Podcast
Questions and Answers
Wat is de belangrijkste functie verkregen door de vorming en recycling van galzouten?
Wat is de belangrijkste functie verkregen door de vorming en recycling van galzouten?
- Het mogelijk maken van de afbraak en opname van lipiden. (correct)
- Het vermijden van toxiciteit door galzouten op het epitheel.
- Het uitscheiden van bilirubine.
- Het uitscheiden van cholesterol.
Welk van de volgende processen is essentieel om toxiciteit door galzouten en lipases op het epitheel te vermijden?
Welk van de volgende processen is essentieel om toxiciteit door galzouten en lipases op het epitheel te vermijden?
- Uitscheiding van cholesterol via de gal.
- Een gecontroleerde afgifte en opname van galzouten. (correct)
- De ophoping van gal in de galblaas.
- De vorming van galstenen.
Welke component wordt beschouwd als een toxisch eindproduct van de heemafbraak en wordt uitgescheiden via gal?
Welke component wordt beschouwd als een toxisch eindproduct van de heemafbraak en wordt uitgescheiden via gal?
- Bilirubine. (correct)
- Cholesterol
- Fosfolipiden
- Galzouten.
Welke functie vervullen galzouten in de darm?
Welke functie vervullen galzouten in de darm?
Welk transporteiwit is specifiek verantwoordelijk voor de uitscheiding van geconjugeerd bilirubine in gal?
Welk transporteiwit is specifiek verantwoordelijk voor de uitscheiding van geconjugeerd bilirubine in gal?
Welke van de volgende aandoeningen veroorzaakt ongeconjugeerde hyperbilirubinemie?
Welke van de volgende aandoeningen veroorzaakt ongeconjugeerde hyperbilirubinemie?
Wat is een kenmerkend symptoom van hyperbilirubinemie?
Wat is een kenmerkend symptoom van hyperbilirubinemie?
Welk enzym is in lage niveaus aanwezig bij pasgeborenen, wat fysiologische geelzucht kan veroorzaken?
Welk enzym is in lage niveaus aanwezig bij pasgeborenen, wat fysiologische geelzucht kan veroorzaken?
Welke aandoening is een bacteriële infectie van de galwegen die kan ontstaan bij obstructie?
Welke aandoening is een bacteriële infectie van de galwegen die kan ontstaan bij obstructie?
Wat is de meest voorkomende oorzaak van cholelithiase (galstenen)?
Wat is de meest voorkomende oorzaak van cholelithiase (galstenen)?
Welke van de volgende factoren verhogen het risico op het ontwikkelen van galstenen?
Welke van de volgende factoren verhogen het risico op het ontwikkelen van galstenen?
Welke complicatie kan ontstaan als gevolg van cholelithiasis?
Welke complicatie kan ontstaan als gevolg van cholelithiasis?
Wat is de belangrijkste oorzaak van cholecystitis (galblaasontsteking)?
Wat is de belangrijkste oorzaak van cholecystitis (galblaasontsteking)?
Wat is een kenmerk van chronische cholecystitis?
Wat is een kenmerk van chronische cholecystitis?
Welke cellen bekleden de galwegen en spelen een actieve rol in de regulatie van de galstroom?
Welke cellen bekleden de galwegen en spelen een actieve rol in de regulatie van de galstroom?
Wat is de functie van de galstroom in relatie tot de bloedstroom in de leverlobulus?
Wat is de functie van de galstroom in relatie tot de bloedstroom in de leverlobulus?
Wat is de functie van hormonale signalen zoals CCK, gastrine en motiline met betrekking tot gal?
Wat is de functie van hormonale signalen zoals CCK, gastrine en motiline met betrekking tot gal?
Welke structurele kenmerken vertonen de epitheelcellen (cholangiocyten) van de mucosa van de galblaas?
Welke structurele kenmerken vertonen de epitheelcellen (cholangiocyten) van de mucosa van de galblaas?
Welke functie hebben galzouten bij de vertering van triacylglycerolen?
Welke functie hebben galzouten bij de vertering van triacylglycerolen?
Door welk hormoon wordt de afscheiding van galzouten en pancreasenzymen gestimuleerd in de dunne darm?
Door welk hormoon wordt de afscheiding van galzouten en pancreasenzymen gestimuleerd in de dunne darm?
Welke componenten zijn essentieel voor de vorming van micellen in de darm?
Welke componenten zijn essentieel voor de vorming van micellen in de darm?
Wat is de belangrijkste route waarlangs galzouten na uitscheiding in de dunne darm worden teruggevoerd naar de lever?
Wat is de belangrijkste route waarlangs galzouten na uitscheiding in de dunne darm worden teruggevoerd naar de lever?
Welke biochemische reactie is essentieel om cholesterol oplosbaar te maken zodat het via de darmen kan worden verwijderd?
Welke biochemische reactie is essentieel om cholesterol oplosbaar te maken zodat het via de darmen kan worden verwijderd?
Welke stappen zijn betrokken bij de verwerking en uitscheiding van hemoglobine door de lever?
Welke stappen zijn betrokken bij de verwerking en uitscheiding van hemoglobine door de lever?
Wat is de belangrijkste samenstelling van cholesterolstenen?
Wat is de belangrijkste samenstelling van cholesterolstenen?
Welke van de volgende beweringen over de rol van gal is niet correct?
Welke van de volgende beweringen over de rol van gal is niet correct?
Welk van de volgende transporteiwitten is verantwoordelijk voor de uitscheiding van galzouten in gal?
Welk van de volgende transporteiwitten is verantwoordelijk voor de uitscheiding van galzouten in gal?
Wat is de voornaamste oorzaak van ongeconjugeerde hyperbilirubinemie?
Wat is de voornaamste oorzaak van ongeconjugeerde hyperbilirubinemie?
Welk van de volgende symptomen is geen typisch klinisch verschijnsel van hyperbilirubinemie?
Welk van de volgende symptomen is geen typisch klinisch verschijnsel van hyperbilirubinemie?
Bij welke leeftijdsgroep komt fysiologische geelzucht het meest voor en waarom?
Bij welke leeftijdsgroep komt fysiologische geelzucht het meest voor en waarom?
Waarom kan borstvoeding fysiologische geelzucht bij pasgeborenen soms verergeren?
Waarom kan borstvoeding fysiologische geelzucht bij pasgeborenen soms verergeren?
Welk van de volgende beweringen beschrijft accuraat de volgorde van galstroom vanaf de productie in de lever tot aan de afgifte in de darm?
Welk van de volgende beweringen beschrijft accuraat de volgorde van galstroom vanaf de productie in de lever tot aan de afgifte in de darm?
Welke van de volgende factoren is geen bekende risicofactor voor de ontwikkeling van cholelithiase?
Welke van de volgende factoren is geen bekende risicofactor voor de ontwikkeling van cholelithiase?
Wat is een galsteenileus?
Wat is een galsteenileus?
Welke complicatie kan ontstaan als gevolg van een langdurige obstructie van de galwegen, indien onbehandeld?
Welke complicatie kan ontstaan als gevolg van een langdurige obstructie van de galwegen, indien onbehandeld?
Wat is een kenmerkend symptoom van galsteenkoliek?
Wat is een kenmerkend symptoom van galsteenkoliek?
Wat wordt bedoeld met 'ductulaire cholestase' in de context van sepsis?
Wat wordt bedoeld met 'ductulaire cholestase' in de context van sepsis?
Welke van de volgende processen draagt niet bij aan de pathogenese van cholesterolstenen?
Welke van de volgende processen draagt niet bij aan de pathogenese van cholesterolstenen?
Waarom zijn cholangiocyten belangrijk voor de regulatie van de galstroom?
Waarom zijn cholangiocyten belangrijk voor de regulatie van de galstroom?
Welke rol speelt de galblaas in het spijsverteringsproces?
Welke rol speelt de galblaas in het spijsverteringsproces?
Waarom zijn galzouten essentieel voor de vertering van vetten?
Waarom zijn galzouten essentieel voor de vertering van vetten?
