Atherosclerose en Hypertensie - OPO geneeskundige verpleegkunde - PDF

Summary

Dit document is een college- of studiemateriaal over de diagnose Atherosclerose en Hypertensie. Het materiaal behandelt oorzaken, mechanismen, verschijningsvormen, complicaties en behandelmethoden. De tekst bevat ook elementen van fysiologie, zoals bloeddrukregeling.

Full Transcript

```markdown ## Tweede jaar - OPO geneeskundige verpleegkunde – Aandoeningen van hart en bloedvaten 6 # 1 Atherosclerose ## 1.1 Wat? Atherosclerose is een ziekteproces met een progressieve vernauwing van het lumen van grote en middelgrote arteriën door atheroomvorming en sclerosering. ## 1.2 Path...

```markdown ## Tweede jaar - OPO geneeskundige verpleegkunde – Aandoeningen van hart en bloedvaten 6 # 1 Atherosclerose ## 1.1 Wat? Atherosclerose is een ziekteproces met een progressieve vernauwing van het lumen van grote en middelgrote arteriën door atheroomvorming en sclerosering. ## 1.2 Pathogenese * Atheromatose (vorming van atheromateuze plaques, atheroomplaten) Dit is vetneerslag binnen in de slagaders: vetachtige stoffen infiltreren in de intima en hopen zich daar verder op. Deze atheromateuze plaques of atheroomplaten vernauwen het lumen. Maak hiervan een tekening.  * Arteriosclerose (scleros = hard) Dit is verharding, verstijving en verdikking van één of meerdere lagen van de slagaderwand door verkalking van neergeslagen lipiden. Hierdoor ontstaat verlies van elasticiteit van de slagaderlijke wand. Maak hiervan een tekening. **Besluit:** Atherosclerose is dus een combinatie van deze twee processen. ## Tweede jaar – OPO geneeskundige verpleegkunde – Aandoeningen van hart en bloedvaten 7 ## 1.3 Oorzaken van atherosclerose Disfunctioneren of beschadiging van het endotheel van de vaatwand geeft vorming van atheroomplaten (vetopstapeling). Verschillende factoren kunnen aanleiding geven tot disfunctioneren of beschadiging van de vaatwand = multifactoriële oorzaak van atherosclerose. Sommige van deze factoren kunnen worden beïnvloed, andere niet. * Niet-beïnvloedbare factoren: geslacht: mannen lopen meer risico dan vrouwen ($cra menopauze = risico$ even groot) genetische factoren: wanneer een eerstegraads familielid hart- en vaatziekten heeft voor zijn 65 jaar leeftijd: ouder dan 70 jaar * Beïnvloedbare factoren: zittend leven, gebrek aan lichaamsbeweging ongezonde voedingsgewoonten roken: roken beschadigt het endotheel van de arterie en bevordert bloedplaatjesaggregatie stress arteriële hypertensie te hoog cholesterol (LDL), hypercholesterolemie obesitas: vooral viscerale vet (vet rondom de buikorganen) leidt tot atherosclerose diabetes mellitus: verhoogt het risico op hypertensie en hypercholesterolemie hypothyreoïdie schildklier hormoon → Lichaamsfunctie vertragen, egeusicts twename * Sommige factoren zijn eerder beschermend: matig alcoholgebruik fysische activiteit ## 1.4 Voorkeurplaatsen voor atherosclerose Atherosclerose komt vaak voor ter hoogte van splitsingen in een arterie: * arteriae carotides * arteriae coronariae * aortaboog * aortabifurcatie * arteriae femorales * bovenste deel van de arteriae popliteae Afbeelding van een menselijk lichaam met label voor verschillende bloedvaten. ## Tweede jaar – OPO geneeskundige verpleegkunde – Aandoeningen van