Podcast
Questions and Answers
Worden aminozuren opgenomen in bloed als bouwstoffen?
Worden aminozuren opgenomen in bloed als bouwstoffen?
True (A)
Verteerbaar voedsel verlaat het lichaam via urine?
Verteerbaar voedsel verlaat het lichaam via urine?
False (B)
Het spijsverteringsstelsel bestaat uit vier delen in de mond?
Het spijsverteringsstelsel bestaat uit vier delen in de mond?
False (B)
Het menselijk voedsel bestaat uit water, mineralen, en vetten?
Het menselijk voedsel bestaat uit water, mineralen, en vetten?
De afscheiding van maagsap wordt geregeld door het zenuwstelsel en hormonen.
De afscheiding van maagsap wordt geregeld door het zenuwstelsel en hormonen.
Speeksel bevat amylase, dat zetmeel afbreekt tot maltose en glucose.
Speeksel bevat amylase, dat zetmeel afbreekt tot maltose en glucose.
Het hormoon enterogastrine remt de afscheiding van maagsap.
Het hormoon enterogastrine remt de afscheiding van maagsap.
Pepsine is het belangrijkste maagenzym dat eiwitketens afbreekt tot polypeptiden.
Pepsine is het belangrijkste maagenzym dat eiwitketens afbreekt tot polypeptiden.
Het hormoon cholecystokinine activeert galafscheiding.
Het hormoon cholecystokinine activeert galafscheiding.
Pancreassap bevat enzymen die werken bij pH 8.
Pancreassap bevat enzymen die werken bij pH 8.
De borstelzoom in de dunne darm is semi-permeabel voor water.
De borstelzoom in de dunne darm is semi-permeabel voor water.
Stress en angst hebben geen invloed op de absorptie van voedingsstoffen.
Stress en angst hebben geen invloed op de absorptie van voedingsstoffen.
Het basaalmetabolisme is hoger bij vrouwen dan bij mannen.
Het basaalmetabolisme is hoger bij vrouwen dan bij mannen.
Water en enkele zouten worden voornamelijk opgenomen door de dikke darm.
Water en enkele zouten worden voornamelijk opgenomen door de dikke darm.
Alle essentiële voedingsnutriënten moeten worden opgenomen via voeding.
Alle essentiële voedingsnutriënten moeten worden opgenomen via voeding.
Het rendement van arbeid is ongeveer 50% tot 75% energie vrij onder vorm van warmte.
Het rendement van arbeid is ongeveer 50% tot 75% energie vrij onder vorm van warmte.
Een ander woord voor voedselbestanddelen in opneembare en vervoerbare vorm is nutriënten.
Een ander woord voor voedselbestanddelen in opneembare en vervoerbare vorm is nutriënten.
Tandenwisseling vindt plaats bij het volwassen gebit.
Tandenwisseling vindt plaats bij het volwassen gebit.
Mensen hebben over het algemeen 32 tanden in totaal.
Mensen hebben over het algemeen 32 tanden in totaal.
De lengte van de dunne darm staat in verband met de verteerbaarheid van voedsel.
De lengte van de dunne darm staat in verband met de verteerbaarheid van voedsel.
De dikke darm gaat over in de endeldarm, die vervolgens faeces vormt en deze uitdrijft via de aars.
De dikke darm gaat over in de endeldarm, die vervolgens faeces vormt en deze uitdrijft via de aars.
De blinde darm is een uitstulping van de dunne darm.
De blinde darm is een uitstulping van de dunne darm.
De tong heeft een sterk verhoornde rasp aan de overgang tussen wortel en kroon.
De tong heeft een sterk verhoornde rasp aan de overgang tussen wortel en kroon.
De tong is bedekt met smaakpapillen en heeft als functie het doorslikken van voedsel.
De tong is bedekt met smaakpapillen en heeft als functie het doorslikken van voedsel.
De speekselklieren bestaan bij mensen uit drie paar: ondertong-, onderkaak- en oorspeekselklieren.
De speekselklieren bestaan bij mensen uit drie paar: ondertong-, onderkaak- en oorspeekselklieren.
Het konijn heeft vier paar speekselklieren.
Het konijn heeft vier paar speekselklieren.
Vleeseters hebben over het algemeen knipkiezen in hun gebit.
Vleeseters hebben over het algemeen knipkiezen in hun gebit.
De maagholte wordt omringd door twee spierlagen: een kringspierlaag en een overlangse spierlaag.
De maagholte wordt omringd door twee spierlagen: een kringspierlaag en een overlangse spierlaag.
Waterdieren halen zuurstof uit de lucht door middel van kieuwen.
Waterdieren halen zuurstof uit de lucht door middel van kieuwen.
