Nierfuncties en Osmose Quiz
24 Questions
1 Views

Choose a study mode

Play Quiz
Study Flashcards
Spaced Repetition
Chat to Lesson

Podcast

Play an AI-generated podcast conversation about this lesson

Questions and Answers

Bevat extracellulaire vloeistof voornamelijk natrium als het voornaamste kation.

True (A)

Noem twee bivalente kationen die belangrijk zijn voor het lichaam.

Calcium en Magnesium

De totale concentratie opgeloste stoffen in __________ is cruciaal voor de osmotische balans.

extracellulaire vloeistof

Koppel de ionen aan hun kenmerken:

<p>Natrium (Na+) = Voornamelijk kation in extracellulaire vloeistof Chloride (Cl-) = Voornamelijk anion Kalium (K+) = Belangrijk voor het in balans houden van functies Calcium (Ca2+) = Bivalente kation met belangrijke functies</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende functies van de nieren omvat het verwijderen van afvalstoffen uit het bloed?

<p>Secretie (D)</p> Signup and view all the answers

Corticale nefronen hebben lange lussen die diep in de medulla doordringen.

<p>False (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is het verschil tussen de renale cortex en de renale medulla?

<p>De renale cortex is de buitenkant van de nier, terwijl de renale medulla de binnenkant is.</p> Signup and view all the answers

De vloeistof in het bloed wordt gefiltreerd in de ______ via de glomerulus.

<p>tubulair systeem</p> Signup and view all the answers

Koppel de volgende delen van de nier aan hun functies:

<p>Efferente arteriole = Bloedafvoer uit de glomerulus Glomerulus = Filtratie van bloed Peritubulaire capillairen = Reabsorptie van stoffen Afferente arteriole = Bloedaanvoer naar de glomerulus</p> Signup and view all the answers

Wat is de rol van de Lus van Henle in de nieren?

<p>Het creëren van een osmolariteit gradiënt (C)</p> Signup and view all the answers

De osmolariteit is hoger in de medulla dan in de cortex.

<p>True (A)</p> Signup and view all the answers

Noem de twee delen van de Lus van Henle.

<p>Dalende deel en stijgende deel</p> Signup and view all the answers

De totale concentratie opgeloste stoffen in de cortex is _____ mOsm.

<p>300</p> Signup and view all the answers

Match de termen met hun beschrijving:

<p>Na+ = Een oplossing die vaak in nieren wordt gereguleerd. Cl– = Een essentieel ion in de nierfunctie. Ureum = Een afvalproduct uit de stofwisseling. H2O = Belangrijk voor de hydratatie en urineproductie.</p> Signup and view all the answers

Wat gebeurt er met de osmolariteit van het bloed bij het stijgende deel van de Lus van Henle?

<p>Het neemt af. (D)</p> Signup and view all the answers

De glomerulus is verantwoordelijk voor de filtratie van het bloed.

<p>True (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is de volgorde waarin het glomerulair filtraat door de nieren beweegt?

<p>Kapsel van Bowman, proximale nierkronkelbuisje, lus van Henle, distale nierkronkelbuisje, verzamelbuisje (C)</p> Signup and view all the answers

De vasa recta capillairen bevinden zich alleen rond de proximale nierkronkelbuisjes.

<p>False (B)</p> Signup and view all the answers

Hoeveel liter urine wordt er gemiddeld per dag geproduceerd?

<p>1 à 2 liter</p> Signup and view all the answers

Het gefilterde bloed komt terecht in het __________ van Bowman.

<p>Kapsel</p> Signup and view all the answers

Koppel de onderdelen van de nier aan hun functie:

<p>Kapsel van Bowman = Verzamelen van het filtraat Lus van Henle = Waterreabsorptie Proximale nierkronkelbuisje = Actieve reabsorptie van glucose en aminozuren Verzamelbuisje = Regulatie van urinevolume</p> Signup and view all the answers

Waar vindt de grootste reabsorptie van water plaats?

<p>Proximale nierkronkelbuisje (A)</p> Signup and view all the answers

Elk liter bloed wordt meerdere keren per dag gefiltreerd door de nieren.

