Psychiatrie samenvatting

Choose a study mode

Play Quiz
Study Flashcards
Spaced Repetition
Chat to Lesson

Podcast

Play an AI-generated podcast conversation about this lesson
Download our mobile app to listen on the go
Get App

Questions and Answers

Welke van de volgende elementen is geen essentieel onderdeel van een klinisch oordeel in de psychiatrie?

  • Een beslissing van een deskundige (psychiater)
  • Gestructureerd onderzoek naar persoonlijkheid
  • Gestructureerd onderzoek naar psychische functies
  • Subjectieve ervaringen beschreven door familieleden (correct)

Welke van de volgende omschrijvingen past het beste bij de term 'classificeren' binnen de context van psychiatrische diagnostiek?

  • Het evalueren van stabiele kenmerken van een zorgvrager.
  • Het voorspellen van het verloop van een psychische ziekte.
  • Het ordenen van waarnemingen en gedachten. (correct)
  • Het vaststellen van de oorzaak van vertoonde symptomen.

Welke van de volgende beweringen is correct met betrekking tot de DSM-5?

  • De DSM-5 bevat geen officieel erkende psychische ziekten.
  • De DSM-5 is een catalogus van bekende en officieel erkende psychische ziekten. (correct)
  • De DSM-5 wordt voornamelijk gebruikt door de World Health Organization.
  • De DSM-5 is een classificatiesysteem dat wereldwijd de verspreiding van ziekten in kaart brengt.

Welk van de volgende is geen algemene categorie van psychiatrische stoornissen zoals beschreven in de DSM-5?

<p>Eetluststoornissen (A)</p> Signup and view all the answers

Een patiënt vertoont dwangmatig gedrag, zoals het herhaaldelijk wassen van de handen. Onder welke algemene categorie van stoornissen in de DSM-5 valt dit gedrag waarschijnlijk?

<p>Obsessief-compulsieve en verwante aandoeningen (C)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende benaderingen voor afwijkend gedrag richt zich primair op de interactie tussen de zorgvrager en zijn omgeving?

<p>Sociaal-culturele benadering (D)</p> Signup and view all the answers

Wat is een belangrijk verschil tussen drang en dwang?

<p>Drang is gericht op bevrediging of lusten, terwijl dwang abnormaal bezig zijn met gedachten is. (C)</p> Signup and view all the answers

Welke psychische functie wordt direct beïnvloed wanneer er sprake is van depersonalisatie?

<p>Zelfbeleving (D)</p> Signup and view all the answers

Wat wordt er verstaan onder 'biologisch bewustzijn'?

<p>De basisvoorwaarde om in contact te zijn met de wereld om je heen (C)</p> Signup and view all the answers

Wat is geen kenmerk van een manische episode?

<p>Verminderde activiteit en energie (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is het belangrijkste verschil tussen een bipolaire I en een bipolaire II stoornis?

<p>Bipolaire I kent volledige manische episoden, bipolaire II kent hypomane episoden. (D)</p> Signup and view all the answers

Een patiënt heeft gedurende 3 jaar stemmingswisselingen, met periodes van verhoogde en depressieve stemming, maar voldoet niet aan de criteria voor een manische, depressieve of hypomane episode. Welke stoornis is het meest waarschijnlijk?

<p>Cyclothyme stemmingsstoornis (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is geen bekend symptoom van angst?

<p>Toegenomen eetlust (C)</p> Signup and view all the answers

Een persoon heeft last van straatangst en vermijdt plaatsen buiten de vertrouwde omgeving. Welke angststoornis is het meest waarschijnlijk?

<p>Agorafobie (C)</p> Signup and view all the answers

Een patiënt wast herhaaldelijk zijn handen, omdat hij bang is voor bacteriën en ziektekiemen. Onder welke stoornis valt dit waarschijnlijk?

<p>Obsessieve-compulsieve stoornis (OCD) (A)</p> Signup and view all the answers

Wat wordt bedoeld met 'responspreventie' in de context van de behandeling van OCD?

<p>Het voorkomen van het uitvoeren van dwanghandelingen (A)</p> Signup and view all the answers

Iemand lijdt aan een stoornis in de lichaamsbeleving en denkt dat hij lelijk is, terwijl anderen dit niet zo zien. Welke stoornis is hier waarschijnlijk aan de orde?

