Sociologie Begrippenlijst
50 Questions
0 Views

Choose a study mode

Play Quiz
Study Flashcards
Spaced Repetition
Chat to Lesson

Podcast

Play an AI-generated podcast conversation about this lesson

Questions and Answers

Wat is een kenmerk van de functionele visie op de maatschappij?

  • Armoede heeft geen invloed op de maatschappij.
  • De maatschappij werkt als een systeem van organen. (correct)
  • Iedereen in de maatschappij is gelijkwaardig.
  • De maatschappij is voortdurend in verandering.

Wat is een kritiekpunt van de functionele visie?

  • Het houdt geen rekening met de evolutie van cultuur.
  • Het besteedt geen aandacht aan sociale ongelijkheid. (correct)
  • Het meent dat elke persoon gelijkwaardig is.
  • Het ziet armoede als onbelangrijk voor de maatschappij.

Wat beschrijft de conflictsociologie het beste?

  • De samenleving is een eenheid met gezamenlijke doelen.
  • De structuur van de samenleving is ongelijk. (correct)
  • De structuur van de samenleving is gelijk en harmonieus.
  • Alle sociale groepen werken samen voor het welzijn van de maatschappij.

Wat zijn waarden in de samenleving?

<p>Ideeën over wat goed en slecht is. (A)</p> Signup and view all the answers

Welke definitie past het beste bij cultuur?

<p>Het bestaat uit kennis, waarden, normen en doelen. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat zijn doelen in vergelijking met waarden?

<p>Ze zijn concreet en meetbaarder. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat houdt de evolutie van cultuur in?

<p>Cultuur evolueert door sociale interactie en veranderingen. (B)</p> Signup and view all the answers

Waarom is het aanleren en doorgeven van cultuur belangrijk?

<p>Het is de basis voor sociale interacties en cohesie. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is de hoofdkenmerk van organische solidariteit?

<p>De noodzaak van sociale contacten en openheid van geest. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat zijn sociale grondrechten?

<p>Basisrechten die zorgen voor welzijn en sociale bescherming. (D)</p> Signup and view all the answers

Welke rol speelt de welvaartsstaat in de maatschappij?

<p>Het waarborgen van kansen voor alle burgers, ook bij beperkingen. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat houdt sociale zekerheid in?

<p>Een systeem waarbij belanghebbenden als belasting betalen aan sociale fondsen. (D)</p> Signup and view all the answers

Hoe verhoudt de sociale markteconomie zich tot capitalisme?

<p>Het koppelt vragen van de markt met sterke overheidsinvloed. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is een gevolg van onvoldoende sociale controle?

<p>De afname van solidariteit binnen een gemeenschap. (A)</p> Signup and view all the answers

Welk aspect staat niet centraal in de sociale markt economie?

<p>Volledige afschaffing van sociale voorzieningen. (D)</p> Signup and view all the answers

Wie betaalt bij sociale zekerheid aanzienlijk bij?

<p>Werkende personen via RSZ-bijdragen. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat kenmerkt een coöperatief spel?

<p>Beide actoren ervaren een win-winsituatie. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat is een kenmerk van traditionele autoriteit?

<p>Afkomst van adel, heren, en armen via overerving. (C)</p> Signup and view all the answers

Wat beschrijft de rationeel legale autoriteit het beste?

<p>Het denken over de samenleving en wetgeving. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is geen kenmerk van bureaucratie?

<p>Medewerkers kunnen geen vast contract krijgen. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat wordt vaak gezien als een aspect van nepotisme?

<p>De aanstelling van vrienden binnen een organisatie. (C)</p> Signup and view all the answers

Wat is de betekenis van doelverschuiving in een organisatie?

<p>Activiteiten verrichten die de organisatie niet verderhelpen. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat omvat geen onderdeel van de bureaucratische structuur?

<p>Arbitraire besluitvorming. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is een gevolg van nepotisme binnen een organisatie?

