Middeleeuwen en ridderromans: Hoofdstuk 1

Choose a study mode

Play Quiz
Study Flashcards
Spaced Repetition
Chat to Lesson

Podcast

Play an AI-generated podcast conversation about this lesson
Download our mobile app to listen on the go
Get App

Questions and Answers

Welke van de volgende kenmerken is typerend voor de 'L'amour courtois' traditie?

  • Het verrichten van heldendaden door ridders om de liefde van een vrouw te winnen, met inachtneming van de regels van hoofse liefde. (correct)
  • Het vermijden van enige vorm van interactie tussen mannen en vrouwen.
  • Het negeren van sociale conventies en het nastreven van ongecompliceerde liefdesrelaties.
  • Het openlijk uiten van fysieke aantrekkingskracht zonder enige vorm van respect.

De 'Encyclopédie' van Diderot, die verscheen tussen 1751 en 1778, kon vrijelijk verspreid worden zonder enige vorm van censuur.

False (B)

Wat is een typerend kenmerk van 'Le roman de Renart'?

Dieren met menselijke karaktertrekken die bepaalde bevolkingsgroepen symboliseren.

In de renaissance streefde de ideale mens ernaar zich te ontwikkelen op alle mogelijke terreinen, men noemde dit de ______.

<p>homo universalis</p> Signup and view all the answers

Match de volgende auteurs met het literaire genre waarmee ze voornamelijk geassocieerd worden:

<p>Molière = Komedie Jean Racine = Tragedie Jean de La Fontaine = Dierenfabels François Rabelais = Satirische romans</p> Signup and view all the answers

Welke gebeurtenis markeert het begin van de Franse Revolutie?

<p>De bestorming van de Bastille. (B)</p> Signup and view all the answers

Tijdens het classicisme was het toegestaan om openlijk kritiek te uiten op de machthebbers in literaire werken.

<p>False (B)</p> Signup and view all the answers

Wat was een belangrijk uitgangspunt van Rousseau met betrekking tot de mens en de samenleving?

<p>De mens is van oorsprong goed, maar wordt slecht gemaakt door de beschaving en de samenleving.</p> Signup and view all the answers

Karel de Grote veroverde in de vroege middeleeuwen grote delen van West-Europa en staat bekend om het uitvinden van het ______.

<p>feodale stelsel</p> Signup and view all the answers

Welke van de volgende stellingen beschrijft het beste de rol van Lodewijk XIV (Louis XIV) in het classicisme?

<p>Hij regeerde als een absolute vorst en bepaalde grotendeels de literatuur en de cultuur van die tijd. (D)</p> Signup and view all the answers

Flashcards

Karelepiek

Literair genre in de middeleeuwen dat zich afspeelt rondom Karel de Grote.

Les romans de chevalerie

Gedichten over ridders in de middeleeuwen, vaak over beproeving en duels.

Chrétien de Troyes

Bekende middeleeuwse dichter van ridderromans, vaak spelend aan het hof van koning Arthur.

La satire sociale

Literair genre waarin machthebbers op humoristische wijze worden bekritiseerd.

Signup and view all the flashcards

La poésie lyrique

Gedichten, vaak in de ik-vorm, waarin persoonlijke gevoelens worden uitgedrukt.

Signup and view all the flashcards

1539

Het officieel ingesteld als de verplichte bestuurlijke taal in heel het land in Frankrijk.

Signup and view all the flashcards

Les essais (Michel de Montaigne)

Nieuw genre essays, persoonlijk en doordrongen van klassieke invloeden.

Signup and view all the flashcards

La Pléiade

Groep dichters die Franse literatuur op een hoger plan wilden brengen, beïnvloed door de Oudheid.

Signup and view all the flashcards

Louis XIV

Absolute monarch van Frankrijk, verbonden met het classicisme. Nam de rol aan van 'zonnekoning'.

Signup and view all the flashcards

La comédie

Belangrijkste literaire genre in de 17e eeuw. Er is een scheiding tussen komedies en tragedies. Komedie heeft als doel om mensen te amuseren.

Signup and view all the flashcards

Study Notes

Hoofdstuk 1: Le Moyen Âge (De Middeleeuwen)

  • Karel de Grote veroverde grote delen van West-Europa en kreeg een legendarische status, wat leidde tot het genre van de Karelepiek.
  • Het feodale stelsel ontstond in deze periode.
  • Koning Louis XI legde de basis voor de absolute monarchie, waarmee een einde kwam aan het feodale stelsel.
  • Frankrijk voerde veel oorlogen, met name de Honderdjarige Oorlog met Engeland (1337-1453).
  • Verhalen werden vooral mondeling overgedragen, omdat de meeste mensen niet konden lezen of schrijven.
  • Versierde manuscripten waren statussymbolen voor rijke edelen.
  • Literatuur speelde een belangrijke rol in de samenleving, met rijm, metrum en melodie als hulpmiddelen om teksten te onthouden.
  • De teksten zijn geschreven in Oudfrans, dat nog lijkt op Latijn.