<p>Morfodysfore stoornis (D)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende omschrijvingen past het beste bij een Cluster A persoonlijkheidsstoornis?

<p>Vreemd en excentriek (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is een hoofdkenmerk van de antisociale persoonlijkheidsstoornis?

<p>Sociaal onverantwoordelijk gedrag zonder schuldgevoelens (D)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende kenmerken is geen onderdeel van de criteria voor de diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis?

<p>Gebrek aan empathie (C)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende factoren is het minst waarschijnlijk geassocieerd met borderline persoonlijkheidsstoornis?

<p>Een stabiele partnerrelatie (C)</p> Signup and view all the answers

Wat staat centraal in de dialectische gedragstherapie (DGT) bij de behandeling van borderline persoonlijkheidsstoornis?

<p>Het verminderen van zelfdestructieve gedragingen en vergroten van emotieregulatie (C)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende interventies is het meest passend voor een verpleegkundige bij een zorgvrager die lijdt aan een borderline persoonlijkheidsstoornis?

<p>Het stellen van duidelijke grenzen en consequent handelen (D)</p> Signup and view all the answers

Welke uitspraak met betrekking tot geslacht en leeftijd bij borderline persoonlijkheidsstoornis is correct?

<p>Borderline komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. (B)</p> Signup and view all the answers

Flashcards

Wat is een klinisch oordeel?

Een klinische beoordeling is een oordeel van een deskundige over de aanwezigheid van psychische aandoeningen.

Wat is een psychologische test?

Een gestructureerde beoordelingsmethode om stabiele kenmerken te evalueren, zoals intelligentie en persoonlijkheid.

Wat is een klinisch interview?

Een reeks gerichte vragen om relevante informatie te verzamelen over de geestelijke gezondheid van de patiënt.

Voorbeelden neurologische ontwikkelingsstoornissen

Verstandelijke beperkingen, autismespectrumstoornis, ADHD, leerstoornissen, motorische stoornissen, ticstoornissen.

Signup and view all the flashcards

Voorbeelden psychotische stoornissen

Waanstoornis, korte psychotische stoornis.

Signup and view all the flashcards

Voorbeelden bipolaire stoornissen

Manisch en depressief.

Signup and view all the flashcards

Voorbeelden angststoornissen

Paniekstoornis, specifieke fobie.

Signup and view all the flashcards

Voorbeelden obsessief-compulsieve stoornissen

Dwanggedachten en dwanghandelingen.

Signup and view all the flashcards

Voorbeelden trauma- en stressgerelateerde stoornissen

Posttraumatische stressstoornis (PTSS).

Signup and view all the flashcards

Voorbeelden dissociatieve stoornissen

Depersonalisatie, derealisatie.

Signup and view all the flashcards

Voorbeelden voedings- en eetstoornissen

Anorexia nervosa, boulimia nervosa, eetbuistoornis.

Signup and view all the flashcards

Voorbeeld slaap-waakstoornissen

Slaapeloosheid.

Signup and view all the flashcards

Voorbeeld seksuele disfuncties

Erectiestoornis.

Signup and view all the flashcards

Voorbeeld impulscontrolestoornissen

Kleptomanie.

Signup and view all the flashcards

Voorbeeld neurocognitieve stoornissen

Alzheimer.

Signup and view all the flashcards

Voorbeeld persoonlijkheidsstoornissen

Borderline persoonlijkheidsstoornis.

Signup and view all the flashcards

Voorbeeld parafiele stoornissen

Seksuele opwinding door voorwerpen.

Signup and view all the flashcards

Wat is afwijkend gedrag (sociaal)?

Afwijkende gedrag dat ingaat tegen sociale normen.

Signup and view all the flashcards

Wat is afwijkend gedrag (consequenties)?

Wanneer gedrag negatieve gevolgen heeft voor de persoon of omgeving.

Signup and view all the flashcards

Wat is afwijkend gedrag (onvermogen)?

Wanneer iemand zich niet anders kan gedragen.

Signup and view all the flashcards

Waardoor wordt gedrag gestuurd?

Door emoties, angsten, wensen of doelen.

Signup and view all the flashcards

Wat is de bio psychosociale benadering?

Een combinatie van biologische, psychologische en sociaal-culturele factoren.

Signup and view all the flashcards

Wat is bewustzijn?

Iemands besef van zichzelf en de omgeving.