<p>Slechte werkrelaties en wantrouwen. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat is een voorwaarde voor het ontvangen van een uitkering bij ziekte?

<p>Je moet voldoende sociale zekerheidsrechten hebben opgebouwd. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is een voorbeeld van sociale bijstand?

<p>Leefloon voor mensen met onvoldoende inkomen. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat zijn collectieve voorzieningen?

<p>Door de overheid georganiseerde diensten voor de samenleving. (A)</p> Signup and view all the answers

Welke dimensie is NIET genoemd in de context van globalisering?

<p>Technologische dimensie. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat houdt sociale bewustzijn in?

<p>Weten dat er anderen zijn en kennis van de wereld om je heen. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is een doel van collectieve voorzieningen?

<p>Bijdragen aan het algemeen welzijn van de samenleving. (C)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende aspecten is belangrijk voor het begrijpen van globalisering?

<p>Uitbreiding van relaties en bewustzijn van sociale structuren. (C)</p> Signup and view all the answers

Wie kan sociale bijstand aanvragen?

<p>Mensen zonder voldoende sociale zekerheidsrechten. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat wordt bedoeld met verticale sociale mobiliteit?

<p>De beweging van individuen naar een lagere sociale positie. (B), De beweging van groepen naar een hogere sociale positie. (C)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende opties beschrijft raciale stratificatie?

<p>De ongelijke verdeling van middelen en kansen op basis van ras. (C)</p> Signup and view all the answers

Wat is een kenmerk van slavernij?

<p>Dwangarbeid zonder loon en persoonlijke vrijheid. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat beschrijft inkomensongelijkheid het beste?

<p>Grote verschillen in de verdiende inkomens onder mensen. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is het gevolg van vermogensongelijkheid?

<p>Het kan leiden tot sociale problemen voor mensen met weinig vermogen. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat zijn referentiegroepen?

<p>Groepen waar mensen naar opkijken en normen overnemen. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is een mogelijk gevolg van raciale stratificatie?

<p>Systematische ongelijkheid binnen een samenleving. (A)</p> Signup and view all the answers

Welke uitspraak is waar over sociale mobiliteit?

<p>Sociale mobiliteit kan zowel omhoog als omlaag zijn. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is de invloed van de wooncrisis op de samenleving?

<p>Heeft een grote invloed op gezondheid en onderwijs (C)</p> Signup and view all the answers

Wat beschrijft de term 'meritocratie' het beste?

<p>De positie van mensen is het resultaat van verdiensten (B)</p> Signup and view all the answers

Welke soort kapitaal omvat culturele bagage die door socialisatie wordt doorgegeven?

<p>Cultureel kapitaal (C)</p> Signup and view all the answers

Wat is de definitie van sociaal kapitaal?

<p>Je sociale netwerk (B)</p> Signup and view all the answers

Wat houdt 'belichaamd cultureel kapitaal' in?

<p>Overtuigingen, waarden en smaak (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is een voorbeeld van geobjectiveerd cultureel kapitaal?

<p>Dure boeken en kunst (D)</p> Signup and view all the answers

Wat wordt bedoeld met de term 'habitus'?

<p>Een manier van zijn, leven en denken (B)</p> Signup and view all the answers

Welke functie heeft symbolisch geweld in de samenleving?

<p>Het benadrukken van smaakverschillen tussen klassen (C)</p> Signup and view all the answers

Wat houdt economisch kapitaal niet in?

<p>Je sociale contacten (B)</p> Signup and view all the answers

Hoe beïnvloedt sociale economische ongelijkheid de gezondheid?

<p>Sociaal kapitaal leidt tot betere gezondheidsresultaten (C)</p> Signup and view all the answers

Flashcards

Coöperatief spel

A situation where both actors involved have a positive outcome.

Traditionele autoriteit

Authority based on tradition or inheritance (like royalty).

Rationeel legale autoriteit

Authority based on rules, laws, and logic.

Bureaucratie

A system with clear roles, hierarchy, rules, and impartial staffing.

