variabele verdeeld overheen de eenheden? Bv moeilijkheden rondkomen gezinnen Hechtel-Eksel: hoe dat de waarden verdeeld zijn over de gezinnen Hoeveel gezinnen zeggen dat ze gemiddeld rondkomen,..  Omzetten naar tabel of figuur = frequentieverdeling Voorbeeld dia 27 2) Verklarend  Bouwt verder op beschrijvende onderzoeksvraag Weten hoeveel gezinnen, maar hoe komt het nu dat ze moeilijk rondkomen?  Gaat de oorzaak van de (frequentie)verdeling/variatie na, wil de variatie verklaren Bv waarom varieert de variabele ‘moeilijkheidsgraad van rondkomen’ voor gezinnen in Hechtel-Eksel? (afhankelijke variabele)  Verklarende onderzoeksvraag  (causale) hypothese(n) = stelling: voorlopig en verondersteld antwoord op de onderzoeksvraag Zeggen wat we denken dat de verklaring is  Via onderzoek toetsen aan de werkelijkheid Hypothese: 2 soorten variabelen - Verklarende variabele = X-variabele, onafhankelijke variabele Bv netto inkomen invloed op moeilijkheidsgraad Oorzaak van moeilijk rondkomen door minder netto - Te verklaren variabele = Y-variabele, afhankelijke variabele Waarom variatie in die variabele ? Hangt af van een andere variabele Bv waarom verschil in de moeilijkheidsgraad Causaliteit: 3 voorwaarden = niet gemakkelijk te bewijzen, maar wanneer er sprake is van ‘dit veroorzaakt dat’; - Er is samenhang tussen variatie in variabele X en variabele Y Als er variatie is in X, moet er ook variatie komen in Y Bv moeilijkheidsgraad neemt toe, gaat samen met netto inkomen - De variatie in X is de oorzaak van de variatie in Y (en niet van een derde of zogenaamde ‘storende’ variabele die zowel variatie in Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 variabele X als Y veroorzaakt) Voorbeeld dia 28-29 - Variatie in variabele X is de oorzaak van variatie in variabele Y en niet andersom Het één is de oorzaak van het andere Voorbeeld dia 30  Geen causaliteit? Wel samenhang Verband tss de 2 (pos/neg), niet zeggen dat het ene de oorzaak is van het ander  Grafische voorstelling hypothese= causaal of conceptueel model Variabele X  variabele Y (éénrichtingsverkeer, oorzakelijk) Afhankelijke Enkel de variabelen die men wilt onderzoeken weergeven Bv netto inkomen, moeilijkheidsgraad rondkomen Pijlen geven causale samenhang aan - Wel: enkele pijl - Niet: dubbele (kromme) pijl - Storende variabele Z: schijnbaar causaal verband tussen X & Y Lijkt dat het ene het andere veroorzaakt - Plus- en mintekens Voorbeeld dia 31 3.1.2 KWALITATIEF ONDERZOEK 1) Beschrijvend  Situatie, fenomeen, gedrag beschrijven (vaak) in woorden Bv Hoe ervaren kinderen (8 – 10 jaar) de vechtscheiding van hun ouders? Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 Hoe beschrijven studenten ‘Toegepaste Psychologie’ een typische dag? Hoe beleven werknemers van bedrijf X de leiderschapsstijl van hun baas?  Concepten of begrippen Uit bestaande theorieën of literatuur Richtlijn voor onderzoeker Focussen op specifieke aspecten/concepten  Beschrijven van concepten: verschillende ervaringen en belevingen van het concept Bv schoolwelbevindingen; verschillende ervaringen  Zo open mogelijk meten (in tegenstelling tot gestandaardiseerd) Open, minder gestructureerd dan gestandaardiseerde enquêtevragen 2) Verklarend  Op zoek naar verklaringen  Waarom-vraag  diepgang (ervaringen/belevingen) Bv waarom ervaren sommige mensen met depressieve klachten een terugval na een succesvolle behandeling? Waar er nog niet veel van geweten is Aspecten die daar invloed op hebben?  