Biologie Inleiding en Basisprincipes
22 Questions
0 Views

Choose a study mode

Play Quiz
Study Flashcards
Spaced Repetition
Chat to Lesson

Podcast

Play an AI-generated podcast conversation about this lesson

Questions and Answers

Wat is het belangrijkste atoom in levende organismen?

Koolstof

Welke voorbeelden van organische moleculen worden in de tekst gegeven?

  • Vetten, zouten en water
  • Koolhydraten, zuren en basen
  • Zuurstof, stikstof en water
  • Eiwitten, vetten en koolhydraten (correct)

Levende wezens gehoorzamen aan fysische en chemische wetten.

True (A)

Wat vormt de kleinste vitale eenheid van een levend wezen?

<p>De cel</p> Signup and view all the answers

Levende organismen ontstaan uit ______.

<p>bestaande cellen</p> Signup and view all the answers

Ontwikkelingsprocessen leiden tot veroudering.

<p>True (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is het verschil tussen autotrofe en heterotrofe organismen?

<p>Autotrofe organismen kunnen hun eigen organische stoffen produceren uit anorganische stoffen, terwijl heterotrofe organismen afhankelijk zijn van het eten van andere organismen om hun organische stoffen te verkrijgen.</p> Signup and view all the answers

Welke twee processen worden beschreven als verantwoordelijk voor de energievoorziening van levende wezens?

<p>Fotosynthese en ademhaling.</p> Signup and view all the answers

Het metabolisme van een cel wordt gereguleerd door enzymen.

<p>True (A)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende factoren beïnvloedt de activiteit van enzymen?

<p>Alle bovenstaande antwoorden zijn correct. (D)</p> Signup and view all the answers

De celmembraan is een ultrafilter die alleen kleine stoffen doorlaat .

<p>False (B)</p> Signup and view all the answers

Heterotrofe organismen kunnen alleen overleven in een omgeving waar autotrofe organismen aanwezig zijn.

<p>True (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is het verschil tussen pinocytose en fagocytose?

<p>Pinocytose is het proces waarbij vloeistoffen worden opgenomen in de cel, terwijl fagocytose een proces is waarbij vaste deeltjes worden opgenomen in de cel.</p> Signup and view all the answers

Zowel planten als dieren kunnen glucose gebruiken als energiebron.

<p>True (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is het verschil tussen endotherme en exotherme reacties?

<p>Endotherme reacties vereisen energie om te kunnen plaatsvinden en geven warmte af, terwijl exotherme reacties energie vrijgeven en warmte opnemen.</p> Signup and view all the answers

De oxidatieve fosforylering is een proces waarbij ATP wordt gevormd uit ADP en een fosfaatgroep.

<p>True (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is de functie van de Krebs-cyclus?

<p>De Krebs-cyclus is een reeks chemische reacties in de cel die pyrodruivenzuur afbreekt tot koolstofdioxide en energie in de vorm van ATP, NADH en FADH2.</p> Signup and view all the answers

Anaerobe ademhaling is efficiënter in energieopbrengst dan aërobe ademhaling.

<p>False (B)</p> Signup and view all the answers

Welke processen vereisen energie uit ATP?

<p>Alle bovenstaande antwoorden zijn correct. (C)</p> Signup and view all the answers

Wat is het verschil tussen een repressor en een inducer?

<p>Een repressor blokkeert de werking van een gen, terwijl een inducer de werking van een gen activeert.</p> Signup and view all the answers

Het operatorgen regelt de transcriptie van structurele genen.

<p>True (A)</p> Signup and view all the answers

Het metabolisme van een cel kan zich aanpassen aan veranderingen in de omgeving

<p>True (A)</p> Signup and view all the answers

Flashcards

Koolstof

Het belangrijkste atoom in alle levende organismen. Oorsprong aller organische moleculen.

Cel

De kleinste vitale eenheid van het leven, de basisbouwsteen van alle organismen.

Celdeling

Cellen ontstaan alleen uit reeds bestaande cellen.

Anabolisme (synthese)

De processen waarbij levende organismen complexe moleculen opbouwen. Dit vereist energie.

Signup and view all the flashcards

Katabolisme (afbraak)

De processen waarbij levende organismen complexe moleculen afbreken. Dit levert energie op.

Signup and view all the flashcards

Nutriënten

De voortdurende aanvoer van voedingsstoffen en energie die nodig is voor het levensonderhoud van organismen.

Signup and view all the flashcards

Zonlicht

De energiebron die planten gebruiken om hun eigen organische moleculen te maken.

