Nationaal Inkomen: Hoofdstuk 3

Choose a study mode

Play Quiz
Study Flashcards
Spaced Repetition
Chat to Lesson

Podcast

Play an AI-generated podcast conversation about this lesson
Download our mobile app to listen on the go
Get App

Questions and Answers

In een economisch model met lange termijn focus, welke van de volgende variabelen wordt typisch als flexibel beschouwd?

  • De nominale wisselkoers
  • De nominale lonen
  • De werkloosheid
  • Het algemeen prijsniveau (P) (correct)

Welke van de volgende elementen wordt typisch niet verondersteld vast te staan in een lange termijn economisch model, in tegenstelling tot een model voor de zeer lange termijn?

  • De groeivoeten van kapitaal (K)
  • De flexibiliteit van prijzen (correct)
  • De groeivoeten van technologie (A)
  • De groeivoeten van arbeid (L)

Wat is het belangrijkste verschil tussen een Solow-model met en zonder technologische groei?

  • De mogelijkheid dat de natuurlijke groeivoet van output verandert (correct)
  • De veronderstelling over de groeivoet van de bevolking
  • De flexibiliteit van de prijzen
  • De complexiteit van de wiskundige vergelijkingen

In de context van economische modellen, wat is een belangrijk kenmerk van een 'small open economy' model in vergelijking met een 'large open economy' model?

<p>Het vermogen om de wereldrentevoet te beïnvloeden (C)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende modellen is het meest geschikt voor het analyseren van de effecten van monetair beleid op korte termijn in een open economie?

<p>Het Mundell-Fleming model (A)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende beweringen beschrijft het best de relatie tussen inputs en output in een productiefunctie met constante schaalopbrengsten?

<p>Een verdubbeling van alle inputs resulteert in een verdubbeling van de output. (C)</p> Signup and view all the answers

Een econoom stelt dat een land zijn productiefactoren optimaal benut en dat technologische kennis constant is. Welke van de volgende conclusies kan niet worden getrokken?

<p>Het land kan zijn BBP verhogen door efficiënter te werken. (D)</p> Signup and view all the answers

Wat is de relatie tussen de vraag naar arbeid en het marginaal product van arbeid (MPL) in een competitieve markt?

<p>De vraag naar arbeid is een afgeleide vraag die afhangt van de MPL en de prijs van de output. (A)</p> Signup and view all the answers

Stel dat het reële loon (W/P) stijgt. Wat is het meest waarschijnlijke effect op de arbeidsvraag, ceteris paribus?

<p>De arbeidsvraag daalt. (C)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende factoren heeft het meest direct invloed op de ligging van de arbeidsvraagcurve?

<p>Technologische vooruitgang die de productiviteit van arbeid verhoogt. (D)</p> Signup and view all the answers

In de neoklassieke theorie, hoe wordt de verdeling van het nationaal inkomen tussen arbeid en kapitaal bepaald?

<p>Door de marginale productiviteit van elke productiefactor. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is de belangrijkste implicatie van de Cobb-Douglas productiefunctie met constante schaalopbrengsten voor de verdeling van het nationaal inkomen?

<p>De aandelen van arbeid en kapitaal in het nationaal inkomen zijn constant en afhankelijk van de parameters van de productiefunctie. (D)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende componenten is geen onderdeel van de totale vraag naar goederen en diensten in een gesloten economie?

<p>Netto-uitvoer (NX). (A)</p> Signup and view all the answers

Wat meet de marginale consumptiequote (MPC)?

<p>De verandering in consumptie als gevolg van een verandering in het beschikbaar inkomen. (D)</p> Signup and view all the answers

Hoe beïnvloedt een hogere reële rentevoet typisch de investeringsbeslissingen van bedrijven?

<p>Het maakt investeringen duurder, wat leidt tot een afname van de investeringen. (D)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende beweringen is correct met betrekking tot overheidsbestedingen (G) in macro-economische modellen?

<p>Overheidsbestedingen omvatten alleen aankopen van goederen en diensten door de overheid. (B)</p> Signup and view all the answers

Hoe wordt het evenwicht op de goederenmarkt bereikt in een eenvoudig macro-economisch model?

<p>Door aanpassingen in de reële rentevoet. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is de belangrijkste functie van de markt voor leenfondsen in de economie?