Bij landdieren komt de benodigde zuurstof voor oxidatie uit het water.
Bij landdieren komt de benodigde zuurstof voor oxidatie uit het water.
Het ademhalingsstelsel omvat de neusholte, keelholte en strottenhoofd, maar niet de longen.
Het ademhalingsstelsel omvat de neusholte, keelholte en strottenhoofd, maar niet de longen.
De functie van de neusholte omvat het bevochtigen van de in te ademen lucht.
De functie van de neusholte omvat het bevochtigen van de in te ademen lucht.
Het lichaam neemt zuurstof op en geeft koolstofdioxide en water af via het ademhalingsstelsel.
Het lichaam neemt zuurstof op en geeft koolstofdioxide en water af via het ademhalingsstelsel.
Het spijsverteringsstelsel bestaat uit vier delen in de mond.
Het spijsverteringsstelsel bestaat uit vier delen in de mond.
Het ademcentrum in de hersenen wordt geremd door het uitzetten van de longblaasjes bij inademing.
Het ademcentrum in de hersenen wordt geremd door het uitzetten van de longblaasjes bij inademing.
Een stijging van het CO2-gehalte in het bloed leidt tot een afname van de ademfrequentie.
Een stijging van het CO2-gehalte in het bloed leidt tot een afname van de ademfrequentie.
De chemoreceptoren in de verbreding van de grote lichaamsslagader zenden impulsen naar het ademcentrum bij daling van het O2-gehalte in het bloed.
De chemoreceptoren in de verbreding van de grote lichaamsslagader zenden impulsen naar het ademcentrum bij daling van het O2-gehalte in het bloed.
Bij een bepaalde waarde van het CO2-gehalte in het bloed, wordt het ademcentrum geprikkeld en ontstaat er ademdrang.
Bij een bepaalde waarde van het CO2-gehalte in het bloed, wordt het ademcentrum geprikkeld en ontstaat er ademdrang.
Emoties hebben geen invloed op de ademfrequentie.
Emoties hebben geen invloed op de ademfrequentie.
Binnen bepaalde grenzen kan men willekeurig het ademritme wijzigen.
Binnen bepaalde grenzen kan men willekeurig het ademritme wijzigen.
De oxidatie van glucose vindt plaats via de celademhaling.
De oxidatie van glucose vindt plaats via de celademhaling.
De oxidatie van aminozuren is mogelijk door oxidatie met zuurstof via ademhaling.
De oxidatie van aminozuren is mogelijk door oxidatie met zuurstof via ademhaling.
Hoe kleiner de dieren, hoe minder intens hun metabolisme.
Hoe kleiner de dieren, hoe minder intens hun metabolisme.
Het basaalmetabolisme is lager bij vrouwen dan bij mannen.
Het basaalmetabolisme is lager bij vrouwen dan bij mannen.
Het strottenhoofd kan volledig afgesloten worden door het strotklepje.
Het strottenhoofd kan volledig afgesloten worden door het strotklepje.
De echte stembanden liggen boven de valse stembanden.
De echte stembanden liggen boven de valse stembanden.
De totale oppervlakte van de longen is ongeveer 200 m2 per long.
De totale oppervlakte van de longen is ongeveer 200 m2 per long.
Bij rustige ademhaling wordt ongeveer een halve liter lucht in- en uitgeademd.
Bij rustige ademhaling wordt ongeveer een halve liter lucht in- en uitgeademd.
Bij borstademhaling worden de ribben opgetrokken door samentrekking van diverse ribspieren.
Bij borstademhaling worden de ribben opgetrokken door samentrekking van diverse ribspieren.
De uitademing is bij zware inspanning bijna volledig passief.
De uitademing is bij zware inspanning bijna volledig passief.
Koolstofdioxide lost minder op in water dan zuurstofgas.
Koolstofdioxide lost minder op in water dan zuurstofgas.
Stikstofgas speelt een biologische rol in de gaswisseling in longblaasjes.
Stikstofgas speelt een biologische rol in de gaswisseling in longblaasjes.
De gaswisseling in longblaasjes berust vooral op diffusie.
De gaswisseling in longblaasjes berust vooral op diffusie.
Het CO2-gehalte en O2-gehalte hebben geen invloed op de regulatie van de adembewegingen.
Het CO2-gehalte en O2-gehalte hebben geen invloed op de regulatie van de adembewegingen.
Diffusiesnelheid is recht evenredig met de gaswisseling in longblaasjes.
Diffusiesnelheid is recht evenredig met de gaswisseling in longblaasjes.
Gaswisseling door diffusie gebeurt door middel van verschillen in partiële spanning van gassen.
Gaswisseling door diffusie gebeurt door middel van verschillen in partiële spanning van gassen.