Podcast
Questions and Answers
Welke uitspraak over Toxoplasma gondii is correct?
Welke uitspraak over Toxoplasma gondii is correct?
- Het is een virus dat alleen in Europa en Noord-Amerika voorkomt.
- Het is een protozo die wereldwijd voorkomt bij veel warmbloedige dieren en mensen. (correct)
- Het is een bacterie die vooral voorkomt in koudbloedige dieren.
- Het is een schimmel die voornamelijk katachtigen infecteert.
Wat is de rol van katachtigen in de levenscyclus van Toxoplasma gondii?
Wat is de rol van katachtigen in de levenscyclus van Toxoplasma gondii?
- Tussengastheer
- Reservoirgastheer zonder dat de parasiet zich ontwikkelt
- Eindgastheer, waarin geslachtelijke stadia van de parasiet plaatsvinden (correct)
- Vector voor verspreiding naar mensen
Welke van de volgende beweringen over oöcysten van Toxoplasma gondii is correct?
Welke van de volgende beweringen over oöcysten van Toxoplasma gondii is correct?
- Ze ontwikkelen zich in de ontlasting van katten en worden na 48-72 uur infectieus. (correct)
- Ze zijn direct infectieus bij uitscheiding in de omgeving.
- Ze transformeren direct in tachyzoïeten na orale opname.
- Ze worden geproduceerd in menselijke cellen.
Wat is een tachyzoïet en wat is zijn functie bij een infectie met Toxoplasma gondii?
Wat is een tachyzoïet en wat is zijn functie bij een infectie met Toxoplasma gondii?
Waar in het lichaam worden weefselcysten met bradyzoïeten bij een Toxoplasma gondii infectie het meest frequent gevonden?
Waar in het lichaam worden weefselcysten met bradyzoïeten bij een Toxoplasma gondii infectie het meest frequent gevonden?
Welke van de volgende routes is de meest voorkomende manier van transmissie van Toxoplasma gondii naar mensen?
Welke van de volgende routes is de meest voorkomende manier van transmissie van Toxoplasma gondii naar mensen?
Hoe kan een zwangere vrouw een congenitale Toxoplasma-infectie voorkomen?
Hoe kan een zwangere vrouw een congenitale Toxoplasma-infectie voorkomen?
Wat is de betekenis van het aantonen van bradyzoïeten in weefselcoupes bij de diagnose van toxoplasmose?
Wat is de betekenis van het aantonen van bradyzoïeten in weefselcoupes bij de diagnose van toxoplasmose?
Wat is de meest gebruikelijke methode voor het aantonen van een Toxoplasma-infectie?
Wat is de meest gebruikelijke methode voor het aantonen van een Toxoplasma-infectie?
Wat is de rol van IgG-aviditeit bij het vaststellen van het tijdstip van infectie bij een zwangere vrouw?
Wat is de rol van IgG-aviditeit bij het vaststellen van het tijdstip van infectie bij een zwangere vrouw?
Flashcards
Wat is Toxoplasma gondii?
Wat is Toxoplasma gondii?
Een obligaat intracellulaire parasiet die alle cellen van het lichaam met een kern kan infecteren.
Wie zijn de eindgastheren van Toxoplasma?
Wie zijn de eindgastheren van Toxoplasma?
De eindgastheren zijn katachtigen, waarbij de huiskat in Nederland de belangrijkste is.
Waar ontwikkelt Toxoplasma zich in katten?
Waar ontwikkelt Toxoplasma zich in katten?
In de darmepitheelcellen van de kat ontwikkelen ziche geslachtelijke stadia van de parasiet.
Wat gebeurt er na orale opname van oöcysten?
Wat gebeurt er na orale opname van oöcysten?
Signup and view all the flashcards
Wat is een tachyzoiet?
Wat is een tachyzoiet?
Signup and view all the flashcards
Wat is een bradyzoiet?
Wat is een bradyzoiet?
