Podcast
Questions and Answers
In een economisch model met lange termijn focus, welke van de volgende variabelen wordt typisch als flexibel beschouwd?
In een economisch model met lange termijn focus, welke van de volgende variabelen wordt typisch als flexibel beschouwd?
- De nominale wisselkoers
- De nominale lonen
- De werkloosheid
- Het algemeen prijsniveau (P) (correct)
Welke van de volgende elementen wordt typisch niet verondersteld vast te staan in een lange termijn economisch model, in tegenstelling tot een model voor de zeer lange termijn?
Welke van de volgende elementen wordt typisch niet verondersteld vast te staan in een lange termijn economisch model, in tegenstelling tot een model voor de zeer lange termijn?
- De groeivoeten van kapitaal (K)
- De flexibiliteit van prijzen (correct)
- De groeivoeten van technologie (A)
- De groeivoeten van arbeid (L)
Wat is het belangrijkste verschil tussen een Solow-model met en zonder technologische groei?
Wat is het belangrijkste verschil tussen een Solow-model met en zonder technologische groei?
- De mogelijkheid dat de natuurlijke groeivoet van output verandert (correct)
- De veronderstelling over de groeivoet van de bevolking
- De flexibiliteit van de prijzen
- De complexiteit van de wiskundige vergelijkingen
In de context van economische modellen, wat is een belangrijk kenmerk van een 'small open economy' model in vergelijking met een 'large open economy' model?
In de context van economische modellen, wat is een belangrijk kenmerk van een 'small open economy' model in vergelijking met een 'large open economy' model?
Welke van de volgende modellen is het meest geschikt voor het analyseren van de effecten van monetair beleid op korte termijn in een open economie?
Welke van de volgende modellen is het meest geschikt voor het analyseren van de effecten van monetair beleid op korte termijn in een open economie?
Welke van de volgende beweringen beschrijft het best de relatie tussen inputs en output in een productiefunctie met constante schaalopbrengsten?
Welke van de volgende beweringen beschrijft het best de relatie tussen inputs en output in een productiefunctie met constante schaalopbrengsten?
Een econoom stelt dat een land zijn productiefactoren optimaal benut en dat technologische kennis constant is. Welke van de volgende conclusies kan niet worden getrokken?
Een econoom stelt dat een land zijn productiefactoren optimaal benut en dat technologische kennis constant is. Welke van de volgende conclusies kan niet worden getrokken?
Wat is de relatie tussen de vraag naar arbeid en het marginaal product van arbeid (MPL) in een competitieve markt?
Wat is de relatie tussen de vraag naar arbeid en het marginaal product van arbeid (MPL) in een competitieve markt?
Stel dat het reële loon (W/P) stijgt. Wat is het meest waarschijnlijke effect op de arbeidsvraag, ceteris paribus?
Stel dat het reële loon (W/P) stijgt. Wat is het meest waarschijnlijke effect op de arbeidsvraag, ceteris paribus?
Welke van de volgende factoren heeft het meest direct invloed op de ligging van de arbeidsvraagcurve?
Welke van de volgende factoren heeft het meest direct invloed op de ligging van de arbeidsvraagcurve?
In de neoklassieke theorie, hoe wordt de verdeling van het nationaal inkomen tussen arbeid en kapitaal bepaald?
In de neoklassieke theorie, hoe wordt de verdeling van het nationaal inkomen tussen arbeid en kapitaal bepaald?
Wat is de belangrijkste implicatie van de Cobb-Douglas productiefunctie met constante schaalopbrengsten voor de verdeling van het nationaal inkomen?
Wat is de belangrijkste implicatie van de Cobb-Douglas productiefunctie met constante schaalopbrengsten voor de verdeling van het nationaal inkomen?
Welke van de volgende componenten is geen onderdeel van de totale vraag naar goederen en diensten in een gesloten economie?
Welke van de volgende componenten is geen onderdeel van de totale vraag naar goederen en diensten in een gesloten economie?
Wat meet de marginale consumptiequote (MPC)?
Wat meet de marginale consumptiequote (MPC)?
Hoe beïnvloedt een hogere reële rentevoet typisch de investeringsbeslissingen van bedrijven?
Hoe beïnvloedt een hogere reële rentevoet typisch de investeringsbeslissingen van bedrijven?
Welke van de volgende beweringen is correct met betrekking tot overheidsbestedingen (G) in macro-economische modellen?