<p>Het coördineren van sparen en investeren. (C)</p> Signup and view all the answers

Wat is de relatie tussen de reële rentevoet en de vraag naar leenfondsen?

<p>Een hogere reële rentevoet verlaagt de vraag naar leenfondsen. (C)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende factoren beïnvloedt het aanbod van leenfondsen?

<p>De spaarbeslissingen van huishoudens en de overheid. (A)</p> Signup and view all the answers

Hoe wordt het nationale sparen berekend?

<p>Als de som van het private en publieke sparen. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is het effect van een begrotingstekort op de markt voor leenfondsen?

<p>Het verschuift de aanbodcurve van leenfondsen naar links. (C)</p> Signup and view all the answers

Stel dat de overheid besluit om de overheidsbestedingen (G) te verhogen zonder de belastingen (T) te veranderen. Wat is het verwachte effect op de reële rentevoet in een gesloten economie?

<p>De reële rentevoet zal stijgen. (B)</p> Signup and view all the answers

Hoe beïnvloedt een technologische innovatie die de productiviteit van kapitaal verhoogt de investeringsvraag en de reële rentevoet?

<p>De investeringsvraag stijgt en de reële rentevoet stijgt. (D)</p> Signup and view all the answers

Stel dat de overheid een fiscale stimulans invoert die investeringen aanmoedigt. Wat is het verwachte effect op de markt voor leenfondsen?

<p>De vraag naar leenfondsen neemt toe, waardoor de reële rentevoet stijgt. (C)</p> Signup and view all the answers

In de context van de markt voor leenfondsen, wat zou er gebeuren als huishoudens besluiten meer te sparen bij elke rentevoet?

<p>De aanbodcurve verschuift naar rechts, waardoor de evenwichtsrente daalt. (A)</p> Signup and view all the answers

Hoe kan een verandering in de internationale handel de markt van leenfondsen beïnvloeden?

<p>Handel kan de markt van leenfondsen beïnvloeden doordat kapitaalstromen tussen landen veranderen. (A)</p> Signup and view all the answers

Welke bewering is correct over een situatie waarin een begroting in evenwicht is?

<p>De overheidsbestedingen zijn gelijk aan de belastinginkomsten. (D)</p> Signup and view all the answers

In een gesloten economie, wat is de relatie tussen nationaal sparen (S), investeringen (I) en overheidsbestedingen (G)?

<p>S = I (A)</p> Signup and view all the answers

Hoe beïnvloedt een toename van de overheidsbestedingen (G), gefinancierd door een toename van belastingen (T) met hetzelfde bedrag, de nationale spaarquote?

<p>De nationale spaarquote daalt. (B)</p> Signup and view all the answers

Een overheid overweegt een belastingverlaging om de economie te stimuleren. Wat zijn de mogelijke gevolgen voor de leenmarkt?

<p>Het aanbod van leningen neemt af, waardoor de rente stijgt. (C)</p> Signup and view all the answers

In de context van het model van de leenmarkt, hoe beïnvloedt een toename van het vertrouwen van consumenten typisch de vraag naar investeringen?

<p>Het leidt tot een toename van de investeringsvraag omdat bedrijven meer verwachten te verkopen. (B)</p> Signup and view all the answers

Welke impact heeft een overheidsbeleid dat investeringen in groene technologie subsidieert op de leenmarkt?

<p>Het verhoogt de vraag naar leenfondsen omdat bedrijven meer groene technologie willen implementeren. (D)</p> Signup and view all the answers

Een land heeft een productiefunctie gegeven door $Y = AK^{0.3}L^{0.7}$. Wat is het aandeel van kapitaal in het nationaal inkomen volgens deze functie?

<p>30% (D)</p> Signup and view all the answers

Een econoom observeert dat de reële lonen in een land significant zijn gestegen over de afgelopen tien jaar. Welke van de volgende factoren zou dit het beste kunnen verklaren?

<p>Technologische vooruitgang die de arbeidsproductiviteit verhoogt. (D)</p> Signup and view all the answers

Stel dat een land een tekort heeft op de handelsbalans. Welke van de volgende maatregelen zou de overheid kunnen nemen om dit tekort te verminderen, gebruikmakend van het model van de leenmarkt?

<p>Het verhogen van de belastingtarieven om het nationale sparen te stimuleren. (C)</p> Signup and view all the answers

Een land bevindt zich in een situatie van volledige werkgelegenheid. Wat is het meest waarschijnlijke effect van een toename van de overheidsbestedingen op de nominale en reële rentevoeten?

