Podcast
Questions and Answers
Welke van de volgende situaties is een voorbeeld van een negatief extern effect bij productie?
Welke van de volgende situaties is een voorbeeld van een negatief extern effect bij productie?
- Een imker die bijen houdt voor de honingproductie, wat tevens zorgt voor bestuiving van nabijgelegen fruitbomen.
- Een fabriek die afvalwater loost in een rivier, waardoor de visstand afneemt en omwonenden schade ondervinden. (correct)
- Een bakkerij die heerlijke broodjes verkoopt tegen een lage prijs, waardoor consumenten profiteren.
- Een softwarebedrijf dat innovatieve apps ontwikkelt, waardoor de productiviteit van gebruikers toeneemt.
Waarom heft de overheid BTW over accijns?
Waarom heft de overheid BTW over accijns?
- Om de administratieve lasten voor bedrijven te verlagen.
- Omdat accijns wordt gezien als onderdeel van de prijs van het product, en de BTW wordt geheven over de totale prijs. (correct)
- Om de vraag naar goederen waarop accijns wordt geheven te stimuleren.
- Omdat dit wettelijk verplicht is volgens Europese richtlijnen.
Stel dat de overheid een maximumprijs instelt voor een bepaald product. Wat is een mogelijk gevolg als deze maximumprijs onder de evenwichtsprijs ligt?
Stel dat de overheid een maximumprijs instelt voor een bepaald product. Wat is een mogelijk gevolg als deze maximumprijs onder de evenwichtsprijs ligt?
- Een overschot aan het product.
- Een toename van de kwaliteit van het product.
- Een daling van de vraag naar het product.
- Het ontstaan van een zwarte markt. (correct)
In welke van de volgende marktvormen heeft een individuele producent de meeste macht om de prijs te beïnvloeden?
In welke van de volgende marktvormen heeft een individuele producent de meeste macht om de prijs te beïnvloeden?
Wat is het belangrijkste negatieve gevolg van een kartel voor consumenten?
Wat is het belangrijkste negatieve gevolg van een kartel voor consumenten?
Hoe bereken je de RIC (Reëel Indexcijfer) in een bepaalde periode?
Hoe bereken je de RIC (Reëel Indexcijfer) in een bepaalde periode?
Wat geeft het consumentensurplus weer?
Wat geeft het consumentensurplus weer?
Bij welke van de volgende situaties behaalt een bedrijf de maximale winst?
Bij welke van de volgende situaties behaalt een bedrijf de maximale winst?
Een bedrijf heeft een break-even punt bereikt. Wat betekent dit?
Een bedrijf heeft een break-even punt bereikt. Wat betekent dit?
Wat is een kenmerk van de marktvorm volledige mededinging?
Wat is een kenmerk van de marktvorm volledige mededinging?
Flashcards
Negatief extern effect
Negatief extern effect
Een negatief extern effect treedt op wanneer de productie of consumptie van een goed of dienst negatieve gevolgen heeft voor derden die niet bij de transactie betrokken zijn.
Positief extern effect
Positief extern effect
Een positief extern effect treedt op wanneer de productie of consumptie van een goed of dienst positieve gevolgen heeft voor derden die niet bij de transactie betrokken zijn.
Accijns
Accijns
Belasting op specifieke goederen, zoals alcohol of tabak, om consumptie te ontmoedigen en inkomsten te genereren.
BTW (Belasting Toegevoegde Waarde)
BTW (Belasting Toegevoegde Waarde)
Signup and view all the flashcards
Octrooi/Patent
Octrooi/Patent
Signup and view all the flashcards
Kartel
Kartel
Signup and view all the flashcards
Maximale winst
Maximale winst
Signup and view all the flashcards
Break-even
Break-even
Signup and view all the flashcards
Prijselasticiteit van de vraag
Prijselasticiteit van de vraag
Signup and view all the flashcards
Consumentensurplus
Consumentensurplus
Signup and view all the flashcards
Study Notes
- Deze samenvatting bevat aantekeningen over de toetsstof, inclusief hoofdstukken en paragrafen.
Hoofdstuk 6, Paragraaf 1
- Het is belangrijk om begrippen zoals negatieve en positieve externe effecten bij consumptie en productie te kennen.
- Accijns en BTW zijn belangrijk, waarbij BTW wordt geheven over accijns.
- Als de accijns op een pak sigaretten met 1 euro stijgt, stijgt de verkoopprijs met 1,21 euro (inclusief BTW).
Hoofdstuk 6, Paragraaf 2
- Het gaat hier om maximum- en minimumprijzen. Zie aantekeningen voor details.