Signup and view all the flashcards

Autotrofe organismen

Organismen die in staat zijn om hun eigen organische moleculen te maken uit anorganische stoffen.

Signup and view all the flashcards

Heterotrofe organismen

Organismen die hun organische moleculen moeten verkrijgen uit andere organismen.

Signup and view all the flashcards

Erfelijk materiaal (DNA)

De synthese van eiwitten is gebaseerd op de code die in het erfelijk materiaal (DNA) is opgeslagen.

Signup and view all the flashcards

Enzym

Een chemische stof die als katalysator werkt in de cel, het versnelt reacties zonder zelf te veranderen.

Signup and view all the flashcards

Homeostase

De neiging van een organisme om zijn inwendige milieu constant te houden, ondanks veranderingen in de omgeving.

Signup and view all the flashcards

Osmose

Een proces waarbij water via een semi-permeabel membraan beweegt van een gebied met lage concentratie opgeloste stoffen naar een gebied met hoge concentratie opgeloste stoffen.

Signup and view all the flashcards

Passief transport

Een proces waarbij moleculen van een gebied met hoge concentratie verplaatst worden naar een gebied met lage concentratie.

Signup and view all the flashcards

Actief transport

Een proces waarbij moleculen verplaatst worden tegen de concentratiegradiënt in, hier is energie voor nodig.

Signup and view all the flashcards

Fagocytose

Een proces waarbij vaste partikels door de celmembraan worden opgenomen (bv. bacteriën).

Signup and view all the flashcards

Pinocytose

Een proces waarbij vloeistoffen worden opgenomen door de celmembraan.

Signup and view all the flashcards

Glucose

De belangrijkste energiebron voor de cel, een suikermolecule die in de cel gebruikt wordt voor de energiestofwisseling.

Signup and view all the flashcards

Oxidatie

Het verlies van elektronen tijdens een chemische reactie.

Signup and view all the flashcards

Reductie

Het opnemen van elektronen tijdens een chemische reactie.

Signup and view all the flashcards

Fosforylatie

Een proces waarbij een fosfaatgroep aan een molecule wordt gebonden. Dit kost meestal energie.

Signup and view all the flashcards

Glycolyse

De omzetting van glucose tot pyrodruivenzuur, de eerste stap in de afbraak van glucose.

Signup and view all the flashcards

Krebs-cyclus (citroenzuurcyclus)

Een reeks reacties waarbij pyrodruivenzuur wordt afgebroken tot CO2, energie wordt vrijgemaakt.

Signup and view all the flashcards

Terminale oxidatie

De laatste fase in de afbraak van glucose, waarbij zuurstof dient als elektronenacceptor.

Signup and view all the flashcards

Anaerobe ademhaling

Een anaeroob proces, waarbij glucose wordt afgebroken tot melkzuur in afwezigheid van zuurstof. De opbrengst aan ATP is lager dan bij de volledige oxidatie.

Signup and view all the flashcards

Glycogeen

De opslag van glucose in de cel in de vorm van glycogeen, een reservevoorraad aan energie.

Signup and view all the flashcards

Bèta-oxidatie

Een proces waarbij vetzuren worden afgebroken tot kleinere eenheden, acetylcoenzym A, die vervolgens in de Krebs cyclus worden verwerkt.

Signup and view all the flashcards

Vetweefsel

De opslag van overtollige vetten in het lichaam, voornamelijk in vetweefsel.

Signup and view all the flashcards

Eiwitafbraak

Een proces waarbij eiwitten worden afgebroken tot aminozuren.

Signup and view all the flashcards

Repressor eiwit

Een eiwit dat een specifiek gen kan beïnvloeden, waardoor de aanmaak van een bepaald eiwit wordt beïnvloed.

Signup and view all the flashcards

Inductor

Een stof die kan binden aan een repressor eiwit waardoor de repressie van een gen opgeheven wordt.

Signup and view all the flashcards

Study Notes

Inleiding

  • Levende wezens zijn opgebouwd uit dezelfde materie als niet-levende dingen.
  • Koolstof is het belangrijkste atoom in levende organismen.
  • Eiwitten, vetten en koolhydraten zijn belangrijke organische moleculen.
  • Levende organismen ontstaan uit niet-levende materie (onder bepaalde omstandigheden).
  • Levende wezens zijn opgebouwd uit cellen.
  • Cellen hebben verschillende functies afhankelijk van hun specifieke omgeving.

Algemene biologische basisprincipes

  • Levende wezens gehoorzamen fysische en chemische wetten.
  • Levende wezens (behalve virussen) bestaan uit cellen.

