Consumentengedrag en Beleidseffecten
39 Questions
0 Views

Choose a study mode

Play Quiz
Study Flashcards
Spaced Repetition
Chat to Lesson

Podcast

Play an AI-generated podcast conversation about this lesson

Questions and Answers

Wat is het effect van een repressief beleid op de prijs van drugs?

  • De prijs stijgt en de hoeveelheid neemt af (correct)
  • De prijs blijft gelijk, maar de hoeveelheid neemt af
  • De prijs daalt en de hoeveelheid neemt toe
  • De prijs daalt en de hoeveelheid blijft gelijk

Wat is een kenmerk van preventief beleid in het bestrijden van drugsgebruik?

  • Het verhoogt de beschikbaarheid van drugs
  • Het verlaagt de prijs van drugs
  • Het biedt een antidrugopvoeding via onderwijs en media (correct)
  • Het genereert een hogere vraag naar drugs

Welke van de volgende stellingen is juist over consumentengedrag?

  • De theorie van consumentengedrag helpt bij het verklaren van vraagcurves (correct)
  • De wet van de vraag heeft geen invloed op prijsveranderingen
  • Beperkte rationaliteit betekent dat consumenten altijd het beste kiezen
  • Consumenten maken altijd rationele keuzes

Wat gebeurt er met de vraagcurve bij een effectief preventief beleid?

<p>De vraagcurve verschuift naar links (D)</p> Signup and view all the answers

Wat verklaart de micro-economische theorie van consumptie?

<p>Het biedt een framework voor het begrijpen van de keuze tussen verschillende producten (C)</p> Signup and view all the answers

Wat houdt de marginale substitutiegraad (MSG21) in?

<p>De substitutieverhouding bij kleine veranderingen tussen goed 1 en goed 2. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat is de relatie tussen een strikt convexe indifferentiekromme en de marginale substitutiegraad?

<p>De marginale substitutiegraad neemt af naarmate men meer van goed 1 consumeert. (C)</p> Signup and view all the answers

Hoe wordt de marginale substitutiegraad uitgedrukt?

<p>Als de verhouding van het marginaal nut van goed 1 en goed 2. (C)</p> Signup and view all the answers

Wat betekent het dat de verschillen tussen twee nutsfuncties geen absolute betekenis hebben?

<p>Het nut is niet meetbaar in absolute termen, enkel in relatieve termen. (C)</p> Signup and view all the answers

Waarom neemt de betalingsbereidheid voor goed 1 af naarmate men er meer van consumeert?

<p>Omdat het extra nut van goed 1 afneemt bij hogere hoeveelheden. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is de voorwaarde voor optimale keuze volgens de marginale substitutiegraad?

<p>De marginale substitutiegraad is gelijk aan de relatieve prijzen. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat geeft een hoekoplossing aan in de context van consumentengedrag?

<p>De consumentenvoorwaarde van gelijkheid tussen marginale substitutiegraad en relatieve prijzen is niet voldaan. (A)</p> Signup and view all the answers

Wanneer maximaliseert een consument zijn nut?

<p>Wanneer de verhouding van het marginaal nut tot de prijs gelijk is voor beide goederen. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat betekent het wanneer MSG21 ongelijk is aan de relatieve prijzen?

<p>De consumptie van de goederen is niet optimaal. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is de rol van de marginale nuttigheden binnen de optimaliteitsvoorwaarden?

<p>Ze moeten gelijk zijn aan elkaar per uitgegeven euro. (C)</p> Signup and view all the answers

Wat gebeurt er met de betalingsbereidheid van een consument voor extra eenheden van een goed naarmate hij er meer van consumeert?

<p>Deze daalt. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat geeft een indifferentiecurve weer?

<p>De verschillende combinaties van goederen die dezelfde nut opleveren. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is de relatie tussen de afstand van een indifferentiecurve tot de oorsprong en het nutsniveau?

<p>Een grotere afstand betekent een hoger nutsniveau. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is een kenmerk van twee verrassendelijk snijdende indifferentiecurven?

<p>Ze schenden de principes van transitiviteit en niet-verzadiging. (C)</p> Signup and view all the answers

Hoe kan een nutsfunctie worden beschreven?

<p>Als een relatie tussen hoeveelheden van goederen en het totale nut. (A)</p> Signup and view all the answers

Hoe dient het nutsniveau in de context van nutsfuncties te worden geïnterpreteerd?

