Podcast
Questions and Answers
John Dewey benadrukte het belang van interactie en communicatie. Welke rol kende hij specifiek toe aan taal in dit proces?
John Dewey benadrukte het belang van interactie en communicatie. Welke rol kende hij specifiek toe aan taal in dit proces?
- Taal is irrelevant voor interactie, omdat non-verbale communicatie volstaat.
- Taal creëert een barrière voor echte interactie en communicatie.
- Taal dient uitsluitend voor het overdragen van feitelijke informatie.
- Taal is essentieel voor het zich toe-eigenen van betekenissen in een sociale context. (correct)
Welke kritiek uitte Dewey op de traditionele filosofie met betrekking tot het individu versus de gemeenschap?
Welke kritiek uitte Dewey op de traditionele filosofie met betrekking tot het individu versus de gemeenschap?
- Hij bekritiseerde de focus op het denkende individu en pleitte voor een benadering die de gemeenschap centraal stelt. (correct)
- Hij vond dat de traditionele filosofie de gemeenschap te veel benadrukte ten koste van het individu.
- Hij steunde de traditionele filosofie volledig in haar benadering van het individu.
- Hij vond dat de traditionele filosofie de rol van de leider te veel benadrukte boven het individu.
Dewey formuleerde twee pedagogische criteria met betrekking tot een samenlevingsvorm. Welke van de volgende opties vat deze criteria het beste samen?
Dewey formuleerde twee pedagogische criteria met betrekking tot een samenlevingsvorm. Welke van de volgende opties vat deze criteria het beste samen?
- Het maximaliseren van economische groei en het minimaliseren van overheidsingrijpen.
- Het respecteren van individuele vrijheid en het stimuleren van competitie.
- Het handhaven van strikte sociale normen en het beperken van culturele diversiteit.
- Het bevorderen van gedeelde belangen en het waarborgen van vrije interacties tussen groepen. (correct)
Op welke manier verschilde Maria Montessori's benadering van het onderwijs significant van traditionele methoden?
Op welke manier verschilde Maria Montessori's benadering van het onderwijs significant van traditionele methoden?
Wat is een essentieel kenmerk van de 'voorbereide omgeving' in de Montessori-methode?
Wat is een essentieel kenmerk van de 'voorbereide omgeving' in de Montessori-methode?
Welke fundamentele overtuiging lag ten grondslag aan Janusz Korczaks benadering van de opvoeding in zijn weeshuis?
Welke fundamentele overtuiging lag ten grondslag aan Janusz Korczaks benadering van de opvoeding in zijn weeshuis?
Welke boodschap probeerde Korczak over te brengen met zijn rede 'De lente en het kind' tijdens een congres voor jeugdigen in oorlogstijd?
Welke boodschap probeerde Korczak over te brengen met zijn rede 'De lente en het kind' tijdens een congres voor jeugdigen in oorlogstijd?
Martinus Jan Langeveld had een specifieke visie op de rol van ouders in de opvoeding. Wat was een belangrijk aspect van deze visie?
Martinus Jan Langeveld had een specifieke visie op de rol van ouders in de opvoeding. Wat was een belangrijk aspect van deze visie?
Welk principe stond centraal in de opvoedingsfilosofie van Paulo Freire?
Welk principe stond centraal in de opvoedingsfilosofie van Paulo Freire?
Welk niveau van het model van Bronfenbrenner heeft betrekking op de wederzijdse verbindingen en processen die optreden tussen twee of meer microsystemen?
Welk niveau van het model van Bronfenbrenner heeft betrekking op de wederzijdse verbindingen en processen die optreden tussen twee of meer microsystemen?
Flashcards
Wat is Dewey's kernidee?
Wat is Dewey's kernidee?
Centraal staat de interactie en communicatie tussen mensen tijdens gezamenlijke activiteiten.
Wat vindt Dewey belangrijk in het samenleven?
Wat vindt Dewey belangrijk in het samenleven?
De opvatting dat andere mensen elkaar moeten communiceren en helpen.
Wat legde Dewey vast met zijn formulering van democratie?
Wat legde Dewey vast met zijn formulering van democratie?
De relatie tussen democratie en opvoeding.
Wat is Montessori's visie?
Wat is Montessori's visie?
Signup and view all the flashcards
Wat was Montessori's missie?