<p>True (A)</p> Signup and view all the answers

Welke twee stoffen worden via actief transport gereabsorbeerd?

<p>Glucose en aminozuren</p> Signup and view all the answers

Flashcards

Renale cortex

De buitenste laag van de nier, waar zich de glomeruli bevinden. Denk aan een schil van een appel.

Renale medulla

De binnenste laag van de nier, waar zich de lussen van Henle bevinden. Denk aan het 'pulp' van de appel.

Filtratie

Het proces waarbij bloed in de glomerulus gefilterd wordt, waardoor afvalstoffen en water in het nierbuisje terechtkomen.

Reabsorptie

Het proces waarbij nuttige stoffen uit het nierfiltraat terug worden opgenomen in het bloed.

Signup and view all the flashcards

Secretie

Het proces waarbij afvalstoffen uit het bloed in het nierbuisje terechtkomen. Denk aan een 'secretaresse' die iets uit het bloed haalt.

Signup and view all the flashcards

Osmotische balans

De balans tussen de concentratie van opgeloste stoffen (zoals ionen) in de extracellulaire vloeistof en de omgeving. Dit zorgt voor de juiste hoeveelheid water in het lichaam.

Signup and view all the flashcards

Wat is de primaire functie van het excretiestelsel?

Dieren regelen hun osmotische balans door de concentratie van bepaalde stoffen, vooral ionen, constant te houden.

Signup and view all the flashcards

Waarom is wateruitwisseling belangrijk voor de osmotische balans?

De extracellulaire vloeistof moet kunnen wisselen met de omgeving om de osmotische balans te behouden.

Signup and view all the flashcards

Wat is de rol van natrium (Na+) in het lichaam?

Een van de belangrijkste kationen in de extracellulaire vloeistof. Het zorgt voor de juiste osmotische druk.

Signup and view all the flashcards

Hoe behoudt het lichaam homeostase?

Zorgt ervoor dat de hoeveelheid water en ionen die het lichaam in- en uitgaat in balans blijft. Dit is essentieel voor de homeostase.

Signup and view all the flashcards

Efferente arteriolen

De vaten die bloed van de glomerulus naar de peritubulaire capillairen voeren.

Signup and view all the flashcards

Peritubulaire capillairen

Kleinere vaten die bloed rond de nierkronkelbuisjes vervoeren.

Signup and view all the flashcards

Glomerulus

Een gespecialiseerde structuur in de nier die bloed filtert.

Signup and view all the flashcards

Kapsel van Bowman

Het eerste deel van de tubulus waar het gefilterde bloed van de glomerulus terechtkomt.

Signup and view all the flashcards

Proximale nierkronkelbuisje

Deel van de tubulus dat verantwoordelijk is voor de terugresorptie van water en opgeloste stoffen.

Signup and view all the flashcards

Lus van Henle

Deel van het tubulussysteem dat in de medulla ligt.

Signup and view all the flashcards

Distale nierkronkelbuisje

Deel van de tubulus dat verantwoordelijk is voor de afscheiding van afvalstoffen.

Signup and view all the flashcards

Verzamelbuisje

Deel van de tubulus waar urine uit alle nefronen wordt verzameld.

Signup and view all the flashcards

Osmolariteitsgradiënt

Een gradiënt van opgeloste stoffen (osmolariteit) die toeneemt van de cortex naar de medulla, met een hogere concentratie in de medulla.

Signup and view all the flashcards

Study Notes

Het excretiestelsel

  • Het excretiestelsel is verantwoordelijk voor het verwijderen van afvalstoffen uit het lichaam.
  • De osmotische balans is essentieel voor de meeste dieren; de concentratie van bepaalde stoffen moet constant blijven.
  • De totale concentratie van opgeloste stoffen in de extracellulaire vloeistof en de concentratie van specifieke ionen moeten constant worden gehouden.
  • Water- en ionenbalans moeten in evenwicht zijn om homeostase te behouden.
  • Veel ionen spelen belangrijke rollen in het lichaam en moeten constant gehouden worden (zoals natrium, chloride en kalium).