<p>Als een ordinale waarde die alleen de relatieve waarde aan geeft. (D)</p> Signup and view all the answers

Welke uitspraak over de betalingsbereidheid is onjuist?

<p>Er zijn geen externe factoren die de bereidheid beïnvloeden. (A)</p> Signup and view all the answers

Welke eigenschap heeft een preferentieveld?

<p>Het vertegenwoordigt de combinatie van goederen met hetzelfde totale nut. (C)</p> Signup and view all the answers

Wat beschrijft de eigenschap van 'niet-verzadiging' in de context van consumentenpreferenties?

<p>Consumenten hebben een voorkeur voor meer van alle goederen. (C)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende beschrijvingen is TRUE over indifferentiecurven?

<p>Indifferentiecurven hebben een dalend verloop. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat betekent de convexiteit van een indifferentiecurve ten opzichte van de oorsprong?

<p>Minder van goed 2 vereist meer van goed 1 om hetzelfde nut te behouden. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat volgt uit de transitive eigenschap van voorkeuren?

<p>Als a beter is dan b en b beter dan c, dan is a ook beter dan c. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat is juist over de ligging van indifferentiecurven in een diagram?

<p>Indifferentiecurven geven een hoger nutsniveau weer naarmate ze verder van de oorsprong liggen. (A)</p> Signup and view all the answers

Waarom kunnen twee indifferentiecurven van dezelfde consument elkaar niet snijden?

<p>Het zou de transitive eigenschap van voorkeuren schenden. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat geeft een hoger nutsniveau weer in de context van preferenties?

<p>Een ligging op een hogere indifferentiecurve. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat houdt de assumptie van 'volledigheid' in bij rationeel consumentengedrag?

<p>Consumenten zijn in staat om alle goederenbundels te ordenen. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat geeft een vlakke indifferentiecurve aan over de betalingsbereidbaarheid van een consument?

<p>De betalingsbereidheid is groter voor bijkomende eenheden op de verticale as. (C)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende pairs zijn voorbeelden van perfect substitueerbare goederen?

<p>Koffie en thee. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is het marginaal nut van vervuiling, volgens de gegeven informatie?

<p>Het marginaal nut van vervuiling is negatief. (C)</p> Signup and view all the answers

Wat beschrijft de budgetrestrictie?

<p>De limieten van de persoonlijke uitgaven op basis van inkomen en prijzen. (A)</p> Signup and view all the answers

Welke impact heeft een negatieve helling van een indifferentiecurve op de consument?

<p>De consument is bereid minder te consumeren in ruil voor verbeterde vrije tijd. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat stimuleert de verhoging van de x-waarde in relatie tot consumptie?

<p>Meer bereidheid om minder te consumeren voor een beter milieu. (C)</p> Signup and view all the answers

Wat wordt bedoeld met de term 'indifferentiecurve'?

<p>Een curve die de voorkeuren van een consument voor verschillende goederen weergeeft. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat betekent het wanneer de betalingsbereidheid van een persoon groter is voor alcohol in vergelijking met een ander goed?

<p>De persoon beschouwt alcohol als een noodzakelijk goed. (D)</p> Signup and view all the answers

Flashcards

Repressief Drugsbeleid

De strategie om de beschikbaarheid van drugs te verminderen door ze in beslag te nemen, wat de prijs verhoogt en de hoeveelheid drugs op de markt verlaagt.

Preventief Drugsbeleid

De strategie om drugsgebruik te verminderen door middel van educatie en media campagnes, waardoor de vraag naar drugs daalt en de prijs verlaagt.

Theorie van het Consumentengedrag

De theorie die de beslissingen van consumenten verklaart en voorspelt, gebaseerd op het idee dat consumenten rationeel handelen en hun middelen optimaal willen benutten.

Wet van de Vraag

De wet die stelt dat de vraag naar een product daalt als de prijs stijgt, en vice versa.

Signup and view all the flashcards

Micro-economische Theorie van de Consumptie

De studie van consumptiebeslissingen op een individueel niveau, die als basis dient voor het begrijpen van de vraagcurve op een markt.

Signup and view all the flashcards

Marginale Substitutiegraad (MSG)

De verandering in de hoeveelheid van een goed dat een consument bereid is te consumeren voor een kleine verandering in de hoeveelheid van een ander goed, terwijl het nut gelijk blijft.

Signup and view all the flashcards

MSG21

De betalingsbereidheid van een consument voor een extra eenheid van goed 1, uitgedrukt in termen van goed 2, die het extra nut van goed 1 reflecteert.