Welk hormoon stimuleert de afscheiding van galzouten en pancreasenzymen in de dunne darm?
Welk hormoon stimuleert de afscheiding van galzouten en pancreasenzymen in de dunne darm?
Via welk mechanisme worden galzouten voornamelijk teruggevoerd van de darm naar de lever?
Via welk mechanisme worden galzouten voornamelijk teruggevoerd van de darm naar de lever?
Wat is de functie van de sfincter van Oddi?
Wat is de functie van de sfincter van Oddi?
Waarom is het belangrijk dat cholesterol oplosbaar is in gal?
Waarom is het belangrijk dat cholesterol oplosbaar is in gal?
Welke van de volgende enzymen speelt een cruciale rol bij de omzetting van cholesterol in galzouten?
Welke van de volgende enzymen speelt een cruciale rol bij de omzetting van cholesterol in galzouten?
Waarom leidt beschadiging van intra- of extrahepatische galwegen potentieel tot een verlaging van de pH in de galwegen?
Waarom leidt beschadiging van intra- of extrahepatische galwegen potentieel tot een verlaging van de pH in de galwegen?
Welke van de volgende beweringen over galstenen is niet correct?
Welke van de volgende beweringen over galstenen is niet correct?
Wat is de rol van de kanalen van Hering in de lever?
Wat is de rol van de kanalen van Hering in de lever?
Een patiënt heeft een galsteen die de ductus choledochus blokkeert. Welke van de volgende complicaties is het meest waarschijnlijk?
Een patiënt heeft een galsteen die de ductus choledochus blokkeert. Welke van de volgende complicaties is het meest waarschijnlijk?
Welke van de volgende stellingen over galblaaspoliepen is correct?
Welke van de volgende stellingen over galblaaspoliepen is correct?
Een patiënt heeft acuut last van galsteenkoliek. Welke initiele behandeling is het meest geschikt bij ongecompliceerde cholecystolithiasis?
Een patiënt heeft acuut last van galsteenkoliek. Welke initiele behandeling is het meest geschikt bij ongecompliceerde cholecystolithiasis?
De samenstelling van galstenen kan variëren. Welke van de volgende kenmerken is het meest typerend voor galstenen bij patiënten met hemolytische anemie?
De samenstelling van galstenen kan variëren. Welke van de volgende kenmerken is het meest typerend voor galstenen bij patiënten met hemolytische anemie?
Welke bewering over de enterohepatische circulatie van galzouten is het meest correct?
Welke bewering over de enterohepatische circulatie van galzouten is het meest correct?
Welke van de volgende lipiden zijn niet essentieel voor de vorming van micellen?
Welke van de volgende lipiden zijn niet essentieel voor de vorming van micellen?
Welk enzym speelt een sleutelrol bij de eerste stap van de galzoutproductie uit cholesterol?
Welk enzym speelt een sleutelrol bij de eerste stap van de galzoutproductie uit cholesterol?
Wat is het belangrijkste gevolg van conjugatie van galzuren met taurine of glycine?
Wat is het belangrijkste gevolg van conjugatie van galzuren met taurine of glycine?
Via welk mechanisme verlagen galzouten de oppervlaktespanning van vetdruppels in de darm?
Via welk mechanisme verlagen galzouten de oppervlaktespanning van vetdruppels in de darm?
Welke bewering over ongeconjugeerd bilirubine is correct?
Welke bewering over ongeconjugeerd bilirubine is correct?
Welke van de volgende factoren is direct verantwoordelijk voor de bruine kleur van feces?
Welke van de volgende factoren is direct verantwoordelijk voor de bruine kleur van feces?
Welke transportroute volgt het grootste deel van de galzouten na reabsorptie in het ileum?
Welke transportroute volgt het grootste deel van de galzouten na reabsorptie in het ileum?
Wat is de belangrijkste functie van colipase bij de vertering van triacylglycerolen?
Wat is de belangrijkste functie van colipase bij de vertering van triacylglycerolen?
Welke van de volgende aandoeningen is geen bekende oorzaak van galwegobstructie bij volwassenen?
Welke van de volgende aandoeningen is geen bekende oorzaak van galwegobstructie bij volwassenen?
Wat is de definitie van 'ductulaire cholestase' in de context van sepsis?
Wat is de definitie van 'ductulaire cholestase' in de context van sepsis?
Bij welke van de volgende situaties is de kans op acalculeuze cholecystitis het grootst?
Bij welke van de volgende situaties is de kans op acalculeuze cholecystitis het grootst?
Welke van de volgende factoren speelt een cruciale rol in de pathogenese van cholesterolstenen?
Welke van de volgende factoren speelt een cruciale rol in de pathogenese van cholesterolstenen?
Welk type galstenen is het meest waarschijnlijk geassocieerd met chronische hemolyse?
Welk type galstenen is het meest waarschijnlijk geassocieerd met chronische hemolyse?
Wat is het effect van een verhoogde slijmsecretie in de galblaas op de vorming van cholesterolstenen?
Wat is het effect van een verhoogde slijmsecretie in de galblaas op de vorming van cholesterolstenen?
Wat is een belangrijk verschil tussen acute en chronische cholecystitis met betrekking tot de aanwezigheid van galstenen?
Wat is een belangrijk verschil tussen acute en chronische cholecystitis met betrekking tot de aanwezigheid van galstenen?
Wat is het belangrijkste direct gevolg van obstructie van de ductus cysticus?
Wat is het belangrijkste direct gevolg van obstructie van de ductus cysticus?
Waarom is adequate secretie van bicarbonaat door de pancreas cruciaal voor de vetvertering?
Waarom is adequate secretie van bicarbonaat door de pancreas cruciaal voor de vetvertering?
Welk van de volgende beweringen over de kanalen van Hering is correct?
Welk van de volgende beweringen over de kanalen van Hering is correct?
Welke functie vervullen de microvilli aan het oppervlak van galblaasepitheelcellen?
Welke functie vervullen de microvilli aan het oppervlak van galblaasepitheelcellen?
Welke van de volgende beweringen beschrijft het meest nauwkeurig de route van galstroom in de lever?
Welke van de volgende beweringen beschrijft het meest nauwkeurig de route van galstroom in de lever?
Welk van de volgende hormonale signalen stimuleert de afgifte van gal?
Welk van de volgende hormonale signalen stimuleert de afgifte van gal?
Een patiënt met een obstructie van de ductus choledochus zal naar verwachting:
Een patiënt met een obstructie van de ductus choledochus zal naar verwachting:
Wat is de betekenis van Rokitansky-Aschoff sinussen in de galblaas?
Wat is de betekenis van Rokitansky-Aschoff sinussen in de galblaas?
Welke van de volgende beweringen over galblaascarcinoom is niet correct?
Welke van de volgende beweringen over galblaascarcinoom is niet correct?
Welke van de volgende biochemische processen vindt plaats in de lever om bilirubine geschikt te maken voor uitscheiding?
Welke van de volgende biochemische processen vindt plaats in de lever om bilirubine geschikt te maken voor uitscheiding?
Een patiënt met galsteenkoliek ervaart plotselinge, intense pijn in de rechter bovenbuik. Welk mechanisme draagt niet direct bij aan deze pijn?
Een patiënt met galsteenkoliek ervaart plotselinge, intense pijn in de rechter bovenbuik. Welk mechanisme draagt niet direct bij aan deze pijn?
Wat is de meest waarschijnlijke verklaring voor het feit dat sommige zwangere vrouwen een verhoogd risico hebben op galstenen?
Wat is de meest waarschijnlijke verklaring voor het feit dat sommige zwangere vrouwen een verhoogd risico hebben op galstenen?
Een individu heeft een genetische mutatie die resulteert in een defect in het BSEP-transporteiwit. Welke van de volgende aandoeningen zou het meest waarschijnlijk zijn?
Een individu heeft een genetische mutatie die resulteert in een defect in het BSEP-transporteiwit. Welke van de volgende aandoeningen zou het meest waarschijnlijk zijn?
Bij een patiënt met een vermoeden van galwegobstructie, welke bevinding zou het sterkst wijzen op ascenderende cholangitis?