Signup and view all the flashcards

Wat is Beneveling?

Verminderde helderheid van bewustzijn.

Signup and view all the flashcards

Wat is remming?

Grote psychische tegenkracht om impulsen te bedwingen.

Signup and view all the flashcards

Study Notes

Samenvatting psychiatrie

  • Geestelijke gezondheidsproblemen beïnvloeden iemands psychische welzijn.
  • Professionals zoals huisartsen, praktijkondersteuners, psychiaters, naasten, en de patiënt zelf kunnen een oordeel vormen over gestoord gedrag.
  • Dit oordeel kan klinisch of medisch zijn.

Vier criteria van afwijkend gedrag

  • Het gedrag wijkt af van de sociale norm: er zijn regels voor wat als normaal wordt beschouwd.
    • Het horen van stemmen, langdurige somberheid of het ontbreken van rust worden als niet-normaal beschouwd.
  • Het gedrag veroorzaakt ongemak, lijden, of bezorgdheid bij de persoon en/of de omgeving.
    • De subjectieve ervaring van de persoon dat zijn gedrag problematisch is, is een belangrijk criterium.
  • De persoon kan zich niet anders gedragen.
    • Er is sprake van een onvermogen om een ander gedrag te kiezen.
  • Gedragskenmerken kunnen worden herkend en geordend via het diagnostisch model van de psychiatrie (DSM 5).

Classificatiesystemen

  • ICD-10 is een classificatiesysteem dat door de World Health Organization wordt gebruikt om de verspreiding van ziekten wereldwijd in kaart te brengen.
  • DSM 5 is een catalogus met bekende en officieel erkende psychische ziekten.
    • Classificeren is het scheppen van orde in waarnemingen en gedachten, door objecten, verschijnselen of processen te groeperen op basis van overeenkomsten.
    • Diagnosticeren is het op basis van onderzoek vaststellen van de aard en oorzaak van symptomen.
  • Classificatie helpt bij onderzoek, het voorspellen van het verloop van een psychische ziekte of stoornis, en het vergroten van kennis over afwijkende gedragspatronen.

Klinisch Oordeel en Psychologische Testen

  • Een klinisch oordeel is een beslissing van een deskundige (psychiater) over de aanwezigheid van psychische ziekteverschijnselen, gebaseerd op gestructureerd onderzoek naar persoonlijkheid en psychische functies.
  • Een psychologische test is een gestructureerde beoordelingsmethode voor het evalueren van stabiele kenmerken van een persoon, zoals intelligentie en persoonlijkheid.
  • Om tot een klinisch oordeel te komen, is gestructureerd onderzoek naar persoonlijkheid en psychische functies nodig.
  • Klinische interviews en psychologische tests zijn hulpmiddelen voor het zorgvuldig in kaart brengen en beoordelen van afwijkend gedrag.

Klinisch Interview

  • Het klinisch interview is een reeks gerichte vragen waarmee de behandelaar relevante informatie verzamelt over de persoon in het perspectief van zijn geestelijke gezondheid.
    • Onderwerpen die aan bod kunnen komen zijn persoonsgegevens, ontstaan van het probleem, psychosociale geschiedenis, medische geschiedenis, lichamelijke problemen, en medicijngebruik.