Wat was Montessori's missie?
Signup and view all the flashcards
Wat is 'zelfopvoeding' volgens Montessori?
Wat is 'zelfopvoeding' volgens Montessori?
Signup and view all the flashcards
Wat zegt de pedagoog volgens Montessori?
Wat zegt de pedagoog volgens Montessori?
Signup and view all the flashcards
Wat is een van de grondgedachten van Korczak?
Wat is een van de grondgedachten van Korczak?
Signup and view all the flashcards
Wat is een mentoraat?
Wat is een mentoraat?
Signup and view all the flashcards
Wat vindt Korczak?
Wat vindt Korczak?
Signup and view all the flashcards
Study Notes
John Dewey (1859-1952)
- Dewey was een liberale pedagoog geboren in Amerika.
- Langeveld schreef een reactie op Deweys werk.
- Deweys dualistische wereldbeeld werd in Nederlandse scholen niet opgepakt.
- C. Philippi-Siewertsz van Reesema beschreef Deweys opvoedingsfilosofie in "Pioniers der Volksopvoeding" (1949) met veel lof.
- Vanaf de jaren tachtig kreeg Deweys pedagogiek in Nederland systematisch aandacht, mede door Gert Biesta.
- Het resultaat was een stroom van nationale en internationale publicaties.
- Dewey richtte de Lab School op aan de Universiteit van Chicago om zijn vernieuwende onderwijsvisie vorm te geven.
- Deweys aanpak staat beschreven in "School en maatschappij" (1929).
- Het uitgangspunt van het experiment was dat kinderen leren door actieve deelname aan gezamenlijke activiteiten.
- Interactie en communicatie tussen mensen die gezamenlijk iets ondernemen staan centraal.
- Taal speelt een belangrijke rol omdat het verwijst naar betekenissen die kinderen zich in een sociale context kunnen toe-eigenen.
- Dewey bekritiseerde filosofen die het denkende individu centraal stelden.
- Deweys opvatting over democratie is integraal onderdeel van zijn opvoedingsfilosofie, uiteengezet in "Democracy and Education" (1916).
- Hij vond samenleven belangrijk, waarbij mensen met elkaar moeten communiceren en elkaar helpen.
- Dewey formuleerde twee pedagogische criteria:
- Hoe talrijk en gevarieerd zijn de gedeelde belangen in een samenlevingsvorm?
- Hoe volledig en vrij zijn de interacties tussen verschillende groepen in een samenlevingsvorm?
- Dewey legde een duidelijke relatie tussen democratie en opvoeding.
- Er is groeiende aandacht voor Deweys werk in pedagogiek, onderwijskunde en jeugdzorg, met name voor de kernbegrippen ervaring, participatie en burgerschapsvorming.
Maria Montessori (1870-1952)
- Montessori vond erkenning als voorvechtster voor de zaak van het kind.
- Ze is geboren in Italië.
- Montessori opende in 1907 het eerste Kinderhuis, waar ongeveer 50 kinderen tussen de drie en zes jaar werden verzorgd.
- Een leerkracht observeerde de kinderen, terwijl Montessori haar opvoedingsideeën uitprobeerde en haar methode ontwikkelde.
- Vanaf de jaren twintig tot haar dood verspreidde Montessori haar methode over de hele wereld.
- Aan het einde van haar leven woonde ze in Nederland en deels in Amsterdam.
- In dat huis is nu de hoofdzetel van de Associazione Montessori Internazionale (AMI) gevestigd.
- In 1909 kwam haar boek "Il Metodo della Pedagogia Scientifica" uit, waarin ze het concept van een nieuwe opvoeding voor jonge kinderen beschreef.
- Dit vertoont invloeden van positivisme en de evolutietheorie.
- Montessori's pedagogiek is gebaseerd op een ontwikkelingsleer die oproept tot het scheppen van ruimte voor de vrije, natuurlijke ontwikkeling van kinderen, door haar "zelfopvoeding" genoemd.
- Kinderen zijn een bron van gezondheid en vormen een gids voor de studie van de menselijke normaliteit.
- Haar methode kenmerkt zich door de voorbereide omgeving die tegemoet komt aan hetgeen kinderen nodig hebben (zoals meubilair op kinderhoogte).
- De methode omvat ook gerichte praktisch-didactische aanwijzingen ten aanzien van de rol van de leidster.