Bij een patiënt met een vermoeden van galwegobstructie, welke bevinding zou het sterkst wijzen op ascenderende cholangitis?
Welke van de volgende componenten is het meest essentieel voor de emulsificatie van vetten in de dunne darm?
Welke van de volgende componenten is het meest essentieel voor de emulsificatie van vetten in de dunne darm?
Welke bewering beschrijft correct de rol van de enterohepatische circulatie?
Welke bewering beschrijft correct de rol van de enterohepatische circulatie?
Een vernauwing van welke structuur leidt tot een obstructie van de grote galwegen?
Een vernauwing van welke structuur leidt tot een obstructie van de grote galwegen?
Welke microbiële enzymen spelen een rol bij de pathogenese van pigmentstenen?
Welke microbiële enzymen spelen een rol bij de pathogenese van pigmentstenen?
Welke bevinding is kenmerkend voor ductulaire cholestase bij sepsis?
Welke bevinding is kenmerkend voor ductulaire cholestase bij sepsis?
Welke van de volgende beweringen beschrijft de functie van colipase bij de vertering van vetten?
Welke van de volgende beweringen beschrijft de functie van colipase bij de vertering van vetten?
Welke van de volgende aandoeningen is het meest waarschijnlijk een oorzaak van galwegobstructie bij een volwassene?
Welke van de volgende aandoeningen is het meest waarschijnlijk een oorzaak van galwegobstructie bij een volwassene?
Welke van de volgende factoren bevordert de vorming van cholesterolmonohydraatkristallen in gal?
Welke van de volgende factoren bevordert de vorming van cholesterolmonohydraatkristallen in gal?
Wat is de meest voorkomende samenstelling van galstenen die ontstaan als gevolg van chronische hemolyse?
Wat is de meest voorkomende samenstelling van galstenen die ontstaan als gevolg van chronische hemolyse?
Wat is het belangrijkste gevolg van obstructie van de ductus cysticus?
Wat is het belangrijkste gevolg van obstructie van de ductus cysticus?
Welke van de volgende elementen is cruciaal voor de omzetting van cholesterol in galzouten in de lever?
Welke van de volgende elementen is cruciaal voor de omzetting van cholesterol in galzouten in de lever?
Welke van de volgende symptomen is kenmerkend voor galsteenkoliek?
Welke van de volgende symptomen is kenmerkend voor galsteenkoliek?
Wat is de belangrijkste rol van microvilli op het oppervlak van galblaasepitheelcellen (cholangiocyten)?
Wat is de belangrijkste rol van microvilli op het oppervlak van galblaasepitheelcellen (cholangiocyten)?
In welke volgorde stroomt gal vanaf de hepatocyten in de lever naar de darmkanaal?
In welke volgorde stroomt gal vanaf de hepatocyten in de lever naar de darmkanaal?
Welke van de volgende hormonale signalen stimuleert de afgifte van galzouten in de darm?
Welke van de volgende hormonale signalen stimuleert de afgifte van galzouten in de darm?
Bij een patiënt met een obstructie van de ductus choledochus, welke van de volgende verschijnselen is het meest waarschijnlijk?
Bij een patiënt met een obstructie van de ductus choledochus, welke van de volgende verschijnselen is het meest waarschijnlijk?
Welke van de volgende processen vindt primair plaats in de lever om bilirubine geschikt te maken voor uitscheiding?
Welke van de volgende processen vindt primair plaats in de lever om bilirubine geschikt te maken voor uitscheiding?
Welke van de volgende factoren draagt niet direct bij aan de pijn bij galsteenkoliek?
Welke van de volgende factoren draagt niet direct bij aan de pijn bij galsteenkoliek?
Bij een patiënt met een vermoeden van galwegobstructie, welke bevinding zou het meest wijzen op ascenderende cholangitis?
Bij een patiënt met een vermoeden van galwegobstructie, welke bevinding zou het meest wijzen op ascenderende cholangitis?
Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak van sterke toename van galstenen tijdens de zwangerschap?
Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak van sterke toename van galstenen tijdens de zwangerschap?
Een individu heeft een genetische mutatie die resulteert in een defect in het BSEP-transporteiwit. Welke van de volgende condities zou het meest waarschijnlijk zijn?
Een individu heeft een genetische mutatie die resulteert in een defect in het BSEP-transporteiwit. Welke van de volgende condities zou het meest waarschijnlijk zijn?
Bij welke aandoening is acalculeuze cholecystitis het meest waarschijnlijk?
Bij welke aandoening is acalculeuze cholecystitis het meest waarschijnlijk?
Een patiënt heeft na een vetrijke maaltijd last van galsteenkoliek. Deze pijn ontstaat door galstenen. Waar is de pijn hoogstwaarschijnlijk te lokaliseren?
Een patiënt heeft na een vetrijke maaltijd last van galsteenkoliek. Deze pijn ontstaat door galstenen. Waar is de pijn hoogstwaarschijnlijk te lokaliseren?
Waarom is een adequate secretie van bicarbonaat cruciaal voor optimale vetvertering?
Waarom is een adequate secretie van bicarbonaat cruciaal voor optimale vetvertering?
Welke van de volgende beweringen over galblaascarcinoom is incorrect?
Welke van de volgende beweringen over galblaascarcinoom is incorrect?
Galzouten synthetiseren in de lever en ondergaan een continue cyclus. Welke van de volgende organen absorbeert niet de galzouten?
Galzouten synthetiseren in de lever en ondergaan een continue cyclus. Welke van de volgende organen absorbeert niet de galzouten?
Een 55-jarige man met een BMI van 35 klaagt over terugkerende aanvallen van hevige pijn in de bovenbuik na het nuttigen van vette maaltijden. Echografie toont galstenen aan. Welke bijkomende factor verhoogt zijn risico op het ontwikkelen van galstenen het meest?
Een 55-jarige man met een BMI van 35 klaagt over terugkerende aanvallen van hevige pijn in de bovenbuik na het nuttigen van vette maaltijden. Echografie toont galstenen aan. Welke bijkomende factor verhoogt zijn risico op het ontwikkelen van galstenen het meest?
Flashcards
Functie van gal
Functie van gal
Gal is nodig voor de afbraak en opname van vetten en scheidt afvalstoffen zoals bilirubine en cholesterol uit.
Vorming van galzouten
Vorming van galzouten
Galzouten worden gevormd door de conjugatie van galzuren met taurine of glycine.
Micellen (gal)
Micellen (gal)
Micellen lossen cholesterol op en verminderen de toxische effecten van galzuren.
Bilirubine
Bilirubine
Signup and view all the flashcards
Bilirubine verwerking
Bilirubine verwerking
Signup and view all the flashcards
Hyperbilirubinemie
Hyperbilirubinemie
Signup and view all the flashcards
Geelzucht (icterus)
Geelzucht (icterus)
Signup and view all the flashcards
Galsteenkoliek symptomen
Galsteenkoliek symptomen
Signup and view all the flashcards
Fototherapie bij geelzucht
Fototherapie bij geelzucht
Signup and view all the flashcards
Ascenderende cholangitis
Ascenderende cholangitis
Signup and view all the flashcards
Ductulaire cholestase
Ductulaire cholestase
Signup and view all the flashcards
Soorten galstenen
Soorten galstenen
Signup and view all the flashcards
Cholesterolstenen (gal)
Cholesterolstenen (gal)
Signup and view all the flashcards
Pigmentstenen(gal)
Pigmentstenen(gal)
Signup and view all the flashcards
Biliaire stase
Biliaire stase
Signup and view all the flashcards
UGT1A1 enzym
UGT1A1 enzym
Signup and view all the flashcards
Galblaas functie
Galblaas functie
Signup and view all the flashcards
Galzouten functie
Galzouten functie
Signup and view all the flashcards
Synthese van galzouten
Synthese van galzouten
Signup and view all the flashcards
Heropname galzouten
Heropname galzouten
Signup and view all the flashcards
Afbraak heem
Afbraak heem
Signup and view all the flashcards
Micellen vettransport
Micellen vettransport
Signup and view all the flashcards
Cholesterol
Cholesterol
Signup and view all the flashcards
Galwegen
Galwegen
Signup and view all the flashcards
Opslag galzouten
Opslag galzouten
Signup and view all the flashcards
Wat is gal?
