Podcast
Questions and Answers
Wat gebeurt er met inactieve genen in de cellen?
Wat gebeurt er met inactieve genen in de cellen?
- Ze blijven meestal aan de buitenkant van het chromosoom. (correct)
- Ze worden omgezet in heterochromatine.
- Ze migreren naar actieve regio's.
- Ze worden geactiveerd door RNA polymerase.
Welke structuur is kenmerkend voor een chromosoom tijdens de metafase?
Welke structuur is kenmerkend voor een chromosoom tijdens de metafase?
- Een enkele chromatide.
- Twee zusterchromatiden verbonden bij het centromeer. (correct)
- Een volledig gecondenseerd chromatine.
- Drie zusterchromatiden bij elkaar.
Wat is de rol van SMC proteïnes in de structuur van chromosomen?
Wat is de rol van SMC proteïnes in de structuur van chromosomen?
- Ze maken het chromosoom toegankelijk voor RNA polymerase.
- Ze vormen het centrum van het chromosoom door lussen te linken en te stapelen. (correct)
- Ze zorgen voor de migratie van actieve genen.
- Ze activeren genen door transcriptie mogelijk te maken.
Wat is het verschil tussen chromosomen en chromatine?
Wat is het verschil tussen chromosomen en chromatine?
Waar bevinden telomeren zich op een chromosoom?
Waar bevinden telomeren zich op een chromosoom?
Hoe worden chromosomen tijdens celdeling gepresenteerd in een delende cel?
Hoe worden chromosomen tijdens celdeling gepresenteerd in een delende cel?
Wat is het resultaat van het experiment met R strain en S strain bacteriën?
Wat is het resultaat van het experiment met R strain en S strain bacteriën?
Welke van de volgende beweringen over de structuur van DNA is waar?
Welke van de volgende beweringen over de structuur van DNA is waar?
Wat gebeurt er tijdens de semi-conservatieve replicatie van DNA?
Wat gebeurt er tijdens de semi-conservatieve replicatie van DNA?
Wat is een karyotype?
Wat is een karyotype?
Wat is het kenmerk van heterochromatine in de celkern?
Wat is het kenmerk van heterochromatine in de celkern?
Wat is de functie van de suiker-fosfaat backbone in DNA?
Wat is de functie van de suiker-fosfaat backbone in DNA?
Hoeveel basenparen passen in één volledige draai van de DNA-helix?
Hoeveel basenparen passen in één volledige draai van de DNA-helix?
Wat is het gevolg van aneuploidy in chromosomaal DNA?
Wat is het gevolg van aneuploidy in chromosomaal DNA?
Wat gebeurt er met een gen dat sterk verpakt is in de chromatinestructuur?
Wat gebeurt er met een gen dat sterk verpakt is in de chromatinestructuur?
Wat is heterochromatine en wat is het effect daarvan?
Wat is heterochromatine en wat is het effect daarvan?
Welke modificatie aan histonen wordt niet samen uitgevoerd met methylatie?
Welke modificatie aan histonen wordt niet samen uitgevoerd met methylatie?
Wat is de rol van het reader-writer complex in de epigenetica?
Wat is de rol van het reader-writer complex in de epigenetica?
Welke variant van histonen vervangt H3 rond het centromeer?
Welke variant van histonen vervangt H3 rond het centromeer?
Bij welke gebeurtenis zijn histonen los, maar nog steeds nabij?
Bij welke gebeurtenis zijn histonen los, maar nog steeds nabij?
Wat gebeurt er met de white gene als heterochromatine zich verspreidt ernaast?
Wat gebeurt er met de white gene als heterochromatine zich verspreidt ernaast?
Welk type chromatine zorgt ervoor dat genen niet tot expressie komen?
Welk type chromatine zorgt ervoor dat genen niet tot expressie komen?
Wat is de functie van barrièreproteïnen in de chromatine structuur?
Wat is de functie van barrièreproteïnen in de chromatine structuur?
Wat zijn de actieve regio's voor transcriptie in de kern?
Wat zijn de actieve regio's voor transcriptie in de kern?
Wat bepaalt de flexibiliteit van chromatinedraden tijdens genexpressie?
Wat bepaalt de flexibiliteit van chromatinedraden tijdens genexpressie?
Wat is het effect van acetylatie aan histonen?
Wat is het effect van acetylatie aan histonen?
Wat gebeurt er met de chromatine structuur tijdens de mitose?
Wat gebeurt er met de chromatine structuur tijdens de mitose?
Wat is de functie van telomeren aan de uiteinden van chromosomen?
Wat is de functie van telomeren aan de uiteinden van chromosomen?
Wat beschrijft het best een pseudogen?
Wat beschrijft het best een pseudogen?
Hoeveel percent van het menselijke genoom codeert voor eiwitten?
Hoeveel percent van het menselijke genoom codeert voor eiwitten?
Wat is de rol van introns in een gen?
Wat is de rol van introns in een gen?
Wat zijn LINEs en SINEs in het genoom?
Wat zijn LINEs en SINEs in het genoom?