Welke van de volgende beweringen is correct met betrekking tot overheidsbestedingen (G) in macro-economische modellen?
Hoe wordt het evenwicht op de goederenmarkt bereikt in een eenvoudig macro-economisch model?
Hoe wordt het evenwicht op de goederenmarkt bereikt in een eenvoudig macro-economisch model?
Wat is de belangrijkste functie van de markt voor leenfondsen in de economie?
Wat is de belangrijkste functie van de markt voor leenfondsen in de economie?
Wat is de relatie tussen de reële rentevoet en de vraag naar leenfondsen?
Wat is de relatie tussen de reële rentevoet en de vraag naar leenfondsen?
Welke van de volgende factoren beïnvloedt het aanbod van leenfondsen?
Welke van de volgende factoren beïnvloedt het aanbod van leenfondsen?
Hoe wordt het nationale sparen berekend?
Hoe wordt het nationale sparen berekend?
Wat is het effect van een begrotingstekort op de markt voor leenfondsen?
Wat is het effect van een begrotingstekort op de markt voor leenfondsen?
Stel dat de overheid besluit om de overheidsbestedingen (G) te verhogen zonder de belastingen (T) te veranderen. Wat is het verwachte effect op de reële rentevoet in een gesloten economie?
Stel dat de overheid besluit om de overheidsbestedingen (G) te verhogen zonder de belastingen (T) te veranderen. Wat is het verwachte effect op de reële rentevoet in een gesloten economie?
Hoe beïnvloedt een technologische innovatie die de productiviteit van kapitaal verhoogt de investeringsvraag en de reële rentevoet?
Hoe beïnvloedt een technologische innovatie die de productiviteit van kapitaal verhoogt de investeringsvraag en de reële rentevoet?
Stel dat de overheid een fiscale stimulans invoert die investeringen aanmoedigt. Wat is het verwachte effect op de markt voor leenfondsen?
Stel dat de overheid een fiscale stimulans invoert die investeringen aanmoedigt. Wat is het verwachte effect op de markt voor leenfondsen?
In de context van de markt voor leenfondsen, wat zou er gebeuren als huishoudens besluiten meer te sparen bij elke rentevoet?
In de context van de markt voor leenfondsen, wat zou er gebeuren als huishoudens besluiten meer te sparen bij elke rentevoet?
Hoe kan een verandering in de internationale handel de markt van leenfondsen beïnvloeden?
Hoe kan een verandering in de internationale handel de markt van leenfondsen beïnvloeden?
Welke bewering is correct over een situatie waarin een begroting in evenwicht is?
Welke bewering is correct over een situatie waarin een begroting in evenwicht is?
In een gesloten economie, wat is de relatie tussen nationaal sparen (S), investeringen (I) en overheidsbestedingen (G)?
In een gesloten economie, wat is de relatie tussen nationaal sparen (S), investeringen (I) en overheidsbestedingen (G)?
Hoe beïnvloedt een toename van de overheidsbestedingen (G), gefinancierd door een toename van belastingen (T) met hetzelfde bedrag, de nationale spaarquote?
Hoe beïnvloedt een toename van de overheidsbestedingen (G), gefinancierd door een toename van belastingen (T) met hetzelfde bedrag, de nationale spaarquote?
Een overheid overweegt een belastingverlaging om de economie te stimuleren. Wat zijn de mogelijke gevolgen voor de leenmarkt?
Een overheid overweegt een belastingverlaging om de economie te stimuleren. Wat zijn de mogelijke gevolgen voor de leenmarkt?
In de context van het model van de leenmarkt, hoe beïnvloedt een toename van het vertrouwen van consumenten typisch de vraag naar investeringen?
In de context van het model van de leenmarkt, hoe beïnvloedt een toename van het vertrouwen van consumenten typisch de vraag naar investeringen?
Welke impact heeft een overheidsbeleid dat investeringen in groene technologie subsidieert op de leenmarkt?
Welke impact heeft een overheidsbeleid dat investeringen in groene technologie subsidieert op de leenmarkt?
Een land heeft een productiefunctie gegeven door $Y = AK^{0.3}L^{0.7}$. Wat is het aandeel van kapitaal in het nationaal inkomen volgens deze functie?
Een land heeft een productiefunctie gegeven door $Y = AK^{0.3}L^{0.7}$. Wat is het aandeel van kapitaal in het nationaal inkomen volgens deze functie?
Een econoom observeert dat de reële lonen in een land significant zijn gestegen over de afgelopen tien jaar. Welke van de volgende factoren zou dit het beste kunnen verklaren?