Wat is gal?
Signup and view all the flashcards
Wat is cholestatische ziekte?
Wat is cholestatische ziekte?
Signup and view all the flashcards
Hoe ontstaat bilirubine?
Hoe ontstaat bilirubine?
Signup and view all the flashcards
Ongeconjugeerde hyperbilirubinemie
Ongeconjugeerde hyperbilirubinemie
Signup and view all the flashcards
Geconjugeerde hyperbilirubinemie
Geconjugeerde hyperbilirubinemie
Signup and view all the flashcards
Gevolgen van galwegobstructie
Gevolgen van galwegobstructie
Signup and view all the flashcards
Wat is cholecystitis?
Wat is cholecystitis?
Signup and view all the flashcards
Acalculous cholecystitis
Acalculous cholecystitis
Signup and view all the flashcards
Sfincters rol bij galstroom
Sfincters rol bij galstroom
Signup and view all the flashcards
Hormonale signalen voor galafgifte
Hormonale signalen voor galafgifte
Signup and view all the flashcards
Zenuwsturing galblaas
Zenuwsturing galblaas
Signup and view all the flashcards
Hepatische stamcellen
Hepatische stamcellen
Signup and view all the flashcards
Rol van ATPase bij Galsecretie
Rol van ATPase bij Galsecretie
Signup and view all the flashcards
Hoeveelheid gal per dag
Hoeveelheid gal per dag
Signup and view all the flashcards
Sepsis en de Lever
Sepsis en de Lever
Signup and view all the flashcards
Waar worden galzouten gesynthetiseerd?
Waar worden galzouten gesynthetiseerd?
Signup and view all the flashcards
Wat zijn cholangiocyten?
Wat zijn cholangiocyten?
Signup and view all the flashcards
Cholangiocyten Reactie
Cholangiocyten Reactie
Signup and view all the flashcards
Het kanaal van Hering functie
Het kanaal van Hering functie
Signup and view all the flashcards
Wat kan bakteriële superinfectie veroorzaken
Wat kan bakteriële superinfectie veroorzaken
Signup and view all the flashcards
Rokitansky-Aschoff sinussen in galblaas
Rokitansky-Aschoff sinussen in galblaas
Signup and view all the flashcards
Waarom galzouten nodig
Waarom galzouten nodig
Signup and view all the flashcards
Micellen transport
Micellen transport
Signup and view all the flashcards
Waar bevindt peervormig orgaan zich?
Waar bevindt peervormig orgaan zich?
Signup and view all the flashcards
Hepatocyt af te voeren stoffen doorgaans via?
Hepatocyt af te voeren stoffen doorgaans via?
Signup and view all the flashcards
Wat zijn de belangrijkste galbestanddelen?
Wat zijn de belangrijkste galbestanddelen?
Signup and view all the flashcards
Uitscheiding in gal
Uitscheiding in gal
Signup and view all the flashcards
Oorzaken ongeconjugeerde hyperbilirubinemie?
Oorzaken ongeconjugeerde hyperbilirubinemie?
Signup and view all the flashcards
Oorzaken geconjugeerde hyperbilirubinemie?
Oorzaken geconjugeerde hyperbilirubinemie?
Signup and view all the flashcards
Toxiciteit gal
Toxiciteit gal
Signup and view all the flashcards
Oorzaken grote galwegobstructie?
Oorzaken grote galwegobstructie?
Signup and view all the flashcards
Hoe beïnvloedt sepsis de lever?
Hoe beïnvloedt sepsis de lever?
Signup and view all the flashcards
Wat veroorzaakt cholecystitis?
Wat veroorzaakt cholecystitis?
Signup and view all the flashcards
Invloed bloedstroom ontsteking en oedeem
Invloed bloedstroom ontsteking en oedeem
Signup and view all the flashcards
Asymptomaische galstenen
Asymptomaische galstenen
Signup and view all the flashcards
Hoe worden vetten verteerd?
Hoe worden vetten verteerd?
Signup and view all the flashcards
Wat doet pancreaslipase?
Wat doet pancreaslipase?
Signup and view all the flashcards
Waar is cholesterol een belangrijk component van?
Waar is cholesterol een belangrijk component van?
Signup and view all the flashcards
Heem omzetting
Heem omzetting
Signup and view all the flashcards
Regulatie galstroom
Regulatie galstroom
Signup and view all the flashcards
Galwerking vetopname
Galwerking vetopname
Signup and view all the flashcards
Wat speelt een belangrijke functie bij afbraak en opname van lipiden vanuit het dieet?
Wat speelt een belangrijke functie bij afbraak en opname van lipiden vanuit het dieet?
Signup and view all the flashcards
Vorming galstenen
Vorming galstenen
Signup and view all the flashcards
Risicofactor genetisch
Risicofactor genetisch
Signup and view all the flashcards
Ascenderende cholangitis symptomen?
Ascenderende cholangitis symptomen?
Signup and view all the flashcards
Wat meet bloedonderzoek bij galblaasproblemen?
Wat meet bloedonderzoek bij galblaasproblemen?
Signup and view all the flashcards
Welke typen galstenen zijn er?
Welke typen galstenen zijn er?
Signup and view all the flashcards
Gal als detergent
Gal als detergent
Signup and view all the flashcards
pH bij vetvertering?
pH bij vetvertering?
Signup and view all the flashcards
Enterohepatische circulatie
Enterohepatische circulatie
Signup and view all the flashcards
Ongeconjugeerd bilirubine
Ongeconjugeerd bilirubine
Signup and view all the flashcards
Cholangitis
Cholangitis
Signup and view all the flashcards
Galsteenileus
Galsteenileus
Signup and view all the flashcards
Gal canaliculi
Gal canaliculi
Signup and view all the flashcards
Kanaal van Hering
Kanaal van Hering
Signup and view all the flashcards
Cholecystokinine (CCK)
Cholecystokinine (CCK)
Signup and view all the flashcards
Galblaas (vesica biliaris)
Galblaas (vesica biliaris)
Signup and view all the flashcards
Genetische factoren galstenen
Genetische factoren galstenen
Signup and view all the flashcards
Cholesterolstenen kenmerk
Cholesterolstenen kenmerk
Signup and view all the flashcards
Bruine galstenen kenmerk
Bruine galstenen kenmerk
Signup and view all the flashcards
Conjucatie bilirubine wat gebeurt?
Conjucatie bilirubine wat gebeurt?
Signup and view all the flashcards
Pancreatische lipase, activering
Pancreatische lipase, activering
Signup and view all the flashcards
Galzouten voor enzymatische afbraak vergroot wordt
Galzouten voor enzymatische afbraak vergroot wordt
Signup and view all the flashcards
Study Notes
ZSO Gal, Cholestasis, Galstenen: Achtergrond
- De ZSO is een vervolg op colleges over cholelithiasis, geelzucht en het practicum 'ontsteking' in week 5.
- Gal is essentieel, samen met lipases uit de exocriene pancreas, voor lipidenafbraak en -opname uit voeding.
- De vorming en recycling van galzouten is belangrijk voor lipidenafbraak en -opname.
- Bilirubine, cholesterol en afvalstoffen worden met gal uitgescheiden.
- Toxiciteit van galzouten en lipases op het epitheel moet vermeden worden.
- Aandoeningen kunnen leiden tot galophoping en galsteenvorming, geassocieerd met veelvoorkomende galwegaandoeningen.
Leerdoelen
- De student kan de regulatie van lipidenopname uit het maagdarmkanaal uitleggen.
- De student kan de functie en toxische effecten van galzouten verklaren.
- De student kan de principes van ontgifting en afvalstofuitscheiding via gal uiteenzetten.
- De student kan de mechanismen van galsteenvorming uitleggen.
- De student kan de pathogeniciteit van galstenen verklaren.