- Montessori's missie was het kind, de samenleving en de wereld redden.
- Het kind verschilt van de volwassene omdat zijn activiteit is gericht op het innerlijke doel van zichzelf vormen.
- Ze riep op tot het respecteren van de innerlijkheid van het kind door een afwachtende houding aan te nemen, goed te kijken en te vertrouwen op hun eigen krachten.
- Maria Montessori zei dat een pedagoog niets zegt over wat kinderen moeten leren, enkel hoe ze het moeten leren.
- De Montessori-pedagogiek is tegelijkertijd een praktijk-theorie beladen met strikte voorschriften voor die praktijk.
- Montessori gaat voorbij aan verschillen tussen kinderen en maakt alleen onderscheid in tempo van ontwikkeling.
- Normaliteit is bij Montessori de drijfveer van de vrije ontwikkeling. Afwijkend gedrag is een uiting van onvrijheid.
- De Montessori-pedagogiek garandeert in zichzelf noch ontwikkeling in vrijheid, noch respect voor de kinderlijke individualiteit.
- In de 21e eeuw wordt er bij de Montessori-pedagogiek onderscheid gemaakt tussen jonge en oudere kinderen en basis- en voortgezet onderwijs.
- Montessori's idee van de universele ontwikkeling van kinderen wordt alleen nog gehanteerd voor de kleuterleeftijd.
Janusz Korczak (1878-1942)
- Korczak schreef onder andere het boek "Straatkinderen".
- Hij hielp mee aan de opzet van een weeshuis van de Joodse vereniging voor wezenzorg en nam hier de leiding op zich.
- Hij woonde er voor de rest van zijn leven en het weeshuis was een fijne plek voor kinderen.
- Korczak vond dat kinderen uitstekend verantwoordelijkheid kunnen dragen, daarom kregen nieuwe kinderen in het weeshuis een mentoraat (een meer ervaren kind als vertrouwenspersoon).
- Korczak vond dat de zwakkeren de dupe zijn als er chaos is.
- Korczak beschreef zijn gevoelens omtrent de oorlogstijd in een rede "De lente en het kind" op een congres voor jeugdigen.
- Hij stelde de vragen: Welke volwassene durft kinderen nog met opgeheven hoofd onder ogen te komen na alle vernietiging?
- En: Kinderen die spelen en zelfs lachen tussen de puinhopen beseffen misschien wel beter dan volwassenen dat er ooit toch een betere wereld komt.
- Over de steeds moeilijker wordende politieke omstandigheden schreef Korczak in 1930 een toneelstuk.
- Later werd hij steeds meer een radicaal criticus van de samenleving en de plek die het opgroeiende kind daarin krijgt toebedeeld.
- Het kind speelt een steeds grotere rol in zijn gedachten over een betere wereld, omdat het in zijn onbevangenheid sterker naar een gave wereld verlangt en het in zijn spontaniteit en creativiteit er meer naartoe durft te leven.
- Korczak liep op 5 of 6 augustus met alle kinderen en medewerkers zelf naar het goederenstation, waar ze op diezelfde dag in een goederentrein naar Treblinka werden gebracht en omgebracht in de gaskamers.
- Er is een samenhang tussen Korczaks onvoorwaardelijke trouw aan 'zijn' kinderen en zijn radicale acceptatie van kinderen als volwaardige medemensen.
- Daarnaast vond hij dat kinderen respect verdienen en zijn levensverhaal maakt ook een ander hoofdthema uit zijn denken duidelijk: een opvoeder moet nooit vergeten in wat voor een wereld hij aan het opvoeden is, want in die wereld is veel ontwricht en daar worden ook kinderen aan blootgesteld.
Martinus Jan Langeveld (1905-1989)
- Langeveld voltooide in de laatste oorlogsjaren zijn "Beknopte theoretische pedagogiek".
- In 1946 werd Langeveld benoemd tot gewoon hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Utrecht in de opvoedkunde, ontwikkelingspsychologie en didactiek.
- Hij was na de Tweede Wereldoorlog de enige overgebleven hoogleraar en kon de koers in de sociale wetenschappen sterk bepalen.
- Zijn analyse staat of valt bij het respecteren van de lokaal-historische betekeniscontext.
- Verbondenheid, complexiteit, verantwoordelijkheid en meerstemmigheid waren voor hem belangrijk.