Les Romans de Chevalerie (Ridderromans)

  • Ridderromans waren populair en behandelden thema's als ridderlijkheid, beproevingen en duels.
  • Chrétien de Troyes schreef bekende ridderromans die zich afspeelden aan het hof van Koning Arthur.
  • Arthurverhalen volgen vaak een queeste-structuur, waarin de hoofdpersoon zijn ridderlijke kwaliteiten laat zien.

L'amour Courtois (Hoofse Liefde)

  • Koningen en ridders dienden heldendaden te verrichten om de liefde van een vrouw te winnen, volgens de regels van de hoofse liefde.
  • Hoffelijkheid staat voor een respectvolle omgang.
  • Marie de France, de eerste bekende schrijfster uit de Franse literatuur, schreef rond 1175 verschillende lais, korte verhalende liefdesgedichten.

La Satire Sociale (Sociale Satire)

  • De middeleeuwers waardeerden humoristische teksten waarin machthebbers bekritiseerd werden (satire).
  • Het dierenverhaal, zoals "Le roman de Renart", is een specifieke vorm van satire waarin dieren menselijke karaktertrekken hebben en bepaalde bevolkingsgroepen symboliseren.

La Poésie Lyrique (Lyrische Poëzie)

  • In de late middeleeuwen ontstond de prozaroman, een middeleeuws verhaal in gesproken of geschreven taal zonder rijm.
  • Dichters experimenteerden met lyrische poëzie, gedichten in de ik-vorm die persoonlijke gevoelens uitdrukken.
  • François Villon was een bekende Franse dichter, maar ook een dief en vagebond.

Résumé (Samenvatting)

  • De middeleeuwen speelden een belangrijke rol in de literaire ontwikkeling.
  • Verschillende soorten gedichten en literaire genres kwamen opzetten, zoals satire en romans.

Hoofdstuk 2: La Renaissance (De Renaissance)

  • De Renaissance is een wedergeboorte, die begon in Italië en zich verspreidde over de rest van Europa.

Humanisme

  • Het motto veranderde van "memento mori" (gedenk te sterven) naar "carpe diem" (pluk de dag).
  • Onderwijs werd belangrijk om nieuwe ideeën te verspreiden.
  • Mensen ontwikkelden een individualistische en kritische levenshouding.

Homo Universalis

  • Het ideaal van de renaissancemens is een homo universalis, iemand die zich op alle mogelijke terreinen ontplooit, met Leonardo da Vinci als voorbeeld.

Invention de l'Imprimerie (De Uitvinding van de Boekdrukkunst)

  • De boekdrukkunst was een belangrijke uitvinding.
  • Steeds meer mensen konden lezen door de uitbreiding van het onderwijs.

Réformes et guerres de religion (Reformaties en Godsdienstoorlogen)

  • Er was veel kritiek op de misstanden in de Katholieke Kerk.
  • Luther en Calvijn vertaalden de Bijbel in de volkstaal, waardoor de Reformatie een feit werd.
  • De Bartholomeusnacht was een slachting van honderden protestanten.
  • Het Edict van Nantes in 1598, uitgevaardigd door Koning Henri IV, zorgde voor godsdienstvrijheid en beëindigde de burgeroorlog.

Langue (Taal)

  • Het Frans werd serieuzer genomen als taal.
  • In 1539 werd het de officiële bestuurlijke taal in heel het land.
  • Joachim du Bellay pleitte voor het verrijken van het Frans met klassieke en Italiaanse invloeden.

Les romans satiriques de François Rabelais (Satirische Romans van François Rabelais)

  • Hyperbolen en satire werden veel gebruikt.
  • François Rabelais schreef over Gargantua en Pantagruel, waarbij hij gebruik maakte van satire en hyperbolen.

Les essais de Michel de Montaigne (De Essays van Michel de Montaigne)

  • Het essay is een nieuw genre, uitgevonden door Michel de Montaigne.
  • Het is persoonlijk, beïnvloed door de klassieken en behandelt universele vragen.

Les poètes de la Pléiade (De Dichters van de Pléiade)

  • In 1547 verenigden dichters zich onder de naam La Pléiade om de Franse literatuur naar een hoger niveau te tillen, geïnspireerd door de Oudheid.
  • "Carpe diem" was een belangrijk motto.
  • Pierre de Ronsard, leider van de groep, schreef Petrarca-gedichten en sonnetten.

Résumé (Samenvatting)

  • De Renaissance was een periode van herontdekking van teksten uit de Oudheid en kritische beschouwing van kerk, onderwijs en maatschappij.
  • Humanisme ontstond, en de boekdrukkunst maakte verspreiding van kennis en individualistische gedichten mogelijk.

Hoofdstuk 3: Le classicisme (Het Classicisme)

  • Het classicisme ontstond in de 17e eeuw na de Renaissance, bekend als Le Grand Siècle.

Le monarchie absolue (De Absolute Monarchie)

  • Lodewijk XIV maakte van Frankrijk een absolute monarchie.
  • Hij probeerde zijn macht uit te breiden, wat leidde tot oorlogen en zware belasting voor het Franse volk.