Cholestatische Ziekte: Galformatie en Secretie
- Gal speelt een cruciale rol bij de uitscheiding van bilirubine, overtollig cholesterol, zware metalen (koper en zink) en vetoplosbare afvalstoffen.
- Gal emulgeert vetten in het darmkanaal, wat vetabsorptie mogelijk maakt.
- De belangrijkste bestanddelen van gal zijn bilirubine, galzouten, cholesterol en fosfolipiden (vooral fosfatidylcholine).
- Bilirubine is een toxisch eindproduct van heemafbraak.
- Galzouten worden gevormd door conjugatie van galzuren (zoals choleninezuur en chenodeoxycholinezuur) met taurine of glycine.
- Galzouten vormen micellen met cholesterol en fosfolipiden, die cholesterol oplossen en de toxische effecten van galzuren beperken.
- De meeste galzouten worden heropgenomen in de darm en via de enterohepatische circulatie teruggevoerd naar de lever.
- Specifieke transporteiwitten verzorgen de uitscheiding in gal:
- MRP2 scheidt geconjugeerd bilirubine uit.
- BSEP scheidt galzouten uit, MDR3 scheidt fosfatidylcholine uit.
- Sterolins 1 en 2 scheiden cholesterol uit.
Pathofysiologie van Hyperbilirubinemie
- Bilirubine wordt geproduceerd bij de afbraak van hemoglobine in verouderde rode bloedcellen.
- Ongeconjugeerd bilirubine bindt zich aan albumine in het bloed, wordt in de lever opgenomen en daar geconjugeerd met glucuronzuur.
- Na conjugatie is bilirubine wateroplosbaar en wordt het uitgescheiden in de gal.
- In de darm wordt bilirubine omgezet in urobilinogeen, dat grotendeels met de ontlasting en deels via de urine wordt uitgescheiden.
- Hyperbilirubinemie ontstaat wanneer deze balans verstoord raakt.
- Er wordt onderscheid gemaakt tussen ongeconjugeerde en geconjugeerde hyperbilirubinemie.
- Ongeconjugeerde hyperbilirubinemie wordt veroorzaakt door overproductie, verminderde leveropname of gestoorde conjugatie.
- Gestoorde conjugatie kan bijvoorbeeld door genetische defecten of onrijpheid van het leverenzym bij pasgeborenen komen.
- Een voorbeeld van verminderde activiteit is glucuronyl transferase bij loskoppeling.
- Geconjugeerde hyperbilirubinemie wordt veroorzaakt door hepatocellulaire schade, obstructie van de galwegen of defecten in galtransporters.
- Ongeconjugeerd bilirubine is niet wateroplosbaar en kan zich bij hoge spiegels ophopen in weefsels zoals de hersenen (kernicterus bij pasgeborenen).
- Geconjugeerd bilirubine is wateroplosbaar en kan via de urine worden uitgescheiden.
Klinische Verschijnselen van Hyperbilirubinemie
- Geelzucht (icterus) is het zichtbaarste symptoom en manifesteert zich vooral in de huid en de sclerae.
- Andere symptomen zijn jeuk, xanthomen (vetophopingen in de huid), verminderde vetopname en vitamine A-, D- en K-tekorten.
- Verhoogde serumwaarden van alkalische fosfatase en GGT zijn te zien in labonderzoek.
- Microgalpluggen, schuimige hepatocyten (feathery degeneration) en apoptotische cellen zijn zichtbaar op microscopisch niveau in de lever.
Fysiologische Geelzucht bij Pasgeborenen
- Pasgeborenen hebben lage niveaus van UGT1A1 (glucoronyltransferase), nodig voor bilirubineconjugatie en de loskoppeling van bilirubine van albumine.
- Bij vrijwel alle baby's treedt hierdoor een milde, tijdelijke ongeconjugeerd hyperbilirubinemie op in de eerste levensweek.
- Borstvoeding kan dit verergeren door enzymen in moedermelk die bilirubine deconjugeren.
- Behandeling met blauw licht (fototherapie) zet de bilirubine om in een oplosbare vorm die via de urine uitgescheiden kan worden.
Grote Galwegobstructie
- Obstructie van de grote galwegen, zoals de ductus choledochus, komt voor bij volwassenen door galstenen, tumoren of postoperatieve stricturen.
- Obstructie van de grote galwegen komt voor bij kinderen door galwegatresie, cystische fibrose of choledochuscysten.
- De obstructie leidt tot opstapeling van gal en schade aan de lever; indien vroeg behandeld, is de schade reversibel.
- Langdurige obstructie leidt tot biliaire cirrose.
- Een veelvoorkomende complicatie is ascenderende cholangitis, een bacteriële infectie van de galwegen (vaak coliformen of enterokokken).
- De symptomen zijn koorts, koude rillingen, buikpijn en geelzucht.
- Ernstige gevallen kunnen leiden tot leverabcessen, sepsis en overlijden.
Cholestasis en Sepsis
- Sepsis beïnvloedt de lever op drie manieren: rechtstreekse infectie, ischemische schade door hypotensie, en reactie op bacteriële toxines.
- Vooral bij gram-negatieve sepsis ontstaat cholestase zonder uitgesproken ontsteking, met kenmerkende ductulaire cholestase: galpluggen in de kanalen van Hering en ductuli.
Galziekten: Cholelithiasis (Galstenen)
- Galstenen zijn de oorzaak van meer dan 95% van de aandoeningen van de galwegen; 10-20% van de volwassenen in westerse landen hebben galstenen, maar niet iedereen ervaart klachten.
- Er bestaan twee soorten galstenen, cholesterolstenen en pigmentstenen.
- Cholesterolstenen bevatten meer dan 50% kristallijn cholesterolmonohydraat.
- Pigmentstenen bestaan vooral uit bilirubine-calciumzouten.
- Risicofactoren: Leeftijd, geslacht, hormonale factoren, gewicht, biliaire stase en genetische factoren spelen een rol.
- De aandoening komt vaker voor bij vrouwen, vooral vanaf middelbare leeftijd.
- Zwangerschap, orale anticonceptie en oestrogeentherapie verhogen het risico vanwege de oestrogenen, die de cholesterolproductie en -opname stimuleren.
- Obesitas en snel gewichtsverlies verhogen de kans op galstenen.
- Verminderde galblaaslediging bevordert steenvorming.
Pathogenese van Cholesterolstenen
- Oververzadiging van gal met cholesterol zorgt ervoor dat cholesterolkristallen niet meer opgelost kunnen blijven en er vaste cholesterolmonohydraatkristallen worden gevormd.
- Vier belangrijke oorzaken zijn oververzadiging van gal met cholesterol, verminderde galblaasbeweging (hypomotiliteit), versnelde cholesterolkristallisatie en verhoogde slijmsecretie (wat samenklontering bevordert).
Pathogenese van Pigmentstenen
- Pigmentstenen bestaan uit onoplosbare calciumzouten van ongeconjugeerd bilirubine en ontstaan door overmaat aan ongeconjugeerd bilirubine of door infecties.
- Bacteriële enzymen (β-glucuronidase) deconjugeren bilirubine. Infecties in de galwegen verhogen de afgifte van microbiële β-glucuronidasen.
Klinische Kenmerken van Galstenen
- Asymptomatisch: 70-80% van de patiënten heeft geen klachten.
- Symptomatisch: Galsteenkoliek na vetrijke maaltijd; pijn in rechterbovenbuik, soms uitstralend naar schouder of rug.
- Complicaties: acute/chronische cholecystitis (galblaasontsteking), empyeem (pusophoping in de galblaas), perforatie, cholangitis, obstructieve cholestase en pancreatitis, galsteenileus en verhoogd risico op galblaaskanker.
Diagnose en Behandeling
- Diagnose: Bloedonderzoek kan verhoogde waarden van alkalische fosfatase en GGT laten zien.
- Behandeling: Geen ingreep nodig bij ongecompliceerde cholecystolithiasis; symptomatische behandeling volstaat. Cholecystectomie bij symptomatische cholecystolithiasis, galblaaspoliepen > 1 cm, acute cholecystitis en verdenking van galblaaskanker.