- Zijn opvoedingsdoel was zelfverantwoordelijke zelfbepaling en autonomie (Kant).
- Langeveld was het niet eens met Kant: ‘Ik ben geen Kantiaan’.
- Hij ging ervan uit dat ouders in de opvoeding geen waarden overdragen, maar dat kinderen zich waarden eigen maken.
- Het echte opvoeden begon pas wanneer het kind nee kon zeggen.
- Langevelds invloed nam af vanaf 1972. In 2001 werd het Langeveld-gebouw bij De Uithof in Utrecht gedoopt.
- Langeveld heeft nationaal en internationaal een grote invloed gehad, maar wordt wel als ouderwets gezien.
Paulo Freire (1921-1997)
- Door de boeken "Pedagogy of the Oppressed" (1970) en "Pedagogy in Process. The Letters to Guinea-Bissau" (1978) werd Freire wereldberoemd.
- Freire wilde er zijn voor alfabetisatie en voor de armen, omdat hij zelf ook armoede had meegemaakt.
- Hij wordt gekarakteriseerd als kritisch- of derdewereldpedagoog.
- In 1991 kwam in Sao Paulo het Paulo Freire Instituut.
- Hij bleef een pedagoog voor en van de praktijk.
- Opvoeding is nooit neutraal en is een instrument tot bevrijding van de mens of instrument tot diens knechting.
- Mensen zijn volgens Freire niet het object, maar het subject van hun eigen ontwikkelingsproces.
- Depositaire opvoeding gaat van rijke landen over naar ontwikkelingslanden.
- Leren is niet mensen volstoppen met vreemde woorden, maar problematiseren.
- Problemen kunnen door reflectie en actie en in dialoog met anderen opgelost worden.
- Het doel van deze opvoeding is bewustmaking en bewustwording.
- Hij wilde een wederzijds dialoog tussen leraar en leerling.
- Freire beschouwde zijn visie, zijn doelstelling en zijn methode als revolutionair.
- Freire is ook wel de pedagoog van de ‘pedagogiek van het hart' en de 'pedagogiek van de hoop'.
Kalthoff hoofdstuk 1
- Een op de twaalf kinderen groeit op in armoede, mede doordat een groeiende groep mensen moeilijk uit de bijstand komt.
- Werkende ouders bieden geen garantie om uit armoede te ontsnappen.
- Mensen in kortere periode van armoede:
- Stellen zonder kinderen
- Huishoudens met meerderjarige kinderen
- Mensen uit huishoudens met inkomsten uit arbeid
- Mensen zonder migratieachtergrond
- Mensen in langere periode van armoede:
- Alleenwonenden
- Huishoudens met minderjarige kinderen
- Uitkerings- en pensioenontvangers
- Mensen met een migratieachtergrond
- Factoren die armoede veroorzaken:
- Microniveau: Onvermogens die kansen op de arbeidsmarkt beïnvloeden, zoals een lage opleiding.
- Mesoniveau: Wetten en regels van de overheid, bijvoorbeeld ontoegankelijke regelingen.
- Macroniveau: Economische opgang of neergang die zich in werkeloosheid manifesteert, alsook politieke keuzes en sociale ongelijkheid op de arbeidsmarkt.
Kalthoff hoofdstuk 2
- Kinderen uit langdurig arme gezinnen zijn vaak slechter af dan kinderen uit welvarende gezinnen, wat de kans op sociale uitsluiting vergroot.
- Hoe langer een gezin geldgebrek heeft, des te groter de kans op nadelige gevolgen voor het welbevinden.
- Veel kinderen zijn echter tevreden over hun thuissituatie en een goed sociaal netwerk is hierbij belangrijk. Sommige kinderen vinden "armoede" geen fijn woord.
- Meedoen aan de samenleving wordt vaak beschouwd als een eerste levensbehoefte.
- Het Sociaal en Cultureel Planbureau onderscheidt vier vormen van sociale uitsluiting:
- Geldgebrek: Kinderen moeten bepaalde essentiële zaken missen.
- Onvoldoende sociale participatie: Bijvoorbeeld deelname aan sport.
- Onvoldoende toegang tot sociale grondrechten: Bijvoorbeeld veiligheid in de buurt.
- Onvoldoende normatieve integratie: Kinderen overtreden regels op school of in de samenleving.