Levende wezens

  • Levende organismen beschikken over veel verschillende functies.
  • Zeer efficiënt in energie omzetten.
  • Cellen zijn fundamenteel op dezelfde manier gebouwd.
  • Levensverschijnselen vinden plaats in elke cel volgens dezelfde principes.

Ontwikkeling

  • Ontwikkelingsprocessen = veroudering.
  • Individuen groeien door vermeerdering van cellen.
  • Gestructureerd in organen met specifieke functies.
  • Individuele leven eindigt met de dood: ofwel voortplanting.

Voortplanting en productie

  • Kenmerkend levend organisme kan functioneren, groeien en zich voortplanten.
  • Levende organismen produceren nuttige producten.

Voortbestaan en productie

  • Levende organismen hebben bepaalde kenmerken.
  • Individuele functioneren, ontwikkelt, en vermenigvuldigt.

Energiestroom

  • Energie wordt gebruikt voor arbeid.
  • Levende organismen vormen en breken complexen af.
  • Levende wezens maken gebruik van energie (fotosynthese, dissimilatie).
  • Energetische proces in levende organismen: drie stappen energie-transformaties.

Enkele basisbegrippen

  • Verbranding van organische stoffen = warmteontwikkeling.
  • Stoffen veranderen in andere stoffen, en kunnen niet meer branden.
  • Warmteproductie is meetbaar.

Inwendige energie

  • Energie die een systeem op een bepaald moment bezit is energie.
  • Deze energie kan afhankelijk zijn van verschillende eigenschappen: samenstelling, temperatuur, druk en volume enz.
  • Totale inwendige energie = moeilijk te meten.
  • Warmte = gemakkelijk uitwisselbare energievorm.
  • Energie kan worden opgenomen van buiten of afgestaan.

Autotrofie:

  • Organismen die hun eigen voedsel produceren uit onorganische stoffen.
  • Planten gebruiken fotosynthese om zonne-energie om te zetten in chemische energie.

Heterotrofie

  • Organismen die voedsel moeten opnemen van andere organismen (meestal plantaardig of dierlijk voedsel).

Organismen

  • Dieren, planten en bacteriën zijn allemaal organismen dat zijn verdeeld in een systeem (soort, geslacht, familie, orde en grote organismerijken).

Celmembranen

  • Dubbele laag van fosfolipiden, met poriën en eiwitten.
  • Selectief permeabel: bepaalde stoffen kunnen door de membraan, andere niet.
  • Actief transport van stoffen (meestal tegen) de concentratiegradiënt in.
  • Passief transport is met lage energie behoefte (met de concentratiegradiënt mee).

Chemische reacties in organismen

  • Enzymen zijn eiwitten, die chemische reacties katalyseren.
  • Metabolisme is een verzameling chemische reacties die in organismen plaatsvinden.
  • Repressoren, inductoren en operator genen reguleren de productie van eiwitten in organismen.

Koolstof-afbraak

  • Glucose wordt afgebroken via glycolyse, de citroenzuurcyclus en oxidatieve fosforylering.
  • Decarboxylatie, een proces dat CO2 afsplitst van organische moleculen, is één stap in de afbraak van glucose.
  • Door deze stappen wordt energie vrijgemaakt die de cel kan gebruiken.

Organismen en metabolieten

  • Anaerobe omstandigheden: afbraak glucose zonder zuurstof.
  • Aeroob: afbraak van glucose met zuurstof.
  • Productie van energie (in de vorm van ATP) en andere essentiële metabolieten.

Vetten

  • Een onderdeel van de chemische reacties in het organisme: Vetten.
  • Ontleding en omzetting van vetten.

Aminozuren

  • Enkele typen stoffen voor vertering: aminozuren.
  • Chemische reacties en hun toepassing in stofwisseling.

Studying That Suits You

Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.

Quiz Team

Related Documents

Dierkunde Inleiding PDF

Description

Deze quiz test je kennis over de fundamenten van de biologie, inclusief de opbouw van levende organismen en hun cellen. Leer hoe fysieke en chemische wetten van toepassing zijn op levensvormen en ontdek de belangrijke organische moleculen zoals eiwitten, vetten en koolhydraten.

More Like This

Organic Molecules and Their Functions
9 questions
Molecules of Life Overview
16 questions

Molecules of Life Overview

EntertainingVerisimilitude avatar
EntertainingVerisimilitude
Biology Chapter on Cell Elements
8 questions
Use Quizgecko on...
Browser
Browser