Signup and view all the flashcards

Nepotisme

Favoritism towards relatives in hiring or promotions.

Signup and view all the flashcards

Doelverschuiving

Focusing on activities instead of the organization's goals.

Signup and view all the flashcards

Arbeidsdeling

Dividing work responsibilities to specialized tasks to promote efficiency.

Signup and view all the flashcards

Hiërarchische lijn

A clear structure of authority and responsibility from top to bottom of an organization.

Signup and view all the flashcards

Functionalist view

Society is good as it is; each person has a role to play.

Signup and view all the flashcards

Conflict sociology

Social structure is unequal.

Signup and view all the flashcards

Culture (def 1)

Knowledge, values, norms, and goals.

Signup and view all the flashcards

Culture (def 2)

Culture evolves and guides interactions.

Signup and view all the flashcards

Values

Ideas about what is good.

Signup and view all the flashcards

Goals

Concrete, measurable, like the driving force in life.

Signup and view all the flashcards

Culture (def 3)

Learned interactions and behaviors.

Signup and view all the flashcards

Culture (def 4)

Passed down and taught.

Signup and view all the flashcards

Organic Solidarity

A type of social unity based on shared values and interdependence due to similar tasks. Increases in social contact.

Signup and view all the flashcards

Welfare State

A system aiming to provide basic social protections and opportunities for all citizens, even with limitations.

Signup and view all the flashcards

Social Market Economy

Economic system combining free market principles with government intervention to create a beneficial environment for both employers and employees.

Signup and view all the flashcards

Social Rights

Fundamental rights guaranteeing well-being, such as education, healthcare, and social security, creating a decent living.

Signup and view all the flashcards

Social Security

A system where working individuals contribute to a pool to provide social support (e.g., retirement, sickness).

Signup and view all the flashcards

Required Solidarity

Social control ensuring citizens' cooperation through social bonds.

Signup and view all the flashcards

Social Solidarity

Organisations that maintain order and ensure that everyone follows the same behaviour in society, through social control.

Signup and view all the flashcards

Solidarity Through Social Control

The necessity to work together for societal well-being.

Signup and view all the flashcards

Social benefits

Assistance for those with illness, retirement, or unemployment; or individuals with inadequate social security.

Signup and view all the flashcards

Social safety net

Government systems to provide assistance and security for society's fundamental needs (joblessness, illness, etc.).

Signup and view all the flashcards

Collective provisions

Systems organised by the community or government that supply services such as education and healthcare, to satisfy everyone's needs and promote societal well-being.

Signup and view all the flashcards

Globalization dimensions

Expanding global connections, awareness of others, and knowledge of the world.

Signup and view all the flashcards

Globalisation - Economic

Global economic integrations and interactions.

Signup and view all the flashcards

Globalisation - Political

Global political influences and interactions.

Signup and view all the flashcards

Globalisation - Cultural

Global cultural exchange and interactions.

Signup and view all the flashcards

Social awareness

Understanding the presence of others and the world.

Signup and view all the flashcards

Verticale sociale mobiliteit

De beweging van individuen of groepen naar een hogere of lagere sociale positie.

Signup and view all the flashcards

Raciale stratificatie

Ongelijke verdeling van middelen, kansen en status op basis van ras/etniciteit. Dit leidt tot systematische ongelijkheid..

Signup and view all the flashcards

Slavernij

Mensen gedwongen tot werk zonder loon of vrijheid, vaak met geweld en onderdrukking.

Signup and view all the flashcards

Inkomensongelijkheid

Grote verschillen in de hoeveelheid geld mensen verdienen.

Signup and view all the flashcards

Vermogensongelijkheid

Grote verschillen in de hoeveelheid bezittingen die mensen hebben, wat kan leiden tot sociale problemen.

Signup and view all the flashcards

Referentiegroepen

Groepen waar mensen naar opkijken en waarvan ze waarden en normen overnemen.

Signup and view all the flashcards

Sociale mobiliteit

Beweging binnen de sociale hiërarchie.