Signup and view all the flashcards
Waar komen weefselscysten voor?
Waar komen weefselscysten voor?
Signup and view all the flashcards
Symptomen van verworven Toxoplasma
Symptomen van verworven Toxoplasma
Signup and view all the flashcards
Hoe bewijs je congenitale toxoplasmose?
Hoe bewijs je congenitale toxoplasmose?
Signup and view all the flashcards
Wat meet de aviditeit van IgG?
Wat meet de aviditeit van IgG?
Signup and view all the flashcards
Study Notes
Toxoplasma gondii
- Toxoplasma gondii is een protozoa die wereldwijd voorkomt bij veel warmbloedige dieren en mensen.
- Het behoort tot de Apicomplexa-subklasse van de Coccidia en is nauw verwant aan het geslacht Isospora.
- Er bestaan meerdere genetische typen van de parasiet, die morfologisch identiek zijn, maar verschillen in virulentie bij muizen en mensen.
- Type II komt voornamelijk voor in Europa en Noord-Amerika.
- Type I en atypische genotypen zijn geassocieerd met ernstigere oculaire toxoplasmose dan type II-stammen.
- Het is een obligaat intracellulaire parasiet die alle cellen met een kern kan infecteren.
- De eindgastheren zijn katachtigen, waarbij de huiskat de belangrijkste is in Nederland.
- In de darm ontwikkelen zich geslachtelijke stadia.
- Bijna ronde oöcysten van 10 µm worden gevonden in de ontlasting van de kat.
- Na 48-72 uur ontwikkelen zich in de oöcyste twee sporocysten met elk vier sporozoïeten; de oöcyste is dan infectieus.
- Na orale opname komen de sporozoïeten vrij in de maag van de tussengastheer en penetreren de cellen van de darmwand.
- Intracellulair differentieert de sporozoïet tot een snel delende, boogvormige tachyzoïet van 7-9 bij 2-3 µm.
- Bij het barsten van de gastheercel penetreren de tachyzoïeten nabijgelegen cellen en verspreidt de parasiet zich verder.
- Verspreiding vindt vooral plaats in de eerste fase van een infectie.
- Later delen de parasieten langzamer en wordt er een wand gevormd in plaats van openbarsten.
- De bijeenblijvende parasieten vormen een intracellulaire weefselcyste en worden bradyzoïeten genoemd.
- Weefselcysten kunnen zich in elk orgaan vormen, maar worden frequenter gevonden in de hersenen, het hart, skeletspieren en de longen.
- Weefselcysten kunnen na verloop van tijd openbarsten; de vrijkomende bradyzoïeten gaan na penetratie van nieuwe cellen over in tachyzoïeten.
- Bij een normaal functionerende immuniteit blijft de schade beperkt en ontstaan opnieuw weefselcysten.
- Na de acute fase blijft de parasiet altijd latent aanwezig in de vorm van weefselcysten.
Pathogenese en ziektebeloop
- Weefselcysten zijn infectieus voor zowel tussengastheren als eindgastheren.
- Weefselcysten in onvoldoende verhit vlees kunnen een maagpassage overleven, terwijl tachyzoïeten dit niet kunnen.
- De tachyzoïet speelt alleen een rol in de transmissie bij zwangere vrouwen.
- Tachyzoïeten kunnen via de circulatie het ongeboren kind bereiken en congenitale toxoplasmose veroorzaken.
- Men onderscheidt naar het moment van infectie verworven en congenitale toxoplasmose.
- Verworven Toxoplasma-infecties komen zeer veel voor en verlopen gewoonlijk onopgemerkt.
- Symptomen kunnen een vergroting van lymfeklieren in de hals en oksels zijn (lymfekliertoxoplasmose).
- Een deel van de verworven infecties veroorzaakt soms pas jaren later oogafwijkingen (oculaire toxoplasmose).