Le Roi-Soleil et les arts (De Zonnekoning en de Kunsten)

  • Lodewijk XIV hield zich bezig met kunst, noemde zichzelf de Zonnekoning en bouwde het paleis van Versailles in 1682.

L'intolérance religieuse (Religieuze Intolerantie)

  • Het katholicisme werd staatsgodsdienst, waardoor protestanten werden vervolgd en naar het buitenland vluchtten.
  • Onderwijs werd verplicht voor iedereen tot 14 jaar.

La langue française (De Franse Taal)

  • Lodewijk XIV wilde één Franse taal zonder dialecten en richtte de Académie française op.
  • In 1694 werd een woordenboek van de Franse taal uitgebracht.

L'influence de l'antiquité (De Invloed van de Oudheid)

  • Literatuur moest een les geven en mensen tot betere burgers maken.

La comédie (De Komedie)

  • Het drama, met een scheiding tussen komedies en tragedies, was het belangrijkste literaire genre.
  • Komedies hadden als doel om mensen te amuseren.

Molière

  • Molière was een belangrijke komedieschrijver en acteur.
  • Hij wilde de kijkers vermaken en een les meegeven.
  • "Le Malade imaginaire", dat voor het eerst werd opgevoerd in 1673, is een voorbeeld van zijn werk.

La tragédie (De Tragedie)

  • Classicistische tragedies moesten voldoen aan de strenge regels van Aristoteles.
  • Er mocht geen bloed vloeien op het toneel.

Jean Racine

  • Jean Racine was een beroemde tragedieschrijver, geïnspireerd door de Bijbel en de Klassieke Oudheid.

Les fables (De Fabels)

  • Schrijvers konden geen kritiek uiten, maar deden dit indirect via fabels.

Jean de La Fontaine

  • Jean de La Fontaine was een classicistische schrijver die succes had met dierenfabels, waarin hij indirect kritiek uitte op de machthebbers.

Résumé (Samenvatting)

  • De literatuur tijdens het classicisme werd bepaald door Lodewijk XIV.
  • De Klassieke Oudheid en de regels van Aristoteles waren belangrijke inspiratiebronnen.

Hoofdstuk 4: Le Siècle des Lumières (De Eeuw van de Verlichting)

  • De Verlichting begon in 1715 met de dood van Louis XIV en duurde tot het einde van de 18e eeuw.
  • Filosofen en schrijvers streefden naar vrijheid van meningsuiting, tolerantie en gelijkheid.

La monarchie déséquilibrée (De Onevenwichtige Monarchie)

  • De koning had minder macht na Lodewijk XIV.
  • Burgers streefden naar gelijkheid en rechtvaardigheid.
  • Schrijvers die kritiek uitten, werden met de doodstraf bedreigd.

La Révolution française (De Franse Revolutie)

  • Het land was bijna failliet en er was een voedseltekort, wat leidde tot de Franse Revolutie in 1789.
  • Louis XVI en Marie Antoinette werden onthoofd, en de nieuwe principes waren: "liberté, egalité, fraternité".

La littérature des Lumières (De Literatuur van de Verlichting)

  • Naast fictie werd er veel non-fictie geschreven, zoals de Encyclopédie van Diderot.

Montesquieu et le roman épistolaire (Montesquieu en de briefroman)

  • Montesquieu was jurist, natuurkundige en medicus.
  • Zijn boek "De l'esprit des lois" was invloedrijk en bevatte ideeën die gebruikt werden bij het opstellen van de Franse grondwet.
  • Hij gebruikte het perspectief van een buitenstaander in zijn verhalen om kritiek te uiten.

Voltaire et le conte philosophique (Voltaire en het filosofisch verhaal)

  • Voltaire was een filosoof die zich met spot uitsprak over verschillende onderwerpen.
  • Hij gebruikte filosofische vertellingen om zijn ideeën te verspreiden.

Diderot et l'Encyclopédie (Diderot en de Encyclopedie)

  • De Encyclopedie verscheen tussen 1751 en 1778, met artikelen van grote filosofen over verschillende onderwerpen.
  • Het doel was om de verlichte ideeën onder de aandacht te brengen, maar de Encyclopedie werd vaak verboden.

Rousseau et le mythe du bon sauvage (Rousseau en de mythe van de goede wilde)

  • Rousseau was schrijver, musicus en filosoof.
  • Hij geloofde dat de mens van oorsprong goed is, maar dat de beschaving hem slecht maakt.
  • In "Émile ou De l'éducation" pleitte hij voor een opvoeding in overeenstemming met de natuur.

Résumé (Samenvatting)

  • De 18e eeuw werd gekenmerkt door vertrouwen in het menselijk verstand en de wetenschap.
  • Filosofen als Voltaire, Diderot en Montesquieu uitten kritiek op de absolute macht en de kerk.

Studying That Suits You

Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.

Quiz Team

Related Documents

More Like This

The Late Middle Ages: The Black Death
14 questions
Late Middle Ages and the Feudal System
30 questions
Use Quizgecko on...
Browser
Browser