Exploratief: openheid  mogelijke verklaringen verkennen Thema’s waarvan we nog niet veel van weten exploreren Geen enkel idee: kwalitatief aanpakken  Geen causaliteit toetsbaar! Niet generaliseren Geen uitspraken over oorzaak-gevolg mogelijk Vaker beschrijvende onderzoeksvragen in kwalitatief onderzoek Minder verklarende Kan wel hypothesevormend zijn (niet hypothesetoetsend zoals bij kwanti onderzoek) - Idee van relatie tussen variabelen Bv welbevinden komt vaak voor in de gesprekken; misschien heeft het een invloed (niet direct als bij kwantitatief onderzoek) 3.2 EEN GOEDE ONDERZOEKSVRAAG FORMULEREN  SMART vragen opstellen Specifiek Iemand die het onderzoek niet kent moet direct weten waarover het gaat (wie, wat, waar; doelgroep duidelijk) Bv gezinnen in Hechtel-Eksel Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 Meetbaar Bv hoe vaak gaat een gezin winkelen per week (makkelijk meetbaar) Welbevinden; hoe meetbaar? (complexere concepten) Gevalideerd meetinstrument= meetinstrumenten waarvoor onderzoek heeft aangetoond dat ze tot kwalitatief goede (= betrouwbare en geldige) data leiden Bv depressie, burn-out Acceptabel Relevant en ethisch aanvaardbaar Meerwaarde geven, mogelijk om middelen te verwerven Als relevant gezien door respondenten (anders niet meedoen) Bv gaat over voor hen te gevoelige zaken Geen schade aan respondenten; ethische eisen Bv experiment Realistisch Haalbaarheid Wel voldoende tijd? Genoeg middelen? Geografische gebied bereikbaar voor de onderzoeker? Bijvoorbeeld dia 36-37 Tijdsgebonden Heden, verleden, toekomst Bepalen welke data je gaat kunnen gebruiken, hoe opzetten Verwerkt in de onderzoeksvraag (moet niet) Ook met relevantie te maken Bv de impact van een pandemie naarmate de pandemie langer geleden plaatsvond en de urgentie van het onderwerp afneemt Geen data van 30j geleden gebruiken om een uitspraak van vandaag te doen Hoorcollege 4: Literatuurstudie Fase 2 Hoofdstuk 4 1. WAT IS EEN LITERATUURSTUDIE ? Definitie Een literatuurstudie is een overzicht van bestaande kennis en inzichten uit de vakliteratuur over het praktijkprobleem dat centraal staat in je onderzoek. (Donk & Lanen, 2017, p. 125) Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624  Vertrekt vanuit de onderzoeksvraag Bv wat is de invloed van telewerk op werkstress  Eerder onderzoek over onderzoeksonderwerp in kaart brengen Eerst literatuur raadplegen alvorens we ons onderzoek gaan doen  Kernbegrippen identificeren en tot elkaar in relatie brengen Relevante literatuur raadplegen  Verschillende bronnen  één tekstueel geheel Verschillende perspectieven in kaart brengen Maakt onze kennis daarover sterker Voldoende verschillende bronnen Als vertrekpunt voor ons eigen onderzoek  Onderbouwde keuze maken voor een perspectief: standpunt innemen Door de perspectieven; onderbouwde keuze voor recenter perspectief 2. DE LITERATUURSTUDIE ALS PROCES (& PRODUCT): ZOEKEN – LEZEN – SCHRIJVEN Proces Gedurende ons heel onderzoeksproces: rapporteren, op de hoogte blijven van de recentste literaire ontwikkeling  Bij afronding niet stoppen met lezen: op de hoogte blijven van nieuwe academische inzichten literatuur Product Samenvoegingen literaire ideeën als document inleveren  Uitwerken van literatuurstudie Doorlopend proces waarbij je een cyclus van zoeken – lezen – schrijven doorloopt Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 Beide richtingen uitgaan Dynamisch/flexibel: bijkomende inzichten tijdens het zoeken naar en lezen van literatuur onderzoeksvragen eventueel aangepast 5 stappen 1 Formulering probleemstelling & onderzoeksvragen (= fase 1) Kernbegrippen identificeren Bv telewerk en werkstress 2 Op zoek naar bruikbare bronnen Eerder onderzoek in kaart brengen Welke onderzoeken bestaan er al?; meenemen eigen litstudie Ideeën omtrent het onderzoeksonderwerp verkennen 3 Informatie selecteren uit bruikbare bronnen Categorieën, thema’s ontwikkelen voor het lezen Hoofd- en ondertitels specifiëren 4 Geselecteerde informatie samenbrengen (= wetenschappelijk schrijven) Argument ontwikkelen 5 Refereren, niet plagiëren Niet zomaar kopiëren/plakken Verder onderbouwen en verantwoorden Wrm is het nuttig dat we onderzoek doen over dit onderwerp? 