DSM-5 Categorieën van Psychiatrische Stoornissen

  • De DSM-5 beschrijft psychiatrische stoornissen in twintig algemene categorieën:
    • Neurologische ontwikkelingsstoornissen: intellectuele beperkingen, communicatiestoornissen, autismespectrumstoornissen, ADHD, leerstoornissen, motorische stoornissen, ticstoornissen en andere neurobiologische ontwikkelingsstoornissen.
    • Schizofreniespectrum en andere psychotische stoornissen: stoornissen gerelateerd aan schizofrenie en psychosen.
    • Bipolaire-stemmingsstoornissen: manische en depressieve stoornissen, inclusief die gerelateerd aan medicatie of lichamelijke aandoeningen.
    • Depressieve stoornissen: aandoeningen met sombere stemming, zoals depressieve stoornis (enkele of terugkerende perioden).
    • Angststoornissen: aandoeningen met angst, zoals paniekstoornis of specifieke fobieën.
    • Obsessief-compulsieve en verwante aandoeningen: dwanggedachten en dwanghandelingen.
    • Psychotrauma- en stressgerelateerde stoornissen: aandoeningen gerelateerd aan stress en trauma, zoals PTSS en acute stressstoornis.
    • Dissociatieve stoornissen: afscheiding van de persoon van wat er met hem gebeurt, zoals depersonalisatie of derealisatie.
    • Somatisch-symptoom stoornissen: lichamelijke symptomen zonder medische verklaring, zoals ziekte-angststoornis en conversiestoornis.
    • Voedings- en eetstoornissen: anorexia nervosa, boulimia nervosa, eetbuistoornis.
    • Stoornissen in de zindelijkheid: problemen met uitscheiding.
    • Slaap- en waakstoornissen: problemen met slapen en wakker zijn.
    • Seksuele disfuncties: problemen met seksualiteit.
    • Genderdysforie: verlangen om van het andere geslacht te zijn.
    • Verstoorde impulscontrole en gedragsstoornissen: problemen met impulsbeheersing, zoals kleptomanie.
    • Middelengerelateerde en verslavingsstoornissen: verslavingen, inclusief gokverslaving.
    • Neurocognitieve stoornissen: achteruitgang van cognitieve functies door ziekte, zoals geheugenstoornissen bij Alzheimer.
    • Persoonlijkheidsstoornissen: verstoringen in denken, voelen en handelen, zoals borderline persoonlijkheidsstoornis.
    • Parafiele stoornissen: seksuele gedragingen of fantasieën die als afwijkend of schadelijk worden beschouwd.
    • Overige stoornissen: stoornissen die niet in andere categorieën passen, zoals niet-suïcidale zelfverwonding.

Benaderingen voor Afwijkend Gedrag

  • Biologische benadering: focus op niet goed functioneren van de hersenen (neurotransmitters/hormoonproductie), klassiek medische invalshoek. - Behandelmethoden omvatten medicatie (psychofarmaca) en ECT (elektrische stroom/TMS).
  • Psychologische benadering: focus op psychologisch beleven en leven, waarbij gedrag gestuurd wordt door emoties, angsten, wensen of doelen. - Behandelmethoden omvatten o.a. cognitieve gedragstherapie.
  • Sociaal-culturele benadering: gedrag wordt gezien als resultaat van interactie tussen de persoon en zijn omgeving.
    • Oorzaken kunnen liggen buiten de persoon, zoals communicatieproblemen of armoede. - Behandelmethoden omvatten systeemtherapie en het losweken van de persoon uit een sociaal systeem.
  • Magische of religieuze benadering: oorzaak van afwijkend gedrag wordt gezocht in buitenaardse krachten. - Behandelmethoden omvatten gunstige stemmen of uitdrijving van geesten, afhankelijk van de cultuur.
  • Bio psychosociale benadering: combinatie van niet goed functioneren van de hersenen en biologische, psychologische, en sociaal-culturele factoren als oorzaken van een psychische stoornis.
    • Factoren kunnen elkaar beïnvloeden.
      • Behandelmethoden: combinatie van wat medicatie niet kan bereiken.
  • Psychopathologie: de wetenschap van geestelijk lijden richt zich op onderzoek en behandeling van psychiatrische stoornissen. - Psychiaters onderzoeken algemene processen van de persoon bij ziekteverschijnselen en gebruiken de DSM-5 om een psychiatrisch ziektebeeld vast te stellen.