hart en bloedvaten 9 ## 1.5 Verschijningsvormen van atherosclerose Atherosclerose van arteries kan leiden tot * een ischemisch syndroom: zuurstoftekort bij een vernauwing waardoor er een verminderde doorbloeding is. * een acute ischemie: geen zuurstofvoorziening bij volledige afsluiting Naargelang de lokalisatie van de atherosclerose, kunnen verschillende problemen ontstaan. | Plaats van de aangetaste slagaders | Ischemisch syndroom | Acute ischemie | | :---------------------------------- | :---------------------------------------- | :--------------- | | Slagaders t.h.v. hersenen | TIA | CVA (hemiplegie) | | Kransslagaders (hart) | Angina pectoris (pijn op de borst) | Acuut myocardinfarct - Kein beetje ozrijk bloed kasor geen En rijk bloed word daar gepont | | Arrerioa renales (nier) | Hypertensie ( ) | Nierinsufficiëntie | | Slagaders t.h.v. de onderste ledematen | Claudicatio intermittens (etalagebenen) veroorzaakt pijn bij het lopen | Gangreen (weefselstoft of)- gewichts | ## Tweede jaar – OPO geneeskundige verpleegkunde – Aandoeningen van hart en bloedvaten 10 # 2 Hypertensie en hypotensie ## 2.1 Mechanisme van de bloeddrukregeling Bloeddruk (tensie) is de druk van het bloed tegen de wand van het bloedvat. Meer concreet spreekt men van een arteriële druk als de druk van het bloed op de wanden van de slagaders De hoogte van de bloeddruk wordt aangegeven in 'millimeters kwikdruk' (mm Hg). Dit is het aantal millimeters dat de bloeddruk een kolom kwik in een glazen buis kan omhoog drukken. De bloeddruk is niet constant, maar wisselt met de twee fasen van de hartwerking (systole en diastole).  * Tijdens de contractiefase wordt de aorta gevuld en stijgt de bloeddruk. Dit is de systolische druk of de bovendruk * Tijdens de ontspanningsfase stroomt de grote lichaamsslagader leeg en daalt de bloeddruk. Dit wordt de diastolische druk genoemd of de onderdruk Diagram of measurement of a blood pressure with an upper arm cuff. De bloeddruk wordt meestal in de armslagader gemeten. De systolische druk kan variëren van 90 tot boven 200 mm Hg. De diastolische bloeddruk kan variëren van 50 tot boven de 100. In de praktijk wordt de bloeddruk vaak weergegeven in cm Hg dus 14/9 cm Hg in plaats van 140/90 mm Hg. Een verhoogde bloeddruk noemt men hypertensie (vanaf 140/90 mm Hg) en een verlaagde bloeddruk wordt hypotensie genoemd. ## Tweede jaar – OPO geneeskundige verpleegkunde – Aandoeningen van hart en bloedvaten 11 #### 2.1.1 Factoren die de arteriële bloeddruk bepalen De twee hoofdfactoren die de arteriële bloeddruk bepalen zijn: * de vullingsgraad = de hoeveelheid bloed in de arteriën. Als de vullingsgraad stijgt, dan stijgt de bloeddruk. * de perifere weerstand = de hinder die het bloed ondervindt bij het doorstromen in de bloedvaten. Als de weerstand stijgt, dan stijgt de bloeddruk. Deze factoren worden op hun beurt bepaald door weer andere factoren. Zij worden weergegeven in onderstaand schema. A graphical diagram depicting the components of blood system regulation. Diagram: $Slagvolume \times Hartfrequentie = Hartdebiet$ 1. Vullingsgraad 2. Perifere weerstand Tracht zelf de invloed van de verschillende factoren op de bloeddruk te beschrijven. 