Signup and view all the flashcards

Substitutieverhouding

Een verandering in de hoeveelheid van een goed die nodig is om de consument hetzelfde niveau van nut te geven na een infinitesimale verandering in de hoeveelheid van het andere goed.

Signup and view all the flashcards

Indifferentiecurve

De curve die alle combinaties van twee goederen weergeeft die voor de consument hetzelfde nut opleveren.

Signup and view all the flashcards

Afnemende Marginale Substitutiegraad

Als de consument meer van een goed consumeert, daalt de bereidheid om het ene goed in te ruilen voor het andere.

Signup and view all the flashcards

Convexiteit

De betalingsbereidheid van een consument voor extra eenheden van een goed daalt naarmate hij er meer van consumeert.

Signup and view all the flashcards

Preferentieveld

De verzameling van alle indifferentiecurven die de preferenties van een consument weergeven.

Signup and view all the flashcards

Hoger nutsniveau op een indifferentiecurve

Indifferentiecurven die verder van de oorsprong liggen, geven een hoger nutsniveau aan.

Signup and view all the flashcards

Indifferentiecurven kunnen elkaar niet raken

Twee indifferentiecurven kunnen elkaar niet raken of snijden. Dit zou leiden tot een inconsistentie in de preferenties van de consument.

Signup and view all the flashcards

Nutsfunctie

Een wiskundige functie die het nut dat een consument uit een bepaalde combinatie van goederen haalt, meet.

Signup and view all the flashcards

Ordinaal nutsniveau

Het nutsniveau kan alleen in vergelijking met andere nutsniveaus worden geïnterpreteerd.

Signup and view all the flashcards

Niet-verzadiging

De aanname dat de consument altijd meer van alle goederen verkiest dan minder, wat betekent dat het marginale nut van elk goed positief is.

Signup and view all the flashcards

Dalend verloop van de indifferentiecurve

De eigenschap dat de indifferentiecurve een dalend verloop heeft, wat betekent dat om het nut constant te houden, meer van het ene goed moet worden geconsumeerd als er minder van het andere goed beschikbaar is.

Signup and view all the flashcards

Convexiteit van de indifferentiecurve

De eigenschap dat de indifferentiecurve convex (bolle zijde naar de oorsprong gekeerd) is. Dit betekent dat wanneer de consument extra hoeveelheden van een goed krijgt, hij steeds minder van het andere goed nodig heeft om hetzelfde nut te behouden.

Signup and view all the flashcards

Volledigheid van preferenties

De aanname dat de consument goederenbundels kan vergelijken en ordenen volgens hun voorkeur, wat betekent dat hij altijd kan aangeven welke bundel hij prefereert boven een andere.

Signup and view all the flashcards

Transitiviteit van preferenties

De aanname dat de consument consistent is in zijn voorkeuren, wat betekent dat als hij a boven b prefereert en b boven c, dan zal hij noodzakelijkerwijs a boven c prefereren.

Signup and view all the flashcards

Rationeel consumentengedrag

Het idee dat consumenten hun middelen optimaal willen benutten om hun tevredenheid te maximaliseren, wat betekent dat ze rationaliteit uit hun keuzes laten blijken.

Signup and view all the flashcards

Afnemend marginaal nut

De aanname dat het totale nut van een consument toeneemt wanneer de hoeveelheid van een goed toeneemt, maar dat de extra tevredenheid (het marginale nut) die wordt verkregen door een extra eenheid van het goed te consumeren, afneemt.

Signup and view all the flashcards

Optimum

De consument beleeft het hoogste nut wanneer hij zijn budget zodanig verdeelt dat de marginale substitutiegraad voor beide goederen gelijk is aan de relatieve prijzen van die goederen.

Signup and view all the flashcards

Relatieve prijzen

De verhouding van de prijzen van twee goederen; hoeveel eenheden van een goed je kan kopen met de prijs van een andere goed.

Signup and view all the flashcards

Hoekoplossing

Een oplossing voor een consumptiekeuzeprobleem waarbij de consument geen enkel goed consumeert. Dit gebeurt wanneer de subjectieve en objectieve ruilverhouding niet overeenkomen.

Signup and view all the flashcards

Marginale nuttigheid per euro

De verhouding van het marginaal nut van een goed tot de prijs van dat goed.

Signup and view all the flashcards

Betalingsbereidbaarheid

De mate waarin een consument bereid is te betalen voor een extra eenheid van een goed, uitgedrukt in termen van een ander goed. Hoe vlakker de indifferentiecurve, hoe groter de betalingsbereidbaarheid.