<p>De reële rentevoet stijgt en de impact op de nominale rentevoet is onduidelijk. (B)</p> Signup and view all the answers

Hoe zou een permanente verandering in de voorkeuren van consumenten, weg van sparen en richting consumptie, de rentevoeten beïnvloeden?

Signup and view all the answers

In een economisch model met een lange termijn focus, welke van de volgende factoren wordt over het algemeen beschouwd als de meest bepalende voor het niveau van het nationaal inkomen?

<p>De beschikbare hoeveelheid productiefactoren en de stand van de technologie (A)</p> Signup and view all the answers

Welk van de volgende beweringen beschrijft correct hoe, in de context van het lange termijn model, een verandering in het algemeen prijsniveau (P) de reële variabelen beïnvloedt?

<p>Veranderingen in P hebben geen directe invloed op reële variabelen zoals output en werkgelegenheid. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is de voornaamste reden waarom economen aannemen dat het prijsniveau (P) flexibel is in modellen die de lange termijn bestuderen?

<p>Omdat lonen en prijzen voldoende tijd hebben om zich aan te passen aan economische schokken. (B)</p> Signup and view all the answers

Stel dat een economie zich in een lange termijn evenwicht bevindt. Wat zou er gebeuren als er een plotselinge toename is van de immigratie, waardoor de beroepsbevolking significant toeneemt?

<p>Het reële loon zal dalen, en de totale productie (Y) zal toenemen. (A)</p> Signup and view all the answers

Welk van de volgende situaties zou leiden tot een toename van het nationaal inkomen op lange termijn, ervan uitgaande dat alle andere factoren gelijk blijven?

<p>Een technologische doorbraak die de productiviteit van zowel kapitaal als arbeid verbetert. (B)</p> Signup and view all the answers

Een econoom analyseert een land waar de lonen al jarenlang stagneren, ondanks economische groei. Welke van de volgende verklaringen is het meest waarschijnlijk volgens het lange termijn model?

<p>De productiviteitsgroei is laag, en de technologische vooruitgang is beperkt. (B)</p> Signup and view all the answers

Hoe beïnvloedt een toename van de kapitaalvoorraad (K) de arbeidsvraagcurve in een competitieve markt?

<p>Het veroorzaakt een verschuiving van de arbeidsvraagcurve naar rechts. (B)</p> Signup and view all the answers

In een economie die wordt gekenmerkt door constante schaalopbrengsten, wat gebeurt er met het aandeel van kapitaal in het nationaal inkomen als de kapitaalvoorraad toeneemt, terwijl de arbeid gelijk blijft?

<p>Het aandeel van kapitaal blijft constant, omdat de schaalopbrengsten constant zijn. (C)</p> Signup and view all the answers

Stel dat de overheid besluit om de belastingen (T) te verlagen. Welk effect heeft dit op de consumptie (C) volgens de consumptiefunctie?

<p>De consumptie (C) stijgt, omdat het beschikbaar inkomen toeneemt. (D)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende factoren kan de investeringsvraagcurve naar rechts doen verschuiven?

<p>Een fiscaal beleid dat investeringen in onderzoek en ontwikkeling stimuleert. (C)</p> Signup and view all the answers

Wat is het verwachte effect van een toename van de overheidsbestedingen (G) op het nationaal sparen in een gesloten economie?

<p>Het nationaal sparen daalt met hetzelfde bedrag als de toename in G. (C)</p> Signup and view all the answers

Stel dat een land een begrotingstekort heeft. Wat zijn de mogelijke gevolgen voor de markt voor leenfondsen?

<p>Een afname van het aanbod van leenfondsen en een stijging van de rentevoet. (C)</p> Signup and view all the answers

Hoe beïnvloedt een verwachting van hogere toekomstige inflatie de nominale en reële rentevoeten?

<p>De nominale rentevoet stijgt, terwijl de reële rentevoet daalt. (C)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende overheidsmaatregelen zou het meest effectief zijn om de particuliere investeringen te stimuleren, zonder dat de overheidsbestedingen toenemen?

<p>Het verlagen van de vennootschapsbelasting. (B)</p> Signup and view all the answers

Stel dat een land een open economie heeft en een overschot op de lopende rekening. Wat impliceert dit voor de relatie tussen sparen en investeren?