Signup and view all the flashcards

Sociale ongelijkheid

Verschillen in middelen, kansen, en status in de samenleving.

Signup and view all the flashcards

Wooncrisis

A significant problem affecting health, education, mental well-being due to housing issues.

Signup and view all the flashcards

Sociale economische ongelijkheid op vlak van gezondheid

How socioeconomic inequality impacts a person's health.

Signup and view all the flashcards

Meritocratie

A society where social position depends on personal merits, hard work, and talent.

Signup and view all the flashcards

Veld

Structure of social positions with corresponding power relations.

Signup and view all the flashcards

Economisch kapitaal

Wealth and income; mainly focusing on total assets

Signup and view all the flashcards

Cultureel kapitaal

Learned cultural knowledge through socialization.

Signup and view all the flashcards

Geïnstitutionaliseerd cultureel kapitaal

Formal qualifications (diplomas) and credentials that affect one's career.

Signup and view all the flashcards

Geobjectiveerd cultureel kapitaal

Possessions or experiences that show knowledge and status.

Signup and view all the flashcards

Habitus

A way of being, living, and thinking reflecting one's background.

Signup and view all the flashcards

Sociaal kapitaal

Your social network and connections.

Signup and view all the flashcards

Study Notes

Sociologie Begrippenlijst

  • Sociologie: Ontstaan, voortbestaan en veranderen van maatschappelijke patronen/structuren.
  • Sociaal handelen: Bewust gedrag van mensen gericht op anderen, beïnvloed door normen, waarden en relaties in de samenleving.
  • Samenleving: Interactie en communicatie tussen mensen.
  • Interactie: Iemand doet iets en een ander reageert daarop.
  • Communicatie: Invloed uitoefenen en ondergaan door gedachten en emoties.
  • Interpretatie: Betekenis geven aan situaties.
  • Civil inattention: Sociaal aanvaard om niet te communiceren met anderen (vb. in de lift).
  • Thomas theorema: Als mensen een situatie als echt definiëren, zijn ze real in their consequences (hun reactie is dan gebaseerd op hoe ze de situatie zien).
  • Orde: Voorspelbaarheid en routine.
  • Groep: Verzameling individuen met interacties, gedeelde normen, waarden, verwachtingen en identiteit.
  • Peergroep: Ontwikkelingsleeftijd, soortgelijke situatie en langdurige contacten.
  • Doelgroep: Groep mensen die je wilt bereiken in marketing/communicatie.
  • Organisatie: Mensen die samenwerken met een gemeenschappelijk doel, gestructureerde posities en interacties met andere organisaties.
  • Referentiekader: Waarden, normen, overtuigingen en ervaringen waarmee iemand de wereld interpreteert.
  • Institutie: Gestandaardiseerd gedrag, stabiel maar kan veranderen, routine, voorspelbaarheid, orde.

Sociologie (deel 2)

  • Conflictsociologie: Visie: structuur samenleving is ongelijk.
  • Cultuur: Kennis, waarden, normen en doelen, evolueren, handleiding voor interacties.
  • Waarden: Idee van wat goed is (concreet en meetbaar).
  • Doelen: Richtlijnen over hoe iets moet.
  • Normen: Hoe je je moet gedragen.
  • Individualisme: Focus op het individu, autonomie, rechten, zelfontplooiing belangrijker dan de groep.
  • Materialisme: Materiële omstandigheden bepalend voor menselijk gedrag.
  • Dominante cultuur: Culturen waaruit het overheersende deel van de bevolking bestaat.
  • Subcultuur: Culturen van de minderheid.
  • Multiculturele samenleving: Verschillende culturen en etnische groepen bestaan naast elkaar met hun eigen identiteiten.
  • Symbool: Iets zonder betekenis die in interactie wel een betekenis krijgt.
  • Expressief symbool: Symbolen beïnvloeden identiteitsvorming.
  • Identiteit: Kenmerken die een persoon uniek maken.
  • Mead: Identiteit ontstaat door interactie met significant others en generalised other (het inleven in een ander).
  • Significant other: Mensen uit de primaire omgeving met wie je interacties hebt.
  • Generalised other: Het inleven in de verwachtingen van de samenleving.
  • Role-taking: Zich plaatsen in de schoenen van een ander.