- Altijd ingrijpen bij cholangitis, galsteenileus, cholecystitis, obstructieve icterus en pancreatitis.
Cholecystitis (Ontsteking van de Galblaas)
- Cholecystitis wordt meestal (in 90% van de gevallen) veroorzaakt door galstenen, waarbij een steen de hals van de ductus cysticus blokkeert.
- Cholecystitis kan acuut of chronisch zijn en is de meest voorkomende reden voor een buikoperatie.
Acute Cholecystitis
- Acute cholecystitis wordt in 90% van de gevallen (calculous) veroorzaakt door galstenen die de galblaashals blokkeren, leidend tot chemische irritatie en ontsteking.
- Dit komt vooral voor bij diabetespatiënten met symptomatische galstenen.
- In 10% van de gevallen (acalculous) ontstaat het door ischemie of galstase, vaak bij ernstig zieke patiënten.
Pathogenese van Acute Cholecystitis
- Calculous: Een galsteen blokkeert de galblaasingang, waardoor gal zich ophoopt en de druk verhoogt. Gal bevat lysolecitinen die de galblaaswand beschadigen, wat leidt tot ontsteking, verminderde bloedtoevoer, necrose en gangreneuze cholecystitis. In latere stadia kan een bacteriële superinfectie optreden.
- Acalculous: Meestal door ischemie van de a. cystica, waarbij geen collaterale circulatie is en er gevoeligheid voor zuurstoftekort is. Ontsteking en oedeem belemmeren de bloedstroom. Galblaasstase door galslib en viskeus gal veroorzaakt obstructie van de ductus cysticus. Komt vooral voor bij ernstig zieke patiënten met verhoogd risico bij sepsis met hypotensie en orgaanfalen, immunosuppressie, ernstig trauma of brandwonden en diabetes mellitus.
Klinische Kenmerken van Acute Cholecystitis
- Calculous: Patiënten hebben vaak eerdere galsteenkoliekaanvallen gehad. De aanval begint met progressieve pijn in de rechterbovenbuik die langer dan 6 uur duurt, vaak gepaard met lichte koorts, misselijkheid en braken. Er is geen geelzucht; hyperbilirubinemie wijst op obstructie van de ductus choledochus.
- Acalculous: Symptomen zijn minder duidelijk en vaak sluipend bij ernstig zieke patiënten. Vertraagde diagnose verhoogt de kans op gangreen en perforatie.
Chronische Cholecystitis
- Ontstaat meestal zonder eerdere acute aanvallen, maar kan ook het gevolg zijn van herhaalde ontstekingen. 90% van de patiënten heeft galstenen.
- Pathogenese: Chronische irritatie door galstenen lijkt geen pijn te veroorzaken. Oververzadiging van gal bevordert zowel ontsteking als steenvorming. Bacteriële infecties zijn aanwezig bij 1/3 van de patiënten.
- Morfologie: Macroscopisch verdikte en stijve galblaaswand met fibrose en verklevingen. Microscopisch chronische ontsteking met lymfocyten en plasmacellen. Rokitansky-Aschoff sinussen (diepe invaginaties van de mucosa) kunnen ruptureren.
Klinische Kenmerken en Complicaties van Chronische Cholecystitis
- Terugkerende pijn in de bovenbuik, misselijkheid, braken en vetintolerantie zijn kenmerkende symptomen.
- Bacteriële superinfectie (cholangitis/sepsis), galblaasperforatie met abcesvorming, ruptuur (diffuse peritonitis) en galblaasfistel (lucht/bacteriën in galwegen, galsteenileus) zijn complicaties.
- Mogelijk verslechtering van bestaande hart-, long-, nier- of leveraandoeningen.
Galwegen (Biliary Tree)
- De galkanalen zijn een systeem van kanalen tussen de hepatocyten en de galblaas waar gal doorheen stroomt. Ze passen zich aan aan de galstroom als reactie op hormonale/neurale stimuli.
Cholangiocyten
- Cholangiocyten zijn epitheelcellen die de galwegen bekleden en spelen een actieve rol in de regulatie van galstroom en -samenstelling.
- Cholangiocyten hebben cytoplasma met weinig organellen, tight junctions en een volledige lamina basalis.
- In kleine galgangen zijn ze kubisch, in grotere kolomvormig, met microvilli en een primaire cilium die de galstroom detecteert.
- Ze reageren op hormonale en neurale prikkels en kunnen actief galmodificaties uitvoeren.
Gal Canaliculi
- De kleinste takken van de galboom zijn de gal canaliculi, smalle kanaaltjes (ongeveer 0,5 µm) gevormd door aangrenzende hepatocyten.
- Ze lopen rond vier zijden van een hepatocyt en zijn afgesloten van de rest van het intercellulaire compartiment door tight junctions.
- Microvilli van de hepatocyten steken in het lumen uit.
- De gal-secretie is een actief proces, mede mogelijk gemaakt door enzymen zoals ATPase.
- De galstroom verloopt centrifugaal: van het centrum van de lobulus naar de portale gebieden (tegengesteld aan bloedstroom).
Kanaal van Hering
- Het kanaal van Hering is een overgangsstructuur tussen gal canaliculi en de galgangetjes, gedeeltelijk bekleed met hepatocyten en cholangiocyten, en bevat leverstamcellen voor levergeneratie.
- Het is functioneel contractiel, ondersteunt eenrichtingsverkeer van gal richting portale ruimte en schade of disfunctie kan bijdragen aan intrahepatische cholestase.
- Hepatische stamcellen bevinden zich in of nabij het kanaal van Hering, kunnen differentiëren in hepatocyten en cholangiocyten, en worden bij leverschade geactiveerd om beschadigde gebieden te herstellen.
Galgang
- Vanaf het kanaal van Hering stroomt gal door de intrahepatische galgangetjes (volledig bekleed door cholangiocyten), die uitmonden in interlobulaire galgangen in de portale ruimten.
- De interlobulaire gangen (15–40 µm) gaan over in steeds grotere gangen richting de porta hepatis, waarbij de cellen kolomvormig worden en de wand bindweefsel en glad spierweefsel krijgt.
- Deze gangen vormen uiteindelijk de rechter- en linker levergangen, die samenkomen tot de ductus hepaticus communis.
- De volledige verloop van de galwegen is als volgt: Gal canaliculi → Kanaal van Hering → Intrahepatische galgangetjes → Interlobulaire galgangen → Rechter en linker ductus hepaticus → Ductus hepaticus communis → Ductus cysticus (vanuit de galblaas) → Ductus choledochus (gemeenschappelijke galgang) → Ampulla hepatopancreatica (van Vater) → Papil van Vater → Duodenum.
- Sfincters reguleren de galstroom om gal op te slaan in de galblaas wanneer ze gesloten zijn: de sfincter van de ductus choledochus (van Boyden) en de sfincter van de ampulla hepatopancreatica (van Oddi).
Functies, Regulatie en Anatomie van de Galblaas
- De lever produceert gemiddeld 1 liter gal per dag. Gal heeft twee hoofdfuncties: vetzemulsificatie en opname in de darm (galzouten zijn essentieel voor het oplossen en opnemen van vetten) en uitscheiding van afvalstoffen zoals cholesterol, bilirubine, ijzer en koper (die via de feces het lichaam verlaten).
- Circa 90% van de galzouten wordt heropgenomen in de darm en via het portale systeem teruggevoerd naar de lever. Ook cholesterol, lecithine, elektrolyten en water worden grotendeels gereabsorbeerd. Bilirubine wordt daarentegen uitgescheiden.
- De galstroom wordt gereguleerd via hormonale signalen (CCK, gastrine en motiline stimuleren galafgifte), zenuwsturing (parasympathische stimulatie bevordert galblaascontractie en ontspanning van de sfincters) en sympathische innervatie (beïnvloedt bloedvaten en glucosehuishouding).
- De galblaas (vesica biliaris) is peervormig, rekbaar orgaan (gemiddelde opslagcapaciteit is 50 mL) dat aan de viscerale zijde van de lever ligt, speelt een cruciale rol in de opslag, concentratie en afgifte van gal.