<p>Het sparen is groter dan de investeringen in dat land. (A)</p> Signup and view all the answers

Wat is de belangrijkste kritiek op de aanname van constante schaalopbrengsten in veel macro-economische modellen?

<p>Het negeert de mogelijkheid van toenemende schaalopbrengsten door specialisatie en innovatie. (D)</p> Signup and view all the answers

Hoe zou een verschuiving in de overheidsuitgaven van consumptieve bestedingen naar investeringen in onderwijs de economische groei op lange termijn beïnvloeden?

<p>Het zou de economische groei waarschijnlijk stimuleren, omdat investeringen in onderwijs de productiviteit van arbeid verhogen. (B)</p> Signup and view all the answers

Een land met een Cobb-Douglas productiefunctie van de vorm $Y = AK^{0.4}L^{0.6}$ ervaart een toename van technologische kennis (A). Wat is het effect op de verdeling van het inkomen tussen kapitaal en arbeid?

<p>De aandelen van kapitaal en arbeid blijven onveranderd. (D)</p> Signup and view all the answers

Stel dat een overheid besluit een belasting te heffen op kapitaalinkomsten. Hoe zou dit de investeringen en het nationaal inkomen op lange termijn beïnvloeden?

<p>Investeringen zouden dalen, wat leidt tot een daling van het nationaal inkomen. (C)</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende gebeurtenissen zou waarschijnlijk leiden tot een daling van de reële lonen in een economie op lange termijn?

<p>Een afname van de kapitaalvoorraad als gevolg van een natuurramp. (A)</p> Signup and view all the answers

In een model van de leenmarkt, wat is het verwachte effect van een overheidsbeleid dat sparen fiscaal aantrekkelijker maakt?

<p>Een daling van de reële rentevoet en een toename van de investeringen. (C)</p> Signup and view all the answers

Hoe zou een verbetering in de efficiëntie van de kapitaalmarkt de investeringen beïnvloeden?

<p>Het zou de investeringen verhogen, omdat het aantrekkelijker wordt om te lenen. (B)</p> Signup and view all the answers

Wat is het primaire effect van een begrotingsbeleid waarbij de overheid haar bestedingen verhoogt én tegelijkertijd de belastingen verhoogt met exact hetzelfde bedrag?

<p>Het aanbod van leenfondsen neemt af, waardoor de rentevoeten stijgen. (A)</p> Signup and view all the answers

In de context van een gesloten economie, hoe wordt het niveau van investeringen bepaald in evenwicht?

<p>Door de gelijkheid van sparen en investeringen. (D)</p> Signup and view all the answers

Flashcards

Wat is Kapitaal (K)?

Kapitaal omvat gereedschappen, machines en structuren die worden gebruikt in het productieproces.

Wat is Arbeid (L)?

Arbeid refereert naar de fysieke en mentale inspanningen van werknemers.

Wat is een productiefunctie?

De productiefunctie geeft weer hoeveel output een economie kan produceren met K eenheden kapitaal en L eenheden arbeid.

Wat zijn schaalopbrengsten?

Het geeft de verandering in output weer als gevolg van een verandering in alle inputs met dezelfde factor.

Signup and view all the flashcards

Wat is optimaal benutting?

De aanname dat alle productiefactoren optimaal benut worden.

Signup and view all the flashcards

Hoe wordt BBP bepaald?

Totale productie/nationaal inkomen wordt bepaald door gegeven hoeveelheden productiefactoren (kapitaal en arbeid) en door gegeven niveau van technologische kennis.

Signup and view all the flashcards

Wat zijn factorprijzen?

Factorprijzen zijn de vergoeding per eenheid van productiefactor.

Signup and view all the flashcards

Wat is de huur (R)?

Huur (R) is de vergoeding voor de eigenaars van kapitaal.

Signup and view all the flashcards

Wat is het Loon (W)?

Loon (W) is de vergoeding voor de arbeidskrachten.

Signup and view all the flashcards

Wat is W?

Nominaal loon (W).

Signup and view all the flashcards

Wat is R?

Nominale huur (R).

Signup and view all the flashcards

Wat is P?

Algemeen prijspeil (prijs van output) (P).

Signup and view all the flashcards

Wat is W/P?

Reëel loon (W/P) gemeten in eenheden output.