3. SOORTEN BRONNEN  Primaire bronnen Bevatten oorspronkelijke, originele data Nieuwe gegevens, verzameld door onderzoekers Bv via empirisch onderzoek  Secundaire bronnen Verwijzen naar een primaire bron Bron over een bron Bv krantenartikel over een wetenschappelijke studie Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624  Academische literatuur Academische boeken Wetenschappelijke tijdschriftartikelen Peer-review: kwaliteitscontrole Gecontroleerd door andere onderzoekers, verbetering/suggesties aan auteur ‘Review’-artikel is een goed startpunt literatuurstudie = wetenschappelijk tijdschriftartikel, samenvatting dus een systematisch uitgevoerde literatuurstudie die op zichzelf staat Bijvoorbeeld dia 10-11  ‘Grijze’ literatuur = ook wetenschappelijk, maar geen kwaliteitscontrole (door wetenschappers) Onderzoeksrapporten Scripties Presentaties Conferentiebijdragen Flyers Posters Media-artikelen..  Betekent niet dat ze niet goed zijn; praktijkgericht onderzoek Kwaliteit van de bron beoordelen (= kritische, onderzoekende houding): - Relevant? - Betrouwbaar? Auteur (expert of niet) en het type bron (opiniestuk?) - Actueel? Cijfers en nieuwsitems recent mogelijk Vooral beleidsteksten Hoorcollege 5: Onderzoeksontwerp Fase 3 Hoofdstuk 5 Elementen in een onderzoeksontwerp Ontwerpen van een onderzoek = plannen van een onderzoek (empirische gedeelte, juiste data verzamelen); Hangen verschillende keuzes aan: 1. De grondvorm van het onderzoek Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 2. De dataverzamelingsmethode van het onderzoek 3. De afbakening van de populatie van het onderzoek 4. Populatie- of steekproefonderzoek (en bij steekproefonderzoek: steekproefomvang en wijze van trekking) 5. De operationalisering van de concepten/variabelen 1. DE KEUZE VAN DE GRONDVORM De beste manier kiezen om data te verzamelen  Hangt af van de onderzoeksvraag 1.1 KWANTITATIEVE ONDERZOEKSOPZET Het ontologische uitgangspunt = objectieve realiteit die onafhankelijk van de onderzoeker kan worden gemeten  Realiteit opgedeeld; Meetbare verschijnselen (variabelen) die a.d.h.v. cijfermatige data kunnen worden gemeten Onderzoek in de breedte  Grote groepen, weinig diepgang Uitspraken doen op aantallen & gradaties Variabelen beschrijvend & verklaren  Hypothesetoetsend verklarend onderzoek (Statistisch) generaliseren naar populatie Aselecte (willekeurig) steekproeftrekking Steekproefkader nodig Lijst met alle Belgen; waaruit wij aselecte steekproeven van trekken (11 miljoen) Selectie uit de hele lijst Belgen om een representatieve steekproef te hebben Gestandaardiseerde of gestructureerde meetinstrumenten Bv Survey of enquête  Zelfde vragen  Zelfde antwoordmogelijkheden  Zelfde vraagvolgorde  Meetwaarden (antwoordmogelijkheden/vragen) zijn of kunnen omgezet worden naar cijfers = coderen Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 Dia 8  Cijfers; verzameling in datamatrix Bv in SPSS Dia 9  Statistische analyse 1.2 KWALITATIEVE ONDERZOEKSOPZET Het ontologisch perspectief = werkelijkheid meervoudig, subjectief en afhankelijk van het gehanteerde perspectief  Werkelijkheid; Door mensen geconstrueerd Verschillende individuen hebben verschillende ervaringen en belevingen van dezelfde situatie of gebeurtenis Onderzoek in de diepte Diepgaand op een onderwerp ingezoomd  Kleine groepen maar veel diepgang Gericht op 'verstehen' van ervaringen/belevingen Beschrijvend & verklarend onderzoek  Hypothesevormend verklarend onderzoek Niet (statistisch) generaliseren