Wat is de gemiddelde grootte van een gen dat codeert voor een eiwit?
Wat is de gemiddelde grootte van een gen dat codeert voor een eiwit?
Wat is de functie van het centromeer in een chromosoom?
Wat is de functie van het centromeer in een chromosoom?
Wat gebeurt er met de histonen tijdens de chromatine re-modellering?
Wat gebeurt er met de histonen tijdens de chromatine re-modellering?
Wat is het neusile van een nucleosoom?
Wat is het neusile van een nucleosoom?
Wat is de rol van H1-histonen?
Wat is de rol van H1-histonen?
Wat is de functie van regulatorische sequenties in het genoom?
Wat is de functie van regulatorische sequenties in het genoom?
Wat is een transposon?
Wat is een transposon?
Wat gebeurt er met DNA tijdens de interfase?
Wat gebeurt er met DNA tijdens de interfase?
Wat zijn highly conserved sequences?
Wat zijn highly conserved sequences?
Flashcards
DNA in een niet-delende cel
DNA in een niet-delende cel
DNA bevindt zich in de celkern in de vorm van chromosomen. In een niet-delende cel zijn deze chromosomen in een uitgerekte vorm (extended formation). Wanneer de cel gaat delen, condenseert het DNA tot echte chromosomen, die vervolgens worden doorgegeven aan de dochtercellen.
DNA in een delende cel
DNA in een delende cel
DNA bevindt zich in de celkern in de vorm van chromosomen. Tijdens de celdeling worden deze chromosomen gecondenseerd tot compacte structuren die worden doorgegeven aan de dochtercellen.
Complementaire strengen DNA
Complementaire strengen DNA
DNA bestaat uit twee antiparallelle en complementaire strengen die met elkaar verbonden zijn via waterstofbruggen. De complementaire strengen zijn handig voor het kopiëren van DNA, omdat ze allebei als matrijs kunnen dienen.
DNA in eukaryoten
DNA in eukaryoten
Signup and view all the flashcards
Genen op chromosomen
Genen op chromosomen
Signup and view all the flashcards
Karyotype
Karyotype
Signup and view all the flashcards
Chromosomen tijdens mitose
Chromosomen tijdens mitose
Signup and view all the flashcards
Probes voor chromosoomkleuring
Probes voor chromosoomkleuring
Signup and view all the flashcards
Bandpatronen op chromosomen
Bandpatronen op chromosomen
Signup and view all the flashcards
Aneuploïdie
Aneuploïdie
Signup and view all the flashcards
Wat is een chromosoom?
Wat is een chromosoom?
Signup and view all the flashcards
Wat is chromatine?
Wat is chromatine?
Signup and view all the flashcards
Waar bevinden actieve genen zich in de celkern?
Waar bevinden actieve genen zich in de celkern?
Signup and view all the flashcards
Waarom condenseert DNA tijdens de celdeling?
Waarom condenseert DNA tijdens de celdeling?
Signup and view all the flashcards
Welke rol spelen SMC proteïnes in chromosomen?
Welke rol spelen SMC proteïnes in chromosomen?
Signup and view all the flashcards
Chromosoom aantal variatie
Chromosoom aantal variatie
Signup and view all the flashcards
Centromeer
Centromeer
Signup and view all the flashcards
Telomeren
Telomeren
Signup and view all the flashcards
Introns
Introns
Signup and view all the flashcards
Exonen
Exonen
Signup and view all the flashcards
Genoom
Genoom
Signup and view all the flashcards
Pseudogen
Pseudogen
Signup and view all the flashcards
Protein-coderende sequenties
Protein-coderende sequenties
Signup and view all the flashcards
Highly conserved sequences
Highly conserved sequences
Signup and view all the flashcards
Repetitief DNA
Repetitief DNA
Signup and view all the flashcards
Histonen
Histonen
Signup and view all the flashcards
Nucleosoom
Nucleosoom
Signup and view all the flashcards
Chromatine structuur regeling
Chromatine structuur regeling
Signup and view all the flashcards
ATP-afhankelijke chromatine remodellerend complex
ATP-afhankelijke chromatine remodellerend complex
Signup and view all the flashcards
H1 histon
H1 histon
Signup and view all the flashcards
Epigenetica
Epigenetica
Signup and view all the flashcards
Heterochromatine
Heterochromatine
Signup and view all the flashcards
Euchromatine
Euchromatine
Signup and view all the flashcards
White gene experiment
White gene experiment
Signup and view all the flashcards
Histon staart modificaties
Histon staart modificaties
Signup and view all the flashcards
Methylatie
Methylatie
Signup and view all the flashcards
Fosforylatie
Fosforylatie
Signup and view all the flashcards
Acetylatie
Acetylatie
Signup and view all the flashcards
Code reader
Code reader
Signup and view all the flashcards
Code writer
Code writer
Signup and view all the flashcards
Remodeling complex
Remodeling complex
Signup and view all the flashcards
Barrière proteïne
Barrière proteïne
Signup and view all the flashcards
Kinetochoor
Kinetochoor
Signup and view all the flashcards
CENP-A
CENP-A
Signup and view all the flashcards
H2AX
H2AX
Signup and view all the flashcards
Study Notes
DNA, Chromosomen en Genomen
- DNA bevindt zich in de celkern, in identieke chromosomen.