- Deze oogafwijkingen zijn meestal asymptomatisch als ze perifeer gelegen zijn, maar kunnen tot visusstoornissen leiden bij centrale ligging.
- Transmissie van Toxoplasma van moeder op het ongeboren kind kan alleen plaatsvinden door tachyzoïeten.
- Intra-uteriene infecties ontstaan wanneer de moeder tijdens de zwangerschap voor het eerst wordt geïnfecteerd.
- Afhankelijk van het trimester, kan 2-80% van de primo-infecties leiden tot een infectie van het ongeboren kind.
Zwangerschap en schade
- De kans op transmissie is klein vroeg in de zwangerschap, maar de schade is groot.
- Later in de zwangerschap is de kans op transmissie groter, maar de schade is meestal kleiner.
- Bij een symptomatische congenitale infectie (congenitale toxoplasmose) is het centrale zenuwstelsel vaak beschadigd.
- Soms is een opvallende hepatosplenomegalie bij de pasgeborene aanwezig.
- Intra-uteriene vruchtdood, vroeggeboorte en dysmaturiteit komen eveneens voor.
- Oculaire toxoplasmose wordt vaak pas jaren of decennia na de geboorte herkend.
- Bij de geboorte is er vaak nog niets aan het oog te merken, omdat de schade nog gering of perifeer gelegen is.
- Herhaalde opvlamming van de infectie kan de schade vergroten en de verminderde visus veroorzaken.
- Bij ernstige verstoring van de afweer, gedraagt Toxoplasma zich als een opportunistisch pathogeen.
- Reactivering bij transplantatiepatiënten kan een directe bedreiging vormen.
- Bij hiv-geïnfecteerde patiënten presenteert een Toxoplasma-infectie zich vaak met cerebrale klachten en zijn ringvormige lesies zichtbaar.
- Geadviseerd wordt geen rauw of niet goed doorbakken vlees en ongewassen groenten te eten.
- Tuinieren met handschoenen en dagelijks de kattenbak verschonen zijn andere maatregelen.
Laboratoriumdiagnostiek
- Gezien de grote verscheidenheid aan symptomen is de klinische diagnose moeilijk te stellen.
- De laboratoriumdiagnostiek is relatief van groot belang.
Directe diagnostiek
- Het aantonen van de parasiet in weefsels met microscopie heeft strikt genomen alleen klinische betekenis als tachyzoïeten worden aangetoond.
- Bradyzoïeten blijven achter in weefselcysten tijdens de latente fase.
- Het vinden van bradyzoïeten in een weefselcyste bij een pasgeborene toont wel een congenitale infectie aan.
- Tachyzoïeten zijn moeilijk te vinden met histologische kleuringen, waardoor histopathologisch onderzoek geen sensitieve methode is.
Moleculaire technieken
- Moleculaire technieken, zoals PCR voor het aantonen van Toxoplasma-DNA, zijn veel sensitiever.
- Deze technieken kunnen geen onderscheid maken tussen bradyzoïeten en tachyzoïeten.
- Het aantonen van Toxoplasma-DNA in weefselbiopten kan strikt genomen geen onderscheid maken tussen een latente en actieve infectie.
- Het aantonen van Toxoplasma-DNA in vruchtwater of navelstrengbloed is bewijzend voor congenitale infectie.
- Het aantonen van Toxoplasma-DNA in liquor is bewijzend voor cerebrale toxoplasmose, in oogkamervocht voor oculaire toxoplasmose.
- Bij een negatief PCR-resultaat voor vruchtwater kan het zijn dat de parasiet het ongeboren kind (nog) niet bereikt heeft, waardoor een congenitale infectie niet is uitgesloten.
- Als anti-Toxoplasma-medicatie voor de vruchtwaterpunctie gestart is, zal de sensitiviteit van het PCR-onderzoek afnemen.
Serodiagnostiek
- De meest gebruikelijke methode voor het aantonen van een Toxoplasma-infectie is serologisch onderzoek (serum, liquor, etc.) op antilichamen.