naar populatie Niet zeggen dat het geldt voor de hele bevolking  Inhoudelijke of theoretische veralgemening Hoogstens veralgemeend kan worden tot die groep/specifieke situatie (misschien) Niet zeggen dat ‘alle vrouwen’ het ervaren Selecte steekproeftrekking Selecteren obv specifieke kenmerken Bv vrouwen tss de 30-40j Geen steekproefkader nodig Zelf groep vinden Geen gestandaardiseerd meetinstrument Code  Kwalitatieve data? Tekst: transcriberen (of uitschrijven) Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624  Uitgeschreven diepte-interview  Uitgeschreven focusgroepsgesprek  Veldnotities (bij observatie) Audio (interview opnemen) Video Foto’s  Geen statistische analyse mogelijk Verzameling & analyse zeer tijdsintensief!  Interview duurt gemakkelijk 1 u  1 u opname = 4 u transcriberen (woord per woord uittypen wat er gezegd is) Voorbeeld dia 10 1.3 ‘MIXED METHODS ’- ONDERZOEKSOPZET  ‘Gemengde methoden’  Kwantitatief & kwalitatief onderzoek combineren binnen één studie Onderzoek in de breedte én diepte Overzicht grondvormen dia 11 2. DE KEUZE VAN DE DATAVERZAMELINGSMETHODE H6  Gestandaardiseerde methoden (kwantitatief onderzoek) Bevragen Enquêtes Observeren Gestructureerde observatie  Minder gestandaardiseerde methoden (kwalitatief onderzoek) Bevragen Diepte-interviews of focusgroepgesprekken Observeren Minder gestructureerde observatie Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 3. DE BEPALING VAN DE ONDERZOEKSEENHEDEN , -VARIABELEN EN DE AFBAKENING VAN DE POPULATIE Verschil (H3 herhaling) 3.1 ONDERZOEKSEENHEDEN OVER WIE gaat het onderzoek? Onderzoekseenheden zijn de entiteiten waarover de onderzoeker iets wilt zeggen Bv Belgen, vrouwen tss 30 en 40  De enige bezitters van variabelen Verdere uitleg gelcek nog denk ik  Op verschillende niveaus: Micro Bv individuen; Belgen Meso Bv bedrijven/organisaties Macro Bv samenleving  Alle onderzoekseenheden = populatie Bv vrouwen en mannen in België Geheel van mensen/organisaties waarvan we uitspraken van willen doen  Selectie (deel) van onderzoekseenheden = steekproef Grote en representatieve steekproef  generaliseren naar populatie Kenmerken steekproef komt overeen met die van de populatie Bv ongeveer evenveel vrouwen en mannen als in de populatie Belgen mannen en vrouwen 3.2 ONDERZOEKSVARIABELEN OF -CONCEPTEN OVER WAT gaat het onderzoek? Wat ga je bevragen of observeren?  Onderzoeksvariabelen: kenmerken of eigenschappen van onderzoekseenheden (kwantitatief onderzoek)  Concepten of begrippen: bevraagde/geobserveerde verschijnselen (kwalitatief onderzoek) Variatie over door onderzoeker bepaalde waarden (dia 14) Bv geslacht, leeftijd, afkomst Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 Meten van variabelen  Waarden toekennen per eenheid Bv Onderzoeksvariabele (wat?): provincie woonplaats in Vlaanderen Onderzoekseenheden (wie?): studenten ‘Inleiding tot Praktijkgericht Onderzoek’ Meetwaarden:  West-Vlaanderen  Oost-Vlaanderen  Antwerpen  Vlaams-Brabant  Limburg  Andere (buiten Vlaanderen)  Coderen: cijfertje 3.3 AFBAKENING VAN DE POPULATIE  Waarom? Cfr. voor statistisch of theoretisch generaliseren is precieze afbakening populatie nodig Populatie is veel te groot Bv alle Belgen, maar kan ook een specifiek deelgroep: bv alleen jongeren  we weten wie we er in willen hebben  Afbakenen op basis van: Inclusiecriteria: criteria waaraan eenheden moeten voldoen om te worden opgenomen Bv ouderen in een woonzorgcentrum: wonen in WZC X, >60 jaar zijn, het Nederlands machtig zijn Exclusiecriteria: criteria op basis van dewelke eenheden worden uitgesloten Bv niet dementerend zijn 4. DE OPERATIONALISERING VAN DE CONCEPTEN EN VARIABELEN  Voornamelijk in kwantitatief onderzoek  Om te kunnen meten, moet