Podcast
Questions and Answers
Wat is de rol van water in cellen en organismen?
Wat is de rol van water in cellen en organismen?
- Het bouwt de meeste cellulaire structuren op.
- Het is een energieleverancier.
- Het is uitsluitend een afvalproduct.
- Het fungeert als reactiemedium en transportomgeving. (correct)
Welke van de volgende beweringen over organische verbindingen is waar?
Welke van de volgende beweringen over organische verbindingen is waar?
- Ze komen voor in een waterige omgeving zonder interactie.
- Ze zijn opgebouwd uit koolstof-houdende verbindingen. (correct)
- Ze zijn voornamelijk gebaseerd op stikstofverbindingen.
- Ze worden niet bestudeerd in de organische chemie.
Bij welke pH-waarde komt fosforzuur voor als mono/dianion?
Bij welke pH-waarde komt fosforzuur voor als mono/dianion?
- pH 12
- pH 4
- pH 7 (correct)
- pH 10
Wat gebeurt er met fosfaatverbindingen in een biochemische context?
Wat gebeurt er met fosfaatverbindingen in een biochemische context?
Welk aspect wordt benadrukt in deel (b) van Figuur 1-6?
Welk aspect wordt benadrukt in deel (b) van Figuur 1-6?
Wat zijn de vier grote groepen grondstoffen van een organisme?
Wat zijn de vier grote groepen grondstoffen van een organisme?
Welke macromolecuulgroep heeft de hoogste procentuele samenstelling in een E.coli-cel?
Welke macromolecuulgroep heeft de hoogste procentuele samenstelling in een E.coli-cel?
Wat is het effect van de condensatiereactie op organische moleculen?
Wat is het effect van de condensatiereactie op organische moleculen?
Wat is het resultaat van een hydrolysereactie?
Wat is het resultaat van een hydrolysereactie?
Welk percentage van de E.coli-cel bestaat uit water?
Welk percentage van de E.coli-cel bestaat uit water?
Wat wordt er beïnvloed door enzymen in biologische systemen?
Wat wordt er beïnvloed door enzymen in biologische systemen?
Wat is de rol van monomeren in de samenstelling van biopolymeren?
Wat is de rol van monomeren in de samenstelling van biopolymeren?
Hoe worden de reacties die macromoleculen vormen en splitsen genoemd?
Hoe worden de reacties die macromoleculen vormen en splitsen genoemd?
Wat wordt er op het examen voornamelijk geëvalueerd?
Wat wordt er op het examen voornamelijk geëvalueerd?
Wat zijn de basisbouwstenen van biomoleculen die de student moet herkennen?
Wat zijn de basisbouwstenen van biomoleculen die de student moet herkennen?
Welke vaardigheid is niet specifiek genoemd bij het beoordelen van de student?
Welke vaardigheid is niet specifiek genoemd bij het beoordelen van de student?
Welke biopolymeren moet de student kunnen herkennen en beschrijven?
Welke biopolymeren moet de student kunnen herkennen en beschrijven?
Wat is het doel van de zelftests op Toledo?
Wat is het doel van de zelftests op Toledo?
Wat wordt niet beoordeeld tijdens het contactexamen?
Wat wordt niet beoordeeld tijdens het contactexamen?
Welke van de volgende eigenschappen moet de student kunnen beschrijven?
Welke van de volgende eigenschappen moet de student kunnen beschrijven?
Welke evaluatievorm is er voor deze cursus?
Welke evaluatievorm is er voor deze cursus?
Waarom is vitamine E belangrijk voor het lichaam?
Waarom is vitamine E belangrijk voor het lichaam?
Waar komt het 'K' in vitamine K vandaan?
Waar komt het 'K' in vitamine K vandaan?
Hoeveel isopreen-eenheden zijn er in triterpenen?
Hoeveel isopreen-eenheden zijn er in triterpenen?
Wat is squaleen?
Wat is squaleen?
Wat typeert carotenoïden zoals lycopeen en β-caroteen?
Wat typeert carotenoïden zoals lycopeen en β-caroteen?
Wat is een primaire rol van β-caroteen?
Wat is een primaire rol van β-caroteen?
Welke van de volgende verbindingen is een polyterpeen?
Welke van de volgende verbindingen is een polyterpeen?
Welke vitaminen spelen een rol in bloedklontering?
Welke vitaminen spelen een rol in bloedklontering?
Wat zijn zepen in chemische termen?
Wat zijn zepen in chemische termen?
Wat is het hydrofiele gedeelte van een zeepmolecuul?