Signup and view all the flashcards

Perfect substitueerbare goederen

Goederen die perfect vervangbaar zijn voor elkaar, waarbij de consument geen voorkeur heeft voor het ene of het andere goed.

Signup and view all the flashcards

Perfect complementaire goederen

Goederen die samen geconsumeerd moeten worden, waarbij de consument geen nut heeft van het ene goed zonder het andere.

Signup and view all the flashcards

Budgetlijn

De grafiek die alle mogelijke combinaties van twee goederen weergeeft die een consument kan kopen met zijn gegeven budget en de prijzen van de goederen.

Signup and view all the flashcards

Bereidheid tot vervuiling

De hoeveelheid vervuiling die een consument bereid is te accepteren ten opzichte van zijn consumptieniveau.

Signup and view all the flashcards

Study Notes

Consumentengedrag en de afleiding van de vraag

  • Inleiding: Begrip van consumentengedrag is cruciaal voor het begrijpen van vraagcurves op een markt. Micro-economische theorie van consumptie is een belangrijk raamwerk voor het verklaren en voorspellen van beslissingen van rationele consumenten. Deze theorie biedt ook een analyse van uiteenlopende beslissingen (bv. keuze tussen verschillende producten, sparen of consumeren).
  • Nut, marginaal nut en consumptiebeslissingen: Nut beschrijft de voldoening van de vraag. De waardeparadox wordt opgelost door het begrip marginaal nut. Marginaal nut bepaalt de waarde, niet het totale nut.
  • Preferenties, indifferentiecurven en nutsfuncties: Preferenties beschrijven voorkeuren en laten zien hoe consumenten verschillende goederenbundels kunnen ordenen. Indifferentiecurven verbinden bundels die dezelfde nutsniveaus opleveren. Nutsfuncties vertegenwoordigen de relatie tussen hoeveelheden goederen en totaal nut en geven nutsniveaus weer.
  • Eigenschappen van indifferentiecurven: Indifferentiecurven zijn dalend en convex tov de oorsprong. Ze hebben een hoger nutsniveau naarmate ze van de oorsprong verwijderd zijn en snijden elkaar niet.
  • Nut-functies: Nutsfuncties leggen de relatie tussen hoeveelheden van verschillende goederen en het daaruit voortkomende nut. Ze worden ordinaal gebruikt (relatieve waarden zijn belangrijk).
  • Budgetrestrictie: Budgetrechte geeft alle mogelijke combinaties weer van goederen die de consument kan kopen met zijn budget. De budgetlijn wordt bepaald door de (gegeven) prijzen en budget van de consument. De helling van de budgetlijn geeft de relatieve prijsverhouding van de goederen weer.
  • Optimale consumentenkeuze: De optimale consumentkeuze bevindt zich op het punt waar de budgetrechte raakt aan de hoogste indifferentiecurve. Dit optimumpunt vertegenwoordigt de maximale nutsontvangst gezien het beschikbare budget voor de consument.

Veranderingen van het consumentenevenwicht

  • Consumentengedrag kan veranderen als gevolg van preferentie veranderingen of budgetwijzigingen.
  • Verandering van preferenties: veranderd preferentieschema (bv. ouderdom).
  • Veranderingen in het budget: consumptie verandert bij een veranderend budget, wat leidt tot de inkomensconsumptiecurve.
  • Engel-curve: link tussen inkomen en gevraagde hoeveelheid van een bepaald goed, gezien constante prijzen.
  • Veranderingen in de prijs: Een individuele vraagcurve leidt tot veranderingen in de consumptie van goederen in reactie op prijsveranderingen.

Consumentengedrag in actie: toepassingen

  • Individuele consumentengedrag kan gebruikt worden voor marktafstemmings modellen.
  • Directe en indirecte belastingen hebben verschillende effecten op consumentengedrag en verkopen.

Afleiding van de marktvraag

  • De marktvraagcurve is de horizontale som van alle individuele vraagcurven in de markt.

Studying That Suits You

Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.

Quiz Team

Related Documents

H3 Quiz PDF

Description

Deze quiz onderzoekt het effect van repressief en preventief beleid op drugsprijzen en consumentengedrag. Daarnaast worden concepten zoals de marginale substitutiegraad en nutmaximalisatie besproken. Test je kennis over micro-economische theorieën en hun toepassingen in de praktijk.

More Like This

Use Quizgecko on...
Browser
Browser