Een econoom observeert dat de reële lonen in een land significant zijn gestegen over de afgelopen tien jaar. Welke van de volgende factoren zou dit het beste kunnen verklaren?
Stel dat een land een tekort heeft op de handelsbalans. Welke van de volgende maatregelen zou de overheid kunnen nemen om dit tekort te verminderen, gebruikmakend van het model van de leenmarkt?
Stel dat een land een tekort heeft op de handelsbalans. Welke van de volgende maatregelen zou de overheid kunnen nemen om dit tekort te verminderen, gebruikmakend van het model van de leenmarkt?
Een land bevindt zich in een situatie van volledige werkgelegenheid. Wat is het meest waarschijnlijke effect van een toename van de overheidsbestedingen op de nominale en reële rentevoeten?
Een land bevindt zich in een situatie van volledige werkgelegenheid. Wat is het meest waarschijnlijke effect van een toename van de overheidsbestedingen op de nominale en reële rentevoeten?
Hoe zou een permanente verandering in de voorkeuren van consumenten, weg van sparen en richting consumptie, de rentevoeten beïnvloeden?
Hoe zou een permanente verandering in de voorkeuren van consumenten, weg van sparen en richting consumptie, de rentevoeten beïnvloeden?
In een economisch model met een lange termijn focus, welke van de volgende factoren wordt over het algemeen beschouwd als de meest bepalende voor het niveau van het nationaal inkomen?
In een economisch model met een lange termijn focus, welke van de volgende factoren wordt over het algemeen beschouwd als de meest bepalende voor het niveau van het nationaal inkomen?
Welk van de volgende beweringen beschrijft correct hoe, in de context van het lange termijn model, een verandering in het algemeen prijsniveau (P) de reële variabelen beïnvloedt?
Welk van de volgende beweringen beschrijft correct hoe, in de context van het lange termijn model, een verandering in het algemeen prijsniveau (P) de reële variabelen beïnvloedt?
Wat is de voornaamste reden waarom economen aannemen dat het prijsniveau (P) flexibel is in modellen die de lange termijn bestuderen?
Wat is de voornaamste reden waarom economen aannemen dat het prijsniveau (P) flexibel is in modellen die de lange termijn bestuderen?
Stel dat een economie zich in een lange termijn evenwicht bevindt. Wat zou er gebeuren als er een plotselinge toename is van de immigratie, waardoor de beroepsbevolking significant toeneemt?
Stel dat een economie zich in een lange termijn evenwicht bevindt. Wat zou er gebeuren als er een plotselinge toename is van de immigratie, waardoor de beroepsbevolking significant toeneemt?
Welk van de volgende situaties zou leiden tot een toename van het nationaal inkomen op lange termijn, ervan uitgaande dat alle andere factoren gelijk blijven?
Welk van de volgende situaties zou leiden tot een toename van het nationaal inkomen op lange termijn, ervan uitgaande dat alle andere factoren gelijk blijven?
Een econoom analyseert een land waar de lonen al jarenlang stagneren, ondanks economische groei. Welke van de volgende verklaringen is het meest waarschijnlijk volgens het lange termijn model?
Een econoom analyseert een land waar de lonen al jarenlang stagneren, ondanks economische groei. Welke van de volgende verklaringen is het meest waarschijnlijk volgens het lange termijn model?
Hoe beïnvloedt een toename van de kapitaalvoorraad (K) de arbeidsvraagcurve in een competitieve markt?
Hoe beïnvloedt een toename van de kapitaalvoorraad (K) de arbeidsvraagcurve in een competitieve markt?
In een economie die wordt gekenmerkt door constante schaalopbrengsten, wat gebeurt er met het aandeel van kapitaal in het nationaal inkomen als de kapitaalvoorraad toeneemt, terwijl de arbeid gelijk blijft?
In een economie die wordt gekenmerkt door constante schaalopbrengsten, wat gebeurt er met het aandeel van kapitaal in het nationaal inkomen als de kapitaalvoorraad toeneemt, terwijl de arbeid gelijk blijft?
Stel dat de overheid besluit om de belastingen (T) te verlagen. Welk effect heeft dit op de consumptie (C) volgens de consumptiefunctie?
Stel dat de overheid besluit om de belastingen (T) te verlagen. Welk effect heeft dit op de consumptie (C) volgens de consumptiefunctie?