Wat is het hydrofiele gedeelte van een zeepmolecuul?
Waarom zijn zepen minder effectief in hard water?
Waarom zijn zepen minder effectief in hard water?
Wat is de functie van de lipofiele koolwaterstofketen in een zeepmolecuul?
Wat is de functie van de lipofiele koolwaterstofketen in een zeepmolecuul?
Wat geeft het joodgetal van een vet aan?
Wat geeft het joodgetal van een vet aan?
Wat gebeurt er bij de oxidatie van onverzadigde vetten?
Wat gebeurt er bij de oxidatie van onverzadigde vetten?
Welke van de volgende stoffen wordt vaak gebruikt in plaats van zeep in hard water?
Welke van de volgende stoffen wordt vaak gebruikt in plaats van zeep in hard water?
Wat is een belangrijk kenmerk van amfipatische stoffen zoals zepen?
Wat is een belangrijk kenmerk van amfipatische stoffen zoals zepen?
Flashcards are hidden until you start studying
Study Notes
Zelftests en Evaluatie
- Op Toledo zijn zelftests beschikbaar voor verschillende cursusonderdelen, gebruiksvriendelijk voor studenten.
- Evaluatie geschiedt via een 100% contactexamen, geïntegreerd met Bio-organische chemie.
- Examen meet zowel kennis als inzicht; aandacht voor structuren, eigenschappen, biosynthese en plaats van biomoleculen.
Doelstellingen
- Studenten kunnen structuren en eigenschappen van biomoleculen (monosachariden, vetzuren, aminozuren, nucleotiden) herkennen en benoemen.
- Inzicht in structuren van biopolymeren (polysachariden, vetten, eiwitten, nucleïnezuren); studenten moeten structuren kunnen beschrijven.
- Relevante eigenschappen en functies van biomoleculen in de cel kunnen beschrijven.
Water en Organische Verbindingen
- Water is cruciaal in cellen; functioneert als reactiemedium en transportomgeving.
- Cellulaire structuur voornamelijk opgebouwd uit koolstofhoudende verbindingen.
Biochemische Reacties
- Biochemische reacties vinden plaats bij functionele groepen; vormen bindingen tussen organische moleculen.
- Fosforzuur (H3PO4) heeft pKa-waarden van 2,15, 7,09 en 12,32; komt als mono- en dianion voor bij fysiologische condities.
Biomoleculen
- Vier grote groepen biomoleculen: eiwitten (Hoofdstuk 4), vetten (Hoofdstuk 2), suikers (Hoofdstuk 3), nucleïnezuren (Hoofdstuk 5).
- Biologische macromoleculen zijn hoog-molaire massa structuren, opgebouwd uit kleinere organische moleculen (monomeren).
Reacties van Macromoleculen
- Macromoleculen ontstaan via condensatiereacties, met afsplitsing van H2O; splitsing verloopt via hydrolysereactie, beide reacties gekatalyseerd door enzymen.
- Alkalizouten van vetzuren, zoals Na- of K-palmitaat, zijn oplosbaar in water; ze zijn amfipatisch.
Schoonmaakwerking van Zepen
- Zepen hebben zowel een hydrofiel als hydrofoob gedeelte; verlagen oppervlaktespanning en vormen micellen.
- In hard water zijn zepen minder effectief; detergenten zoals SDS worden gebruikt.
Joodgetal en Oxidatie
- Joodgetal bepaalt de graad van onverzadiging van vetten; uitgedrukt in hoeveelheid jood dat addeert op 100 g vet.
- Oxidatie van onverzadigde vetten kan schadelijk zijn; vitamine E voorkomt oxidatieve schade aan vetzuren.
Vitamine K
- Vitamine K speelt een rol in bloedklontering; komt als phylloquinon uit planten en is essentieel voor de omzetting van prothrombine naar thrombine.
Triterpenen en Tetraterpenen
- Triterpenen bestaan uit 6 isopreen-eenheden; voorbeeld is squaleen, een precursor van cholesterol.
- Tetraterpenen bevatten 8 isopreen-eenheden; belangrijke carotenoïden zijn lycopeen (tomaat) en β-caroteen (wortelen).
Antioxiderende Eigenschappen
- Lycopeen heeft antioxiderende eigenschappen; komt voor in tomaten en watermeloen.
- β-caroteen kan door oxidatieve klieving vitamine A vormen; essentieel voor visuele functie.
Studying That Suits You
Use AI to generate personalized quizzes and flashcards to suit your learning preferences.