Stikstofoverschot

  • Aminozuren en nucleïnezuren worden afgebroken in het lichaam tot stikstofhoudende afvalproducten.
  • Deze producten moeten uit het lichaam worden verwijderd.
  • Voorbeelden zijn ammoniak, ureum en urinezuur.
  • Deaminatie is de eerste stap in de afbraak; hierbij wordt de amino-groep (-NH2) verwijderd.
  • Ammoniak is giftig en moet worden verdund.
  • Vissen en amfibieën scheiden ammoniak af via hun kieuwen.
  • Kraakbeenvissen, amfibieën en zoogdieren zetten ammoniak om in ureum.
  • Vogels, reptielen en insecten zetten ammoniak om in urinezuur, omdat dat minder water oplosbaar is.

Osmoregulatorische organen

  • Water en opgeloste zouten moeten worden verwijderd door het excretiestelsel; gekoppeld aan metabolisch afval.
  • Verschillende mechanismen zijn ontwikkeld:
    • Eéncellige protisten en sponzen gebruiken contractiele vacuolen.
    • De meeste meercellige dieren gebruiken een systeem van excretorische buisjes voor het verwijderen van vloeistof en afval.
  • Invertebraten gebruiken verschillende organen:
    • Platwormen: protonefridia, die vertakken en eindigen in vlamcellen; een opening naar buiten, maar niet naar binnen.
    • Anneliden: gebruiken nefridia; hebben een opening naar binnen en buiten.

Nieren bij vertebraten

  • De bouw van nieren is grotendeels hetzelfde bij verschillende vertebraten, met kleine aanpassingen.
  • Nieren bestaan uit nefronen, met onderdelen zoals de glomerulus, proximale en distale nierkronkelbuizen, lus van Henle en verzamelbuisjes.
  • Alle vertebraten produceren isotoon urine ten opzichte van hun bloed. Sommige produceren hypotoon, en enkel vogels en zoogdieren hypertoon urine.
  • Bij zoetwatervertebraten is de glomerulus groot, waardoor veel water verloren gaat via de urine; ze moeten actief ionen opnemen.
  • Bij zeevissen is de urine vaak isotonisch of zelfs hypertoon.
  • Kraakbeenvissen reabsorberen ureum en produceren dus hypertoon urine, maar een oplosbare concentratie is veel hoger dan bij zoogdieren.
  • Amfibieën hebben nieren identiek aan zoetwatervissen.
  • Reptielen hebben diverse nieren, afhankelijk van het milieu; mariene soorten produceren isotone urine.
  • Vogels hebben minder nefronen dan zoogdieren, met kortere lussen van Henle, en produceren niet zo geconcentreerde urine.

Werking van de nieren

  • Drie basisfuncties: filtratie van bloed, reabsorptie van opgeloste stoffen en secretie.
  • Op verschillende plaatsen in de nier vinden reabsorptie en secretie plaats.
  • De lus van Henle creëert een osmolariteitsgradiënt tussen de cortex en medulla.
  • Zowel het dalende als het stijgende deel van de lus van Henle zijn belangrijk voor de concentratie of verdunning van urine.
  • Reabsorptie van water gebeurt in het proximale nierbuisje, het dalende deel van de lus van Henle en in het verzamelbuisje.

Hormonale regulatie

  • Nieren reguleren bloedvolume, bloeddruk en osmolariteit.
  • Ze controleren ook de concentraties van K+, Na+ en de pH (en daardoor de H+ en HCO3-) in het bloed.
  • Regulatie vindt plaats middels hormonen: antidiuretisch hormoon (ADH), aldosteron en atriaal natriuretisch hormoon (ANH).
  • ADH reguleert waterbalans door cellen in de verzamelbuisjes permeabler te maken voor water.
  • Aldosteron reguleert de zoutbalans.
  • ANH reguleert bloedvolume, door de excretie van zout en water te stimuleren.

Studying That Suits You

Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.

Quiz Team

Related Documents

Les 22 Excretiestelsel PDF

Description

Test je kennis over de functies van de nieren en hun rol in de osmotische balans van het lichaam. Deze quiz bevat vragen over extracellulaire vloeistof, ionen, en de structuur van nefronen. Ideaal voor studenten biologie die de anatomie en fysiologie van de nieren willen begrijpen.

More Like This

Use Quizgecko on...
Browser
Browser