Gesteentevervorming en spanningsregimes
44 Questions
1 Views

Choose a study mode

Play Quiz
Study Flashcards
Spaced Repetition
Chat to Lesson

Podcast

Play an AI-generated podcast conversation about this lesson

Questions and Answers

Welke van de volgende opties beschrijft het best elastische vervorming van gesteenten?

  • Een verandering waarbij het gesteente plastisch vervormt en plooit.
  • Een permanente verandering waarbij het gesteente breekt.
  • Een verandering in de chemische samenstelling van het gesteente.
  • Een tijdelijke verandering die verdwijnt wanneer de spanning wordt weggenomen. (correct)

Brosse vervorming van gesteenten resulteert in plooien.

False (B)

Noem de drie spanningsregimes die een rol spelen bij de vervorming van gesteenten.

compressie, rek en schuifspanning

Plastische vervorming is een blijvende vervorming die optreedt zonder te ______.

<p>breken</p> Signup and view all the answers

Combineer de termen met hun beschrijving:

<p>Brosse vervorming = Leidt tot breuken en scheuren in gesteente Plastische vervorming = Leidt tot plooien in het gesteente Elastische vervorming = Tijdelijke vormverandering Spanning = Kracht die op gesteente werkt</p> Signup and view all the answers

Wat is de belangrijkste parameter om gesteenten plastisch te vervormen (te plooien)?

<p>Hoge temperatuur en continue druk over een lange tijd. (D)</p> Signup and view all the answers

Alle gesteenten vervormen op dezelfde manier onder identieke omstandigheden.

<p>False (B)</p> Signup and view all the answers

Wat gebeurt er met een gesteente als de spanning (stress) de kritische waarde overschrijdt?

<p>Het gesteente breekt of plooit permanent</p> Signup and view all the answers

Welk van de volgende gesteenten is een voorbeeld van een 'competent' gesteente bij lage drukken en temperaturen?

<p>Kwartsiet (C)</p> Signup and view all the answers

Bij toenemende diepte en druk wordt een gesteente altijd sterker en kan het meer spanning opnemen.

<p>False (B)</p> Signup and view all the answers

De overgang van voornamelijk brosse naar plastische vervorming is al op zo'n ______ km diepte in de korst onder het continent waar te nemen.

<p>20</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende beschrijft het beste de asthenosfeer?

<p>Een laag waar gesteente plastisch vervormt en weinig spanning kan opbouwen. (C)</p> Signup and view all the answers

Waarom is de mogelijkheid tot eenvoudige vervorming in de asthenosfeer essentieel voor platentektoniek?

<p>Omdat de rigide lithosfeer op de plastische asthenosfeer drijft.</p> Signup and view all the answers

Combineer het gesteente met zijn dominante vervormingsgedrag in de bovenste korst, bij normale lage temperaturen en drukken:

<p>Kwartsiet = Brosse vervorming Schalie = Plastische vervorming Kalksteen = Brosse vervorming Graniet = Brosse vervorming Leisteen = Plastische vervorming</p> Signup and view all the answers

Wat is de primaire reden dat gesteente dieper in de lithosfeer sterkte verliest?

<p>Toename van de temperatuur (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is de definitie van een antiforme plooi?

<p>Een plooi met de bolle kant naar boven gericht. (C)</p> Signup and view all the answers

In een anticline bevinden de jongste lagen zich in het centrum van de plooi.

<p>False (B)</p> Signup and view all the answers

Olivijn is minder sterk dan kwarts en vervormt daarom makkelijker plastisch.

<p>False (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is een assenvlak van een plooi?

<p>Het vlak dat de plooiassen van de opeenvolgende lagen verbindt.</p> Signup and view all the answers

Een plooi is ______ wanneer het assenvlak een spiegelvlak tussen de flanken is.

<p>symmetrisch</p> Signup and view all the answers

Match de volgende plooibeschrijvingen met hun juiste definitie.

<p>Anticline = Plooi met de oudste lagen in het centrum. Syncline = Plooi met de jongste lagen in het centrum. Assenvlaksplijting = Splijting parallel aan het assenvlak van plooien Overhellende plooi = Plooi waarbij beide flanken in dezelfde richting hellen.</p> Signup and view all the answers

Wat is het belangrijkste verschil tussen breuken en diaklazen?

<p>Breuken verplaatsen gesteentepakketten ten opzichte van elkaar, terwijl diaklazen dat niet doen. (C)</p> Signup and view all the answers

Diaklazen ontstaan door compressiespanning op gesteente.