Signup and view all the flashcards

Wat is R/P?

Reële huur (R/P).

Signup and view all the flashcards

Hoe factorprijzen worden bepaald?

Factorprijzen worden bepaald door vraag en aanbod van de productiefactoren.

Signup and view all the flashcards

Wat is marginaal product van arbeid (MPL)?

Marginaal product van arbeid (MPL) is de extra productie die een onderneming produceert door het toevoegen van één eenheid arbeid, gegeven een vaste hoeveelheid kapitaal.

Signup and view all the flashcards

Wat is MPL?

De helling van de productiefunctie.

Signup and view all the flashcards

Wanneer arbeid aanemen?

MPL > W/P.

Signup and view all the flashcards

Hoe ziet een MPL-vraagcurve eruit?

De verticale as is reële loon, horizontale as is hoeveelheid werk, dalende.

Signup and view all the flashcards

Wat is marginaal product van kapitaal (MPK)?

Marginaal product van kapitaal (MPK) is de extra productie die je produceert door een eenheid kapitaal toe te voegen.

Signup and view all the flashcards

Wat zegt de neoklassieke theorie?

Elke productiefactor wordt betaald.

Signup and view all the flashcards

MPL*L

Totale vergoeding voor arbeid.

Signup and view all the flashcards

MPK*K

Totale vergoeding voor kapitaal.

Signup and view all the flashcards

Wat zei Paul Douglas?

Verdeling van nationaal inkomen is erg constant.

Signup and view all the flashcards

Wat zijn overheidsbestedingen?

Bestedingen die door lokale, regionale en nationale overheid gedaan worden aan goederen en diensten.

Signup and view all the flashcards

Waar wordt het nationaal inkomen verdeeld?

Consumptie (C), investeringen (I) en overheidsbestedingen (G).

Signup and view all the flashcards

Wat zit er in Y = C + I + G + NX?

Consumptie, investeringen, overheidsbestedingen en netto export.

Signup and view all the flashcards

Waar is belangrijk is voor economie?

Beslissing of je wilt sparen.

Signup and view all the flashcards

Wat is beschikbaar inkomen?

Inkomen dat overblijft na betaling van belastingen.

Signup and view all the flashcards

Wat de consumptiefunctie?

C = C (Y – T).

Signup and view all the flashcards

Wat is marginale consumptieneiging (MPC)?

De fractie van bijkomend beschikbaar inkomen dat een gezin besteedt aan consumptiegoederen (en dus niet spaart).

Signup and view all the flashcards

Hoe investerings uitgaven financieren?

Gebruik van eigen middelen om investerings uitgaven te financieren.

Signup and view all the flashcards

Wat is de investeringsfunctie?

I = I(r).

Signup and view all the flashcards

Wat is de relatie tussen I en r?

Een negatief verband tussen reële rentvoet en investeringen.

Signup and view all the flashcards

Wanneer komen overheidsbestedingen?

Effect op overheidsbestedingen op de vraag naar goederen.

Signup and view all the flashcards

Wanneer is er een wijzigingen in investeringen?

Een toename, een technologische innovatie.

Signup and view all the flashcards

Wat betekend exogeen?

Heeft geen bettrekking op het model..

Signup and view all the flashcards

Waar komen leenfondsen vraag vanaf?

Markt voor leenfondsen vraag: investeringen.

Signup and view all the flashcards

Waar komen leenfondsen aanbod vanaf?

Markt voor leenfondsen aanbod: sparen.

Signup and view all the flashcards

Wat doen huishoudens met spaargeld?

Geld om te bankdeposito's te doen en obligaties te kopen.

Signup and view all the flashcards

Wanneer is er een begrotingsoverschot?

T > G, begrotingsoverschot.

Signup and view all the flashcards

Wanneer is er een begrotingstekort?

T < G, begrotingstekort.

Signup and view all the flashcards

Waar hangt nationaal sparen niet af van?

Het nationale sparen hangt niet af van r.

Signup and view all the flashcards

Waar past het renteniveau op aan?

De reële rentevoet past aan om de vraag en het aanbod aan goederen en diensten in evenwicht te brengen.