Sociologie (deel 3)

  • Determinisme: Menselijk gedrag wordt bepaald door externe factoren.
  • Ruiltheorie: Mensen ruilen met anderen vanuit eigenbelang.
  • Winstmaximalisatie: Mensen proberen zoveel mogelijk winst te behalen.
  • Wet van Homans: Ruilen leidt tot netwerken.
  • Front region: Plaats waar we onze rol spelen.
  • Back region: Zonder rolvoorschriften.
  • Zero sum game: Een winnaar en verliezer (Niet altijd winst voor beide partijen).
  • Coöperatief spel: Beide partijen winnen.
  • Traditionele autoriteit: Adel, heren, armen (via overerving).
  • Rationeel legale autoriteit: Nadenken in wetten, bureaucratie.
  • Bureaucratie: Arbeidsdeling, hiërarchie, regels voor interacties, medewerkers worden aangeworven naar kennis/prestatie.
  • Nepotisme: Vriendjespolitiek, mensen worden aangesteld op basis van connecties.
  • Doelverschuiving: Focussen op activiteiten in plaats van het uiteindelijke doel.
  • Trained incapacity: Geen creatieve en kritische denk-vaardigheden door overregulatie en arbeidsverdeling.
  • Oligarchie: Aan de top van een organisatie is meer macht naar de leiding.
  • Gemeinschaft: Gezamenlijke leven, groepsgerichtheid, tradities en solidariteit.
  • Gesellschaft: Individuele bezigheden, eigenbelang.
  • Mechanische solidariteit: Mensen leven samen en hebben sociale verplichtingen vanwege tradities.
  • Organische solidariteit: Meer sociale contacten vanwege ruil/industrie, gebaseerd op individuele interesses.

Sociologie (deel 4)

  • Welvaartsstaat: Overheidsinmenging en bescherming voor werknemers en sociale zorg
  • Sociale markt economie: Capitalisme met overheidsinmenging
  • Sociale grondrechten: Basisrechten die burgers beschermen op het gebied van welzijn.
  • Sociale zekerheid: Een systeem waarbij werknemers geld betalen en er een pot voor is. Je krijgt een uitkering als je ziek bent, pensioen, werkloos.
  • Sociale bijstand: Sociale zekerheidrechten niet hebben.
  • Collectieve voorzieningen: Voorzieningen georganiseerd door overheid/gemeenschap.
  • Globalisering: Wereldwijde uitbreiding van relaties.
  • Socialisatie: Het proces waarin men de cultuur leert.
  • Primaire socialisatie: Cultuur leert in het gezin, ouders/verzorgers.
  • Secundaire socialisatie: Cultuur leert buiten het gezin, school, sociale groepen.
  • Externe socialisatieagenten: Mensen die buiten gezin/school cultuur aanleren (vb. vrienden/sport).
  • Sociale controle: De samenleving zorgt ervoor dat er controle en orde is in de maatschappij.

Sociologie (deel 5)

  • Deviant gedrag: Gedrag dat afwijkt van de norm.
  • Crimineel gedrag: Deviant gedrag met strafrechtelijk gevolg.
  • Anomie: Spanning tussen waarden en normen en beperkte middelen om doelen te bereiken.
  • Deviante socialisering: Socialisatieprocessen resulteren in deviant gedrag van anderen.
  • Permissieve socialisering: Samenleving waarin alles is geoorloofd.
  • Self-fulfilling prophecy: Een verwachting wordt werkelijkheid door gedrag.
  • Stigmatiseren: Persoon met deviant gedrag identificeren.
  • Pygmalioneffect: Verwachtingen over gedrag beïnvloeden werkelijkheid.
  • Latrogenese: Hulpverleners maken cliënte hulpbehoevend.
  • Therapeugenese: Hulpverleners helpen cliënte.
  • Rational choice: Mensen maken keuzes om voordelen te behalen.
  • Fundamentele attributiefout: Het gedrag van iemand verbinden aan zijn karakter zonder de context te beschouwen.
  • Individueel schulddenken: Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen situatie.
  • Sociale stratificatie: Mensen in lagen/klassen verdelen.