<p>False (B)</p> Signup and view all the answers

Welke twee families van spleten vormen diaklazen meestal?

<p>Parallelle spleten die loodrecht op elkaar staan</p> Signup and view all the answers

Het open komen van diaklazen gebeurt bij de ______ aan de oppervlakte.

<p>drukontlasting</p> Signup and view all the answers

Welke eigenschap van diaklazen wordt handig gebruikt bij de aanwending van natuursteen als bouwsteen?

<p>Het regelmatig netwerk dat ze vormen. (B)</p> Signup and view all the answers

Match de volgende elementen met hun kenmerken:

<p>Breuken = Verplaatsen gesteentepakketten Diaklazen = Vormen een netwerk van spleten zonder zichtbare verplaatsing Druksplijtingsvlakken = Besproken in het hoofdstuk metamorfose Laagvlakken = Besproken in het hoofdstuk sedimentaire gesteenten</p> Signup and view all the answers

Diaklaasvlakken laten op enkele tientallen meters diepte veel waterindringing toe.

<p>False (B)</p> Signup and view all the answers

Welke stoffen worden vaak als secundaire neerslag in diaklaasvlakken gevonden?

<p>Limoniet en calciet</p> Signup and view all the answers

Welk proces veroorzaakt de neerslag van limoniet?

<p>Oxidatie van Fe-ionen (C)</p> Signup and view all the answers

Afschuivingsbreuken ontstaan in een tektonisch regime van compressie.

<p>False (B)</p> Signup and view all the answers

Wat zijn slenken?

<p>Inzakkingstructuren begrensd door afschuivingsbreuken.</p> Signup and view all the answers

Een opschuivingsbreuk is ______ hellend

<p>steiler</p> Signup and view all the answers

Match de volgende breuken met hun beschrijving:

<p>Afschuivingbreuk = Bovenblok is naar beneden geschoven Opschuivingbreuk = Bovenblok is naar boven geschoven (steil) Overschuivingbreuk = Bovenblok is naar boven geschoven (zwakhellend)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende structuren is GEEN voorbeeld van een slenk?

<p>Een instortingsgat (B)</p> Signup and view all the answers

Listrische afschuivingsbreuken zijn vlak.

<p>False (B)</p> Signup and view all the answers

In welke richting beweegt het bovenblok bij een opschuivingsbreuk?

<p>Naar boven</p> Signup and view all the answers

Welke structuren ontstaan voornamelijk in een compressief tektonisch regime?

<p>Overschuivingsbreuken en plooien (B)</p> Signup and view all the answers

Brosse en plastische vervorming zijn totaal verschillende processen en hebben geen overlap.

<p>False (B)</p> Signup and view all the answers

Hoe worden diepe transversale breuken genoemd die lithosfeerplaten doorsnijden?

<p>transformbreuken</p> Signup and view all the answers

De buitenrand van gebergteketens wordt vaak gekenmerkt door zogenaamde 'plooi-en-______ gordels'.

<p>overschuivings</p> Signup and view all the answers

Wat is een dip-slip fault?

<p>Een breuk met een bewegingscomponent in de richting van het breukvlak. (C)</p> Signup and view all the answers

Wat is de belangrijkste factor die de vorming van plooien veroorzaakt?

<p>tektonische compressie</p> Signup and view all the answers

Plooien zijn altijd gemakkelijk in hun geheel te observeren in een ontsluiting.

<p>False (B)</p> Signup and view all the answers

Flashcards

Elastische vervorming

Een tijdelijke vervorming van gesteenten die verdwijnt wanneer de spanning wordt weggenomen.

Plastische vervorming

Een vaste vervorming van gesteenten die blijft bestaan nadat de spanning is weggenomen.

Rek

Spanning die een gesteente uit elkaar trekt.

Compressie

Spanning die gesteente samen drukt.

Signup and view all the flashcards

Schuifspanning (shear)

Spanning die een gesteente in tegengestelde richtingen laat bewegen.

Signup and view all the flashcards

Brosse vervorming

Het proces waarbij gesteente breekt onder spanning.

Signup and view all the flashcards

Plastische vervorming

Het proces waarbij gesteente plooit onder spanning.

Signup and view all the flashcards

Breuk (faulting)

Een breuk in gesteente.

Signup and view all the flashcards

Breuken (faults)

Fysische onderbrekingen in de continuïteit van gesteenten, waardoor gesteentepakketten ten opzichte van elkaar verschuiven.

