Podcast
Questions and Answers
Wat is het hoofdfocus van het consequentialisme?
Wat is het hoofdfocus van het consequentialisme?
- De historische ontwikkeling van moraal.
- De intenties achter handelingen.
- De culturele context van handelingen.
- De gevolgen van handelingen. (correct)
Wat is volgens Bergson de belangrijkste dynamiek in de wereld van het levende?
Wat is volgens Bergson de belangrijkste dynamiek in de wereld van het levende?
- De noodzaak van empirische onderzoeksmethoden.
- De onveranderlijkheid van materie.
- De l'élan vital en la durée. (correct)
- De impact van mechanische wetten.
Wat typeert de dialectische methode volgens Hegel?
Wat typeert de dialectische methode volgens Hegel?
- De focus op lineaire ontwikkeling.
- De samenhang tussen tegenstellingen. (correct)
- De nadruk op empirische observatie.
- De verwerping van abstracte ideeën.
Hoe onderscheidt Dilthey de natuurwetenschappen van de geesteswetenschappen?
Hoe onderscheidt Dilthey de natuurwetenschappen van de geesteswetenschappen?
Welke uitspraak verwoordt het idee van cultureel relativisme het beste?
Welke uitspraak verwoordt het idee van cultureel relativisme het beste?
Wat beschrijft het esthetisch stadium volgens Kierkegaard?
Wat beschrijft het esthetisch stadium volgens Kierkegaard?
Wat impliceert het historisch materialisme volgens Marx?
Wat impliceert het historisch materialisme volgens Marx?
Wat verklaart Feuerbach over de relatie van God en de mens?
Wat verklaart Feuerbach over de relatie van God en de mens?
Wat is historisch relativisme?
Wat is historisch relativisme?
Wat is de rol van de 'onderbouw' volgens Marx?
Wat is de rol van de 'onderbouw' volgens Marx?
Hoe definieert Bergson 'la durée'?
Hoe definieert Bergson 'la durée'?
Wat beschrijft l'élan vital volgens Bergson?
Wat beschrijft l'élan vital volgens Bergson?
Wat is het metafysische stadium volgens Comte?
Wat is het metafysische stadium volgens Comte?
Wat staat centraal in Schopenhauers concept van pessimisme?
Wat staat centraal in Schopenhauers concept van pessimisme?
Wat is het positieve stadium in Comtes theorie?
Wat is het positieve stadium in Comtes theorie?
Wat wordt bedoeld met de 'Uebermensch' volgens Nietzsche?
Wat wordt bedoeld met de 'Uebermensch' volgens Nietzsche?
Wat wordt bedoeld met positivisme?
Wat wordt bedoeld met positivisme?
Hoe is het religieuze stadium volgens Kierkegaard gedefinieerd?
Hoe is het religieuze stadium volgens Kierkegaard gedefinieerd?
Wat betekent psychologisch relativisme?
Wat betekent psychologisch relativisme?
Welk concept omschrijft Nietzsche als de 'Uebermensch'?
Welk concept omschrijft Nietzsche als de 'Uebermensch'?
Wat is het hoofdprincipe van utilitarisme?
Wat is het hoofdprincipe van utilitarisme?
Wat verwijst naar de 'projectie' volgens Feuerbach?
Wat verwijst naar de 'projectie' volgens Feuerbach?
Wat vormt de basis van het sociologisch relativisme?
Wat vormt de basis van het sociologisch relativisme?
Wat is het ideografische karakter van cultuurwetenschappen volgens Rickert?
Wat is het ideografische karakter van cultuurwetenschappen volgens Rickert?
Flashcards
Historisch relativisme
Historisch relativisme
De overtuiging dat kennis en moraal afhangen van de tijd waarin men leeft.
Infrastructuur & superstructuur (Marx)
Infrastructuur & superstructuur (Marx)
Marx' onderscheid tussen de basis (productie) en de bovenbouw (sociale relaties, ideeën).
La Durée (Bergson)
La Durée (Bergson)
De levendige tijd, in tegenstelling tot de voorspelbare tijd in de fysica.
L'Élan Vital (Bergson)
L'Élan Vital (Bergson)
Signup and view all the flashcards
Metafysisch stadium (Comte)
Metafysisch stadium (Comte)
Signup and view all the flashcards
Mach's conventionalisme
Mach's conventionalisme
Signup and view all the flashcards
Positief stadium (Comte)
Positief stadium (Comte)
Signup and view all the flashcards
Pessimisme (Schopenhauer)
Pessimisme (Schopenhauer)
Signup and view all the flashcards
Bentham
Bentham
Signup and view all the flashcards
Bergson
Bergson
Signup and view all the flashcards
Comte
Comte
Signup and view all the flashcards
Consequentialisme
Consequentialisme
Signup and view all the flashcards
Conventionalisme (Mach)
Conventionalisme (Mach)
Signup and view all the flashcards
Cultureel relativisme
Cultureel relativisme
Signup and view all the flashcards
Dialectisch materialisme (Marx)
Dialectisch materialisme (Marx)
Signup and view all the flashcards
Dialectische methode
Dialectische methode
Signup and view all the flashcards
Positivisme
Positivisme
Signup and view all the flashcards
Projectie (Feuerbach)
Projectie (Feuerbach)
Signup and view all the flashcards
Psychologisch Relativisme
Psychologisch Relativisme
Signup and view all the flashcards
Relativisme
Relativisme
Signup and view all the flashcards
Religieus stadium (Kierkegaard)
Religieus stadium (Kierkegaard)
Signup and view all the flashcards
Rickert vs. natuurwetenschappen
Rickert vs. natuurwetenschappen
Signup and view all the flashcards
Schopenhauer: Twee manieren om te ontsnappen
Schopenhauer: Twee manieren om te ontsnappen
Signup and view all the flashcards
Sociologisch Relativisme
Sociologisch Relativisme
Signup and view all the flashcards
Study Notes
Filosofen en hun ideeën
- Bentham: Voorstander van consequentialisme en utilitarisme.