je een onderzoeksvariabele operationaliseren = meetbaar/onderzoekbaar maken Bv geslacht, intelligentie (vaag) Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 Proces in 2 stappen 1) Operationeel definiëren van onderzoeksvariabele  Komen tot een theoretische variabele: variabele zoals we die bedoelen Voorbeeld dia 16  Leidt tot: Enkelvoudige variabelen Operationele definitie onderscheidt slechts 1 dimensie Met 1 vraag beantwoorden Bv geslacht Complexe (theoretische) variabelen Operationele definitie onderscheidt meerdere dimensies Bv eenzaamheid Dia 17-18 2) Kiezen van meetinstrument voor theoretische variabele Door meting met meetinstrumenten (zelf kiezen)  Komen tot een empirische variabele: variabele zoals gemeten Bv eenzaamheid (2 dimensies) meten: meetinstrument moet er aangepast aan zijn Bepaalde keuze van vraag en antwoordmogelijkheden  Dimensies in stellingen zetten in schaal of enkelvoudige variabele in 1 vraag Ideaal scenario Theoretisch variabele: exact meten in meetinstrument Bv eenzaamheid: exact meten van de 2 dimensies  Meetfouten= wanneer iets niet goed gemeten wordt Empirische variabele komt niet overeen met de theoretische variabele (te meten) Bv 2 dimensies  Systematische meetfouten Altijd over validiteit Werkelijkheid overschat/onderschat (dezelfde richting) Mogelijke oorzaken: 1) Betekenisverenging = het meetinstrument vat belangrijke dimensies uit de conceptuele definitie van een complexe variabele niet Te weinig Bv eenzaamheidsschaal bevat enkel items over sociale eenzaamheid (en geen over emotionele) 2) Betekenisverschuiving = het meetinstrument meet behalve het te meten concept, ook nog (elementen van) een ander concept Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624 Iets anders Bv eenzaamheidsschaal meet niet alleen eenzaamheid maar ook nog sociaal isolement (meer meten dan wat de bedoeling was) 3) Sociaal-wenselijke antwoorden = het geven van het sociaal geaccepteerde antwoord op een gevoelige vraag Bv drugsgebruik Voorbeeld dia 20  Invaliditeit  Toevallige meetfouten Betrouwbaarheid: geen consequente data Toevallig (nooit exact dezelfde fout in dezelfde richting ene keer in die richting, andere keer de andere) Voorbeeld dia 19 Mogelijke oorzaken: 4 grote factoren 1) Omgeving Geluid; Veel lawaai tijdens afname enquête Bv concentratievermogen van de onderzoeker en deelnemer kan beïnvloed worden door aanwezigheid van andere mensen of druk verkeer 2) Onderzoeker Slecht geslapen; Niet goed opletten dus verkeerde codes ingeven Volgende dag wel Bv vermoeidheid, humeur, slechte dag,..  anders handelen 3) Deelnemer Slecht geslapen; Door onoplettendheid verkeerd antwoord aanduiden Bv vermoeidheid, humeur, slechte dag,..  anders reageren 4) Meetinstrument Observatiepunten v/e observatieschaal te vaag; Observator weet niet wat die juist moet observeren Of een missende antwoordmogelijkheid Bv onduidelijkheid van observatiecategorieën waardoor observator twijfelt wat zij in moet vullen  Onbetrouwbaarheid 5. DE KEUZE VOOR POPULATIE - OF STEEKPROEFONDERZOEK 5.1 IN KWANTITATIEF ONDERZOEK Gedownload door Henry Winter ([email protected]) lOMoARcPSD|42729624  Meestal steekproefonderzoek (nooit de hele populatie bevragen) Voldoende grote en representatieve steekproef (deel van de bevraagde jongeren) nodig voor veralgemening steekproefresultaten naar populatie  Je kan zeggen dat het voor alle jongeren tss 15-18j in België geldt Berekening steekproefomvang via steekproefcalculator (dia 22) Aselecte trekking, want grote kans op representativiteit van steekproef = steekproefeenheden weerspiegelen populatie-eenheden Bv 50% jongeren populatie, 50% jongeren steekproef Voorbeeld dia 23  Enkel populatieonderzoek bij kleine populatie: N