1. Factoren die de vullingsgraad bepalen: * bloedvolume Als het bloedvolume stijgt: $BV \uparrow \rightarrow VG \uparrow \rightarrow BD \uparrow$ Als het bloedvolume daalt: $BV \downarrow \rightarrow VG \downarrow \rightarrow BD \uparrow$ * werking van het hart: slaglume: het hart per slag Als het slagvolume stijgt: $SV\uparrow \rightarrow HD \uparrow \rightarrow VG \uparrow \rightarrow BD \uparrow$ Als het slagvolume daalt: $SV \downarrow HD \downarrow \rightarrow VG \downarrow \rightarrow BD \uparrow$ ## Tweede jaar – OPO geneeskundige verpleegkunde – Aandoeningen van hart en bloedvaten 12  hartfrequentie: aantal slagen per tijdseenheid (sl./min.). Als de hartfrequentie stijgt: $HF \uparrow HD \uparrow VGT \uparrow BDT\uparrow$  Als de hartfrequentie daalt: $HF \downarrow HD\\ VGT \downarrow BDT\downarrow$  hartdebiet (hartminutenvolume, cardiac output = CO): hoeveelheid bloed dat het hart per minuut rondpompt (ml). Als het hartdebiet stijgt: $HD \uparrow VGT \uparrow BDT \uparrow$  Als het hartdebiet daalt: $HD\downarrow VGT \downarrow BDT \downarrow$  1. Factoren die de perifere weerstand bepalen: * contractietoestand: vasoconstrictie of vasodilatatie Bij vasoconstrictie: $CT \uparrow PW \uparrow BDTO$  Bij vasodilatatie: $CT \uparrow PW! BUD +1$ * viscositeit: kleverigheid van het bloed. Indien de viscositeit van het bloed stijgt: $VBTVTPWBDT$  Indien de viscositeit van het bloed daalt: $VB\downarrow PW \downarrow BD \downarrow$  * elasticiteit: soepelheid van de bloedvaten. Indien de elasticiteit van de bloedvaten stijgt: $EB T \rightarrow PWUT BUD\uparrow$  Indien de elasticiteit van de bloedvaten daalt: $EB \downarrow PW BD T $ 2. Beschrijf duidelijk deze invloed en maak gebruik van het bloeddenk schema.  Een stijging van één van deze factoren, geeft een bloeddrukstijging. Een daling van één van deze factoren, geeft een bloeddrukdaling. Er is echter één uitzondering, de elasticiteit. Bij een daling van de elasticiteit, zal de perifere weerstand vergroten en zal de bloeddruk stijgen. #### 2.1.2 Aanpassingsmechanismen van de bloeddruk Homeostase: betekent het constant houden of binnen de grenzen houden van de bloeddruk. Er zijn twee verschillende aanpassingsmechanismen: 1. een neuronaal aanpassingsmechanisme voor een snelle aanpassing (beïnvloeding van het zenuwstelsel). 2. een hormonaal aanpassingsmechanisme voor een trage aanpassing (beïnvloeding door hormonen in het bloed). ## Tweede jaar – OPO geneeskundige verpleegkunde – Aandoeningen van hart en bloedvaten 13 Beide aanpassingsmechanismen worden achtereenvolgens kort toegelicht met behulp van concrete voorbeelden. Neuronaal aanpassingsmechanisme voor een snelle aanpassing van de bloeddruk Door een bloedverlies (na verwonding) zal het bloedvolume afnemen waardoor de bloeddruk plots kan dalen. Hierdoor wordt het orthosympathisch zenuwstelsel geactiveerd (vechten, vluchten) wat een invloed zal hebben op het hart en op de bloedvaten. * Alfa receptoren: bloedvaten gain in vasoconstrictie $CT \uparrow PW \text{\textgreater} BDT$ * Beta receptoren: hart frequentie → $HDP \text{\textgreater} VG \text{\textless} BDT$ Een hormonaal aanpassingsmechanisme voor een trage aanpassing van de bloeddruk. Als de bloeddruk daalt of als de nieren te weinig bloed krijgen, dan worden bepaalde hormonen in het bloed vrijgegeven die een belangrijke invloed hebben op de bloeddruk. Dit RAA systeem werd reeds toegelicht tijdens de module VB (hoofdstuk uitscheidingsstelsel). Herneem de functie van de hormonen: renine, angiotensine en aldosteron (module VB) en leg uit op welke manier de hormonen een invloed hebben op de bloeddruk. Renine zit en de bloedvaten en Is afkomstig uld mrien In weer zit Angiotensinogeen . waar Renine open werkt Dit vormt saaten $ Angiotensine 1 in de wengen zit ACE dat Arrgicking! 