Psychische Functies

  • Expressie en psychomotoriek: zichtbare uitingen, lichaamshouding, beweging, mimiek/spraak.
    • Overactiviteit: sterke, heftige bewegingen, rusteloosheid.
    • Onder activiteit: weinig kracht, reageert niet op prikkels, spreekt niet.
    • Dysactiviteit: verkeerde of moeilijke activiteit.
    • Spraak kan versneld, vertraagd, geremd, geblokkeerd zijn; perseveren (herhalen van woorden).
  • Bewustzijn: toestand waarin men besef heeft van zichzelf en de omgeving.
    • Er wordt onderscheid gemaakt tussen psychologisch bewustzijn (reflexief bewustzijn) en biologisch bewustzijn (bij kennis zijn, basisvoorwaarde voor contact).
    • Stoornissen in de helderheid van het bewustzijn: prikkels dringen niet door.
      • Gradaties van verlaagd bewustzijn: beneveling, somnolentie, sopor, sub coma, coma.
  • Stoornissen in aandacht: verhoogde of verminderde aandacht.
  • Stoornis in oriëntatie: problemen met tijd, ruimte, en relatie.
  • Zelfbeleving: het besef dat men bestaat als individu, onderscheiden van anderen.
    • Verstoring van zelfbeleving leidt tot depersonalisatie.
  • Waarneming: in contact staan met de wereld via zintuigen, verbonden met denken, ervaringen en herinneringen.
  • Denken: staat in verbinding met andere psychische functies, gedreven door wensen en verlangen.
    • Onderdelen van denken: vorm en beloop, inhoud, intelligentie, geheugen.
  • Formele denkstoornis: stoornis in het denken waarbij nieuwe woorden worden gevormd (neologisme).
  • Gevoelsleven: gevoelens, stemming en emotie waarmee men zichzelf beleeft, innerlijke gewaarwording.
    • Het limbisch systeem in de hersenen regelt gevoelsleven.
    • Onderdelen: stemming, humeur, sterke schommelingen (affectlabiliteit), onbeheerst uiten van gevoelens (affectincontinentie).
  • Willen en verlangen: doelbewust besluit om tot handelen over te gaan.
    • Remming: sterke tegenkracht die verhindert om impulsen in handelingen om te zetten.
    • Ontremming of impulsiviteit: doen wat in je opkomt zonder remming, kan zich uiten in eetgedrag, rookgedrag, emotioneel of seksueel gedrag.
  • Drang of dwang:
    • Drang: bepaalde handeling gericht op bevrediging behoefte of lusten.
    • Dwang: abnormaal bezig zijn met gedachten, ideeën of handelingen vaak uit angst.

Bipolaire Stemmingsstoornis

  • De bipolaire stemmingsstoornis is een verzamelnaam voor psychische aandoeningen waarbij de gemoedstoestand ziekelijk is, verstoord en niet passend bij de situatie.
  • Gemoedsstemming is vaak verstoord voor een bepaalde periode, een episode genoemd.

Stemmingsepisoden

  • Vier stemmingsepisoden kunnen worden onderscheiden:
    • Depressieve episode: bedrukte, terneergeslagen en prikkelbare gemoedstoestand.
    • Manische episode: uitgelaten en/of ontremde gemoedstoestand, aanhoudend abnormaal verhoogde stemming, chaotische activiteit, impulsiviteit, versneld denken, vijandigheid.
    • Hypomane episode: uitgelaten en/of ontremde gemoedstoestand met een mild karakter, geen psychotische kenmerken, sprake van realiteit en controle, functioneren mogelijk, geen opname nodig.
    • Gemengde episode: voortdurend wisselende gemoedstoestand van bedrukt terneergeslagen naar uitgelaten/ongeremd.

Bipolaire Stoornissen

  • Bipolaire stoornis: manisch-depressieve stoornis, met manie en depressie, extreme euforie naar depressie.
    • Bipolaire I stoornis: een volledige manische episode, een depressieve episode is niet noodzakelijk.
    • Bipolaire II stoornis: terugkerende depressieve episoden afgewisseld met hypomane episode.
  • Cyclothyme stemmingsstoornis: gedurende minstens 2 jaar stemmingswisselingen (verhoogde en depressieve stemming), zonder manische, depressieve of hypomane episode, niet langer dan 2 maanden vrij van symptomen, vaak een voorloper van bipolaire stoornis.

Oorzaken en Behandeling van een bipolaire stoornis

  • Oorzaken: onbekend, wel bepaalde omstandigheden verhogenhet risico.
    • Erfelijkheid: 30% bij 1 van de ouders, 60-80% bij beide.
    • Neurotransmitters: tekort bij depressieve periode, overschot bij manische periode (noradrenaline en dopamine).
  • Behandeling: niet te genezen.
    • Medicatie, psycho-educatie, zelfmanagement.
    • Therapieën: psycho-educatie, zelfmanagement, psychotherapie, leefstijl aanpassing, praten en verwerken van ervaringen, leren omgaan met de kans op manie of depressie.
    • Interventie: signaleren, informeren, beschermen, duidelijk zijn, structuur bieden.