Welke van de volgende factoren kan de investeringsvraagcurve naar rechts doen verschuiven?
Welke van de volgende factoren kan de investeringsvraagcurve naar rechts doen verschuiven?
Wat is het verwachte effect van een toename van de overheidsbestedingen (G) op het nationaal sparen in een gesloten economie?
Wat is het verwachte effect van een toename van de overheidsbestedingen (G) op het nationaal sparen in een gesloten economie?
Stel dat een land een begrotingstekort heeft. Wat zijn de mogelijke gevolgen voor de markt voor leenfondsen?
Stel dat een land een begrotingstekort heeft. Wat zijn de mogelijke gevolgen voor de markt voor leenfondsen?
Hoe beïnvloedt een verwachting van hogere toekomstige inflatie de nominale en reële rentevoeten?
Hoe beïnvloedt een verwachting van hogere toekomstige inflatie de nominale en reële rentevoeten?
Welke van de volgende overheidsmaatregelen zou het meest effectief zijn om de particuliere investeringen te stimuleren, zonder dat de overheidsbestedingen toenemen?
Welke van de volgende overheidsmaatregelen zou het meest effectief zijn om de particuliere investeringen te stimuleren, zonder dat de overheidsbestedingen toenemen?
Stel dat een land een open economie heeft en een overschot op de lopende rekening. Wat impliceert dit voor de relatie tussen sparen en investeren?
Stel dat een land een open economie heeft en een overschot op de lopende rekening. Wat impliceert dit voor de relatie tussen sparen en investeren?
Wat is de belangrijkste kritiek op de aanname van constante schaalopbrengsten in veel macro-economische modellen?
Wat is de belangrijkste kritiek op de aanname van constante schaalopbrengsten in veel macro-economische modellen?
Hoe zou een verschuiving in de overheidsuitgaven van consumptieve bestedingen naar investeringen in onderwijs de economische groei op lange termijn beïnvloeden?
Hoe zou een verschuiving in de overheidsuitgaven van consumptieve bestedingen naar investeringen in onderwijs de economische groei op lange termijn beïnvloeden?
Een land met een Cobb-Douglas productiefunctie van de vorm $Y = AK^{0.4}L^{0.6}$ ervaart een toename van technologische kennis (A). Wat is het effect op de verdeling van het inkomen tussen kapitaal en arbeid?
Een land met een Cobb-Douglas productiefunctie van de vorm $Y = AK^{0.4}L^{0.6}$ ervaart een toename van technologische kennis (A). Wat is het effect op de verdeling van het inkomen tussen kapitaal en arbeid?
Stel dat een overheid besluit een belasting te heffen op kapitaalinkomsten. Hoe zou dit de investeringen en het nationaal inkomen op lange termijn beïnvloeden?
Stel dat een overheid besluit een belasting te heffen op kapitaalinkomsten. Hoe zou dit de investeringen en het nationaal inkomen op lange termijn beïnvloeden?
Welke van de volgende gebeurtenissen zou waarschijnlijk leiden tot een daling van de reële lonen in een economie op lange termijn?
Welke van de volgende gebeurtenissen zou waarschijnlijk leiden tot een daling van de reële lonen in een economie op lange termijn?
In een model van de leenmarkt, wat is het verwachte effect van een overheidsbeleid dat sparen fiscaal aantrekkelijker maakt?
In een model van de leenmarkt, wat is het verwachte effect van een overheidsbeleid dat sparen fiscaal aantrekkelijker maakt?
Hoe zou een verbetering in de efficiëntie van de kapitaalmarkt de investeringen beïnvloeden?
Hoe zou een verbetering in de efficiëntie van de kapitaalmarkt de investeringen beïnvloeden?
Wat is het primaire effect van een begrotingsbeleid waarbij de overheid haar bestedingen verhoogt én tegelijkertijd de belastingen verhoogt met exact hetzelfde bedrag?
Wat is het primaire effect van een begrotingsbeleid waarbij de overheid haar bestedingen verhoogt én tegelijkertijd de belastingen verhoogt met exact hetzelfde bedrag?
In de context van een gesloten economie, hoe wordt het niveau van investeringen bepaald in evenwicht?
In de context van een gesloten economie, hoe wordt het niveau van investeringen bepaald in evenwicht?
Flashcards
Wat is Kapitaal (K)?
Wat is Kapitaal (K)?
Kapitaal omvat gereedschappen, machines en structuren die worden gebruikt in het productieproces.
Wat is Arbeid (L)?