- De ductus cysticus voert gal in en uit de galblaas en vormt samen met de ductus hepaticus communis de ductus choledochus.
- De ductus choledochus fuseert met de ductus pancreaticus om de papil van Vater te vormen, die uitmondt in het duodenum, waarbij de sfincter van Oddi de doorstroming regelt.
Microscopische Anatomie van de Galblaas
- De mucosa van de galblaas bestaat uit eenlagig cilinderepitheel (cholangiocyten) met microvilli, apicale junctiecomplexen, secretieblaasjes gevuld met glycoproteïnen en Na+/K+-ATPase in het laterale plasmamembraan.
- De lamina propria bevat lymfocyten, plasmacellen, capillairen en veneuze sinussen. Mucine-secreterende klieren komen soms voor, vaker in ontstoken galblazen.
- De wand van de galblaas heeft geen muscularis mucosa of submucosa. De muscularis externa bevat willekeurig georiënteerde gladde spiercellen met collageen- en elastinevezels ertussen. Contractie van deze spieren vermindert het volume van de galblaas en bevordert uitscheiding van gal. De adventitia bestaat uit een bindweefsellaag met bloedvaten, zenuwen en bindweefsel.
- De serosa bestaat uit een laag mesotheel en losmazig bindweefsel aanwezig op de buitenste zijnde van de galblaas.
- Rokitansky-Aschoff sinussen zijn diepe invaginaties van de mucosa die de spierlaag binnendringen, ontwikkelen als resultaat van hyperplasie en zijn geassocieerd met chronische ontsteking en daardoor een verhoogd risico op galstenen.
Concentratie van Gal en Vertering van Triacylglycerol
- De concentratie van gal gebeurt via actieve en passieve transportmechanismen in de galblaas: elektrolyttransport (epitheelcellen verzorgen actief transport van Na+, Cl- en HCO3-) en aquaporines (verantwoordelijk voor snel watertransport).
- Triacylglycerolen (voornaamste lipiden in de voeding) zijn van nature hydrofoob en vormen grote vetdruppels in de waterige omgeving van het spijsverteringskanaal.
- Dit probleem wordt opgelost door galzouten, die een cruciale rol spelen bij het emulgeren van vetten en het creëren van een grotere contactoppervlakte voor enzymatische afbraak.
Werking en Vertering van Lipiden in de Darm
- Galzouten worden in de lever gesynthetiseerd en opgeslagen in de galblaas; bij voedselinname worden galzouten, samen met gal, uitgescheiden in de dunne darm.
- De afscheiding van galzouten en pancreasenzymen wordt gestimuleerd door cholecystokinine (CCK), een hormoon dat door de darmcellen wordt geproduceerd zodra de maaginhoud de dunne darm binnendringt.
- Galzouten binden zich aan vetdruppels en breken deze, samen met de peristaltische bewegingen van de darm, op in kleinere vetdeeltjes, wat het contactoppervlak voor verteringsenzymen verhoogt en de hydrolyse van vetten efficiënter maakt.
- Na emulsificatie wordt de daadwerkelijke afbraak van triacylglycerolen uitgevoerd door pancreaslipase, het belangrijkste enzym voor vetvertering.
- Pancreaslipase wordt geproduceerd in de alvleesklier en uitgescheiden in de dunne darm. Het werkt samen met colipase, een eiwit dat nodig is om de remmende werking van galzouten op te heffen en lipase toegang te geven tot de vetten.
- Pancreaslipase hydrolyseert de vetzuren (op positie 1 en 3 van de glycerolstructuur), waarbij vrije vetzuren en 2-monoacylglycerol ontstaan.
- Naast pancreaslipase worden andere lipide-afbrekende enzymen zoals cholesterolesterase en fosfolipase A2 uitgescheiden.
- De pH van de dunne darm wordt gereguleerd door de afscheiding van bicarbonaat uit de pancreas, wat essentieel is voor de optimale werking van lipasen.
Absorptie en Lot van Vetzuren
- Na de vertering van vetten moeten de afbraakproducten worden opgenomen in de darmcellen. Omdat lipiden slecht oplosbaar zijn in water, worden ze verpakt in micellen (kleine vetdruppeltjes die door galzouten worden gestabiliseerd).
- Micellen bestaan uit een combinatie van vetzuren, 2-monoacylglycerolen, cholesterol, lysophospholipiden en vetoplosbare vitaminen.
- Ze transporteren deze vetten door de unstirred water layer (de stilstaande waterlaag rondom de microvilli) en brengen ze naar de darmepitheelcellen (enterocyten).
- De lipiden in de micellen worden opgenomen door de enterocyten, terwijl de galzouten in het darmlumen achterblijven.
- Eenmaal in de enterocyten worden de geabsorbeerde lipiden opnieuw gesynthetiseerd en verpakt voor transport.
- Korte en middellange keten vetzuren (C4-C12) hebben geen galzouten nodig en worden direct geabsorbeerd door de epitheelcellen en gebonden aan serumalbumine om naar de lever gebracht te worden.
Terugwinning en Nieuwe aanmaak van Galzouten
- De galzouten die achterblijven in het darmlumen worden grotendeels gereabsorbeerd in het ileum en via de enterohepatische kringloop terug naar de lever getransporteerd (5% uitgescheden via feces, 95% gerecycled).
- Cholesterol is een lipofiele verbinding die een belangrijk component is van de dubbele lipidenlaag van het celmembraan. Het wordt met name geproduceerd door de hepatocyten en naar verschillende weefsels gebracht.
- Cholesterol kan ingebouwd worden in celmembranen als structureel component, dienen als precursor voor steroïdhormonen/ galzuren en vitamine D, omgezet worden in galzuren/galzouten of uitgescheiden worden via de gal als vrij cholesterol of als onderdeel van galzouten.
- Galzouten worden in de lever gesynthetiseerd uit cholesterol. Deze omzetting is essentieel om cholesterol oplosbaar te maken en te verwijderen via de darmen.
- Hydroxylatie van cholesterol tot 7-alpha-hydroxycholesterol (enzym = 7-alpha-hydroxylase, activiteit daalt bij hoge concentratie galzouten).
- 7-alpha-hydroxycholesterol wordt verder gehydroxyleerd tot primaire galzuren (cholinezuur en chenodeoxycholzuur);
- Carboxylgroep van de galzouten wordt geactiveerd door conjugering met CoA -> Cholyl-CoA;
- Cholyl-CoA reageert met de aminogroep van glycine of taurine (glycine -> vorming glycocholaat, taurine -> vorming taurocholaat).
Lot van galzouten en Afbraak van Heem
- Na hun uitscheiding in de dunne darm volgen galzouten een nauwkeurig gereguleerde cyclus: ongeveer 90% wordt in het ileum gereabsorbeerd. De galzouten terugkeren via de vena portae terug naar de lever, worden opnieuw opgenomen door hepatocyten en uitgescheiden in de gal waarna een klein percentage verloren gaat via de feces en dit verlies wordt gecompenseerd door nieuwe synthese vanuit cholesterol.
- Heem wordt afgebroken tot bilirubine.
- Rode bloedcellen worden afgebroken tot aminozuren en hergebruikt, ijzer wordt teruggevoerd en heemoxide wordt omgezet in koolstofmonoxide en biliverdine.
- Biliverdine wordt gereduceerd tot bilirubine gebonden aan serumalbumine, waarna conjugatie en excretie in de lever plaatsvindt-Bilirubine wordt geconjugeerd met glucuronzuur en via de gal uitgescheiden.
- In de darm deconjugeren bacteriën bilirubine-diglucuronide en zetten het om in urobilinogenen (deels opgenomen in de bloedbaan en uitgescheiden in de urine, grotendeels geoxideerd tot urobilinen = stercobiline uitgescheiden via de feces.)
- Deze pigmenten geven de ontlasting zijn bruine kleur.