- In een niet-delende cel is de structuur van DNA uitgebreid, tijdens celdeling condenseert het tot chromosomen.
- De chromosomen worden doorgegeven aan de dochtercellen.
Experimenteel Onderzoek
- Jean Brachet deed onderzoek naar DNA-synthese gedurende embryonale ontwikkeling.
- Hij observeerde dat de hoeveelheid DNA verdubbelt tijdens de ontwikkeling, terwijl de hoeveelheid RNA relatief stabiel blijft.
Starten met Bacteriën
- Bacteriële kolonies (smooth-stam) veroorzaken longontsteking.
- Een mutatie leidde tot een rough-stam, die niet pathogeen is.
- De rough-stam werd gemixt met dode smooth-cellen, waaruit bleek dat de DNA van de smooth-stam de rough-stam kon transformeren tot een diseased versie.
- De hypothese is dat de rough-stam het erfelijke materiaal van de smooth-stam opnam.
Structuur en Functie van DNA
- DNA bestaat uit twee complementaire strengen die met waterstofbruggen verbonden zijn.
- Complementaire strengen vergemakkelijken replicatie, 2x zoveel informatie.
- A en T zijn verbonden door 2 waterstofbruggen, C en G door 3 waterstofbruggen.
- DNA is opgerold tot een dubbele helix.
- 1 volledige draai om de helix omvat ongeveer 10 nucleotiden, de afstand tussen twee nucleotiden is 0.34nm, een volledige draai is 3.4nm.
- De breedte van DNA is 2nm.
- DNA wordt van 5' naar 3' genoteerd.
DNA in Eukaryoten
- DNA in de celkern van eukaryoten.
- De kern heeft een dubbel membraan met poriën.
- Kern bevat nucleolus, nucleaire lamina en heterochromatine.
- Nucleaire lamina bestaat uit eiwitten en bindt met heterochromatine.
- Heterochromatine is inactief.
Chromosomaal DNA
- Eukaryotisch DNA is verpakt in chromosomen.
- Elke mens heeft twee kopies van elk chromosoom (d.w.z. homologe chromosomen).
- Geslachtschromosomen zijn niet homoloog.
- Chromosomen worden gekleurd met probes die aan DNA-sequenties binden, zodat ze zichtbaar zijn.
- Dit helpt om afwijkingen te identificeren.
- Een karyotype toont alle chromosomen in een cel.
Bandenpatronen
- Speciale kleuringen van chromosomen laten banden zien, die kunnen geïdentificeerd worden.
- Dit helpt bij het detecteren van chromosomale afwijkingen.
Chromosomenopbouw
- Chromosomen bestaan uit een lange reeks genen.
- Centraal punt is het centromeer; uiteinden zijn de telomeren.
- Centraal centromeer is de plaats voor kinetochore microtubuli.
- Telomeren zijn beschermende caps aan de eindpunten van chromosomen.
- Deze beveiligen tegen ongewenste kopieer-fouten.
Human Genome
- Het menselijke genoom heeft ongeveer 3,2 x 10⁹ basenparen en 25.000 genen.
- Meer dan 20.000 pseudogenen zijn aanwezig.
- Slechts 1,5% van het menselijke DNA codeert voor eiwitten.
- De rest van het genoom bevat regulatorisch DNA en functioneel RNA.
- Een groot deel van het genoom bestaat uit repetitieve segmenten.
- Retrovirale elementen en andere repetitieve segmenten kunnen in het genoom zijn ingebracht.
- De gemiddelde grootte van een gen dat codeert voor een eiwit is ongeveer 27.000 basenparen.
Regulatie van Chromatine Structuur
- Genetica vs. epigenetica.
- Genetica richt zich op de verandering in de DNA-sequentie, epigenetica refereert zich naar de modificaties aan de chromatine die de genexpressie beïnvloeden.
- Modificaties aan de staarten van histonen kunnen de toegankelijkheid van DNA en dus de genexpressie regelen. (methylatie, acetylatie, etc.).
- Heterochromatine is compact en inactiveert genen.
- Euchromatine is minder compact en laat genexpressie toe.
- Er zijn verschillende soorten chromatinemodificaties die de genexpressie regelen.
Globaal Structuur van Chromosomen
- Chromosomen zijn georganiseerde structuren die in de celkern zijn gelegen, die lussen van chromatine uitmaken.
- De chromatine is gecompacteerd in verschillende niveaus, van nucleosomen tot chromosomen.
- De structuur van het DNA is dynamisch en kan veranderen afhankelijk van de functie van het gen.
- Actieve genen bevinden zich veelal in een minder gecondenseerde vorm van chromatine in de kern.
- Genexpressie kan veroorzaakt worden door migratie van chromatinedraden naar andere delen van de kern.
Studying That Suits You
Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.