1 omzet in Angiotensine 2 = Lichaam van bleed to worsien Iches dit niet guae fu Angiotensine 2 samen met ACE zorgt voor vasoconstratic P PWP BDP ## Tweede jaar - OPO geneeskundige verpleegkunde - Aandoeningen van hart en bloedvaten 14 angiotensinogeen -> angiotensine converting enzym -> angiotensine I -> bijnierschors → vasoconstrictie -> bloeddruk stijging ## Tweede jaar – OPO geneeskundige verpleegkunde – Aandoeningen van hart en bloedvaten 15 Risicofactoren: genetische factoren levenswijze: chronique zoutinname, atherosclerose (VVZ), stress to diabetes, obesitas viscerale vet (buik vet) OSAS = obstructief slaap apneu syndroom Opmerking: Het obstructieve slaap apneu syndroom gaat vaak gepaard met een activering van het OSZ tijdends de slaap. Secundaire hypertensie Wat? Hoge bloeddruk als gevoly van onderliggende ziekte Bij wie? 15% van de mensen met hypertensie Mogelikhe Vormen: kidney, both kidneys renale HT: bv. uni- of bilaterale stenose van de arteria renalis (activatie RAA) endocrinologische of hormonale HT: ziekte van Cushing ziekte van Conn feochromocytoom hyperthyreoïdie cerebrale HT bij hersenaandoeningen waarde het vasomotorisch centrum is aangetast medicamenteuze HT: orales contraceptie roken! Opmerking ziekte van Cushing = teveel aan corticosteroïden door een tumor of door beschadiging van de biinierschors ziekte van Conn = hyperaldosteronisme (teveel aldosterone) -->B-->BD + feochromocytoom --> bijniermergtumor die adrenaline produceert, Stimulate 12)HT WFP VT > BDA hyperthyreoïdie = schildklier werkt te hard. Schildklierhormoon Stimulate het orthosympathisch zenuwstelsel. vasomotorisch centrum = centrum in de hersenen dat de bloeddruk en de hartwerking regel ## Tweede jaar - OPO geneeskundige verpleegkunde – Aandoeningen van hart en bloedvaten 16 ### 2.2.2 Symptomen van hypertensie Hypertensie zelf geeft meestal geen klachten. Soms treedt hoofdpijn, duizeligheid op. Hypertensie = SILENT KILLER!!!! ### 2.2.3 Complicaties van hypertensie Hypertensie beschadigt de vaatwand door een verhoogde druk hierop. Door deze defecten kunnen de vetten makkelijker in de intima en ontstaat atherosclerose met ischemisch syndroom en acute ischemie in verscheidene organen: hersenen: TIA en CVA ogen netvlies aankasting coronairen angor en hartinfarct hartspier linker hartdecompensatie nieren hypertensie en nierinsufficiëntie onderste ledematen claudicatio intermittens en gangreen ### 2.2.4 Behandeling van hypertensie Doel van de behandeling een bloeddruk lager dan 140/90 mm/Hg bij alle patiënten en lager dan 130/80 mm/Hg bij patiënten met diabetes mellitus of nierinsufficiëntie De behandeling is afhankelijk van: de leeftijd van de patiënt (des te jonger, des to sneller verder) het geslacht: Vrouwen hobben een belere prognose De graad van hypertensie

Use Quizgecko on...
Browser
Browser