- Met behulp van serologisch onderzoek kan meestal onderscheid tussen een recent verkregen, actieve infectie en een latente infectie gemaakt worden.
- Voor juiste interpretatie is de afweerstatus van de patiënt belangrijk.
- Bij een verstoorde afweer (immuungecompromitteerde patiënt) zal de patiënt weinig en traag Toxoplasma-specifieke antilichamen aanmaken, waardoor serologisch onderzoek minder betrouwbaar is.
- Bij deze patiënten zullen moleculaire technieken voor het direct aantonen van de parasiet meer op de voorgrond staan.
Serologisch onderzoek immunocompetente gastheren
- De belangrijkste groepen immunocompetente patiënten bij wie serologisch onderzoek uitgevoerd wordt, zijn patiënten verdacht voor lymfekliertoxoplasmose en zwangere vrouwen met aanwijzingen voor congenitale toxoplasmose.
- Voor de serologische diagnostiek kunnen zowel Toxoplasma-specifieke IgG- en IgM-antilichamen bepaald worden.
- Het kan van belang zijn om een (semi)-kwantitatieve waarde aan de behandelend arts te rapporteren om de dynamiek in antilichaamconcentraties te kunnen vervolgen.
- De meeste testen geven een (semi)-kwantitatieve uitslag.
- Kwantitatieve uitslagen worden meestal in IU/ml uitgedrukt.
- Variatie in kwantitatieve uitslagen tussen verschillende commercieel beschikbare testen is relatief groot, waardoor voorzichtigheid geboden is bij vergelijking van uitslagen afkomstig van verschillende laboratoria.
- Het is belangrijk om inzicht te hebben in de afweerrespons van immunocompetente personen na een Toxoplasma-infectie.
Dynamiek antilichamen
- Na infectie worden Toxoplasma-specifieke IgM-antilichamen iets sneller geproduceerd dan IgG-antilichamen.
- Een positieve IgM-uitslag met een negatieve IgG-uitslag kan daarom passen bij een zeer recente Toxoplasma-infectie.
- Fout-positieve IgM-uitslagen komen ook regelmatig voor.
- Een positieve IgM- en IgG-uitslag kan passen bij een recente Toxoplasma-infectie, maar Toxoplasma-specifieke IgM-antilichamen kunnen ook jarenlang persisteren.
- Na infectie blijven Toxoplasma-specifieke IgG-antilichamen in principe levenslang aantoonbaar.
- Indien er geen specifieke IgG- en IgM-antilichamen aantoonbaar zijn, is er serologisch geen aanwijzing voor een Toxoplasma-infectie.
Aviditeit
- Het meten van de aviditeit van IgG-antilichamen is een belangrijke techniek.
- Aviditeit is een maat voor de kracht waarmee het Toxoplasma-specifieke IgG bindt aan antigenen.
- In het begin van de infectie zijn alleen nog antilichamen gevormd die de antigenen slechts met geringe kracht kunnen binden.
- Na verloop van tijd worden antilichamen met een hogere affiniteit gevormd, maar de spreiding in de benodigde tijdsperiode is groot.
- De IgG-aviditeitstesten zijn zo ontwikkeld dat IgG-antilichamen met een hoge aviditeit pas minimaal drie tot vier maanden na de primo-infectie ontstaan.
- Een hoge IgG-aviditeitsuitslag betekent dan ook dat het moment van infectie minimaal drie tot vier maanden geleden heeft plaatsgevonden.
- Voor het bepalen van het moment van de infectie tijdens de zwangerschap, is deze IgG-aviditeitsbepaling vaak nuttig.
- Omdat bij een deel van de patiënten de IgG-aviditeit niet hoger wordt, of pas na lange tijd ontstaat, betekent een lage IgG-aviditeitsuitslag niet altijd dat de infectie recent is opgelopen.