Signup and view all the flashcards

Diaklazen (joints)

Fysische onderbrekingen in de continuïteit van gesteenten, maar zonder zichtbare verschuiving tussen de gesteentepakketten.

Signup and view all the flashcards

Diaklazen - Vorming

Een regelmatig netwerk van spleten, vaak in twee families die loodrecht op elkaar staan en quasi loodrecht op sedimentaire laagvlakken.

Signup and view all the flashcards

Diaklazen - Oorzaak

ontstaan in gesteenten door drukontlasting.

Signup and view all the flashcards

Diaklazen - Richting

De oorsprong van de diaklaasrichtingen is te vinden in de eerdere vervorminggeschiedenis van het gesteente.

Signup and view all the flashcards

Diaklazen - Gebruik

Door diaklazen wordt een sedimentair gesteente opgedeeld in blokken met een afmeting van enkele dm³. Bepaalde soorten natuursteen worden gebruikt als bouwmaterialen.

Signup and view all the flashcards

Afschuivingbreuk (Normal Fault)

Een breukvorm waarbij het gesteente boven de breuk naar beneden beweegt ten opzichte van het gesteente eronder.

Signup and view all the flashcards

Breuken en Diaklazen - Waterindringing

Breukvlakken en diaklazen zijn doorgaans dichtgedrukt op enkele tientallen meters diepte, waardoor er weinig waterindringing mogelijk is.

Signup and view all the flashcards

Slenk (Graben)

Een inzakking van de aardkorst, begrensd door afschuivingbreuken.

Signup and view all the flashcards

Horst

Een relatief hoog deel tussen twee slenken.

Signup and view all the flashcards

Diaklazen - Openbreken

Diaklazen breken open onder geringe belastingsdruk van bovenliggende lagen, vooral bij competente gesteenten aan de oppervlakte.

Signup and view all the flashcards

Opschuivingbreuk (Reverse Fault)

Een breukvorm waarbij het gesteente boven de breuk naar boven beweegt ten opzichte van het gesteente eronder.

Signup and view all the flashcards

Sterkte van gesteenten

De mate waarin een gesteente druk kan weerstaan voordat het breekt of vervormt.

Signup and view all the flashcards

Overschuiving (Thrust Fault)

Een breukvorm met een zwakke helling waarbij het bovenblok over het onderblok schuift.

Signup and view all the flashcards

Elastisch gedrag van gesteenten met diepte

De elasticiteit van een gesteente wordt groter naarmate de druk toeneemt (diepte). Het gesteente wordt dus sterker.

Signup and view all the flashcards

Listrische afschuivingbreuk

Een afschuivingbreuk die licht gekromd verloopt, vaak voorkomend in slenksystemen.

Signup and view all the flashcards

Plastisch gedrag van gesteenten met diepte

Geesteente gedraagt zich plastisch bij een hogere druk en temperatuur.

Signup and view all the flashcards

Rekregime

Een tektonisch regime waarbij de aardkorst uit elkaar wordt getrokken.

Signup and view all the flashcards

Diepte van overgang naar plastisch gedrag

De overgang van bros gedrag (breken) naar plastisch gedrag (vervormen) treedt rond 20 km diepte in de aardkorst op.

Signup and view all the flashcards

Sterkteverandering bij de Moho

Een belangrijke verandering in de sterkte van het gesteente treedt op aan de grens tussen de aardkorst en de mantel (de Moho).

Signup and view all the flashcards

Compressief regime

Een tektonisch regime waarbij de aardkorst tegen elkaar wordt gedrukt.

Signup and view all the flashcards

Sterkte van olivijn

Olivijn is sterker dan kwarts, dus peridotiet in de bovenmantel vervormt minder plastisch.

Signup and view all the flashcards

Plastische vervorming in de bovenmantel

De plastische vervorming van gesteente neemt toe in de bovenmantel, terwijl de sterkte afneemt vanwege de stijgende temperatuur.

Signup and view all the flashcards

Plastische asthenosfeer

De asthenosfeer is een zeer plastische laag in de mantel waar gesteenten geen spanning kunnen opslaan.

Signup and view all the flashcards

Plooias

De lijn van de sterkste kromming van een plooi.

Signup and view all the flashcards

Plooiflanken

De vlakken die de flanken van een plooi vormen.

Signup and view all the flashcards

Assenvlak

Het vlak dat de plooias van alle lagen in een plooi verbindt.

Signup and view all the flashcards

Synforme plooien

Plooien met de convexe zijde naar beneden gericht.