- De kans op sociale uitsluiting is groter wanneer een kind:
- In een arm gezin leeft
- Van niet-westerse afkomst is
- Deel uitmaakt van een eenoudergezin
- Ouders heeft met een laag opleidingsniveau
- Ouders heeft geen betaalde baan
- Ouders heeft met een lage sociale participatie
- Woningen waarin kinderen in armoede leven staan vaak in een slechtere buurt waar meer criminaliteit voorkomt.
- Eén op de drie kinderen maken zich dagelijks zorgen om de armoedesituatie thuis en bij een kwart leidt dit tot fysieke of psychische klachten.
- Veel van de kinderen in armoede hebben het gevoel dat ze niets aan hun situatie kunnen veranderen.
- Een sociaal netwerk is erg belangrijk, zowel als emotionele steun als omdat het hun ouders ontlast en kinderen praten vaak met vrienden over hun omstandigheden.
- Kinderen proberen vaak manieren te bedenken om met hun situatie om te gaan, bijvoorbeeld door een bijbaantje te nemen. Jongeren zijn vaak zeer bewust van de prijzen en wat je nou echt nodig hebt.
- Kinderen zien zichzelf niet als arm en willen hiermee niet geassocieerd worden, wat wellicht komt doordat hun situatie in hun wijk normaal is.
Kalthoff hoofdstuk 4
- De kwaliteit van ouder-kind interactie en opvoeding is belangrijk voor een goede ontwikkeling.
- Positief opvoeden vergroot de kans dat kinderen veilig, gezond en kansrijk opgroeien.
- Bij positief opvoeden gaat het om onmisbare zaken in de interactie tussen ouder en kind, zoals sensitieve responsiviteit en bijvoorbeeld spelletjes doen.
- Langdurige armoede, opvoedingsproblemen en minder goede ontwikkeling van het kind worden vaak in verband gebracht met elkaar.
- Het model van Bronfenbrenner heeft vijf niveaus van de interactie tussen mens en omgeving die invloed hebben op de ontwikkeling van kinderen:
- Microsysteem: Relaties en activiteiten in de onmiddellijke omgeving van het kind, zoals gezin of school.
- Mesosysteem: Wederzijdse verbindingen en processen tussen twee of meer microsystemen, zoals het contact tussen ouders en school.
- Exosysteem: Systemen waarmee een kind niet zelf contact heeft, maar die toch invloed hebben op gedrag en ontwikkeling, zoals het werk van ouders.
- Macrosysteem: niveau dat het verst verwijderd is van de onmiddellijke ervaring van de jongere, zoals de cultuur.
- Volgens het Balansmodel vormen risicofactoren de draaglast en veerkracht en positieve invloeden de draagkracht.
- Zijn de draaglast en draagkracht in balans, dan is er niets aan de hand. Schiet de draagkracht tekort of wordt de draaglast te groot, dan ontstaan er problemen.
- Armoede zorgt niet automatisch tot problemen, maar als armoede langdurig is en samengaat met meer risicofactoren en minder beschermende factoren, is de kans op ontwikkelingsproblemen groter.
- Ouders kunnen verschillen in opvoeden door de mate van controle en discipline.
- Controle is het stellen van grenzen en regels, terwijl discipline betrekking heeft op het ingrijpen wanneer die grenzen overschreden worden.
- Onderscheid wordt gemaakt tussen autoritaire en autoritatieve discipline.
- Autoritaire ouders verwachten dat kinderen gedragsregels volgen zonder vragen te stellen, terwijl autoritatieve ouders de regels uitleggen en kinderen stimuleren om input te geven.
- Verschillen in opvoeding tussen etnische minderheden en meerderheden kunnen verklaard worden door de sociaal-economische klasse, acculturatie en discriminatie.
- Acculturatie kan stress geven doordat ouders in contact komen met onbekende normen en gebruiken door het gemis van de familie in het herkomstland en gebrek aan sociale netwerken.
- Meer stress hangt samen met een minder warme relatie met het kind.
- Een depressie geeft een grotere kans op negatief opvoedingsgedrag.
- Moeders uit arme gezinnen met sterke depressieve gevoelens kunnen veel minder goed met armoede omgaan dan moeders die ook arm zijn, maar psychisch beter in hun vel zitten.
Studying That Suits You
Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.