- Door de zwangerschap en door gebruik van anti-Toxoplasma-medicatie kan de IgG-aviditeit ook langere tijd laag blijven.
- Bij het behandelen van een patiënt met anti-Toxoplasma-medicatie kan de IgG-productie afnemen en mogelijk zelfs negatief worden.
- Als de medicatie gestopt wordt, is er bij het merendeel van de patiënten sprake van een toename of het opnieuw verschijnen van IgG-antilichamen('rebound-effect').
- Dit wil echter niet zeggen dat er sprake is van een opleving van de infectie.
Congenitale toxoplasmose
- Indien bij een zwangere vrouw een primo-infectie heeft plaatsgevonden, bestaat er een kans dat het ongeboren kind ook besmet wordt met Toxoplasma (congenitale toxoplasmose).
- De interpretatie van serologisch onderzoek gaat in principe volgens dezelfde criteria als bij andere immuuncompetente personen.
- Om te onderzoeken of het ongeboren kind geïnfecteerd is, kan een amnionpunctie worden verricht.
- Verkregen vruchtwatermateriaal wordt bij voorkeur onderzocht met PCR op de aanwezigheid van Toxoplasma-parasieten.
- Bij een verdacht kind moet uitgebreid klinisch en serologisch onderzoek uitgevoerd worden.
- Met serologisch onderzoek kan de aanwezigheid van IgG- en IgM-antilichamen bepaald worden.
- De aanwezigheid van IgM-antilichamen is in principe bewijzend voor een congenitale infectie.
- Het bloed kan gecontamineerd zijn met maternaal bloed; daarom moet een positieve IgM-uitslag altijd geconfirmeerd worden.
- Als er geen IgM wordt gevonden, sluit dit een congenitale infectie echter niet uit.
- Afhankelijk van de gebruikte methode is bij ongeveer 25-60% van de congenitaal geïnfecteerde neonaten geen IgM aantoonbaar.
- De aanwezigheid van IgG heeft geen klinische betekenis, omdat maternaal IgG klein genoeg is om de placenta te passeren.
- Het onderscheid kan wel gemaakt met behulp van een IgG-immunoblot.
- Is het patroon is anders dan is dat een sterke aanwijzing voor congenitale transmissie.
Immuungecompromitteerde patienten serologisch onderzoek
- Interpretatie van Toxoplasma-serologie bij patiënten is vaak lastig.
- Een reactivatie van Toxoplasma bij aids, kan gepaard gaan met een hoge IgG-titer, maar ook met zeer lage IgG-titers.
- Een positief IgM-resultaat komt vrijwel nooit voor bij een reactivatie bij aids.
- Bij andere vormen van verstoorde afweer kunnen een primo-infectie of reactivatie gepaard gaan met gestegen titers ofwel de aanwezigheid van Specifieke IgM antilichamen.
- Titerstijgingen worden echter ook waargenomen zonder dat er van actieve infectie.
Oculaire toxoplasmose serologisch onderzoek
- Toxoplasmose van het oog manifesteert zich met name als chorioretinitis.
- De pasgeborene wordt dit beeld gezien als gevolg van een congenitale Toxoplasmose.
- Pasgeborenen met een laag IgG gehalte kan toch duidden op oculaire toxoplasmose.
- De afwezigheid van Specifieke IgG antilichamen in serum, sluit oculaire toxoplasmose zo goed als uit, omdat de parasiet ook in andere delen van het lichaam aanwezig zal zijn.
- De concentratie van Specifieke IgG antilichamen in serum heeft meestal geen relatie met de ernst van het ziekteproces in het oog.
- Oculaire toxoplasmose kan daarom ook voorkomen bij patiënten met een lage concentratie Specifieke IgG antilichamen in serum.
- Indien IgG in serum wordt gevonden, wordt IgG in oogvocht bepaald en worden vergeleken met serum.
Studying That Suits You
Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.