- Bergson: Tegenstander van positivisme. Legt nadruk op 'élan vital' (levende kracht) en 'durée' (duur) in tegenstelling tot dode materie.
- Comte: Ontwikkelde positivisme, met de theorie over drie stadia van de menselijke geschiedenis.
- Consequentialisme: Morele waarde wordt bepaald door de gevolgen van handelingen.
- Conventionalisme (Mach): Basispostulaten van natuurkunde zijn conventionele afspraken.
- Cultureel relativisme: Denkwijzen en normen verschillen per cultuur.
- Dialectisch materialisme (Marx): Werkelijkheid verandert door conflicten en contradicties.
- Dialectische methode: Analyseert begrippen en hun contradicties om de werkelijkheid te begrijpen.
- Dilthey: Onderscheidt tussen natuurwetenschappen (verklaren) en geesteswetenschappen (begrijpen).
- Esthetisch stadium (Kierkegaard): Eerste van drie stadia van de levensweg, gericht op momentane genot.
- Ethisch stadium (Kierkegaard): Tweede stadium, gericht op ethisch gedrag, maar vatbaar voor zonde.
- Feuerbach: God is een projectie van menselijke eigenschappen.
- Geist (Hegel): Het bewustzijn, denken van de mensheid.
- Hegel: Grondlegger Duits idealisme, gebruikt dialectische methode om de ontwikkeling van Geist te beschrijven.
- Historisch materialisme (Marx): Sociale verandering komt voort uit veranderingen in de productiewijzen.
- Historisch relativisme: Kennis en moraal hangen af van het tijdperk.
- Infrastructuur en superstructuur (Marx): Produktiewijzen (infrastructuur) bepalen sociale relaties (superstructuur).
- Kierkegaard: Deens filosoof die existentialisme vooruit wees, met onderscheid van drie stadia van de levensweg.
- La durée (Bergson): Duur in tijd, kenmerkend voor levend wezen, niet voorspelbaar.
- L'élan vital (Bergson): Scheppingsdrang in levende wereld, niet deterministisch/ voorspelbaar.
- Metafysisch stadium (Comte): Tweede stadium van ontwikkeling van mensheid; verklaart verschijnselen via abstracte principes.
- Mach: Fysicus en filosoof, een 'conventionalist' die stelt dat begrippen hulpmiddelen zijn om zaken te beschrijven.
- Marx: Jong- of links-hegeliaan die nadruk legt op productiewijzen als basis van sociale verandering.
- Mill: Utilitarist en feminist, gevolgen van daden zijn belangrijk i.p.v. intenties.
- Nietzsche: Duits filosoof, geen criterium om mensen boven dieren te stellen; nadruk op 'Uebermensch'.
- Peirce: Grondlegger van Amerikaans pragmatisme, opvattingen gerelateerd aan acties.
- Pessimisme (Schopenhauer): Leed wegens onbevredigd verlangen.
- Positief stadium (Comte): Laatste stadium mensheid; wetenschappelijk verklaren van verschijnselen.
- Positivisme: Alle kennis komt uit wetenschap.
- Projectie (Feuerbach): Mensen projecteren positieve eigenschappen op God.
- Psychologisch relativisme: De waarnemer is beïnvloed door hun eigen psychologie.
- Relativisme: Geen algemene kennis; opvattingen wisselen per individu of tijd.
- Religieus stadium (Kierkegaard): Derde stadium, persoonlijke relatie met God.
- Rickert: Leerling van Windelband, ideografisch i.p.v. nomothetisch werken in cultuurwetenschappen.
- Schopenhauer: Twee manieren van vrij te komen van verlangens: esthetische beleving en kennis.
- Sociologisch relativisme: Sociale groepen bepalen opvattingen van individuen.
- Spencer: Brits filosoof, voor maximalisatie van individuele vrijheid, integratie van materie.
- Theologisch stadium (Comte): Eerste stadium; verklaart verschijnselen met mythen en godsdienst.
- Utilitarisme: Max geluk voor de meeste mensen.
- Uebermensch (Nietzsche): Mens die volledig ja zegt tegen het leven.
- Vervreemding (Feuerbach): Projecteren van essentiële kenmerken op externe objecten.
- Vervreemding (Marx): Arbeiders vervreemd van hun arbeidsproduct en hun werk.
- Vitalisme: Levende wezens hebben aparte kenmerken i.p.v. enkel natuurkundige wetten.
- Wil (Schopenhauer): Fundamenteel verlangen voor zelfbehoud, niet te verklaren d.m.v. causaliteit.
- Windelband: Onderscheidt tussen nomothetische (wetmatig) en ideografische methodes in wetenschappen.
Studying That Suits You
Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.
Related Documents
Description
Test je kennis over belangrijke filosofen en hun ideeën. Deze quiz behandelt onderwerpen als utilitarisme, positivisme, en dialectisch materialisme. Ontdek hoe deze denkers de wereld om ons heen hebben beïnvloed.