Wat is Arbeid (L)?
Arbeid refereert naar de fysieke en mentale inspanningen van werknemers.
Wat is een productiefunctie?
Wat is een productiefunctie?
De productiefunctie geeft weer hoeveel output een economie kan produceren met K eenheden kapitaal en L eenheden arbeid.
Wat zijn schaalopbrengsten?
Wat zijn schaalopbrengsten?
Signup and view all the flashcards
Wat is optimaal benutting?
Wat is optimaal benutting?
Signup and view all the flashcards
Hoe wordt BBP bepaald?
Hoe wordt BBP bepaald?
Signup and view all the flashcards
Wat zijn factorprijzen?
Wat zijn factorprijzen?
Signup and view all the flashcards
Wat is de huur (R)?
Wat is de huur (R)?
Signup and view all the flashcards
Wat is het Loon (W)?
Wat is het Loon (W)?
Signup and view all the flashcards
Wat is W?
Wat is W?
Signup and view all the flashcards
Wat is R?
Wat is R?
Signup and view all the flashcards
Wat is P?
Wat is P?
Signup and view all the flashcards
Wat is W/P?
Wat is W/P?
Signup and view all the flashcards
Wat is R/P?
Wat is R/P?
Signup and view all the flashcards
Hoe factorprijzen worden bepaald?
Hoe factorprijzen worden bepaald?
Signup and view all the flashcards
Wat is marginaal product van arbeid (MPL)?
Wat is marginaal product van arbeid (MPL)?
Signup and view all the flashcards
Wat is MPL?
Wat is MPL?
Signup and view all the flashcards
Wanneer arbeid aanemen?
Wanneer arbeid aanemen?
Signup and view all the flashcards
Hoe ziet een MPL-vraagcurve eruit?
Hoe ziet een MPL-vraagcurve eruit?
Signup and view all the flashcards
Wat is marginaal product van kapitaal (MPK)?
Wat is marginaal product van kapitaal (MPK)?
Signup and view all the flashcards
Wat zegt de neoklassieke theorie?
Wat zegt de neoklassieke theorie?
Signup and view all the flashcards
MPL*L
MPL*L
Signup and view all the flashcards
MPK*K
MPK*K
Signup and view all the flashcards
Wat zei Paul Douglas?
Wat zei Paul Douglas?
Signup and view all the flashcards
Wat zijn overheidsbestedingen?
Wat zijn overheidsbestedingen?
Signup and view all the flashcards
Waar wordt het nationaal inkomen verdeeld?
Waar wordt het nationaal inkomen verdeeld?
Signup and view all the flashcards
Wat zit er in Y = C + I + G + NX?
Wat zit er in Y = C + I + G + NX?
Signup and view all the flashcards
Waar is belangrijk is voor economie?
Waar is belangrijk is voor economie?
Signup and view all the flashcards
Wat is beschikbaar inkomen?
Wat is beschikbaar inkomen?
Signup and view all the flashcards
Wat de consumptiefunctie?
Wat de consumptiefunctie?
Signup and view all the flashcards
Wat is marginale consumptieneiging (MPC)?
Wat is marginale consumptieneiging (MPC)?
Signup and view all the flashcards
Hoe investerings uitgaven financieren?
Hoe investerings uitgaven financieren?
Signup and view all the flashcards
Wat is de investeringsfunctie?
Wat is de investeringsfunctie?
Signup and view all the flashcards
Wat is de relatie tussen I en r?
Wat is de relatie tussen I en r?
Signup and view all the flashcards
Wanneer komen overheidsbestedingen?
Wanneer komen overheidsbestedingen?
Signup and view all the flashcards
Wanneer is er een wijzigingen in investeringen?
Wanneer is er een wijzigingen in investeringen?
Signup and view all the flashcards
Wat betekend exogeen?
Wat betekend exogeen?
Signup and view all the flashcards
Waar komen leenfondsen vraag vanaf?
Waar komen leenfondsen vraag vanaf?
Signup and view all the flashcards
Waar komen leenfondsen aanbod vanaf?
Waar komen leenfondsen aanbod vanaf?
Signup and view all the flashcards
Wat doen huishoudens met spaargeld?
Wat doen huishoudens met spaargeld?
Signup and view all the flashcards
Wanneer is er een begrotingsoverschot?
Wanneer is er een begrotingsoverschot?
Signup and view all the flashcards
Wanneer is er een begrotingstekort?
Wanneer is er een begrotingstekort?