Hoofdstuk 5, Paragraaf 1
- Als een producent macht heeft over de markt, zijn de 4 P's relevant.
- Marktvormen waarbij dit speelt zijn monopolie, oligopolie en monopolistische concurrentie.
- Octrooi of patent geeft een tijdelijk alleenrecht in een bepaald land.
- Een kartel (samenwerkingsverband tussen aanbieders) is verboden.
- Dit heeft negatieve gevolgen voor consumenten, zoals hogere prijzen en minder keuze.
Hoofdstuk 5, Paragraaf 2: Monopolie
- Grafieken, snijpunten en berekeningen zijn belangrijk.
- Bekijk bijvoorbeeld opgave 5.6 en 5.9.
Hoofdstuk 5, Paragraaf 3: Monopolistische Concurrentie en Oligopolie
- Grafieken en elasticiteiten zijn belangrijk.
- Bekijk opgaven 5.11 (noodle bar), 5.13 (bierproducenten) en 5.16 (bakker op Waddeneiland).
Oudere Stof
- RIC = NIC / PIC x 100.
- Koopkracht in enge en ruime zin.
- Prijsvraaglijn, functies, elasticiteiten en consumentensurplus.
- Prijsaanbodlijn, TK, GTK, MK, TW en break-even punt.
- Producentensurplus.
- Volledige mededinging: grafieken en snijpunten.
Snijpunten bij Volledige Mededinging
- MO = MK voor maximale winst.
- GO = GTK voor break-even.
- MO = 0 voor maximale omzet.
- P = GVK of P = MK als een aanbieder van de overheid iets moet leveren.
Break-even Berekeningen
- TO = TK
- GO = GTK
- TCK / (P – GVK)
- Bekijk de grafieken en arceer maximale winst.
- Geef op de q-as aan waar de break-even afzet(ten) ligt/liggen.
Belangrijke Onderwerpen voor de Toets
- Marktvormen.
- Snijpunten.
- De rest van de stof kan ook aan bod komen.
Hoofdstuk 3, Paragraaf 1
- Afzet en omzet.
- Van inclusief BTW naar exclusief BTW en omgekeerd.
- Marktaandeel berekenen op basis van afzet en omzet.
- TO, GO, MO.
- TCK, GCK.
- TVK, GVK.
- TK, GK.
- Kosten: progressief, proportioneel, degressief.
- Representatieve opgaven: 3.2, 3.4a (en mogelijk 3.3).
Hoofdstuk 3, Paragraaf 2
- Break-even analyse: vanaf welke afzet wordt winst gemaakt? Bij welke afzet is de winst 0 euro?
- Drie manieren: GO = GTK, TO = TK en TCK / (P-GVK).
- Voorbeeldopgave: aardbeien 3.8.
Hoofdstuk 3, Paragraaf 3
- Maximale winst: MO = MK.
- Manier 1: MO = MK.
- Manier 2: Als MO > MK, zoveel mogelijk artikelen verkopen.
- Opgaven 3.12 en 3.13.
Hoofdstuk 3, Paragraaf 4
- Producentensurplus = ruimte onder de prijs, boven de prijsaanbodlijn.
HOOFDSTUK 4, Paragraaf 1
- Kenmerken van marktvormen: veel vragers/aanbieders? Aard van het artikel? Barrières bij toetreding/uittreding?
- Vier marktvormen: volledige mededinging/volkomen concurrentie, monopolistische concurrentie, oligopolie, monopolie.
- Dit hoofdstuk: volledige mededinging/volkomen concurrentie (veel vragers, veel aanbieders, lage barrières, homogeen product volgens vragers!).
- Opgaven: 4.3 en 4.4.
Hoofdstuk 4, Paragraaf 2
- Evenwichtsprijs en –hoeveelheid: Qv = Qa.
- Evenwichtshoeveelheid vinden door evenwichtsprijs in te vullen.
- Zowel rekenen als aflezen (of tekenen).
- Opgaven: 4.7 en 4.8.
Hoofdstuk 4, Paragraaf 3
- Marktevenwicht en bedrijfsevenwicht.
- Bestudeer pagina 108 (grafieken onderin).
- Opgave 4.11 over drop.
Hoofdstuk 4, Paragraaf 4
- Optimale allocatie: productiemiddelen (kapitaal, arbeid, natuur) worden daar ingezet waar ze het beste ingezet kunnen worden.
- Bij volledige mededinging is dit het geval.
- 'Vloggers dragen bij aan niet optimale allocatie (op de arbeidsmarkt)'.
- Opgave: opgave 4.20 melk in de VS.
Studying That Suits You
Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.