Signup and view all the flashcards

Study Notes

Nationaal Inkomen: Hoofdstuk 3

  • Dit hoofdstuk analyseert het nationaal inkomen vanuit een langetermijnperspectief
  • Onderzoekt hoe het nationaal inkomen wordt bepaald, hoe de inkomens verdeeld zijn, en hoe vraag en aanbod in evenwicht komen

Economische Tijdslijnen en Scholen

  • De economie kent verschillende tijdsperioden en scholen van denken, van de fysiocratie tot het keynesianisme
  • Belangrijke figuren zijn onder meer Quesnay, Smith, Ricardo, Malthus, Marx, en Keynes, elk met hun eigen theorieën en bijdragen

Productiefactoren

  • De belangrijkste productiefactoren zijn kapitaal (K), zoals gereedschappen en machines, en arbeid (L), de fysieke en mentale inspanning van werknemers

Productiefunctie

  • De productiefunctie wordt weergegeven als Y = F(K, L), waar Y de output is, en K en L de input van kapitaal en arbeid
  • De productiefunctie weerspiegelt de technologische kennis en vertoont constante schaalopbrengsten

Schaalopbrengsten

  • Constante schaalopbrengsten betekenen dat een evenredige toename van alle inputs leidt tot een evenredige toename van de output
  • Er zijn ook toenemende en afnemende schaalopbrengsten.

Aannames

  • Er wordt aangenomen dat kapitaal en arbeid optimaal worden benut en dat de technologische kennis vaststaat

Bepaling BBP

  • De totale productie (BBP) is gelijk aan het aanbod van goederen en diensten en wordt bepaald door de hoeveelheden productiefactoren en de technologische kennis

Inkomensverdeling en Factorprijzen

  • Factorprijzen zijn de vergoedingen per eenheid productiefactor, zoals huur (R) voor kapitaal en loon (W) voor arbeid
  • De factorprijzen worden bepaald door vraag en aanbod van de productiefactoren

Notatie

  • W staat voor nominaal loon, R voor nominale huur en P voor het algemeen prijspeil
  • W/P is het reële loon en R/P is de reële huur

Vraag naar Productiefactoren

  • Een competitieve onderneming maximaliseert haar winst door de hoeveelheid kapitaal en arbeid aan te passen
  • Winst is het verschil tussen opbrengsten en kosten

Vraag naar Arbeid

  • Het marginaal product van arbeid (MPL) is de extra productie door het toevoegen van één eenheid arbeid, gegeven een vaste hoeveelheid kapitaal
  • Bedrijven huren arbeid in totdat het marginaal product van arbeid gelijk is aan het reële loon (W/P)

Reële Vergoeding voor Arbeid

  • Het reële loon past zich aan om vraag en aanbod van arbeid in evenwicht te brengen

Reële Vergoeding voor Kapitaal

  • De reële vergoeding voor kapitaal wordt op dezelfde manier bepaald
  • De huurprijs past zich aan om vraag en aanbod in evenwicht te houden

Neoklassieke Theorie

  • De theorie stelt dat elke productiefactor betaald wordt volgens zijn marginaal product
  • Dit is een startpunt om na te denken over inkomensverdeling

Verdeling Nationaal Inkomen

  • Het totale nationaal inkomen wordt verdeeld over vergoedingen voor arbeid en kapitaal
  • Bij constante schaalopbrengsten is er geen economische winst

Cobb-Douglas Productiefunctie

  • De Cobb-Douglas productiefunctie (F(K,L) = AKªL¹⁻ª) heeft constante schaalopbrengsten
  • De verdeling van het inkomen tussen arbeid en kapitaal blijft constant over een lange periode

Case Study

  • Een case study laat zien hoe reële lonen samenhangen met arbeidsproductiviteit in de VS

Vraag naar Goederen en Diensten

  • De totale vraag naar goederen en diensten is Y = C + I + G + NX, maar NX wordt voorlopig genegeerd
  • Dus, Y = C + I + G

Consumptie

  • Consumptie (C) hangt af van het beschikbaar inkomen (Y - T)
  • De marginale consumptieneiging (MPC) geeft aan hoeveel van een extra euro inkomen wordt besteed aan consumptie

Investeringen

  • Investeringen (I) hangen negatief af van de reële rentevoet (r)

Studying That Suits You

Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.

Quiz Team

Related Documents

More Like This

National Income Quiz
3 questions

National Income Quiz

CrispAwareness avatar
CrispAwareness
Producto Nacional Bruto (PNB)
10 questions
National Income Concept
40 questions
Use Quizgecko on...
Browser
Browser