Signup and view all the flashcards

Antiforme plooien

Plooien met de convexe zijde naar boven gericht.

Signup and view all the flashcards

Compressief tektonisch regime

Overschuivingsbreuken die samenkomen met plooien om lagen te verkorten en verticale opeenstapeling te veroorzaken.

Signup and view all the flashcards

Fold and thrust belt

Een gebergterand gekenmerkt door plooien en overschuivingen, gevormd door compressieve krachten.

Signup and view all the flashcards

Competentie van gesteenten

De mate waarin een gesteente vervormt zonder te breken.

Signup and view all the flashcards

Experimentele tektoniek

Experimentele vorming van geologische structuren in een gecontroleerde omgeving.

Signup and view all the flashcards

Dwarse breuk (strike-slip fault)

Een breuk waarbij er een horizontale beweging is tussen twee gesteenteblokken.

Signup and view all the flashcards

Transformbreuk

Een diepe breuk die lithosfeerplaten doorsnijdt en horizontale beweging veroorzaakt.

Signup and view all the flashcards

Gesteentevervorming

De verandering van geologische structuren door spanning, waar gesteenten kunnen buigen of breken.

Signup and view all the flashcards

Golflengte van een plooi

De afstand tussen twee opeenvolgende toppen van een plooi.

Signup and view all the flashcards

Study Notes

Gesteentevervorming

  • Gesteenten reageren op spanning in de aardkorst door elastische vervorming (tijdelijk) of permante vervorming (breken of plooien).
  • Drie spanningsregimes bestaan: compressie, rek en schuifspanning.
  • Kritische spanningswaarden leiden tot brosse (breken) of plastische (plooien) vervorming.
  • Plastische vervorming is blijvend, zonder breuk.
  • Experimenteel kan het vervormingsgedrag van gesteenten worden bepaald.
  • Druk en temperatuur nemen toe met de diepte.
  • Gesteenten variëren in sterkte, afhankelijk van de druk, temperatuur en type gesteente.
  • Kompetente gesteenten (bv. kwartsiet, kalksteen, graniet) breken gemakkelijk bij lage druk en temperatuur.
  • Niet-kompetente gesteenten (bv. schalies, leistenen, evaporieten) vervormen plastisch bij lage druk en temperatuur.
  • Kalkstenen en marmers worden plastisch bij hogere druk en temperatuur.
  • Gesteenten hebben verschillende sterkte in de diepte.
  • De sterkte neemt toe met diepte tot aan bepaalde diepte.
  • Dan wordt het gesteente zwakker door plastische vervorming en/of opsmelting.

Breuken en Diaklazen

  • Breuken en diaklazen zijn discontinuïteitsvlakken in gesteenten.
  • Breuken veroorzaken verschuivingen (faulting) tussen gesteentedelen.
  • Diaklazen zijn spleten die geen verschuivingen veroorzaken.
  • Diaklazen worden gevormd door rekspanning (bv. bij drukontlasting).
  • Diaklazen vormen regelmatig netwerken, vaak loodrecht op elkaar.
  • Diaklazen zijn bruikbaar in steenbouw.
  • Druksplijtingsvlakken, laagvlakken en andere discontinuïteitsvlakken bestaan.

Plooien

  • Plooien zijn vervormingen van gesteenten als reactie op compressie.
  • Golflengte van plooien varieert van millimeter tot kilometers.
  • Grote plooien moeten reconstrueren uit fragmenten.
  • De geometrische beschrijving omvat de plooiassen, vlakken en flanken.
  • Antiforme plooien (bolle kant omhoog) en synforme plooien (bolle kant omlaag) bestaan.
  • Gesteenten met oudere lagen onderaan en jongere bovenaan worden anticline/syncline genoemd.
  • Relatie tussen plooien en druksplijting; splijting parallel aan plooivlakken.

Studying That Suits You

Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.

Quiz Team

Related Documents

Description

Dit quiz richt zich op de mechanismen van gesteentevervorming onder spanning in de aardkorst. Je leert over elastische en plastische vervorming, evenals de verschillende spanningsregimes en de invloed van druk en temperatuur op gesteenten. Test je kennis over de sterkte en het gedrag van gesteenten in verschillende omstandigheden.

More Like This

Crustal Deformation and Mountain Building
40 questions
Geology: Stress, Strain, and Deformation
15 questions
Rock Stress and Deformation
15 questions

Rock Stress and Deformation

AccomplishedBixbite avatar
AccomplishedBixbite
Rock Deformation and Strength
47 questions
Use Quizgecko on...
Browser
Browser