Lipiden en Gal
- Onder normale omstandigheden worden lipiden uit het dieet opgenomen vanaf het moment dat vetten (triglyceriden) vanuit maag het duodenum binnenkomen tot en met de opname van lipiden door het epitheel van de dunne darm.
- Vet komt duodenum binnen → cholecystokine (CCK) uitgescheden door darmen → uitscheiden pancreatische lipase en colipase en contractie galblaas -> afgifte gal.
- De afgifte van pancreatische lipase uit de acinus gaat via de intercalated ducts
- CCK -> secretine -> bicarbonaat uit o.a. pancreas in het lumen -> verhoging pH voedselbrij in lumen -> optimale werking enzymen (pH 6)
- Galzouten uit de hepatocyten worden via de galblaas uitgescheden → emulgeren de vetten waardoor het oppervlak voor enzymatische afbraak vergroot wordt.
- Galzouten inhiberen ook activiteit van lipase (coating substraat).
- Colipase heft de inhiberende werking van galzouten op lipase op.
- Galzouten inhiberen ook activiteit van lipase (coating substraat).
- Pancreatische lipase, geactiveerd door colipase, hydrolyseert triglyceriden -> vrije vetzuren komen los van glycerol
- In darmlumen ontstaan 2 vrije vetzuren en 2-monoacylglycerol.
- Dit proces gebeurt optimaal bij een pH van 6 (door bicarbonaat).
- Esterases en fosfolipase A2 worden geproduceerd
- Esterase -> scheiden de vetzuren van de overige onderdelen
- Fosfolipase -> vertering fosfolipiden
- Vetzuren, 2-monoacylglycerol en andere vetten worden verpakt in micellen en vervoerd (door een waterlaag) naar de microvilli waar ze geabsorbeerd worden.
Update Opdracht 2: pH en Galzouten
- Cholesterol wordt omgezet in amfipatische galzouten in een proces dat de wateroplosbaarheid vergroot.
- Hydroxylatie van cholesterol tot 7-alpha-hydroxycholesterol (door CYP7A1).
- Verdere hydroxylase tot chenodeoxygalzuur of galzuur.
- Carboxylgroep van de galzuren wordt geactiveerd met co-enzym A.
- Conjunctie met glycine of taurine resulteert in taurocholaat of glycocholaat.
pH Regulatie en Galzouten
- De pH in het duodenum moet rond 6 zijn voor optimale lipase activiteit.
- De pH wordt verhoogd door bicarbonaatsecretie door epitheelcellen van de intercalated duct (en centroacinaire epitheelcellen) in de exocriene pancreas, gestimuleerd door secretine.
- Ionizatiegraden van galzuur/cholaat, taurogalzuur/taurocholaat en glycogalzuur/glycocholaat worden beinvloedt door de pH
- Door de pKa, heeft een bepaalde pH invloed op de verhouding tussen verbindingen.
- Gal: Pka glycochenovodeoxycholaat: 3.7, Taurine: 1.9, Urodesoxycholzuur: 6.7, Cholinezuur: 6.6 - hoe hoger de Pka hoe meer zuur, hoe lager hoe meer zout.
- Bijvoorbeeld in het duodenum pH = 6:
- Pka cholaat = 6 dus bij pH 6 is de ratio [galzuur/cholaat] =1, dus 50% is geïoniseerd.
- Pka glycocholaat = 4 dus bij pH 6 is de ratio [glycogalzuur/glycolaat] = [1:100].
- Pka taurocholaat = 2 dus bij pH 6 is de ratio [taurogalzuur/taurocholaat] = [1:10.000]
- Hoe lager de pKa, hoe sterker het zuur en hoe meer het in de zoutvorm voorkomt bij pH 6.
- Door de pKa, heeft een bepaalde pH invloed op de verhouding tussen verbindingen.
- Het beste in staat in het duodenum micellen te vormen: Taurocholaat.
- De verlaging van pH leidt tot de risico op cytotoxiteit door galgangepitheel door glycogalzuur of taurogallzuur.
- Vetoplosbare (hydrofobe) moleculen kunnen makkelijk door het celmembraan diffunderen, hydroFIELE niet!
- Verlaagd pH minder goede ioniseren. Galzuren diffunderen want hydrofoob.
Cytotoxiciteit van Galzuren
- Als de pH in de galwegen verlaagt, zullen de galzuren minder goed ioniseren. Na diffusie het cytoplasma in (pH=7) worden ze wél omgezet in galzout (goed emulgeren) en beschadigd het plasmamembraan. Hierdoor is glycogalzuur sterker cytotoxisch dan taurogalzuur.
- Verlaging van pH leidt tot een verhoogd risico op intracellulaire cytotoxiciteit van galgangepitheel door glycogalzuur/glycocholaat en taurogalzuur/taurocholaat
Uitleg CHAT:
- pH en ionisatie: Bij lagere pH (zuur milieu) worden galzuren, minder goede hydrofiele groepen: glycogalzuur en taurogalzuur minder goed geïoniseerd waardoor makkelijker kan diffunderen celmembraan.
- Glycogalzuur met hydrofide groed (glycinegroep) minder sterk geïoniseerd: minder oplosbaar in water diffundeert gemakkelijker
- Taurogalzuur met sulfaatgroep sterk geioniseerd hogere pH diffundeert minder goed celmembraan
Cytoxiciteit door penetratie celmembraan en verandering
- Cytotoxiciteit door penetratie van de celmembraan: Omdat glycogalzuur in lagere pH het makkelijker diffundeert het galzuur beschadiging oxidatie (stress veroorzakende stoffen).
- Taurogalzuur minder makkelijk membraneus makkelijker cellen binnendringt
Oorzaken Verlaagde pH in de Galwegen
Welke conditie kan leiden tot een verlaging van de pH in de galwegen? Pancreatitis:
-
Als het epitheel van de intercalated ducts van de pancreas niet in staat is om genoeg bicarbonaat te produceren zal de pH in het duodenum en de galwegen laag blijven
-
Beschadiging van het epitheel van de intra- en extrahepatische galwegen door cholangitis:
-
Dit epitheel produceert ook bicarbonaat waarmee in de glycocalyx (op apicale membraan epitheel) een alkalisch milieu wordt gehandhaafd: Beschadiging zorgt dus voor onvoldoendeHCO3 − secet
-
Gestoorde regelmechanismen betrokken bij het uitscheiden van bicarbonaat (zie afbeelding)
Functies Gal en stofwisseling
Naast galzouten bevat de gal ook fosfolipiden en cholesterol. In de gal zijn fosfolipiden noodzakelijk om de toxiciteit van galzouten te verminderen en om het lipofiele cholesterol oplosbaar te houden. Om te voorkomen dat cholesterol uitkristalliseert is de verhouding tussen galzouten, fosfolipiden en cholesterol belangrijk.
Transport en afbreken afval lever
De hepatocyt verwerkt de af te voeren stoffen doorgaans via een twee-staps systeem: eerst om ze in wateroplosbaar te maken (fase 1 reactie) en vervolgens om dit product te transformeren tot een stof die kan worden uitgescheiden in de gal, bijvoorbeeld door conjugatie met glucuronzuur (fase 2 reactie). Eventueel kan in het maagdarmkanaal door bacteriële flora verdere modificering plaatsvinden.
Eén van de stoffen die voortdurend aan de lever voor uitscheiding wordt aangeboden is hemoglobine, afkomstig van 120 dagen oude erythrocyten die in de milt en lever worden afgebroken.
Afbraak van Heem:
-
1. Afbraak van rode bloedcellen*
-
Na 120 dagen wordt het hemoglobine van afgebroken tot heem en globuline o Globuline wordt afgebroken tot aminozuren en hergebruikt
-
2. Omzetting van heem (in fagocytische cel)*
-
Heem wordt geoxideerd en gesplitst waarbij koolstofmonoxide en biliverdine vrijkomen -Biliverdine wordt gereduceerd tot bilirubine door het enzym biliverdine reductase -Bilirubine (hydrofoob) wordt gekoppeld aan een serumeiwit
Het wordt opgenomen door het sinusidale membraan van de
Studying That Suits You
Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.