Signup and view all the flashcards
Waar hangt nationaal sparen niet af van?
Waar hangt nationaal sparen niet af van?
Signup and view all the flashcards
Waar past het renteniveau op aan?
Waar past het renteniveau op aan?
Signup and view all the flashcards
Study Notes
Nationaal Inkomen: Hoofdstuk 3
- Dit hoofdstuk analyseert het nationaal inkomen vanuit een langetermijnperspectief
- Onderzoekt hoe het nationaal inkomen wordt bepaald, hoe de inkomens verdeeld zijn, en hoe vraag en aanbod in evenwicht komen
Economische Tijdslijnen en Scholen
- De economie kent verschillende tijdsperioden en scholen van denken, van de fysiocratie tot het keynesianisme
- Belangrijke figuren zijn onder meer Quesnay, Smith, Ricardo, Malthus, Marx, en Keynes, elk met hun eigen theorieën en bijdragen
Productiefactoren
- De belangrijkste productiefactoren zijn kapitaal (K), zoals gereedschappen en machines, en arbeid (L), de fysieke en mentale inspanning van werknemers
Productiefunctie
- De productiefunctie wordt weergegeven als Y = F(K, L), waar Y de output is, en K en L de input van kapitaal en arbeid
- De productiefunctie weerspiegelt de technologische kennis en vertoont constante schaalopbrengsten
Schaalopbrengsten
- Constante schaalopbrengsten betekenen dat een evenredige toename van alle inputs leidt tot een evenredige toename van de output
- Er zijn ook toenemende en afnemende schaalopbrengsten.
Aannames
- Er wordt aangenomen dat kapitaal en arbeid optimaal worden benut en dat de technologische kennis vaststaat
Bepaling BBP
- De totale productie (BBP) is gelijk aan het aanbod van goederen en diensten en wordt bepaald door de hoeveelheden productiefactoren en de technologische kennis
Inkomensverdeling en Factorprijzen
- Factorprijzen zijn de vergoedingen per eenheid productiefactor, zoals huur (R) voor kapitaal en loon (W) voor arbeid
- De factorprijzen worden bepaald door vraag en aanbod van de productiefactoren
Notatie
- W staat voor nominaal loon, R voor nominale huur en P voor het algemeen prijspeil
- W/P is het reële loon en R/P is de reële huur
Vraag naar Productiefactoren
- Een competitieve onderneming maximaliseert haar winst door de hoeveelheid kapitaal en arbeid aan te passen
- Winst is het verschil tussen opbrengsten en kosten
Vraag naar Arbeid
- Het marginaal product van arbeid (MPL) is de extra productie door het toevoegen van één eenheid arbeid, gegeven een vaste hoeveelheid kapitaal
- Bedrijven huren arbeid in totdat het marginaal product van arbeid gelijk is aan het reële loon (W/P)
Reële Vergoeding voor Arbeid
- Het reële loon past zich aan om vraag en aanbod van arbeid in evenwicht te brengen
Reële Vergoeding voor Kapitaal
- De reële vergoeding voor kapitaal wordt op dezelfde manier bepaald
- De huurprijs past zich aan om vraag en aanbod in evenwicht te houden
Neoklassieke Theorie
- De theorie stelt dat elke productiefactor betaald wordt volgens zijn marginaal product
- Dit is een startpunt om na te denken over inkomensverdeling
Verdeling Nationaal Inkomen
- Het totale nationaal inkomen wordt verdeeld over vergoedingen voor arbeid en kapitaal
- Bij constante schaalopbrengsten is er geen economische winst
Cobb-Douglas Productiefunctie
- De Cobb-Douglas productiefunctie (F(K,L) = AKªL¹⁻ª) heeft constante schaalopbrengsten
- De verdeling van het inkomen tussen arbeid en kapitaal blijft constant over een lange periode
Case Study
- Een case study laat zien hoe reële lonen samenhangen met arbeidsproductiviteit in de VS
Vraag naar Goederen en Diensten
- De totale vraag naar goederen en diensten is Y = C + I + G + NX, maar NX wordt voorlopig genegeerd
- Dus, Y = C + I + G
Consumptie
- Consumptie (C) hangt af van het beschikbaar inkomen (Y - T)
- De marginale consumptieneiging (MPC) geeft aan hoeveel van een extra euro inkomen wordt besteed aan consumptie
Investeringen
- Investeringen (I) hangen negatief af van de reële rentevoet (r)
Studying That Suits You
Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.