Angststoornissen

  • Angst is een emotie die lichamelijke verschijnselen met zich meebrengt en een signaalfunctie heeft voor dreigend gevaar.
    • Het ervaren van angst is normaal bij de mens.
  • Angststoornis: regelmatige angstige reacties die niet redelijk zijn, waardoor iemands leven wordt beheerst.
    • Paniekstoornis: onverwachtse momenten overvallen door paniekaanvallen.
      • Specifieke fobieën: angst voor hoogtevrees, vliegangst, spinnen etc.
      • Sociale angststoornis: angst voor sociale situaties.
      • Agorafobie: straatangst, alles buiten vertrouwde omgeving.
      • Gegeneraliseerde angst: overdreven angst en voortdurend.
  • Angst gerelateerde stoornissen: obsessieve – compulsieve stoornissen, psychotrauma- en stressgerelateerde stoornissen, somatische symptoomstoornis.
  • Verschijnselen: overmatige angst met afwijkend gedrag, lichamelijke, cognitieve en gedragsmatige kenmerken.

Oorzaken en behandeling van angststoornissen

  • Oorzaken: combinatie van biologische, sociale en psychische factoren.
    • Erfelijkheid, opvoeding, niet effectieve denkpatronen, ingrijpende gebeurtenissen, verstoorde hersenprocessen, sociale factoren en persoonlijke eigenschappen.
  • Behandelmethoden: psychotherapie, cognitieve therapie, gedragstherapie, exposure in vivo, creatieve therapie en psychomotorische therapie.

Obsessieve-Compulsieve Stoornis (OCD)

  • OCD kenmerkt zich door herhalende dwanggedachten en/of dwanghandelingen die ernstige klachten veroorzaken.
    • Dwanggedachten (obsessies) worden als vreemd, ongewenst en opgedrongen ervaren.
    • Dwanghandelingen (compulsies) worden telkens herhaald, zoals handen wassen of geestelijke gedachtes (tellen).
    • Oorzaken: erfelijke component, sociale omgevingsfactor (werkloosheid, scheiding, lagere sociaal economische klasse), levensgebeurtenis ( trauma, zwangerschap), psychologische component.
      • Behandeling: combinatie van medicatie of cognitieve gedragstherapie. Medicijnen als antidepressiva (SSRI) antipsychoticum en/of benzodiazepine.
  • De cognitieve gedragstherapie richt zich op de fouten in het denkproces, met exposure in vivo (geleidelijk blootstellen aan angstgedachtes) en responspreventie (voorkomen van dwanghandeling uitvoeren).
  • Snelle behandeling na diagnose is belangrijk, zowel dagklinisch als klinisch. Genezing is mogelijk. Indien geen verbetering volgt na medicatie of andere middelen kunnen Capsulotomie en Deep brain stimulation worden toegepast.

Richtlijnen verpleegkundige zorg bij OCD

  • Richtlijnen voor verpleegkundige zorg bij OCD zijn:
    • zo min mogelijk aandacht aan de dwanghandeling besteden, complimenten geven bij pogingen tot onderdrukken dwanggedachten, structuur bieden, niet meegaan in de dwanggedachte/handeling, uitnodigen tot praten over gevoelens.

Stoornissen in verwantschap met OCD

  • Stoornissen in verwantschap met OCS zijn:
    • Morfodysfore stoornis (verstoord lichaamsbeeld), verzamelstoornis, haaruittrekstoornis en huidplukstoornis.

Persoonlijkheidsstoornissen

  • Persoonlijkheid bestaat uit eigenschappen en patronen van denken, beleven en gedragen.
    • Het karakter en temperament zijn onderdeel van de persoonlijkheid.
      • Temperament (hoe ga je om met dingen): erfelijke aanleg.
      • Karakter: gedrag wat vroeg zichtbaar is, wisselwerking tussen temperament en omgeving.

Persoonlijkheidsstoornis en ontwikkeling

  • Een persoonlijkheidsstoornis heeft invloed op ontwikkeling, kinderjaren, en hoe men met tegenslagen omgaat.
    • De persoon kan zich niet aanpassen aan de omgeving en wijkt af van wat binnen de cultuur verwacht wordt.
      • Persoonlijke mogelijkheden en beperkingen spelen een rol, evenals sociaal-economische en intensieve gebeurtenissen.
  • Mogelijkheden tot zelfsturing in het leven zijn belangrijk.