Sociologie (deel 6)

  • Sociale ongelijkheid: Ongelijk verdeling van middelen, kansen en privileges.
  • Klasse: Mensen met gelijke economische positie en status.
  • Klassenmaatschappij/Standenmaatschappij/Kasten: Sociaal geordende groepen met verschillende status(klassen zijn dynamisch, standen blijven hetzelfde).
  • Verticale sociale mobiliteit: Verschuiving naar hogere/lagere sociale positie.
  • Raciale stratificatie: Ongelijke verdeling van middelen, kansen en status op basis van ras.
  • Slavernij: Mensen gedwongen tot arbeid zonder loon.
  • Inkomensongelijkheid: Verschil in inkomen tussen mensen.
  • Vermogensongelijkheid: Verschil in bezittingen tussen mensen.
  • Referentiegroepen: Groepen die je nastreeft om je gedrag aan aan te passen.
  • Latente functies: Onbedoelde gevolgen van arbeid.
  • Ascription: Kenmerken/eigenschappen van een persoon die niet door eigen handelen is.
  • Achievement: De kansen die je krijgt op basis van eigen handelen.
  • Scolariteitsgraad: Percentage mensen met een bepaalde diploma.

Sociologie (deel 7)

  • Indicator-leerling: Kenmerken die risico op schoolvertraging.
  • Wooncrisis: Impact van wonen op gezondheid, onderwijs en welzijn.
  • Sociale economische ongelijkheid op vlak van gezondheid: Sociale ongelijkheid beïnvloedt gezondheid.
  • Meritocratie: Positie afhangt van eigen verdiensten/vaardigheden.
  • Economisch kapitaal: Materiële rijkdom.
  • Cultureel kapitaal: Waarden, normen, en opvattingen.
  • Geïnstitutionaliseerd cultureel kapitaal: Geformaliseerd cultureel kenmerk (diplomas,...).
  • Geobjectiveerd cultureel kapitaal: Materiële uitdrukking van cultuur (kunst,...)
  • Belichaamd cultureel kapitaal: Cultureel kenmerk dat je bezit ( smaak, kennis...).
  • Sociaal kapitaal: Sociaal netwerk en relaties.
  • Habitus: Manier van leven en denken.
  • Smaak: Culturele smaak is een manier van differentiatie tussen sociale klassen.
  • Symbolisch geweld: Ongelijke sociale relaties die gemaskeerd zijn.
  • Feminisme: Verzet tegen seksisme.
  • Seksisme: Verplichtingen/overtuigingen die leiden tot nadeel voor een geslacht.
  • Burgerrechtenbeweging: Strijd voor gelijke rechten tussen mensen.
  • Privilege: Voordelen/voorkeuren door sociale positie/kenmerk.
  • Discriminatie: Onrechtvaardige behandeling door iemand te behandelen op basis van kenmerken.
  • Etniciteit: Identificatie met een specifieke groep of cultuur.

Studying That Suits You

Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.

Quiz Team

Related Documents

Description

Verken de belangrijkste termen en concepten binnen de sociologie met deze quiz. Ontdek hoe maatschappelijke structuren en interacties onze samenleving vormgeven. Test je kennis over sociaal handelen, communicatie, en groepsdynamieken.

More Like This

Key Concepts in Sociology
38 questions
Language and Society Quiz
37 questions

Language and Society Quiz

ComfortableXylophone2285 avatar
ComfortableXylophone2285
Use Quizgecko on...
Browser
Browser