Kenmerken Persoonlijkheidsproblematiek

  • Kenmerken van persoonlijkheidsproblematiek uiten zich op verschillende gebieden:
    • Cognities (hersenen) (denken/waarnemen, uitleggen), Affectiviteit (zelfgevoel, beleven van emoties, labiliteit), Interpersoonlijk functioneren (aangaan en onderhouden van relaties), Impulsbeheersing.
      • Lijden veroorzaken voor zichzelf of naasten.

Indeling Persoonlijkheidsstoornis Volgens DSM

  • cluster A.
    • Vreemde/ excentrieke cluster zijn introverte personen. -Paranoïde persoonlijkheidsstoornis :Achterdocht en blijvend wantrouwen in de bedoeling zonder wanen.
      • Schizoïde persoonlijkheidsstoornis: Afstandelijk en afwezig van warmte.
      • Schizo typische persoonlijkheidsstoornis: Merkwaardige gedachtes en ideeën.
  • cluster B
    • Dramatische/ emotionele impulsieve cluster.
      • Borderline persoonlijkheidsstoornis :Instabiliteit in relaties, zelfbeeld, stemming en impulsiviteit
      • Antisociaal persoonlijkheidsstoornis; Sociaal onverantwoordelijk gedrag.
      • Narcistische persoonlijkheidsstoornis; Zelfingebeelde belangrijkheid en gebrek aan inlevingsvermogen
      • Historische/theatrale: Allesoverheersende behoefte om in het centrum van de aandacht te staan.
  • cluster C
    • Angst cluster sociale vermijding.
      • Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis: Afhankelijk en behoefte aan bevestiging.
      • Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis: Sociaal geremdheid en gevoelens van tekortschieten.
      • Obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis: Perfectionisme, starheid en ordelijkheid.
  • Niet anders omschreven(NAO).

Oorzaken Persoonlijkheidsstoornissen

  • Oorzaken:
    • wisselwerking tussen erfelijk en levensgebeurtenis. Aangeboren temperament en stressgevoeligheid. Psychologische hechtingsperiode voor ontwikkelen van stabiele persoonlijkheid.
  • Traumatische gebeurtenissen.

Behandeling PTSS

  • Behandeling wordt snel gestopt met behandelen wanneer enige mate stabiliteit is bereikt.
  • Bewustwording waar komt gedragspatroon vandaan.
  • Manier aanleren beter met zichzelf en andere om te gaan.
  • mentalisation baserend treatment en schematherapie

Borderline Persoonlijkheidsstoornis

  • Borderline is een persoonlijkheidsstoornis met kenmerken zoals:
    • stemmingswisselingen, gebrek aan samenhangend zelfbeeld, impulsief gedrag, moeite met alleen zijn, onzekerheid over identiteit, stoornis in contact, zelfverwonding, intense woede, en dissociatie.
  • Diagnose: ten minste 5 kenmerken aanwezig.

Oorzaken en bijkomende aandoeningen PTSS

  • Oorzaken: combinatie van erfelijkheid en omgeving, hechting, levensgebeurtenissen (mishandeling, verwaarlozing, seksueel misbruik).
  • Bijkomende aandoeningen: stemmings- of angststoornis, depressie, alcoholmisbruik, paniekaanvallen, boulimia, PTSS.
    • Borderline kan lichamelijke gevolgen hebben door middelenmisbruik, roekeloos rijgedrag, wisselende seksuele contacten en automutilatie/suïcidaliteit.

Behandeling van PTSS

  • Behandeling: ambulant en in deeltijd, cognitieve gedragstherapie (CGT), dialectische gedragstherapie (DGT), en medicatie (anti psychotische middelen, stemming regulerende middelen, antidepressiva, kalmerings en slaaptabletten).
  • Interventies VPK: begripvol, aanwezig, veiligheid, grenzen aangeven, duidelijke regels.

Geslacht en leeftijd bij PTSS

  • Vrouwen met borderline worden vaker opgenomen in een instelling: 72,6% vrouw en 27,4% man met de diagnose.
  • Borderline komt het meest voor bij jongvolwassenen en kan niet goed vastgesteld worden bij jongeren van 18-20 jaar.
    • Tussen 30-50 jaar bereikt de meerderheid grotere stabiliteit in relaties en beroepsmatig functioneren.
  • Bij mensen van 50 jaar en ouder komt borderline minder voor.
  • Ongeveer 1% van de bevolking krijgt een diagnose borderline.

Studying That Suits You

Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.

Quiz Team

Related Documents

More Like This

Use Quizgecko on...
Browser
Browser